Nadere regelgeving:
- Besluit raden van tucht voor
registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten
(vervallen)
WET van 13 december 1972, houdende nadere
regelen betreffende het accountantswezen
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de
wet nadere regelen te stellen betreffende het accountantswezen, in het
bijzonder met betrekking tot de dienstverlening op het gebied van de
accountancy en de daarmee verband houdende werkzaamheden ten behoeve van
ondernemingen, behorende tot het midden- of kleinbedrijf;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
b. NOvAA: de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten, bedoeld in artikel 2.
Titel II. De Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten
§ 1. Zetel en taak
Artikel 2
1.Er is een Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten die tot leden heeft degenen, die
zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36.
2.De NOvAA is gevestigd te 's-Gravenhage. Zij is een openbaar
lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet.
3.De NOvAA heeft tot taak de bevordering van een goede
beroepsuitoefening door Accountants-Administratieconsulenten en de
behartiging van hun gemeenschappelijk belang. Ten aanzien van
Accountants-Administratieconsulenten die werkzaamheden verrichten als
externe accountant als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet
toezicht accountantsorganisaties heeft de NOvAA tot taak de
bevordering van een goede beroepsuitoefening van deze accountants
binnen accountantsorganisaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel a,
van die wet. Haar taak omvat mede de zorg voor de eer van de stand van
de Accountants-Administratieconsulenten en het verzorgen of doen
verzorgen van de praktijkstage, bedoeld in artikel 54.
4.In afwijking van het eerste lid zijn degenen, die op grond van
artikel 38, onder b, juncto artikel 44, tweede lid, in het register
zijn ingeschreven, slechts lid van de NOvAA indien zij de wens daartoe
schriftelijk aan het bestuur van de NOvAA kenbaar hebben gemaakt.
Artikel 3
Het bestuur van de NOvAA verstrekt Onze Ministers desgevraagd alle
inlichtingen over alle zaken, de NOvAA betreffende.
Artikel 3a
Indien de NOvAA haar taken vervult met betrekking tot
Accountants-Administratieconsulenten die werkzaamheden verrichten als
externe accountant als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet
toezicht accountantsorganisaties, werkt de NOvAA , voor zover
noodzakelijk ten behoeve van de uitoefening van het toezicht ingevolge
de Wet toezicht accountantsorganisaties, samen met de Stichting
Autoriteit Financiële Markten. In de daartoe voorkomende gevallen
pleegt de NOvAA overleg met de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
Artikel 3b
1.De NOvAA kan, in afwijking van artikel 2:5 van de Algemene wet
bestuursrecht, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij
de uitoefening van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak,
verstrekken aan:
a. de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
b. een organisatorisch verband van marktpartijen, dat zich ten
doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering
door de Stichting Autoriteit Financiële Markten van het toezicht
op de naleving van de Wet toezicht accountantsorganisaties en
daartoe met de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft
gesloten; en
c. het Nederlands Instituut van Registeraccountants, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants;
voor zover de verstrekking nodig is voor de vervulling van hun taak
ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties, onderscheidenlijk
de Wet op de Registeraccountants.
2.Indien de NOvAA vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond
van het eerste lid heeft verstrekt aan een in dat lid bedoelde
instantie en die instantie verzoekt om die gegevens of inlichtingen te
mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt,
willigt de NOvAA dat verzoek slechts in:
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste
lid; of
b. voor zover die instantie op een andere wijze dan in deze wet
voorzien met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke
procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens
of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
Artikel 3c
De NOvAA kan, in afwijking van artikel 2:5 van de Algemene wet
bestuursrecht, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de
vervulling van de haar ingevolge artikel 2, derde lid, tweede volzin,
van deze wet opgedragen taak, verstrekken aan de accountantskamer,
bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties en, in hoger beroep, aan het College van Beroep
voor het bedrijfsleven.
§ 2. Inrichting
Artikel 4
De NOvAA heeft een ledenvergadering, een bestuur en een voorzitter.
Artikel 5
1.Het aantal leden van het bestuur wordt door de algemene
ledenvergadering bepaald, doch bedraagt tenminste zeven. De
bestuursleden worden door de ledenvergadering uit de leden van de
NOvAA voor vier jaren benoemd.
2.Jaarlijks treedt een deel der bestuursleden volgens een door de
ledenvergadering vast te stellen rooster af. Het rooster wordt zodanig
ingericht, dat voorzover mogelijk telkenmale hetzelfde aantal
bestuursleden aftreedt. De aftredenden zijn niet terstond
herbenoembaar.
3.Hij, die benoemd is ter vervulling van een tussentijds
opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens
plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4.De jaarlijkse benoeming van bestuursleden ter vervulling van de
ingevolge het tweede lid openvallende plaatsen geschiedt in de
bijeenkomst van de ledenvergadering, waarin overeenkomstig artikel 29
het bestuur rekening en verantwoording doet.
Artikel 6
De leden van het bestuur ontvangen vergoeding van reis- en
verblijfkosten.
Artikel 7 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 7a [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 8
1.De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter worden door de
ledenvergadering uit de bestuursleden telkens voor een jaar benoemd.
Behoudens ter vervulling van een tussentijds openvallende plaats
geschiedt de benoeming in de bijeenkomst van de ledenvergadering,
waarin overeenkomstig artikel 29 het bestuur rekening en
verantwoording doet.
2.De artikelen 5, derde lid, en 6 zijn ten aanzien van de
voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 9
1.Het personeel, dat de NOvAA en de bij of krachtens deze wet
ingestelde colleges voor de vervulling van hun taak behoeven, wordt
door of namens de NOvAA in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar
burgerlijk recht.
2.De ledenvergadering regelt bij verordening de voorwaarden,
waaronder de indienstneming geschiedt.
3.Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
§ 3. Werkwijze van de organen van de NOvAA
Artikel 10
Het bestuur roept de ledenvergadering bijeen, zo dikwijls het zulks
nodig oordeelt en voorts indien tenminste veertig leden van de NOvAA,
onder opgaaf van de te behandelen punten, om haar bijeenroeping
verzoeken.
Artikel 11
De voorzitter van de NOvAA bekleedt in de bijeenkomsten van de
ledenvergadering en in de bestuursvergaderingen het voorzitterschap.
Artikel 12
Het bestuur vergadert niet, wanneer niet tenminste de helft van het
aantal zitting hebbende leden is opgekomen.
Artikel 13
De leden van het bestuur zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor
hetgeen zij in de bestuursvergadering hebben gezegd of aan haar
schriftelijk hebben overgelegd.
Artikel 14
De leden van het bestuur stemmen zonder last of ruggespraak.
Artikel 15
De leden van het bestuur onthouden zich in de bestuursvergaderingen
van medestemmen over aangelegenheden, die hun, hun echtgenoten of hun
geregistreerde partners, hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad
ingesloten, degenen met wie zij in de uitoefening van een beroep voor
gemene rekening of onder gemeenschappelijke naam optreden, hun
werknemers, hun werkgevers, hun opdrachtgevers of degenen, op wie de in
de uitoefening van hun beroep verrichte werkzaamheden rechtstreeks
betrekking hebben, persoonlijk aangaan.
Artikel 16
1.De bijeenkomsten van de ledenvergadering worden in het openbaar
gehouden.
2.De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van de
aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3.De ledenvergadering beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
worden vergaderd.
Artikel 17
1.Indien bij het nemen van een beslissing geen der leden stemming
vraagt, is het voorstel aangenomen.
2.Stemming over personen vindt plaats bij gesloten en ongetekende
stembriefjes.
Artikel 18
1.Een stemming in een bijeenkomst van de ledenvergadering is
nietig, indien niet meer dan de helft van de stemmen is uitgebracht
van de ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde
stemgerechtigden.
2.Een stemming in een bestuursvergadering is nietig, indien niet
tenminste de helft van het aantal zittinghebbende leden, die zich niet
van medestemmen moeten onthouden, eraan heeft deelgenomen
3.Bij stemming over personen worden leden, die blanco briefjes
ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit artikel geacht aan de
stemming te hebben deelgenomen.
Artikel 19
1.Ieder lid kan slechts één stem uitbrengen.
2.Tenzij bij verordening anders is bepaald, kan een lid aan een
ander lid schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn
stem. Een lid kan voor ten hoogste drie andere leden een stem
uitbrengen. Leden van het bestuur kunnen niet als gevolmachtigde
optreden.
3.Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco
stemmen worden voor de toepassing van dit artikel geacht niet te zijn
uitgebracht.
Artikel 20
1.Bij staking van stemmen in een bijeenkomst van de
ledenvergadering of in een voltallige bestuursvergadering is, indien
het zaken betreft, het voorstel verworpen en beslist, indien het
personen betreft, het lot.
2.Bij staking van stemmen in een niet voltallige
bestuursvergadering wordt het nemen van een beslissing tot een
volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen
worden heropend. Indien de stemmen dan opnieuw staken, is het eerste
lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
1.De ledenvergadering kan bij verordening nadere regelen stellen
betreffende haar werkwijze en die van het bestuur.
2.Het bestuur kan nadere regelen stellen betreffende zijn
werkwijze, voor zover niet de ledenvergadering daarin bij verordening
heeft voorzien.
§ 4. Vervulling van de regelende en besturende taak
Artikel 22
Het bestuur bestuurt de NOvAA en voert het beheer over haar vermogen.
Artikel 23
De voorzitter vertegenwoordigt de NOvAA in en buiten rechte.
Artikel 24
1.De ledenvergadering maakt de verordeningen, die zij ter
vervulling van de in artikel 2, derde lid, omschreven taak nodig
oordeelt.
2.De ledenvergadering stelt ten behoeve van een goede uitoefening
van de werkzaamheden van Accountants-Administratieconsulenten bij
verordening gedrags- en beroepsregels vast, welke gelden voor alle
Accountants-Administratieconsulenten.
3.Voor zover uit deze wet niet anders blijkt, zijn de verordeningen
van de NOvAA slechts verbindend voor haar leden en organen.
4.De ledenvergadering stelt bij verordening regels vast terzake van
de onafhankelijkheid, het stelsel van kwaliteitsbeheersing en de
integere bedrijfsvoering van accountantsorganisaties als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties, welke verbindend zijn voor alle
accountantsorganisaties waarbinnen
Accountants-Administratieconsulenten hun beroep uitoefenen.
5.De ledenvergadering stelt bij verordening regels vast ter zake
van de behandeling van klachten door
Accountants-Administratieconsulenten, accountantsorganisaties als
bedoeld in het vierde lid, of andere kantoren waarbinnen
Accountants-Administratieconsulenten hun beroep uitoefenen.
6.De ledenvergadering kan de bevoegdheid tot het geven van nadere
voorschriften omtrent door haar bij verordening geregelde onderwerpen
overdragen aan het bestuur.
7.Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, met
betrekking tot de uitoefening van de werkzaamheden van
Accountants-Administratieconsulenten ter zake van het verrichten van
wettelijke controles als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet
toezicht accountantsorganisaties, en vierde lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 25
1.De voorschriften in de in artikel 24, tweede lid, bedoelde
verordening met betrekking tot de uitoefening van de werkzaamheden van
Accountants-Administratieconsulenten ter zake van het verrichten van
wettelijke controles als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
j, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, dienen dezelfde inhoud
te hebben als de desbetreffende voorschriften in de in artikel 19,
tweede lid, van de Wet op de Registeraccountants bedoelde verordening.
2.Met het oog op de uitvoering van het eerste lid wordt een ontwerp
voor de desbetreffende bepalingen van de verordening opgesteld door
een commissie, bestaande uit een gelijk aantal leden van de
Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten en van het
Nederlands Instituut voor Registeraccountants.
3.In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister van
Financiën, op voorstel van de NOvAA, bij ministeriële regeling
regels stellen met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde
onderwerp. Daarbij bepaalt Onze Minister van Financiën tevens welke
bepalingen uit de verordeningen, bedoeld in artikel 19, tweede lid,
van de Wet op de Registeraccountants en artikel 24, tweede lid, buiten
toepassing blijven.
4.Indien een verordening houdende de in het eerste lid bedoelde
voorschriften wordt vernietigd op grond van artikel 34 en de
ledenvergadering niet binnen zes maanden na de datum van vernietiging
een verordening heeft vastgesteld in overeenstemming met het bepaalde
in het eerste lid, worden de in dat lid bedoelde voorschriften
vastgesteld door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister
van Justitie.
Artikel 26
1.De ontwerpen van verordeningen worden door het bestuur op bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze openbaar gemaakt. Een
ieder kan gedurende drie weken na de openbaarmaking van een ontwerp
bij het bestuur zijn bedenkingen schriftelijk naar voren brengen. Het
bestuur brengt de naar voren gebrachte bedenkingen ter kennis van de
leden.
2.De verordeningen worden door het bestuur op bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen wijze bekendgemaakt. Indien zij de
goedkeuring van Onze Minister behoeven, geschiedt de bekendmaking niet
dan nadat de goedkeuring is verleend en wordt bij de bekendmaking aan
de voet van de verordening het besluit vermeld, waarbij deze is
goedgekeurd. De verordeningen treden, indien zij niet anders bepalen,
niet eerder in werking dan de tweede dag na die van de bekendmaking.
§ 5. De geldmiddelen van de NOvAA
Artikel 27
Het boekjaar van de NOvAA loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 28
Vóór de aanvang van het boekjaar stelt de ledenvergadering de
begroting van de NOvAA vast. Het bestuur dient daartoe een
ontwerpbegroting in, vergezeld van de nodige toelichting. Het ontwerp
wordt door het bestuur, tenminste twee weken vóór de behandeling
daarvan door de ledenvergadering, aan de leden toegezonden.
Artikel 29
1.Voor elk boekjaar benoemt de ledenvergadering uit de leden een
Accountant-Administratieconsulent bij wiens inschrijving in het in
artikel 36, eerste lid, bedoelde register een aantekening als bedoeld
in artikel 36, derde lid, is geplaatst, die belast is met de controle
op de financiële verantwoording, benevens een plaatsvervanger voor
deze.
2.De Accountant-Administratieconsulent brengt binnen dertien weken
na afloop van het betrokken boekjaar een verslag uit aan het bestuur.
3.Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar doet het bestuur
aan de ledenvergadering rekening en verantwoording over zijn in het
boekjaar gevoerde bestuur, onder overlegging van een balans en staat
van baten en lasten met toelichting en met een verklaring van een
Accountant-Administratieconsulent daarover. De balans, de staat van
baten en lasten, de toelichting en de verklaring van de
Accountant-Administratieconsulent worden door het bestuur, tenminste
twee weken vóór behandeling daarvan door de ledenvergadering, aan de
leden toegezonden.
4.De ledenvergadering stelt de rekening vast. De vaststelling
strekt tot décharge van het bestuur, behoudens in geval van later
gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
Artikel 30
1.De NOvAA kan van haar leden jaarlijks bijdragen heffen, waarvan
het bedrag voor elk boekjaar afzonderlijk door de ledenvergadering bij
verordening wordt vastgesteld. Het bedrag kan voor verschillende
categorieën van leden verschillend zijn.
2.De NOvAA kan bovendien de kosten van de werkzaamheden die zij
verricht ter beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening
van een Accountant-Administratieconsulent in rekening brengen bij haar
leden of de kantoren waarbinnen deze leden werkzaam zijn. Ter bepaling
van het verschuldigde bedrag worden door de ledenvergadering bij
verordening tarieven vastgesteld.
3.De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven
de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 31
De NOvAA draagt alle kosten en is gerechtigd tot alle baten, uit de
uitvoering van deze wet voortvloeiende.
Artikel 32
1.Het bestuur kan de krachtens deze wet aan de NOvAA verschuldigde
bedragen, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij
dwangbevel invorderen. Geen invordering behoort te geschieden dan
nadat de nalatige schuldenaar door het bestuur bij aangetekende brief
tot betaling is aangemaand, doch in gebreke is gebleven binnen de in
de aanmaning gestelde termijn, die tenminste tien dagen behoort te
bedragen, aan zijn verplichting te voldoen.
2.Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met
toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke
rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd.
§ 6. Toezicht op de NOvAA
Artikel 33
1.Indien een verordening van de NOvAA de goedkeuring van een Onzer
Ministers behoeft, wordt deze alleen geweigerd wegens strijd met het
recht of het algemeen belang.
2.Onze Minister kan bij een beslissing tot goedkeuring van een
verordening bepalen dat nadere voorschriften, overeenkomstig artikel
24, vierde lid, ter uitvoering van die verordening gegeven, eveneens
zijn goedkeuring behoeven. Het eerste lid is wat de goedkeuring van
die nadere voorschriften betreft van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34
1.Verordeningen en andere beslissingen van de NOvAA kunnen bij
koninklijk besluit worden vernietigd.
2.Van een besluit tot schorsing of vernietiging wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3.Het achterwege blijven van vernietiging binnen de termijn
waarvoor een beslissing is geschorst wordt, nadat de schorsing is
geëindigd, voor zover het een bekendgemaakte beslissing betreft, door
het bestuur op bij algemene maatregel te bepalen wijze bekendgemaakt.
Artikel 35
Het bestuur brengt jaarlijks vóór 1 augustus aan Onze Minister
verslag uit omtrent de werkzaamheden van de NOvAA in het afgelopen
boekjaar. Dit verslag wordt, tegen betaling van de kosten, algemeen
verkrijgbaar gesteld.
Titel III. Het register van Accountants-Administratieconsulenten
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 36
1.Er is een accountantsregister, waarin als
Accountant-Administratieconsulent op hun aanvraag worden ingeschreven
zij, die voldoen aan de bij deze wet gestelde eisen.
2.Bij elke inschrijving worden in het register vermeld de naam,
voornamen, geboortedatum en het adres van de betrokkene en de datum
der inschrijving.
3.Bij de inschrijving van degene die voldoet aan de bij artikel 38
voor inschrijving gestelde eis wordt de aantekening geplaatst dat hem
het in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
bedoelde onderzoek van jaarrekeningen kan worden opgedragen.
4.Het accountantsregister vermeldt de jegens een ingeschrevene
opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen, het tijdstip waarop deze zijn
ingegaan en, voor zover van toepassing, het tijdstip waarop deze
eindigen. Bij elke doorhaling van een inschrijving als bedoeld in
artikel 48, onder b en d, wordt de datum van doorhaling vermeld.
5.De vermelding van de tuchtrechtelijke maatregel, bedoeld in het
vierde lid, wordt uit het accountantsregister verwijderd, indien tien
jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de tuchtrechtelijke
maatregel is opgelegd.
6.Met het beheer van het accountantsregister is belast het bestuur
van de NOvAA.
Artikel 37
1.Het accountantsregister ligt voor een ieder kosteloos ter inzage
bij het bestuur van de NOvAA.
2.Tegen betaling van een vergoeding, volgens een door de
ledenvergadering bij verordening vast te stellen tarief, wordt aan een
ieder, die zulks verlangt, schriftelijk medegedeeld:
a. of een persoon in het register bedoeld in artikel 36 staat
ingeschreven;
b. of jegens ingeschrevene een tuchtrechtelijke maatregel is
opgelegd en wat de aard van de maatregel is;
c. of ten aanzien van een ingeschrevene een aantekening als
bedoeld in artikel 36, derde lid, is geplaatst.
3.Ten dienste van het Rijk, de provincies, de gemeenten en andere
publiekrechtelijke lichamen worden schriftelijke mededelingen als in
het tweede lid bedoeld kosteloos verstrekt.
4.Verordeningen vastgesteld krachtens het tweede lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
§ 2. Inschrijving in het accountantsregister
Artikel 38
In het accountantsregister kunnen worden ingeschreven degenen die:
a. beschikken over getuigschriften waaruit blijkt dat zij de
opleiding, bedoeld in artikel 53, met goed gevolg hebben afgerond;
of
b. beschikken over een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld
in artikel 57.
Artikel 39
Degene, die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36, is
gerechtigd tot het voeren van de titel Accountant-Administratieconsulent,
afgekort AA.
Artikel 40
Het is degene, die niet is ingeschreven in het register bedoeld in
artikel 36, verboden de titel Accountant-Administratieconsulent zonder
toevoeging dan wel in enigerlei samenstelling of afkorting te voeren,
dan wel zich zodanig te gedragen, dat daardoor bij het publiek
redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt, dat hij tot het voeren van
deze titel gerechtigd is.
Artikel 41
1.Het is degene, die niet is ingeschreven in het register bedoeld
in artikel 36 of in het register bedoeld in artikel 55 van de Wet op
de Registeraccountants verboden om anders dan in besloten kring de
benaming accountant zonder nadere toevoeging dan wel in enige
samenstelling of afkorting, anders dan die van registeraccountant of
Accountant-Administratieconsulent te voeren, danwel zich zodanig te
gedragen, dat daardoor bij het publiek redelijkerwijs de indruk moet
worden gewekt, dat hij tot het voeren van die benaming gerechtigd is.
2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het degene,
die in een dienstbetrekking werkzaam is, toegestaan de benaming
adjunct-accountant, assistent-accountant of een andere soortgelijke
benaming te voeren, indien hij werkzaamheden verricht onder
rechtstreekse verantwoordelijkheid van een in die dienstbetrekking
boven hem geplaatste accountant.
Artikel 42
Onze Minister kan bepalen dat degene, die is ingeschreven in het
register, bedoeld in artikel 36, en die een opleidings- of beroepstitel
of een afkorting daarvan voert, waartoe hij op grond van een wettelijke
regeling van een andere Staat dan Nederland is gerechtigd, bij het
voeren van die titel of afkorting tevens de naam en de plaats van
vestiging van de instelling of examencommissie, die deze titel heeft
verleend, moet vermelden.
Artikel 43
1. Degene, die in strijd handelt met het bepaalde in de artikelen
40 en 41, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
categorie.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn
overtredingen.
3. Indien tijdens het plegen van een in het eerste lid omschreven
overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling
van de schuldige wegens een dier overtredingen onherroepelijk is
geworden, wordt hij gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee
weken of geldboete van de tweede categorie. Onder vroegere
veroordeling wordt mede verstaan een vroegere veroordeling door een
strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens
soortgelijke feiten.
Artikel 44
1.De inschrijving wordt geweigerd:
a. indien de aanvrager niet voldoet aan de bij artikel 38 voor
inschrijving gestelde eis;
b. indien de aanvrager ingevolge in kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraak in staat van faillissement verkeert of ten
aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
van toepassing is;
c. indien de aanvrager ingevolge in kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld;
d. indien de aanvrager ingevolge rechterlijke uitspraak is
ontzet van het recht het accountantsberoep uit te oefenen;
e. indien gegronde vrees bestaat, dat de aanvrager na
inschrijving inbreuk zal maken op wettelijke voorschriften, de
Accountants-Administratieconsulenten betreffende, of dat zijn
inschrijving in het register bedoeld in artikel 36 uit anderen
hoofde de eer van de stand van
Accountants-Administratieconsulenten zal schaden.
2.Het eerste lid, onder e, is niet van toepassing op een aanvrager,
die beschikt over de in artikel 38, onder b, bedoelde verklaring,
indien hij zonder zich in Nederland te vestigen onderzoeken als
bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek bij wijze van dienstverlening wil verrichten, mits hij bevoegd
is tot het wettelijk voorgeschreven onderzoek van jaarrekeningen in
een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, anders dan Nederland, of
in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132).
Artikel 45
1.Hij, die in het accountantsregister wenst te worden ingeschreven,
dient daartoe een aanvraag in bij het bestuur, onder betaling van een
door de ledenvergadering bij verordening te bepalen bedrag.
2.Verordeningen vastgesteld krachtens het eerste lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
3.Onze Minister kan bepalen, welke gegevens bij de aanvraag dienen
te worden verstrekt.
4.Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag tot
inschrijving is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
toepassing.
Artikel 46 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 47
Het bestuur schrijft de aanvrager, te wiens aanzien tot inschrijving
is beslist, binnen drie dagen in het accountantsregister in.
Artikel 48
1.Het bestuur haalt een inschrijving in het accountantsregister
door:
a. in geval van overlijden van de ingeschrevene;
b. op verzoek van de ingeschrevene;
c. indien de ingeschrevene in een der in artikel 44, eerste
lid, onder b tot en met d, genoemde omstandigheden is komen te
verkeren;
d. ter tenuitvoerlegging van een daartoe strekkende
tuchtrechtelijke maatregel;
e. indien de accountantskamer een maatregel tot doorhaling van
de gegevens van de ingeschrevene in het register, bedoeld in
artikel 11 van de Wet toezicht accountantsorganisaties, heeft
opgelegd;
f. indien de ingeschrevene na de tenuitvoerlegging van een
dwangbevel in gebreke blijft de jaarlijkse bijdrage, bedoeld in
artikel 30, te voldoen.
2.Doorhaling van de inschrijving brengt mede verlies van de
betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van lid van de NOvAA ingevolge
het bij of krachtens deze wet bepaalde vereiste voor benoembaarheid of
verkiesbaarheid is.
Artikel 49
1.Hij, die in het accountantsregister ingeschreven is geweest met
een aantekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, wordt geacht te
voldoen aan de bij artikel 38 voor inschrijving gestelde eis.
2.Bij het indienen van een aanvraag om opnieuw in het
accountantsregister te worden ingeschreven moet, indien de vorige
inschrijving is doorgehaald op een der gronden, bedoeld in artikel 48,
eerste lid, onder c , het bewijs worden overgelegd, dat deze grond
heeft opgehouden te bestaan.
Artikel 50
Van elke doorhaling van een inschrijving in het accountantsregister
wordt door het bestuur op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
wijze mededeling gedaan.
Titel IV. Tuchtrechtspraak
Artikel 51
1.De Accountant-Administratieconsulent is bij het beroepsmatig
handelen onderworpen aan tuchtrechtspraak op de voet van de Wet
tuchtrechtspraak accountants ter zake van:
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens
deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd
met het belang van een goede uitoefening van het
accountantsberoep.
2.De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de
accountantskamer te Zwolle en in hoger beroep, tevens in hoogste
ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Titel IVa. Beroep
Artikel 52
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een
belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven.
Titel V. De opleiding tot Accountant-Administratieconsulent
Artikel 53
De opleiding tot Accountant-Administratieconsulent omvat bij algemene
maatregel van bestuur vast te stellen vakgebieden die voor de bij of
krachtens de wet vereiste controles van financiële verantwoordingen van
belang zijn, en voldoet aan de in artikel 56, eerste lid, onderdeel a,
bedoelde eindtermen.
Artikel 53a
1.Bij verordening wordt het beroepsprofiel van de
Accountant-Administratieconsulent vastgesteld.
2.De verordening, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring
van Onze Minister van Financiën.
Artikel 54
1.Gedurende ten minste drie jaar dient als onderdeel van de
opleiding een praktijkstage te worden gevolgd waarvoor de NOvAA zorg
draagt. De praktijkstage wordt afgesloten met een examen. Indien het
examen met goed gevolg is afgelegd, geeft de NOvAA daarvan een
getuigschrift af.
2.Bij verordening als bedoeld in artikel 24 worden met betrekking
tot de praktijkstage in elk geval geregeld:
a. de toelatingseisen;
b. de inhoud van het examen, de wijze waarop het examen wordt
afgenomen en de personen die bevoegd zijn het examen af te nemen;
c. de voorwaarden voor de toelating tot het afleggen van het
examen;
d. de voorwaarden voor het verkrijgen van vrijstelling van
bepaalde onderdelen van het examen;
e. de hoogte van de examengelden en te wiens laste deze komen.
3.De verordening, bedoeld in het tweede lid, behoeft de goedkeuring
van Onze Minister van Financiën.
Artikel 55
Bij de beoordeling of aan de toelatingeisen voor de praktijkstage is
voldaan, bepaalt de NOvAA aan de hand van de vastgestelde eindtermen,
bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, en de overgelegde
getuigschriften van opleidingen of een aanvulling op de genoten
opleiding noodzakelijk is.
Artikel 56
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding, bedoeld in artikel
69, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants, heeft tot taak:
a. het vaststellen van de eindtermen, met inachtneming van de
vakgebieden, bedoeld in artikel 53, en het beroepsprofiel, bedoeld
in artikel 53a;
b. het aanwijzen van opleidingen die geheel of gedeeltelijk
voldoen aan de in onderdeel a bedoelde eindtermen, met
uitzondering van de eindtermen die betrekking hebben op de
praktijkstage, voor zover deze opleidingen niet zijn
geaccrediteerd overeenkomstig artikel 5a.9 van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. het toetsen van de praktijkstage aan de mate waarin wordt
voldaan aan de eindtermen.
2.De vastgestelde eindtermen worden bekendgemaakt door plaatsing in
de Staatscourant.
Titel VI. De verklaring van vakbekwaamheid
Artikel 57
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding geeft een verklaring
van vakbekwaamheid af aan degene die:
a. beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij voldoet
aan de eisen van vakbekwaamheid die in een lidstaat van de
Europese Gemeenschappen, anders dan Nederland, of in een andere
Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte, krachtens wettelijke regeling worden gesteld
voor de toelating tot de controle van jaarrekeningen als bedoeld
in artikel 1 van de Achtste Richtlijn nr. 84/253/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 10 april 1984 op de grondslag
van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag inzake de toelating
van personen, belast met de controle van boekhoudbescheiden (PbEG
L 126); of
b. in andere gevallen dan bedoeld in het eerste onderdeel,
beschikt over een in een ander land dan Nederland verkregen
diploma of soortgelijk bewijsstuk, waaruit naar het oordeel van de
Commissie eindtermen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de
Wet op de Registeraccountants, eenzelfde niveau van vakbekwaamheid
blijkt als die, welke blijkt uit het met goed gevolg hebben
voltooid van de opleiding tot Accountant-Administratieconsulent;
en
c. met goed gevolg een examen heeft afgelegd waarbij de kennis
van de betrokkene van het Nederlandse recht wordt getoetst; en
d. met goed gevolg een examen heeft afgelegd waarbij de kennis
van de betrokkene van de voor de
Accountants-Administratieconsulenten geldende gedrags- en
beroepsregels wordt getoetst.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot het examen, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c. Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot
het examen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. De verordening,
bedoeld in de vorige volzin, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Artikel 58 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 59 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 60 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 61 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 62 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 63 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 64 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 65 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 66 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 67 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 68 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 69 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 70 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 71 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 72 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 73 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 74 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 75 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 76 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 77 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 78 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 79 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 80 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 81 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 82 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 83 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 84 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 85 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 86 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 87 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 88 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 89 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 90 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 91 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 92 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 93 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 94 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 95 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 96 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 97 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 98 [Vervallen per 01-10-2006]
Titel VII. Slotbepaling
Artikel 99
1.Met de opsporing van bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn,
behalve de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van
Strafvordering aangewezen ambtenaren, belast zij, die daartoe door
Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister zijn
aangewezen.
2.Van een krachtens het eerste lid vastgestelde beschikking wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 100
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 13 december 1972
JULIANA
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
J. Oostenbrink
De Minister van Justitie,
W.J. Geertsema
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
C. van Veen
Uitgegeven de achttiende januari 1973
De Minister van Justitie,
Van Agt
|