Nadere regelgeving:
- Regeling laden en lossen
bulkschepen
- Regeling
tarieven scheepvaart 2005
WET van 15 december 2004, houdende regels
ten aanzien van het veilig laden en lossen van zeeschepen (Wet laden en
lossen zeeschepen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op
Richtlijn
nr. 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde
voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen
(PbEG 2002, L 13), noodzakelijk is regels te stellen ten aanzien van het
veilig laden en lossen van zeeschepen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij
daarin anders is bepaald, verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen
totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op
zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende
protocollen, aanhangsels en bijlagen;
c. laden- en lossenrichtlijn of -verordening: richtlijn,
onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie die berust op artikel 80, tweede lid,
van het EG-verdrag, betrekking heeft op de zeevaart en regels
stelt over procedures, taken en verantwoordelijkheden voor,
tijdens en na het laden of lossen van een schip, of over
technische eisen, informatieverschaffing of de afhandeling van
schade in verband met het laden of lossen;
d. gedelegeerde richtlijn of verordening: richtlijn of
verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die
berust op een laden- en lossenrichtlijn of -verordening;
e. vaste bulklading: vaste stortlading als bedoeld in
voorschrift XII/1 van het SOLAS-verdrag, met uitzondering van
graan;
f. bulkschip: een schip als bedoeld in voorschrift IX/1 van het
SOLAS-verdrag en resolutie 6 van de SOLAS-Conferentie van 1997,
waaronder wordt verstaan:
1°. een schip geconstrueerd met enkel dek, top-zijtanks en
hopper-zijtanks in de laadruimen, dat voornamelijk bestemd is
voor het vervoer van vaste lading in bulk;
2°. een ertsschip: een zeeschip met enkel dek, met twee
langsschotten en een dubbele bodem in het gehele
ladinggedeelte, dat bestemd is om uitsluitend in de
middenruimten ertsladingen te vervoeren; of
3°. een «combination carrier» als bedoeld in voorschrift
II-2/3 van het SOLAS-verdrag;
g. terminal: een vaste, drijvende of mobiele voorziening die is
uitgerust voor het laden of lossen van vaste bulklading in of uit
bulkschepen en die daarvoor wordt gebruikt;
h. terminalexploitant: de eigenaar van een terminal, of een
andere organisatie of persoon aan wie de eigenaar de
verantwoordelijkheid voor de laad- en losverrichtingen in de
terminal voor een bepaald bulkschip heeft overgedragen;
i. kapitein: de gezagvoerder van een bulkschip of de
scheepsofficier die door de gezagvoerder voor laad- of
losverrichtingen is aangewezen;
j. ISO: Internationale Organisatie voor Standaardisatie;
k. laad- of losplan: het plan, bedoeld in artikel 9, eerste
lid;
l. toezichthouder: degene die, tenzij anders is bepaald,
krachtens artikel 15, eerste of tweede lid, is aangewezen,
voorzover hij een taak uitoefent waarmee hij is belast;
m. klassenbureau: rechtspersoon die gemachtigd is om namens de
vlaggenstaat onderzoeken te verrichten ten behoeve van de
certificering van een schip;
n. inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van de Inspectie
Verkeer en Waterstaat;
o. ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat: de door
Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en
Waterstaat.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij
daarin anders is bepaald, onder graan mede verstaan: tarwe, mais,
haver, rogge, gerst, rijst, peulvruchten, zaden en hun bewerkte
vormen, waarvan het gedrag gelijk is aan dat van graan in onbewerkte
staat.
Artikel 2
1.Deze wet is van toepassing op:
a. zeegaande bulkschepen die een terminal aandoen voor het
laden of lossen van vaste bulklading;
b. terminals die worden aangedaan door bulkschepen waarop deze
wet van toepassing is.
2.Deze wet is niet van toepassing op voorzieningen die slechts in
uitzonderlijke omstandigheden gebruikt worden voor het laden of lossen
van vaste bulklading in of uit bulkschepen, noch wanneer voor het
laden of lossen uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de uitrusting
van het bulkschip.
Hoofdstuk 2. Voorschriften voor laden of lossen
§ 1. Verplichtingen van de terminalexploitant
Artikel 3
1.De terminalexploitant controleert of een bulkschip dat een door
hem geëxploiteerde terminal aandoet, operationeel geschikt is voor
het laden of lossen van vaste bulklading.
2.Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke aspecten van
een bulkschip ter voldoening aan het eerste lid moeten worden
gecontroleerd.
Artikel 4
1.De terminalexploitant zorgt ervoor dat:
a. voor het laden of lossen van vaste bulklading alleen
bulkschepen in de terminal worden toegelaten die veilig kunnen
afmeren, rekening houdend met bij ministeriële regeling vast te
stellen factoren die in dat verband relevant zijn;
b. handleidingen worden opgesteld en ter beschikking worden
gesteld van de kapiteins van bulkschepen die de terminal aandoen
om vaste bulklading te laden of te lossen.
2.Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke informatie in de
handleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, moet worden
opgenomen.
Artikel 5
1.De terminalexploitant zorgt ervoor dat in de terminal een
gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem wordt ontwikkeld en toegepast,
dat voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen ISO-normen of
daaraan gelijkwaardige normen.
2.Het kwaliteitszorgsysteem wordt onderhouden overeenkomstig de
normen, bedoeld in het eerste lid, en periodiek aan controles
onderworpen overeenkomstig bij ministeriële regeling aan te wijzen
ISO-normen of daaraan gelijkwaardige normen.
3.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede
lid.
Artikel 6
De terminalexploitant stelt een of meer personen aan als
terminalvertegenwoordigers, die belast zijn met de voorbereiding,
uitvoering en voltooiing van laad- of losverrichtingen in de terminal
ten behoeve van een bepaald bulkschip.
§ 2. Verplichtingen van de kapitein en de terminalvertegenwoordiger
Artikel 7
1.De kapitein verstrekt de terminalvertegenwoordiger ruim voor het
vermoedelijke aankomsttijdstip van het bulkschip bij de terminal de
bij ministeriële regeling vast te stellen informatie.
2.De terminalvertegenwoordiger verstrekt, nadat hij de eerste
aankondiging van het vermoedelijke aankomsttijdstip van het bulkschip
heeft ontvangen, de kapitein de bij ministeriële regeling vat te
stellen informatie.
Artikel 8
1.De kapitein:
a. is te allen tijde verantwoordelijk voor het veilig laden of
lossen van het onder zijn gezag staande bulkschip;
b. verricht alvorens met laden of lossen wordt begonnen en
tijdens het laden of lossen de bij ministeriële regeling vast te
stellen taken;
c. zorgt ervoor dat hij de bij ministeriële regeling vast te
stellen gegevens heeft ontvangen alvorens vaste bulklading wordt
geladen.
2.De terminalvertegenwoordiger :
a. verricht alvorens met laden of lossen wordt begonnen en
tijdens het laden of lossen de bij ministeriële regeling vast te
stellen taken;
b. gaat na of de kapitein in een zo vroeg mogelijk stadium
beschikt over de bij ministeriële regeling vast te stellen
gegevens.
Artikel 9
1.De kapitein en de terminalvertegenwoordiger bereiken, alvorens
vaste bulklading wordt geladen of gelost, overeenstemming over een
laad- of losplan dat zeker stelt dat de voor dat bulkschip
vastgestelde maximale langskrachten en buigende momenten op het
bulkschip niet zullen worden overschreden gedurende het laden of
lossen. Het laad- of losplan gaat vergezeld van bij ministeriële
regeling vast te stellen controlelijsten.
2.Over iedere verandering in het laad- of losplan die volgens de
kapitein of de terminalvertegenwoordiger de veiligheid van het
bulkschip of de bemanning kan aantasten, wordt in de vorm van een
gewijzigd plan overeenstemming bereikt.
3.Het laad- of losplan, inclusief veranderingen van het plan, en de
controlelijsten, bedoeld in het eerste lid, worden door de kapitein en
de terminalvertegenwoordiger ondertekend ter bevestiging van hun
overeenstemming.
4.Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de
bij de totstandkoming of wijziging van het laad- of losplan en de
controlelijsten, bedoeld in het eerste lid, te gebruiken modellen.
Artikel 10
1.De kapitein en de terminalvertegenwoordiger voeren de laad- of
losverrichtingen uit volgens het overeengekomen laad- of losplan.
2.De terminalvertegenwoordiger houdt zich bij het laden of lossen
van vaste bulklading aan de in het laad- of losplan aangegeven
volgorde van de ruimen, de te laden of te lossen hoeveelheden en het
tempo waarmee wordt geladen of gelost.
3.Zonder voorafgaand overleg met en schriftelijke instemming van de
kapitein wijkt de terminalvertegenwoordiger niet af van het
overeengekomen laad- of losplan.
4.De kapitein en de terminalvertegenwoordiger brengen een
doeltreffende communicatie tot stand en houden deze ononderbroken in
stand, om op verzoeken om informatie over het verloop van het laden of
lossen te kunnen reageren en om te verzekeren dat prompt gevolg wordt
gegeven aan een bevel van de kapitein of de terminalvertegenwoordiger
om de laad- of losverrichtingen stop te zetten.
Artikel 11
1.Na het laden of lossen stellen de kapitein en de
terminalvertegenwoordiger een schriftelijke verklaring op, waarin zij
bevestigen dat het laden of lossen volgens het laad- of losplan, met
inbegrip van eventuele overeengekomen wijzigingen, is verlopen.
2.Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke overige informatie
in de schriftelijke verklaring wordt opgenomen.
Artikel 12
Het laad- of losplan en eventuele naderhand overeengekomen
wijzigingen worden door de kapitein en de terminalvertegenwoordiger
gedurende zes maanden bewaard.
Artikel 13
De terminalvertegenwoordiger stelt de toezichthouder, bedoeld in
artikel 15, eerste lid, en de kapitein terstond in kennis van door hem
aan boord van een bulkschip vastgestelde tekortkomingen waardoor de
veiligheid van het laden of lossen van vaste bulklading in gevaar kan
komen.
Artikel 14
1.Wanneer de structuur of de uitrusting van het bulkschip tijdens
het laden of lossen wordt beschadigd, wordt deze schade door de
terminalvertegenwoordiger aan de kapitein gemeld en zo nodig
gerepareerd.
2.Wanneer de schade, bedoeld in het eerste lid, voor de stevigheid
van de constructie, voor de waterdichtheid van de romp of voor de
essentiële technische installaties van het bulkschip nadelige
gevolgen kan hebben, worden de bevoegde autoriteiten van de
desbetreffende vlaggenstaat of het betrokken klassenbureau, en de
toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, daarvan door de
kapitein of de terminalvertegenwoordiger op de hoogte gebracht.
3.Zodra de terminalvertegenwoordiger of de kapitein aan de
ingevolge het tweede lid op hem rustende verplichting heeft voldaan,
is die verplichting voor de ander opgeheven.
4.De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, beslist of
de schade, bedoeld in het tweede lid, onverwijld moet worden
gerepareerd, waarbij hij rekening houdt met het eventuele advies van
de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat of het betrokken
klassenbureau, en met dat van de kapitein.
Hoofdstuk 3. Toezicht
Artikel 15
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
wet bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en
Waterstaat.
2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, zijn
tevens belast de bij besluit van Onze Minister voor bepaalde taken
aangewezen ambtenaren van andere diensttakken. Indien de aanwijzing
ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat
van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in
overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop de in het eerste of tweede lid bedoelde
ambtenaren hun taak uitoefenen.
4. Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt
mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Hoofdstuk 4. Sancties
Artikel 16
1. De toezichthouder zet het laden of lossen van vaste bulklading
stop indien hij duidelijke aanwijzingen heeft dat de veiligheid van
het bulkschip of de bemanning door de laad- of loshandelingen in
gevaar zou worden gebracht.
2. De toezichthouder kan het laden of lossen van vaste bulklading
stopzetten ter handhaving van het verbod, bedoeld in artikel 19,
eerste lid, een verbod als bedoeld in artikel 24, vierde lid, of
indien een aanwijzing als bedoeld in artikel 22 niet wordt opgevolgd.
3. De toezichthouder heft de stopzetting van het laden of lossen op
grond van het eerste lid op indien de veiligheid van het bulkschip of
de bemanning door de laad- of loshandelingen niet meer in gevaar zal
worden gebracht.
4. Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
toepassing op de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.
Artikel 17
1. De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan een
bulkschip aanhouden, indien schade die tijdens het laden of lossen van
vaste bulklading is ontstaan de veiligheid van het bulkschip of de
bemanning in gevaar zou kunnen brengen.
2. De toezichthouder heft de aanhouding op indien de schade zodanig
is gerepareerd dat de veiligheid van het bulkschip of de bemanning
niet meer in gevaar zal worden gebracht.
3. Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
toepassing op de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.
Artikel 18
1.In afwijking van artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht geschiedt de bekendmaking van het besluit tot
stopzetting van het laden of lossen of aanhouding voorzover dat
gericht is tot het bulkschip, door uitreiking van dit besluit aan de
kapitein.
2.Indien uitreiking aan de kapitein niet mogelijk is, geschiedt de
bekendmaking van een besluit als bedoeld in het eerste lid door
uitreiking van dit besluit aan de naar het oordeel van de
toezichthouder daarvoor meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk
gevolgd door kennisgeving aan de kapitein.
3.De toezichthouder stelt de administratie van de desbetreffende
vlaggenstaat of de consul, of bij zijn afwezigheid, de
dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger, onmiddellijk
schriftelijk van de stopzetting van het laden of lossen of de
aanhouding en de omstandigheden die tot de stopzetting of aanhouding
hebben geleid, in kennis.
4.Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing
op besluiten tot opheffing van de stopzetting van het laden of lossen
of tot opheffing van de aanhouding.
Artikel 19
1.Het is de terminalexploitant verboden om bulkschepen in zijn
terminal te laden of te lossen zonder aan de bij of krachtens de
artikelen 3 tot en met 6 op hem rustende verplichtingen te voldoen.
2.Indien het laden of lossen is stopgezet, is het de kapitein, de
terminalvertegenwoordiger en -exploitant verboden om het laden of
lossen voort te zetten, dan wel het laden of lossen, zolang de
stopzetting niet is opgeheven, te hervatten.
3.Het is de kapitein van een aangehouden bulkschip verboden dat
schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van de
toezichthouder.
4.Het is de kapitein van een aangehouden bulkschip verboden om met
dat schip uit te varen.
5.Zonder voorafgaande toestemming als bedoeld in het derde lid, of
zolang het bulkschip is aangehouden, weigeren alle betrokken
ambtenaren en registerloodsen hun medewerking bij de uitklaring en de
verplaatsing van het bulkschip.
Hoofdstuk 5. Rechtsbescherming
Artikel 20
1.Tegen besluiten van een toezichthouder kan iedere belanghebbende
beroep instellen bij Onze Minister.
2.Artikel 6:5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet
van toepassing op beroepschriften in de Engelse taal.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Artikel 21
1.Onze Minister verleent op aanvraag voor ten hoogste twaalf
maanden ontheffing van de verplichting, bedoeld in artikel 5 ten
behoeve van een terminal die na 5 februari 2005 in werking wordt
genomen, indien de terminalexploitant voldoende heeft aangetoond
voornemens te zijn in die terminal een kwaliteitszorgsysteem als
bedoeld in artikel 5, eerste lid, in te voeren.
2.In aanvulling op artikel 4.2, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld
met betrekking tot de aanvraagprocedure.
Artikel 22
De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan een
aanwijzing geven aan de terminalvertegenwoordiger en de kapitein over de
toepassing van de artikelen 9 tot en met 11.
Artikel 23
1.De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en
de afgifte van de ontheffing, bedoeld in artikel 21, eerste lid, of
een ontheffing als bedoeld in artikel 24, vijfde lid, alsmede
duplicaten en gewaarmerkte afschriften van een ontheffing, worden ten
laste gebracht van de aanvrager van de ontheffing.
2.De tarieven ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële
regeling vastgesteld.
3.In de regeling, bedoeld in het tweede lid, kan worden bepaald dat
de vergoeding van kosten voorafgaand aan de behandeling van de
aanvraag en de afgifte van de ontheffing, alsmede duplicaten en
gewaarmerkte afschriften van de ontheffing, of in termijnen wordt
betaald.
Artikel 24
1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter
implementatie van laden- en lossenrichtlijnen of ter uitvoering van
bepalingen uit het SOLAS-verdrag die betrekking hebben op de zeevaart
en regels stellen over procedures, taken en verantwoordelijkheden
voor, tijdens en na het laden of lossen van een schip, of over
technische eisen, informatieverschaffing of de afhandeling van schade
in verband met het laden of lossen, regels worden gesteld.
2.Bij ministeriële regeling kunnen voor de goede uitvoering van
laden- en lossenverordeningen en gedelegeerde verordeningen regels
worden gesteld.
3.Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van
gedelegeerde richtlijnen regels worden gesteld.
4.Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan
worden bepaald dat het de terminalexploitant verboden is om schepen in
zijn terminal te laden of te lossen zonder aan de bij of krachtens
bepaalde artikelen van die algemene maatregel van bestuur of bij
bepaalde artikelen van de regeling op hem rustende verplichtingen te
voldoen.
5.Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan
ter implementatie van laden- en lossenrichtlijnen, gedelegeerde
richtlijnen, of ter uitvoering van bepalingen uit het SOLAS-verdrag
als bedoeld in het eerste lid of voor de goede uitvoering van laden-
en lossenverordeningen en gedelegeerde verordeningen worden bepaald
dat Onze Minister ontheffing kan verlenen van de bij of krachtens die
regels gestelde verboden en verplichtingen.
6.Een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid kan onder
beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften
worden verbonden.
7.Een gedraging in strijd met de in het zesde lid bedoelde
beperkingen en voorwaarden is verboden.
Artikel 25
Een wijziging van het SOLAS-verdrag gaat voor de toepassing van deze
wet gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging
internationaal in werking treedt, tenzij bij ministerieel besluit, dat
in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, anders wordt bepaald.
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 26
Aan artikel 5, eerste lid, wordt:
a. wat betreft de ontwikkeling en toepassing van het
kwaliteitszorgsysteem uiterlijk met ingang van 5 februari 2005
voldaan;
b. wat betreft de certificering van het kwaliteitszorgsysteem
uiterlijk met ingang van 5 februari 2006 voldaan.
Artikel 27
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 28
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel
16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 29
Deze wet wordt aangehaald als: Wet laden en lossen zeeschepen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 15 december 2004
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs
Uitgegeven de drieëntwintigste december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|