WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
bepalingen vast te stellen voor de omrekening in Nederlands geld van in
andere wetten of in internationale overeenkomsten in verband met
beperking van aansprakelijkheid genoemde, in goud uitgedrukte
rekeneenheden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. De in een gewicht fijn goud uitgedrukte rekeneenheden, die
in verband met beperking van aansprakelijkheid worden genoemd in door
Ons bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wetten of
internationale overeenkomsten, worden als volgt in Nederlands geld
omgerekend:
a. goudfranken met een gewicht van 65,5 milligram goud van een
gehalte van 900/1000 fijn worden gelijkgesteld met 1/15 bijzonder
trekkingsrecht;
b. goudfranken met een gewicht van 10/31 gram goud van een gehalte
van 900/1000 fijn worden gelijkgesteld met 1/3 bijzonder
trekkingsrecht;
c. rekeneenheden met een gewicht van 0,88867088 gram fijn goud
worden gelijkgesteld met één bijzonder trekkingsrecht.
2. Het in het eerste lid genoemde bijzonder trekkingsrecht is het
bijzonder trekkingsrecht zoals dat is omschreven door het Internationale
Monetaire Fonds. Het wordt omgerekend in Nederlands geld volgens de
waarderingsmethode die door het Fonds wordt toegepast voor zijn eigen
verrichtingen en transacties.
Artikel 2
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet omrekening in goud
uitgedrukte rekeneenheden. Zij treedt in werking op een door Ons te
bepalen tijdstip.
2. De omrekening in Nederlands geld met betrekking tot de
bedragen waartoe iemand zijn aansprakelijkheid ingevolge de bij de in
artikel 1 bedoelde algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wetten
of internationale overeenkomsten kan beperken, geschiedt volgens deze
wet, tenzij op het tijdstip van haar inwerkingtreding de omvang van die
aansprakelijkheid reeds door partijen was geregeld of door de rechter
was vastgesteld bij een uitspraak, die op dat tijdstip onherroepelijk
was, dan wel na dat tijdstip onherroepelijk wordt doordat partijen in
die uitspraak berusten of doordat de termijn voor het instellen van een
rechtsmiddel tegen die uitspraak verstrijkt.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lage Vuursche, 15 mei 1981
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
De Minister van Financiën,
Van der Stee
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
D.S. Tuijnman
Uitgegeven de vierde juni 1981
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter