WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast
college van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken in te stellen
en dat het in verband met artikel 79 van de Grondwet noodzakelijk is
daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Er is een Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken.
Artikel 2
De Commissie heeft tot taak de regering en de beide kamers der
Staten-Generaal te adviseren inzake vraagstukken van internationaal
recht.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1998. Indien het
Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na
31 december 1997, treedt zij in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en
werkt zij terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 4
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Commissie van advies inzake
volkenrechtelijke vraagstukken.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 12 maart 1998
BEATRIX
De Minister van Buitenlande Zaken,
H.A.F.M. O. van Mierlo
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de zestiende april 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager