WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat het
Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf wordt geprivatiseerd, dat voor
deze privatisering een wettelijke machtiging op grond van artikel 40 van
de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671) vereist is en dat het
daarnaast gewenst is, enige andere wettelijke regelingen ter zake te
treffen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. het Staatsbedrijf: het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf;
c. de NV SDU: de naamloze vennootschap, bedoeld in artikel 2;
d. de overgangsdatum: de datum van oprichting van de NV SDU;
e. het personeelslid: degene die op de dag voor de overgangsdatum
in dienst is bij het Staatsbedrijf, hetzij als ambtenaar, hetzij op
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Artikel 2
1. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat der
Nederlanden op te richten de naamloze vennootschap NV SDU v/h
Staatsdrukkerij/Uitgeverij, waarop van toepassing zijn de artikelen
158 tot en met 164 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en welke ten
doel heeft de uitoefening van het drukkerij- en uitgeverijbedrijf in
de meest ruime zin, mede ter voortzetting van de dienstverlening van
het Staatsbedrijf.
2. De vennootschap kan worden opgericht zonder dat op de datum
van oprichting een ondernemingsraad is ingesteld. Tot het tijdstip
waarop de NV SDU krachtens wettelijke verplichting een ondernemingsraad
heeft ingesteld worden de commissarissen benoemd, geschorst en ontslagen
door de algemene vergadering van aandeelhouders.
3. Onze Minister wordt gemachtigd om namens de Staat deel te
nemen in het bij de oprichting van de NV SDU door hem vast te stellen
kapitaal.
Artikel 3
1. Gehele of gedeeltelijke vervreemding van de deelneming door
de Staat in het kapitaal van de NV SDU vindt niet eerder plaats dan
veertien dagen nadat van het voornemen daartoe schriftelijk mededeling
is gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
2. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn door een
der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijke aantal
leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven nadere
inlichtingen te ontvangen over de voorgenomen vervreemding, zal de
vervreemding niet eerder plaatsvinden dan nadat deze inlichtingen zijn
verstrekt.
3. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn of binnen
veertien dagen nadat de in het tweede lid bedoelde inlichtingen zijn
ontvangen door een der Kamers als haar oordeel wordt uitgesproken dat de
voorgenomen vervreemding een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft,
zal de vervreemding eerst plaatsvinden na die machtiging.
Artikel 4
1. De vermogensbestanddelen van de Staat welke aan het
Staatsbedrijf worden toegerekend, gaan op de overgangsdatum onder
algemene titel over op de NV SDU, tegen de waarde te bepalen met
inachtneming van voorzieningen op de voet van artikel 374 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek.
2. Onze Minister kan bepaalde vermogensbestanddelen van de in het
eerste lid bedoelde overgang uitzonderen.
Artikel 5
De overgang van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 4, wordt
tot het beloop van het nominale bedrag van de bij oprichting geplaatste
aandelen of tot een door Onze Minister te bepalen hoger bedrag
aangemerkt als storting door de Staat op aandelen. Een dan nog blijkend
verschil is de NV SDU uit hoofde van een of meer leningen, waarvan de
voorwaarden door Onze Minister worden vastgesteld, verschuldigd aan de
Staat.
Artikel 6
1. Ieder personeelslid gaat over in dienst bij de NV SDU op een
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, ingaande op de
overgangsdatum.
2. De arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd. Indien het
personeelslid was aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd of
werkzaam was op arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, geldt de
arbeidsovereenkomst voor de niet verstreken tijd van de aanstelling voor
bepaalde tijd dan wel de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
3. De arbeidsovereenkomst betreft een functie die zoveel mogelijk
overeenkomt met de functie die het personeelslid laatstelijk vervulde in
dienst bij het Staatsbedrijf.
4. De arbeidsvoorwaarden in hun geheel zullen niet ongunstiger
zijn dan die welke voor het personeelslid golden uit hoofde van zijn
dienstverband bij het Staatsbedrijf. Onze Minister stelt nadere regels
ter zake.
5. Door het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst is het
personeelslid van rechtswege eervol ontslagen uit de dienst van de
Staat.
6. In afwijking van het eerste lid komt op de overgangsdatum geen
arbeidsovereenkomst tot stand met een personeelslid dat binnen een maand
na het in werking treden van deze wet aan Onze Minister heeft
medegedeeld dat het bezwaren heeft tegen de overgang in dienst bij de NV
SDU, tenzij het voor de overgangsdatum de bezwaren heeft ingetrokken.
Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot het onderzoek van
de bezwaren. Onze Minister beslist op de bezwaren.
7. Indien Onze Minister voor de overgangsdatum de bezwaren
ongegrond verklaart, komt, tenzij het personeelslid binnen een week na
de kennisgeving van de beslissing aan Onze Minister kenbaar maakt dit
niet te willen, een arbeidsovereenkomst tot stand op de overgangsdatum
dan wel, indien het einde van die week valt na de overgangsdatum, op de
dag, volgend op die week.
8. Indien Onze Minister voor de overgangsdatum de bezwaren geheel
of gedeeltelijk gegrond verklaart, kan hij beslissen dat het
personeelslid niet overgaat in dienst bij de NV SDU. Indien Onze
Minister niet een zodanige beslissing heeft genomen, komt, tenzij het
personeelslid binnen een week na de kennisgeving van de beslissing aan
Onze Minister kenbaar maakt dit niet te willen, een arbeidsovereenkomst
tot stand op de overgangsdatum dan wel, indien het einde van die week
valt na de overgangsdatum, op de dat volgend op die week. De inhoud van
die arbeidsovereenkomst is in overeenstemming met de beslissing van Onze
Minister.
9. Indien het personeelslid op of na de overgangsdatum de
bezwaren intrekt, komt een arbeidsovereenkomst tot stand op de dag,
volgend op de dag waarop het personeelslid de bezwaren heeft
ingetrokken.
10. Indien Onze Minister op of na de overgangsdatum de bezwaren
ongegrond verklaart, komt, tenzij het personeelslid binnen een week na
de kennisgeving van de beslissing aan Onze Minister kenbaar maakt dit
niet te willen, een arbeidsovereenkomst tot stand op de dag, volgend op
die week.
11. Indien Onze Minister na de overgangsdatum de bezwaren geheel
of gedeeltelijk gegrond verklaart, kan hij de NV SDU verplichten het
personeelslid een arbeidsovereenkomst aan te bieden, waarvan de inhoud
in overeenstemming is met zijn beslissing.
Artikel 7
Ten aanzien van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde
vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld,
zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden. De
daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van
Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
Artikel 8
1. De onder het Staatsbedrijf berustende archiefbescheiden
worden ter beschikking gesteld aan de NV SDU. Daarvan wordt een
verklaring opgemaakt, die ten minste inhoudt een specificatie van de
archiefbescheiden. Onze Minister, de NV SDU en de algemene
rijksarchivaris bewaren ieder een exemplaar van deze verklaring.
2. De Archiefwet 1995 (Stb. 276) op de in het eerste lid
bedoelde archiefbescheiden van toepassing, met dien verstande, dat de
archiefbescheiden die ouder zijn dan vijfentwintig jaar, binnen een
tijdvak van vijf jaar door de NV SDU, door tussenkomst van Onze
Minister, worden overgebracht naar de algemene rijksarchiefbewaarplaats.
Artikel 9
1. Voor de heffing van de vennootschapsbelasting wordt het deel
van de onderneming van het Staatsbedrijf dat ingevolge artikel 4
overgaat, geacht niet te zijn gestaakt maar te worden voortgezet door
de NV SDU. Onze Minister van Financiën geeft bij beschikking nadere
regels ter zake.
2. Met betrekking tot de bedrijfsmiddelen die ingevolge artikel 4
overgaan van de Staat op de NV SDU treedt voor de toepassing van
Hoofdstuk V A van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Stb.
469) de NV SDU in de plaats van de Staat.
Artikel 10
Ter zake van de verkrijging van de vermogensbestanddelen van de
Staat, bedoeld in artikel 4, blijft heffing van overdrachtsbelasting
achterwege.
Artikel 11
1. De Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds
2000 is op de NV SDU niet van toepassing.
2. Bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst die
betrekking hebben op fondsen die uit hun aard een meer permanent
karakter dragen, zijn op de NV SDU niet van toepassing.
Artikel 12
De wet van 21 december 1928 (Stb. 474) tot aanwijzing van de
tak van rijksdienst, omvattende de Algemene Landsdrukkerij, voor een
beheer als bedoeld in artikel 88 van de Comptabiliteitswet, het
Reglement voor het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, vastgesteld
bij koninklijk besluit van 13 augustus 1947 (Stcrt. 167), het
koninklijk besluit van 18 maart 1966 (Stb. 102), nopens het
drukken, de prijsvaststelling en het verkrijgbaarstellen van drukwerken,
welke door het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf worden uitgegeven,
en de beschikking van de Staatssecretaris van Economische Zaken en de
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 14 juni 1972 (Stcrt.
121) tot vaststelling van het tarief, bedoeld in artikel 14e,
eerste lid, van het Handelsregisterbesluit worden op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip ingetrokken.
Artikel 13
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 14
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 15
Deze wet kan worden aangehaald als Wet NV SDU.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 15 september 1988
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
Uitgegeven de twintigste september 1988
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes