WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het
afstammingsrecht alsmede de regeling van de adoptie te herzien en de
daarmee samenhangende bepalingen in het Burgerlijk Wetboek te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
[Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek]
ARTIKEL II
[Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek]
ARTIKEL III. OVERGANGSBEPALING
1. Het voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet
geldende recht blijft van toepassing op procedures waarin de
inleidende dagvaarding is betekend dan wel het inleidende
verzoekschrift is ingediend, met betrekking tot adoptie of herroeping
daarvan alsmede met betrekking tot ontkenning van het vaderschap,
vernietiging van een erkenning, inroeping of betwisting van staat,
vaststelling van een onderhoudsbijdrage als bedoeld in artikel 394, of
vaststelling van een som ineens als bedoeld in artikel 406, zoals deze
artikelen luidden onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet. Het vervallen van artikel 405, tweede
lid, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet, heeft evenwel onmiddellijke werking.
2. Een kind aan wie tijdens de meerderjarigheid bekend is
geworden en op het moment van inwerkingtreding van deze wet bekend is
dat de erkenner vermoedelijk niet de biologische vader is van het kind,
kan gedurende een termijn van drie jaren te rekenen vanaf het tijdstip
van inwerkingtreding van de wet een verzoek tot vernietiging van de
erkenning doen overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
3. Een kind aan wie tijdens de meerderjarigheid bekend is
geworden en op het moment van inwerkingtreding van deze wet bekend is
dat de man die op het tijdstip van zijn geboorte de echtgenoot van zijn
moeder was, vermoedelijk niet zijn biologische vader is, kan gedurende
een termijn van drie jaren te rekenen vanaf het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet een verzoek tot ontkenning van het
vaderschap doen overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
4. Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lopende
termijn voor de ontkenning van het vaderschap door de vader of door een
afstammeling als bedoeld in artikel 201, eerste lid, van deze wet wordt
verlengd tot een jaar.
5. Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lopende
termijn voor de vernietiging van de erkenning door de vader of door een
afstammeling van de vader als bedoeld in het van overeenkomstige
toepassing verklaarde artikel 201, eerste lid, van deze wet wordt
verlengd tot een jaar.
6. Indien de geboorte van een kind voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet heeft plaatsgevonden en tijdens het
huwelijk van zijn vader en moeder of binnen 306 dagen nadien, kan de
moeder of haar afstammelingen als bedoeld in artikel 201, eerste lid,
van deze wet gedurende twee jaren vanaf het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet een verzoek tot ontkenning van het
vaderschap doen overeenkomstig artikel 200 van deze wet. De moeder kan
dit verzoek slechts doen, indien het kind op het tijdstip van de
indiening van het verzoek tot ontkenning van het vaderschap de leeftijd
van twaalf jaar nog niet heeft bereikt.
7. Indien een verzoek tot adoptie uitsluitend op de grond van het
niet vervuld zijn van de voorwaarde, bedoeld in artikel 228, eerste lid,
aanhef en onder d, eerste volzin, zoals dat luidde onmiddellijk
voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, is
afgewezen, blijft de tweede zin van het bedoelde artikellid van
toepassing. De in die zin opgenomen verwijzing naar de voorwaarden,
gesteld onder e tot en met g, geldt voor dit geval als een verwijzing
naar de voorwaarden onder e en f van artikel 228, eerste lid, van deze
wet.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Het Oude Loo, 24 december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
E.M.A. Schmitz
Uitgegeven de dertigste december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager