WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
te geven met betrekking tot de uitgifte, de verhandeling en de
uitbetaling van niet op naam gestelde spaarbewijzen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt
verstaan onder:
a. spaarbewijzen: waardepapieren aan toonder, welke een nominale
vordering op de uitgevende instelling inhouden en waarbij de rente
niet gedurende de looptijd opeisbaar wordt;
b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
c. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
d. representatieve organisatie: een organisatie, die met
betrekking tot de uitvoering van deze wet door Onze Minister, de
Bank gehoord, als representatieve organisatie voor een groep van
ondernemingen en instellingen is aangewezen.
Artikel 2
1. Indien de Bank met de representatieve organisaties
overeenstemming bereikt over de invoering van een regeling omtrent de
uitgifte, de verhandeling en de uitbetaling tegen inlevering van
spaarbewijzen, kunnen Wij deze regeling algemeen verbindend verklaren
ten aanzien van de ondernemingen en instellingen, die spaarbewijzen
uitgeven.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoeren van een algemeen
verbindend verklaarde regeling.
3. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede
lid treedt niet eerder in werking dan een maand na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing
wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der
Staten-Generaal.
Artikel 3
1. Voor de duur dat een regeling als bedoeld in artikel 2 van
kracht is, geldt het in de volgende leden bepaalde.
2. Overdracht en aanvaarding van spaarbewijzen is verboden tenzij
door tussenkomst van een lid van de Vereniging voor de Effectenhandel
dan wel de onderneming of instelling die de spaarbewijzen heeft
uitgegeven.
3. Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op
overdracht en aanvaarding van spaarbewijzen indien de overdracht en
aanvaarding geschieden door natuurlijke personen anders dan in de
uitoefening van hun beroep of bedrijf.
Artikel 3a
De onderneming of instelling die bedrijfsmatig een spaarbewijs
uitgeeft of een uitbetaling doet tegen inlevering van een spaarbewijs
onderscheidenlijk degene die tussenkomst verleent bij de overdracht en
aanvaarding van een spaarbewijs, stelt bij deze handeling de identiteit
van de tegenpartij onderscheidenlijk van degene die het spaarbewijs
overdraagt en van degene die het spaarbewijs aanvaardt, vast aan de hand
van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
identificatieplicht en neemt de aard en het nummer daarvan alsmede een
duidelijke omschrijving van het aantal, de soort en de onderscheiden
nummers van de betrokken spaarbewijzen op in de administratie.
Artikel 4
Handelen in strijd met een op grond van artikel 2 algemeen verbindend
verklaarde regeling of de krachtens artikel 2, tweede lid, gegeven
nadere regels is een strafbaar feit.
Artikel 5
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 6
Deze wet is niet van toepassing op:
a. waardepapieren, uitgegeven door publiekrechtelijke lichamen;
b. waardepapieren die zijn uitgegeven op een tijdstip, waarop een
regeling als bedoeld in artikel 2 niet van kracht is.
Artikel 7
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet inzake
spaarbewijzen.
2. Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 21 mei 1985
BEATRIX
De Minister van Financiën,
O. Ruding
De Staatssecretaris van Financiën,
H.E. Koning
Uitgegeven de elfde juni 1985
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes