In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Wij EMMA,
Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk,
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat eene voorziening bij de
wet noodig is met betrekking tot de wettelijk vastgestelde formulieren,
ambtstitels en officieele benamingen in verband met het overgaan van de
Kroon op eene Koningin;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Zoolang eene Koningin de Kroon draagt, wordt bij het gebruik van alle
wettelijk vastgestelde formulieren, ambtstitels en officieele
benamingen, waarin het woord "Koning" voorkomt, in plaats
daarvan het woord "Koningin" gebezigd, met inachtneming van de
daardoor noodzakelijk wordende taalkundige veranderingen.
Artikel 2
Voor de rechtsgeldigheid van de toepassing sedert den overgang van de
Kroon op HARE MAJESTEIT WILHELMINA aan wettelijk vastgestelde
voorschriften betreffende formulieren, ambtstitels en officieele
benamingen gegeven, maakt het geen onderscheid of daarbij het woord
"Koning" dan wel het woord "Koningin" met
inachtneming van de daardoor noodzakelijk geworden taalkundige
veranderingen, gebezigd is.
Artikel 3
[1.] Deze wet is ook verbindend voor de koloniën en
bezittingen in andere werelddeelen.
[2.] Zij treedt in werking op den 1sten September 1891.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven op het Loo, den 22sten Juni 1891
EMMA
De Minister van Buitenlandsche Zaken,
Hartsen
De Minister van Justitie,
Ruys van Beerenbroek
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
De Savornin Lohman
De Minister van Marine,
Kruys
De Minister van Financiën,
Godin de Beaufort
De Minister van Oorlog,
J.W. Bergansius
De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid,
Havelaar
De Minister van Koloniën,
MacKay
Uitgegeven den achtsten Juli 1891
De Minister van Justitie,
Ruys van Beerenbroek