WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de
Staat der Nederlanden bij het samengaan van de Nederlandsche
Middenstandsbank N.V. en de Postbank N.V. deelneemt in het kapitaal van
de naamloze vennootschap waarin beide banken samenwerken, en dat
ingevolge artikel 40 van de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671)
voor deze deelneming machtiging bij wet is vereist;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Onze Minister van Financiën is gemachtigd om namens de
Staat der Nederlanden deel te nemen in het kapitaal van de naamloze
vennootschap die in het kader van het samengaan van de naamloze
vennootschap Nederlandsche Middenstandsbank N.V. en de naamloze
vennootschap Postbank N.V. houdster zal zijn van de aandelen in de
Postbank N.V. en van de aandelen in de Nederlandsche Middenstandsbank
N.V. dan wel van de aandelen in de vennootschap waarin de activa en
passiva van de Nederlandsche Middenstandsbank N.V. zullen worden
ondergebracht.
2. De machtiging is beperkt tot het houden van een belang van ten
hoogste negen en veertig procent van het kapitaal van de naamloze
vennootschap.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 april 1989
BEATRIX
De Minister van Financiën,
H.O.C.R. Ruding
Uitgegeven de tweede mei 1989
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes