WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat op grond van additioneel
artikel XXV van de Grondwet een voorziening moet worden getroffen ter
zake van de adeldom;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Adeldom wordt verleend bij koninklijk besluit. De verlening kan
uitsluitend geschieden aan Nederlanders.
Artikel 2
1. De verlening van adeldom geschiedt door verheffing,
inlijving of erkenning.
2. Verheffing in de adel bij koninklijk besluit kan uitsluitend
plaatsvinden ten aanzien van leden van het koninklijk huis en van
voormalige leden daarvan binnen drie maanden na verlies van het
lidmaatschap van het koninklijk huis.
De verlening van de titels «Prins (Prinses) der Nederlanden» en
«Prins (Prinses) van Oranje-Nassau» wordt bij of krachtens de Wet
lidmaatschap koninklijk huis bepaald.
3. Inlijving in de Nederlandse adel kan slechts plaatsvinden ten
aanzien van personen wier geslacht behoort tot de wettelijk erkende adel
van een staat met een vergelijkbaar adelsstatuut en die het verzoek tot
inlijving hebben gedaan.
a. tezamen met het verzoek tot verlening van het Nederlanderschap;
b. tezamen met het afleggen van de verklaring ter verkrijging van
het Nederlanderschap door optie;
c. tezamen met het bereiken van de meerderjarigheid bij de
verkrijging van het Nederlanderschap van rechtswege indien de vader
van de verzoeker het Nederlanderschap niet van rechtswege heeft
verkregen.
4. Erkenning te behoren tot de Nederlandse adel kan uitsluitend
plaatsvinden ten aanzien van personen die behoren tot een geslacht dat
voor 1795 reeds tot de inheemse adel behoorde.
Artikel 3
Adeldom gaat ook volgens de bestaande regelingen met betrekking tot
adeldom over op buiten het huwelijk geboren kinderen.
Artikel 4
Bij de verlening van adeldom zijn taxa verschuldigd. Bij algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de taxa gesteld.
Artikel 5
Adeldom wordt vermeld op officiële documenten waar dit vereist is,
tenzij de betrokken persoon verzoekt, de vermelding achterwege te laten
of te verwijderen.
Artikel 6
1. Er is een Hoge Raad van Adel.
2. De Raad heeft tot taak Onze Minister van Binnenlandse Zaken te
adviseren over verzoeken tot verlening van adeldom.
3. De Raad is samengesteld uit vijf leden, die bij koninklijk
besluit worden benoemd en ontslagen.
Artikel 7
1. [Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
2. De bestaande regelingen met betrekking tot adeldom en de Hoge
Raad van Adel kunnen worden gewijzigd bij algemene maatregel van
bestuur.
Artikel 8
Inlijving in de Nederlandse adel kan plaatsvinden ten aanzien van
personen wier geslacht behoort tot de wettelijk erkende adel van een
staat met een vergelijkbaar adelsstatuut en daartoe een verzoek om
inlijving hebben gedaan binnen vijf jaar na de datum van
inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 9
Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de adeldom.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 10 mei 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
E. van Thijn
Uitgegeven de tweede juni 1994
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin