WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Hoge
Commissaris inzake Nationale Minderheden, als zijnde een instelling van
de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa,
rechtspersoonlijkheid te verlenen, alsmede deze instelling en diens
functionarissen privileges en immuniteiten toe te kennen ter wille van
een onafhankelijke functie-uitoefening en dat het noodzakelijk is
daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1. Definities
1. In deze wet wordt verstaan onder:
a. HCNM: de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden te Den
Haag, in de hoedanigheid van een onder de Organisatie voor Veiligheid
en Samenwerking in Europa ressorterende instelling;
b. OVSE: de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa;
c. Hoge Commissaris: de Hoge Commissaris inzake Nationale
Minderheden in de hoedanigheid van hoofd van de HCNM;
d. functionarissen van de HCNM: personen, in dienst van de OVSE
belast met het verrichten van werkzaamheden voor de HCNM in het kader
van de vervulling van officiële functies van de HCNM, daaronder
begrepen de Hoge Commissaris, met uitzondering van bedienend
personeel, personen die lokaal zijn aangetrokken en op basis van een
uurtarief worden uitbetaald, deskundigen en stagiairs;
e. officiële functies: die taken en werkzaamheden die voortvloeien
uit het mandaat zoals dat geldt ten aanzien van de HCNM, welk mandaat
door de OVSE is vastgesteld;
f. deskundigen: personen, niet zijnde functionarissen van de HCNM
of van de OVSE, uitzendkrachten of stagiairs, die in opdracht van de
OVSE of van de HCNM werkzaamheden uitvoeren ten behoeve van de HCNM of
bij de HCNM ten behoeve van de OVSE;
g. functionarissen van de OVSE: personen in dienst van de OVSE,
niet zijnde functionarissen van de HCNM, uitzendkrachten of stagiairs;
h. gebouwen: gebouw of deel van een gebouw, gebruikt door de HCNM
in het kader van de vervulling van zijn officiële functies;
i. terreinen: terrein of deel van een terrein, gebruikt door de
HCNM in het kader van de vervulling van zijn officiële functies;
j. archieven: alle dossiers, correspondentie, documenten,
manuscripten, computer- en mediagegevens, foto's, films, video- en
geluidsopnamen en andere gegevensdragers die de HCNM of één van
diens functionarissen in het kader van de vervulling van zijn
officiële functies bezit of onder zich heeft;
k. gezinsleden: de echtgenoot of geregistreerde partner van een
functionaris van de HCNM, diens kinderen jonger dan achttien jaar,
alsmede diens kinderen van achttien jaar en ouder indien die kinderen
vóór de eerste binnenkomst in Nederland reeds deel uitmaakten van
het gezin van de functionaris van de HCNM en nog altijd hiervan deel
uitmaken, ongehuwd zijn, financieel afhankelijk zijn van de
functionaris van de HCNM en in Nederland onderwijs genieten;
l. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
2. Onze Minister kan andere personen dan bedoeld in het eerste
lid, onder j, voor de toepassing van deze wet aanmerken als gezinslid,
indien onverkorte toepassing van dit onderdeel zou leiden tot een
onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 2. Rechtspersoonlijkheid
1. De HCNM bezit rechtspersoonlijkheid.
2. Voor de toepassing van deze wet wordt de OVSE gelijkgesteld
met een volkenrechtelijke organisatie waarvan de HCNM onderdeel is. De
in deze wet opgenomen privileges en immuniteiten zullen op gelijke wijze
worden toegepast als de privileges en immuniteiten die zijn toegekend
aan andere in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisaties of aan
onderdelen daarvan.
Artikel 3. Bepalingen omtrent de onschendbaarheid van gebouwen en
terreinen
1. Gebouwen en terreinen zijn onschendbaar.
2. Het is niet toegestaan gebouwen of terreinen te betreden,
behoudens de instemming van de Hoge Commissaris.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel is
niet van toepassing indien:
a. uit oogpunt van brandbestrijding onmiddellijk optreden is
vereist; en
b. in gevallen van acute bedreiging van iemands leven of
eigendommen de vereiste toestemming niet tijdig kan worden verkregen.
4. Uitoefening van rechtsmacht vindt binnen de gebouwen of
terreinen alleen plaats met voorafgaande toestemming van de Hoge
Commissaris en met inachtneming van de door hem gestelde bepalingen
terzake.
5. De Hoge Commissaris voorkomt dat de aan de HCNM toebehorende
gebouwen en terreinen worden gebruikt om personen in bescherming te
nemen die:
a. aanhouding op grond van een Nederlandse wet ontlopen;
b. pogen te ontsnappen aan de uitoefening van rechtsmacht; of
c. door de Nederlandse autoriteiten worden gezocht voor uitlevering
aan of uitzetting naar een andere staat.
Artikel 4. Communicatie
1. De HCNM kan vrijelijk en zonder vereiste bijzondere
toestemming communiceren voor alle officiële doeleinden.
2. De HCNM heeft het recht codes te gebruiken en officiële
correspondentie en andere officiële berichten te verzenden en te
ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, ten aanzien waarvan
dezelfde voorrechten en immuniteiten gelden als voor diplomatieke
koeriers en tassen, zoals vermeld in het Verdrag van Wenen inzake
Diplomatiek Verkeer en daarbij behorende Protocollen (Trb. 1962, 101 en
159).
3. Wat de communicatie voor officiële doeleinden betreft, geniet
de HCNM een niet minder gunstige behandeling dan die welke door het
Koninkrijk der Nederlanden wordt toegekend aan andere internationale
organisaties.
4. Alle aan de HCNM gerichte en door de HCNM gezonden berichten,
ongeacht de wijze van verzending, zijn onschendbaar.
Artikel 5. Goederen
Alle goederen die de HCNM in het kader van de vervulling van zijn
officiële functies krachtens rechtsgeldige titel onder zich heeft, waar
deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, zijn vrij van
doorzoeking, revindicatie, strafrechtelijk en civielrechtelijk beslag,
confiscatie, onteigening en vordering.
Artikel 6. Archieven
De archieven zijn onschendbaar.
Artikel 7. Immuniteit van rechtsmacht
Binnen het kader van de vervulling van zijn officiële functies
geniet de HCNM immuniteit van alle vormen van rechtsmacht, behalve in
het geval van:
a. uitdrukkelijke afstand, gedaan door het Voorzitterschap van de
OVSE van de immuniteit in een bijzonder geval;
b. een civiele actie van een derde partij wegens schade die het
gevolg is van een ongeval, veroorzaakt door een voertuig dat
eigendom is van of werd bestuurd namens de HCNM, indien de schade
niet verhaalbaar is op een verzekering;
c. een civiele actie die verband houdt met een overlijdensgeval
of persoonlijk letsel, veroorzaakt door een handeling of nalatigheid
door de HCNM of een van zijn functionarissen.
Artikel 8. Vrijstelling van belastingen en heffingen
1. Binnen het kader van de vervulling van zijn officiële
functies zijn de HCNM en diens eigendom vrijgesteld van alle directe
belastingen, geheven op landelijk, provinciaal of lokaal niveau.
2. Binnen het kader van de vervulling van zijn officiële
functies is de HCNM vrijgesteld van de heffing van:
a. rechten bij invoer;
b. motorrijtuigenbelasting;
c. belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM);
d. omzetbelasting terzake van goederen en diensten die aanzienlijke
uitgaven met zich meebrengen of een doorlopende prestatie betreffen;
e. accijnzen begrepen in de prijs van alcoholhoudende dranken en
motorbrandstoffen;
f. regulerende energiebelasting;
g. overdrachtsbelasting;
h. assurantiebelasting.
3. De vrijstellingen in het tweede lid sub d, e, f, g en h,
kunnen worden toegekend in de vorm van een teruggave, in overeenstemming
met het bepaalde bij of krachtens wettelijk voorschrift.
4. Goederen die belastingvrij zijn verworven of geïmporteerd
ingevolge dit artikel, mogen niet worden verkocht, geschonken of
anderszins vervreemd, anders dan met inachtneming van de door Onze
Minister van Financiën gestelde voorschriften en beperkingen.
Artikel 9. Vrijheid van beperkingen ten aanzien van financiële
bezittingen
De HCNM is niet onderworpen aan financiële controles, regelingen,
kennisgevingsvereisten met betrekking tot financiële transacties, of
moratoria van enigerlei aard, en kan, binnen het kader van de vervulling
van zijn officiële functies, vrijelijk:
a. valuta's van welke aard ook langs de toegestane kanalen kopen,
bezitten en vervreemden;
b. rekeningen aanhouden in welke valuta ook;
c. fondsen, effecten en goud langs de toegestane kanalen kopen,
bezitten en vervreemden;
d. zijn fondsen, effecten, goud en valuta's overbrengen naar of
uit Nederland, uit of naar enig ander land, of binnen Nederland, en
valuta's die hij bezit omwisselen in welke andere valuta ook;
e. fondsen werven op elke door hem wenselijk geachte wijze, met
dien verstande dat de HCNM met betrekking tot de werving van fondsen
binnen Nederland de toestemming van Onze Minister van Financiën
dient te verkrijgen.
Artikel 10. Privileges en immuniteiten van functionarissen van de
HCNM, functionarissen van de OVSE, alsmede van deskundigen
1. Functionarissen van de HCNM genieten, met het oog op een
onafhankelijke vervulling van hun officiële functies, de volgende
privileges en immuniteiten:
a. immuniteit van aanhouding of vrijheidsontneming en van inspectie
of inbeslagneming van hun officiële bagage, tenzij er een ernstig
vermoeden bestaat van het plegen van een strafbaar feit waarvoor
voorlopige hechtenis is toegestaan. In geval van een dergelijke
situatie zal door of namens Onze Minister de Hoge Commissaris hiervan
onmiddellijk op de hoogte worden gebracht. Onderzoek zal slechts
plaatsvinden in aanwezigheid van de desbetreffende functionaris van de
HCNM of van een persoon die gemachtigd is hem te vertegenwoordigen;
b. immuniteit van enigerlei rechtsmacht met betrekking tot de in de
uitoefening van hun officiële functies door hen gesproken of
geschreven woorden of verrichte handelingen;
c. vrijstelling van loon- en inkomstenbelasting op al dan niet
rechtstreeks aan hen betaalde salarissen en emolumenten betreffende
hun dienstbetrekking bij de OVSE; de aldus vrijgestelde inkomsten
worden buiten beschouwing gelaten bij het vaststellen van de belasting
over inkomsten uit andere bronnen;
d. vrijstelling met betrekking tot henzelf en de hun ten laste
komende gezinsleden van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
e. dezelfde bescherming en repatriëringsactiviteiten met
betrekking tot henzelf en de hun ten laste komende gezinsleden als die
welke bij internationale crises gelden voor leden met vergelijkbare
rang van het personeel van in Nederland gevestigde diplomatieke
zendingen;
f. vrije invoer van één personenvoertuig bestemd voor het
persoonlijk gebruik, mits sinds de aanvang van de tewerkstelling in
Nederland nog geen tien jaar zijn verstreken; functionarissen die in
het bezit zijn van het Nederlandse staatsburgerschap of duurzaam in
Nederland verblijven zijn van deze vrijstelling uitgezonderd.
2. De Hoge Commissaris geniet dezelfde voorrechten en
immuniteiten als worden toegekend aan het hoofd van een diplomatieke
missie in overeenstemming met het op 18 april 1961 tot stand gekomen
Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer en daarbij behorende
Protocollen (Trb. 1962, 101 en 159).
3. De functionarissen van de HCNM met rang P5 en hoger genieten
dezelfde voorrechten en immuniteiten als worden toegekend aan een
diplomatiek ambtenaar in overeenstemming met het op 18 april 1961 tot
stand gekomen Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer en daarbij
behorende Protocollen.
4. Functionarissen van de OVSE en deskundigen genieten de
volgende privileges en immuniteiten, voor zover noodzakelijk voor de
doelmatige uitoefening van hun officiële taken, met inbegrip van reizen
die in dat kader worden gemaakt en hun verblijf in de gebouwen of op de
terreinen van de HCNM:
a. immuniteit van enigerlei rechtsmacht met betrekking tot de in de
uitoefening van hun officiële taken door hen gesproken of geschreven
woorden of verrichte handelingen, welke immuniteit ook blijft gelden
wanneer de functionarissen van de OVSE of de deskundigen niet langer
als zodanig werkzaam zijn, op reis zijn in het kader van hun
officiële taakuitoefening of zich in de gebouwen of op de terreinen
van de HCNM bevinden;
b. onschendbaarheid van alle stukken, documenten en ander officieel
materiaal;
c. immuniteit van aanhouding of vrijheidsontneming en van inspectie
of inbeslagneming van hun officiële bagage, tenzij er een ernstig
vermoeden bestaat van het plegen van een strafbaar feit waarvoor
voorlopige hechtenis is toegestaan;
d. het recht om ten behoeve van alle communicatie met de HCNM of
met de OVSE codes te gebruiken en stukken, correspondentie of ander
officieel materiaal te verzenden of te ontvangen per koerier of in
verzegelde tassen;
e. dezelfde bescherming en repatriëringsactiviteiten als die welke
bij internationale crises gelden voor leden met vergelijkbare rang van
het personeel van in Nederland gevestigde diplomatieke zendingen;
f. vrijstelling van inreisbeperkingen of registratievereisten voor
vreemdelingen, alsmede, voor zover vereist, kosteloze verstrekking van
visa.
5. Immuniteit van enigerlei rechtsmacht strekt zich niet uit tot:
a. overtredingen met een motorvoertuig begaan door een functionaris
van de HCNM, een functionaris van de OVSE of een deskundige;
b. een civiele actie van een derde wegens schade die het gevolg is
van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van
of dat bestuurd werd door of bediend namens een functionaris van de
HCNM, een functionaris van de OVSE of een deskundige.
Artikel 11. Aanvullende bepalingen met betrekking tot privileges en
immuniteiten
1. De Secretaris-Generaal van de OVSE doet afstand van de
immuniteit van de betrokken functionarissen van de HCNM, van de OVSE
en van deskundigen in omstandigheden waarin de Secretaris-Generaal van
mening is dat deze immuniteit de rechtsgang zou belemmeren, en in alle
gevallen waarin daarvan afstand kan worden gedaan zonder dat inbreuk
wordt gemaakt op het doel waarvoor deze immuniteit werd verleend.
2. Ten aanzien van de Hoge Commissaris wordt het in het eerste
lid van dit artikel bedoelde besluit tot het doen van afstand van
immuniteit genomen door het Voorzitterschap van de OVSE.
3. De HCNM en de OVSE werken te allen tijde samen met de bevoegde
Nederlandse instanties teneinde een goede rechtsbedeling te
vergemakkelijken en misbruik van de krachtens de bepalingen van deze wet
verleende voorrechten en immuniteiten door functionarissen van de HCNM
en van de OVSE te voorkomen.
Artikel 12. Sociale zekerheid
1. In het geval dat de OVSE een eigen stelsel van sociale
zekerheid heeft dat vergelijkbaar is met het Nederlandse stelsel, of
deelneemt aan een met de Nederlandse regeling vergelijkbaar stelsel
van sociale zekerheid, zijn de HCNM, diens functionarissen en andere
werknemers op wie het bovengenoemde stelsel van toepassing is
uitgezonderd van de Nederlandse sociale zekerheids-bepalingen, tenzij
de functionarissen en andere werknemers op wie het bovengenoemde
stelsel van toepassing is in Nederland betaalde arbeid verrichten
anders dan uit hoofde van de vorenbedoelde betrekking.
2. Het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige
toepassing op gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van
personen, bedoeld in het eerste lid, tenzij zij in Nederland in dienst
zijn bij een andere werkgever dan de OVSE, arbeid als zelfstandige
verrichten of uitkeringen ingevolge het Nederlandse stelsel van sociale
zekerheid ontvangen.
Artikel 13. Tewerkstelling van gezinsleden
1. Aan gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van
functionarissen van de HCNM wordt toegestaan arbeid in loondienst te
verrichten voor de tijdsduur van de tewerkstelling van de in dit
artikel bedoelde HCNM-functionarissen.
2. Personen die arbeid verrichten als bedoeld in het eerste lid
genieten in het kader van die werkzaamheden geen immuniteit met
betrekking tot strafrechtelijke, burgerlijke of administratieve
rechtsmacht.
3. Met betrekking tot de in het eerste lid van dit artikel
bedoelde arbeid in loondienst is het Nederlandse recht van toepassing.
Tevens vallen personen die arbeid verrichten als bedoeld in dat
artikellid onder de Nederlandse sociale zekerheid.
Artikel 14. Kennisgeving
De HCNM stelt Onze Minister onmiddellijk in kennis van:
a. de benoeming van de Hoge Commissaris en de andere
functionarissen van de HCNM, hun aankomst en hun definitieve vertrek
of de beëindiging van hun functies bij de HCNM;
b. de aankomst en het definitieve vertrek van gezinsleden die
deel uitmaken van het huishouden van de personen, bedoeld in
onderdeel a, en, waar van toepassing, het feit dat een persoon niet
langer deel van het huishouden uitmaakt;
c. de aankomst en het definitieve vertrek van bedienend personeel
van personen, bedoeld in onderdeel a, en, voor zover van toepassing,
het feit dat de dienstbetrekking tussen hen en de personen, bedoeld
in onderdeel a, beëindigd is.
Artikel 15. Identiteitsbewijs
Onze Minister verstrekt identiteitskaarten met een foto van de houder
aan:
a. de Hoge Commissaris;
b. andere functionarissen van de HCNM;
c. gezinsleden van functionarissen van de HCNM die deel uitmaken
van het huishouden van deze functionarissen, voor zover het geen
gezinsleden betreft van functionarissen die het Nederlandse
staatsburgerschap bezitten of in Nederland duurzaam verblijven;
d. bedienend personeel van functionarissen van de HCNM.
Deze identiteitskaart strekt tot bewijs van de identiteit van de
houder tegenover alle bevoegde Nederlandse instanties.
Artikel 16. Aanvullende privileges en immuniteiten
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in aanvulling op deze wet
privileges en immuniteiten aan de HCNM en aan de in de artikelen 10 tot
en met 13 bedoelde personen worden toegekend indien daartoe met het oog
op een overeenkomstige behandeling als andere in Nederland gevestigde
volkenrechtelijke organisaties of onderdelen daarvan ten deel valt,
aanleiding bestaat.
Artikel 17. Inwerkingtredingsbepaling
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 18. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet HCNM.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 31 oktober 2002
BEATRIX
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J.G. de Hoop Scheffer
Uitgegeven de vijfde december 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner