WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter
bescherming van rechtsbelangen voorzieningen te treffen ten aanzien van
installaties op de bodem van het deel van de Noordzee waarvan de grenzen
samenvallen met die van het aan Nederland toekomende gedeelte van het
continentale plat, een en ander zolang geen internationale regeling ter
zake is tot stand gekomen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet worden onder installaties ter zee verstaan: installaties
opgericht buiten de territoriale wateren op de bodem van het deel van de
Noordzee waarvan de grenzen samenvallen met die van het aan Nederland
toekomende gedeelte van het continentale plat.
Artikel 2
De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich op of met
betrekking tot een installatie ter zee aan enig strafbaar feit schuldig
maakt.
Artikel 3
Op en met betrekking tot installaties ter zee gelden de daartoe bij
algemene maatregel van bestuur aangewezen Nederlandse wettelijke
voorschriften.
Artikel 4
Bij algemene maatregel van bestuur kan ten aanzien van installaties
ter zee worden voorzien in de betrekkelijke bevoegdheid van
autoriteiten, colleges en ambtenaren, belast met de uitvoering van
krachtens artikel 3 aangewezen voorschriften, dan wel met het ten
uitvoer leggen van rechterlijke uitspraken.
Artikel 5
Bij algemene maatregel van bestuur kan, ten aanzien van daarin te
omschrijven installaties ter zee, de toepasselijkheid van de Nederlandse
strafwet en van de krachtens artikel 3 aangewezen wettelijke
voorschriften worden uitgesloten of beperkt.
Artikel 6
Indien Wij niet, binnen drie maanden na het in werking treden van een
algemene maatregel van bestuur, gegrond op artikel 3 of artikel 5, aan
de Staten-Generaal een voorstel van wet hebben doen toekomen ter
vervanging van die maatregel, of indien zodanig voorstel wordt
ingetrokken of verworpen, trekken Wij de maatregel onverwijld in.
Handelen in strijd met een voorschrift, vastgesteld krachtens artikel
7, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste een geldboete van de
tweede categorie. Het strafbare feit wordt beschouwd als een
overtreding.
Artikel 9
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Wet installaties
Noordzee.
Artikel 10
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 3 december 1964
JULIANA
De Minister van Justitie,
Y. Scholten
De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,
V. G. M. Marijnen
Uitgegeven de vierde december 1964
De Minister van Justitie,
Y. Scholten