WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet
stimulering zeescheepvaart in te trekken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet stimulering zeescheepvaart wordt ingetrokken.
ARTIKEL II
Het bepaalde bij en krachtens de Wet stimulering zeescheepvaart
blijft van toepassing met betrekking tot:
a. de rechten en verplichtingen die samenhangen met
structuurverklaringen en correctieverklaringen, welke voor de
intrekking van de Wet stimulering zeescheepvaart zijn afgegeven op
grond van die wet;
b. de aanvragen tot afgifte van een structuurverklaring welke
voor de intrekking van de Wet stimulering zeescheepvaart zijn
ingediend op grond van die wet, alsmede met betrekking tot de
rechten en verplichtingen die samenhangen met de eventuele op grond
van deze aanvragen af te geven structuurverklaringen;
c. de afgifte van correctieverklaringen, af te geven naar
aanleiding van structuurverklaringen als bedoeld in de onderdelen a
en b, en de met deze correctieverklaringen samenhangende
verplichtingen;
d. de instelling van beroep tegen een besluit op grond van de Wet
stimulering zeescheepvaart.
ARTIKEL III
Het bepaalde bij en krachtens artikel 26 van de Wet stimulering
zeescheepvaart blijft van toepassing ten behoeve van het toezicht op de
naleving van de op grond van artikel II van toepassing blijvende
bepalingen, met dien verstande dat de toezichthouders niet beschikken
over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:15 en 5:17 tot en met
5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de derde augustus 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals