WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat een
rechtspersoon wordt aangewezen die aanvullende
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tegen een maximumpremie aanbiedt
aan categorieën van werknemers die een verhoogd
arbeidsongeschiktheidsrisico en dat andere verzekeraars en
pensioenfondsen bijdragen in de tekorten van deze rechtspersoon;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
b. aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering: de overeenkomst
van verzekering van het risico van inkomensderving ten gevolge van
arbeidsongeschiktheid, waaruit, in aanvulling op een wettelijk
geregelde loongerelateerde arbeidsongeschiktheidsuitkering, een aan
het laatstverdiende loon gerelateerd recht op uitkering kan
voortvloeien, met uitzondering van de overeenkomst van verzekering
van uitsluitend het risico van inkomensderving ten gevolge van
arbeidsongeschiktheid voor zover deze inkomensderving uitgaat boven
70% van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een
loontijdvak van een dag;
c. verzekeraar: een verzekeraar:
1°. die in het bezit is van de ingevolge artikel 24, eerste
lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste
vergunning of heeft voldaan aan de ingevolge de artikelen 37 of 38
van die wet vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor
in Nederland; of
2°. die heeft voldaan aan de vereiste procedure als bedoeld in
de artikelen 111, eerste lid, onderdelen a tot en met c,
of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid,
onderdelen a tot en met c, of derde lid, of 118,
tweede of vijfde lid, van genoemde wet indien het de aldaar
bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft;
d. pensioenfonds:
1°. een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel b of onderdeel c, van de Pensioen- en
spaarfondsenwet, met uitzondering van een pensioenfonds dat
uitsluitend toezeggingen als bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet uitvoert,
en met uitzondering van een pensioenfonds als bedoeld in artikel
1, zesde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;
2°. de door Onze Minister aangewezen rechtspersoon die
fungeert als pensioenfonds voor werknemers in de zin van de Wet
sociale werkvoorziening;
e. werknemer: een werknemer als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5,
7, 7a en 7b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de persoon die op grond
van artikel 81 van die wet is toegelaten tot de vrijwillige
verzekering;
f. werkgever: een werkgever als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10
en 11 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
g. Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- &
Verzekeringskamer, bedoeld in artikel 2 van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf 1993;
h. Vereveningsinstantie: de Vereveningsinstantie, bedoeld in
artikel 6.
Artikel 2
1. Eén rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid wordt
door Onze Minister aangewezen en kan slechts door Onze Minister worden
aangewezen indien deze uitsluitend tot doel heeft tegen een
maximumpremie aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, waaruit
een recht op uitkering kan voortvloeien tot ten hoogste 70% van het
laatstverdiende loon en tot ten hoogste 70% van het in artikel 17,
eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde
bedrag, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, aan te bieden
aan werknemers indien geldt dat:
a. aan het door tussenkomst van hun werkgever geen aanvullende
arbeidsongeschiktheidsverzekering is aangeboden en evenmin aan andere
werknemers in dienst van hun werkgever door tussenkomst van hun
werkgever een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is
aangeboden;
b. voor hen, volgens door de aangewezen rechtspersoon te stellen
maatstaven, een zodanig verhoogd risico van arbeidsongeschiktheid
bestaat dat zij niet verzekerd kunnen worden bij een andere
verzekeraar tegen een premie lager dan de in de aanhef bedoelde
maximumpremie;
c. zij zich vóór 1 december 1993 bij een andere dan de krachtens
dit artikel aangewezen verzekeraar voor een aanvullende
arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben aangemeld of, indien het
personen betreft die op grond van artikel 81 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn toegelaten tot de vrijwillige
verzekering, zij zich vóór 15 januari 1994 hebben aangemeld.
2. Na de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is de
rechtspersoon gehouden aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden te
blijven voldoen en aan de werknemers voor wie het in het eerste lid,
onder a, b en c gestelde geldt, een
arbeidsongeschiktheidsverzekering als bedoeld in het eerste lid aan te
bieden.
3. Onze Minister treft de aanwijzing in indien geen enkele
werknemer bij de rechtspersoon is verzekerd.
4. Een besluit tot aanwijzing of intrekking daarvan wordt in de Staatscourant
geplaatst.
Artikel 3
1. De krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon stelt
jaarlijks de omvang van de door hem geleden schaden vast.
2. De krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon stelt
jaarlijks het bedrag vast dat moet worden aangemerkt als het deel van de
in het eerste lid bedoelde omvang van de schaden vermeerderd met de aan
de bedrijfsuitoefening verbonden kosten, met inbegrip van de kosten van
de uitoefening van de taak van de Vereveningsinstantie, dat niet kan
worden betaald uit de over dezelfde periode verdiende premies.
Artikel 4
Verzekeraars die vanuit een vestiging in Nederland als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf 1993 of door middel van het verrichten van diensten
als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel q, van die wet in
Nederland de risico's dekken waarop aanvullende
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen betrekking hebben, alsmede
pensioenfondsen die dergelijke risico's dekken, en de Minister van
Defensie namens het Rijk, betalen aan de krachtens artikel 2 aangewezen
rechtspersoon, het in artikel 3, tweede lid, bedoelde bedrag,
overeenkomstig de ingevolge artikel 5 geldende vereveningsregeling.
Artikel 5
1. Door Onze Minister aangewezen representatieve organisaties
van verzekeraars en pensioenfondsen kunnen in gezamenlijke
overeenstemming een vereveningsregeling vaststellen aan de hand
waarvan wordt bepaald welk deel van het in artikel 3, tweede lid,
bedoelde bedrag aan de krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon op
aanslag door elke afzonderlijke verzekeraar en elk afzonderlijk
pensioenfonds als bedoeld in artikel 4, en de Minister van Defensie
namens het Rijk, moet worden betaald, alsmede op welk tijdstip dit
moet worden betaald.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde organisaties niet binnen
acht weken na inwerkingtreding van deze wet in gezamenlijke
overeenstemming een vereveningsregeling als bedoeld in het eerste lid
vaststellen, stelt de Vereveningsinstantie een vereveningsregeling als
bedoeld in het eerste lid vast.
3. Indien een organisatie als bedoeld in het eerste lid bij de
Vereveningsinstantie een verzoek indient tot wijziging van een
overeenkomstig het eerste lid vastgestelde vereveningsregeling, kan de
Vereveningsinstantie een vereveningsregeling als bedoeld in het eerste
lid vaststellen welke in de plaats treedt van de overeenkomstig het
eerste lid vastgestelde regeling.
4. Een door de Vereveningsinstantie vastgestelde
vereveningsregeling geldt totdat organisaties als bedoeld in het eerste
lid na die vaststelling in gezamenlijke overeenstemming een
vereveningsregeling als bedoeld in het eerste lid vaststellen die alsdan
in de plaats treedt van de door de Vereveningsinstantie vastgestelde
regeling.
5. De krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon draagt zorg
voor plaatsing van de geldende vereveningsregeling in de Staatscourant.
6. Elke afzonderlijke verzekeraar die risico's dekt waarop
aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen betrekking hebben, elk
afzonderlijk pensioenfonds dat dergelijke risico's dekt, alsmede de
Minister van Defensie namens het Rijk, slaat het bedrag dat ingevolge de
krachtens dit artikel geldende vereveningsregeling verschuldigd is, om
over alle personen die voor de dekking van dit risico premie betalen. De
premie wordt door de verzekeraar, het pensioenfonds of de Minister van
Defensie voor elk van deze personen verhoogd met de in de vorige zin
bedoelde omslag die deel uitmaakt van de premie.
Artikel 6
1. Er is een Vereveningsinstantie.
2. De Vereveningsinstantie bezit rechtspersoonlijkheid en heeft
haar zetel op een door Onze Minister te bepalen plaats.
Artikel 7
1. De Vereveningsinstantie heeft een bestuur dat bestaat uit
een door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen oneven aantal
leden onder wie de voorzitter.
2. De leden worden benoemd door de Pensioen- &
Verzekeringskamer voor een periode van vier jaar.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer benoemt één lid tot
voorzitter.
4. De leden kunnen door de Pensioen- & Verzekeringskamer
worden geschorst en ontslagen.
5. De persoon die tussentijds als lid wordt benoemd, treedt af op
het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten
aftreden.
Artikel 8
De Pensioen- & Verzekeringskamer regelt de tijdverzuimvergoeding
en de vergoeding voor reis- en verblijfkosten van de leden van het
bestuur van de Vereveningsinstantie.
Artikel 9
Het bestuur van de Vereveningsinstantie stelt een reglement van
werkzaamheden vast waarin in elk geval de openbaarheid van de
vergaderingen wordt geregeld.
Artikel 10
De kosten van de uitoefening van de taak van de Vereveningsinstantie
komen ten laste van de krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon.
Artikel 11
1. Verzekeraars en pensioenfondsen als bedoeld in artikel 4
melden zich binnen zes weken na aanwijzing van een rechtspersoon
krachtens artikel 2 dan wel binnen zes weken nadat zij voor de eerste
keer in Nederland een risico dekken waarop aanvullende
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen betrekkingen hebben, uit eigen
beweging bij de krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon.
2. Verzekeraars en pensioenfondsen als bedoeld in artikel 4,
alsmede de Minister van Defensie namens het Rijk, verstrekken aan de
krachtens artikel 2 aangewezen rechtspersoon alle gegevens en
inlichtingen die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van de ingevolge artikel 5 geldende vereveningsregeling.
Artikel 12
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet medefinanciering aanvullende
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Artikel 14
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 22 december 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Wallage
De Minister van Financiën,
W. Kok
Uitgegeven de dertigste december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin