WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, in
verband met het Koninklijk besluit van 26 September 1936, N°. 52,
bekrachtigd bij de Wet van 30 September 1936 (Staatsblad N°.
101), goudclausules, voorkomende in bepaalde overeenkomsten, nietig te
verklaren;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Deze wet verstaat onder:
a. Goudclausules: alle clausules en alle bedingen, in welken vorm
of onder welke benaming ook opgesteld, welke de strekking hebben den
schuldeischer voor de gevolgen van waardedaling van den euro ten
opzichte van het goud geheel of ten deele te vrijwaren.
b. Binnenlandsche overeenkomsten: overeenkomsten, waarbij de door
den schuldenaar aangegane verplichting hetzij is uitgedrukt of mede
is uitgedrukt in een bepaald bedrag van de munt van het Koninkrijk,
hetzij is uitgedrukt uitsluitend in goudgewicht, hetzij in de
tegenwaarde daarvan in de munt van het Koninkrijk, indien althans op
26 September 1936 de nakoming dier verplichting slechts binnen het
Koninkrijk rechtsgeldig zou hebben kunnen plaats vinden.
Artikel 2
Ingevolge deze wet zijn nietig goudclausules, voorkomende in
binnenlandsche overeenkomsten van geldleening of van vestiging van
altijddurende renten, van verhuring of verpachting, of tot vestiging van
een zakelijk recht op een onroerende zaak, welke vóór 27 September
1936 zijn aangegaan.
Artikel 3
Wanneer in de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten de verplichting
van den schuldenaar hetzij is uitgedrukt of mede is uitgedrukt in
Nederlandsche gouden munt, hetzij is uitgedrukt uitsluitend in
goudgewicht, hetzij in de tegenwaarde daarvan in de munt van het
Koninkrijk, is de schuld gekweten, indien betaling plaats vindt van de
tegenwaarde van de verschuldigde hoeveelheid goud in munt van het
Koninkrijk, omgerekend tegen een koers van € 750,30 voor één
kilogram goud.
Artikel 4
Deze wet is niet van toepassing op de ter beurze van Amsterdam in de
Prijscourant van de Vereeniging voor den Effectenhandel genoteerde
geldleeningen.
Artikel 5
Deze wet kan worden aangehaald onder den naam: "Wet op de
goudclausules 1937".
Artikel 6
[1.] Deze wet treedt in werking met ingang van den dag na dien
harer afkondiging.
[2.] Zij werkt terug tot en met 26 September 1936.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize het Loo, den 24sten Mei 1937
WILHELMINA
De Minister van Justitie,
Van Schaik
De Minister van Financiën,
Oud
Uitgegeven den zeven en twintigsten Mei 1937
De Minister van Justitie,
Van Schaik