| |
|
|
|
|
vorige
WET
OP DE KANSSPELEN (WKS)
Tekst zoals deze geldt op
18 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Beschikking casinospelen 1996
- Kansspelenbesluit
- Speelautomatenbesluit 2000
- Speelautomatenregeling 2000
- Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren
van terrorisme
WET van 10 december 1964, houdende nadere
regelen met betrekking tot kansspelen
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, de
verspreide wettelijke bepalingen betreffende kansspelen te herzien en in
één wet onder te brengen en voorts de tijdelijke bepalingen
betreffende sportprijsvragen door blijvende te vervangen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Behoudens het in Titel Va van deze wet bepaalde is het verboden:
a. gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of
premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige
kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende
invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet
vergunning is verleend;
b. de deelneming hetzij aan een onder a bedoelde gelegenheid,
gegeven zonder vergunning ingevolge deze wet, hetzij aan een
overeenkomstige gelegenheid, gegeven buiten het Rijk in Europa, te
bevorderen of daartoe voor openbaarmaking of verspreiding bestemde
stukken in voorraad te hebben;
c. gebruik te maken van een onder a bedoelde gelegenheid, wetende
dat voor het geven daarvan geen vergunning ingevolge deze wet is
verleend;
d. opzettelijk in strijd met de waarheid het vermoeden te wekken
dat voor een gelegenheid als onder a bedoeld ingevolge deze wet
vergunning is verleend, of dat aan de verleende vergunning geen
voorschrift of niet al de gestelde voorschriften zijn verbonden.
Artikel 1a
1.Onder een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder a, wordt
tevens begrepen het piramidespel.
2.Onder het piramidespel wordt verstaan een gelegenheid waarbij
deelnemers een goed afgeven of een verplichting aangaan teneinde
daaruit een voordeel te verwerven dat geheel of ten dele afhankelijk
is van de afgifte van een goed of het aangaan van een verplichting
door latere deelnemers.
Artikel 2
Artikel 1 is niet van toepassing op:
a. gelegenheden als daarin bedoeld, die noch voor het publiek
zijn opengesteld, noch bedrijfsmatig worden gegeven;
b. levensverzekeringen, aangegaan met inachtneming van de
daarvoor geldende wettelijke bepalingen;
c. door een publiekrechtelijk lichaam tegen een niet hogere dan
de parikoers voor het publiek opengestelde werkelijke geldleningen,
die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente
geven, niet lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te
stellen percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die leningen
bijkomstig een kans op het winnen van premies is verbonden.
Artikel 3
1. Tenzij deze wet anders bepaalt kan voor een gelegenheid als in
artikel 1, onder a, bedoeld vergunning worden verleend, indien deze
gelegenheid wordt opengesteld uitsluitend ten einde met de opbrengst
daarvan enig algemeen belang te dienen. De vergunning wordt verleend
door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de aanwijzing van
de winnaars zal geschieden, indien de prijzen en premies gezamenlijk
geen grotere waarde hebben dan € 4500 en bij een grotere waarde door
Onze Minister van Justitie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor gelegenheden, waarbij
de spelers gemeenschappelijk aan een kansspel kunnen deelnemen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op piramidespelen.
4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de vergunning, bedoeld in het eerste lid en, voorzover
de vergunning door Onze Minister van Justitie wordt verleend, deze
betrekking heeft op een incidenteel kansspel.
Artikel 4
1.Onze Ministers van Justitie en van Financiën kunnen aan een
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid vergunning verlenen tot
het openstellen van een tegen een niet hogere dan de parikoers uit te
geven werkelijke geldlening, die een jaarlijkse en jaarlijks ter
beschikking te stellen rente geeft, niet lager dan een door Onze
Minister van Financiën vast te stellen percentage, terwijl aan de
schuldbewijzen van die lening bijkomstig de kans op het winnen van
premies is verbonden.
2.Een vergunning als in lid 1 bedoeld kan alleen worden verleend
voor geldleningen, uit te geven teneinde met het geplaatste geld enig
algemeen belang te dienen.
Artikel 5
1.Aan een vergunning, krachtens artikel 3 of artikel 4 verleend,
kunnen voorschriften worden verbonden. Zij worden in het besluit,
houdende de vergunning opgenomen.
2.In elk geval moet het voorschrift worden gesteld dat in alle
aankondigingen en voor openbaarmaking of verspreiding bestemde
stukken, de gelegenheid waarvoor de vergunning geldt betreffende,
worde vermeld wie de vergunning heeft verleend, onder aanhaling van
dagtekening en kenmerk van het besluit.
3.Een verleende vergunning kan worden ingetrokken indien een of
meer der daaraan verbonden voorschriften worden overtreden. De
gestelde voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 6
1.Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regelen
stellen met betrekking tot de voorschriften, te verbinden aan
vergunningen als bedoeld in artikel 3, alsmede met betrekking tot de
wijze waarop en de middelen waarmede de aanwijzing der winnaars moet
geschieden in gelegenheden, waarvoor ingevolge de artikelen 3 en 4
vergunning is verleend.
2.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met
betrekking tot het bedrag dat is verschuldigd voor de behandeling van
de aanvraag van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 4.
Daarbij worden tevens regels gegeven met betrekking tot het bedrag dat
jaarlijks door de vergunninghouder is verschuldigd, indien de
vergunning een geldigheidsduur heeft van meer dan een jaar.
Artikel 7
Het is de vergunninghouder verboden, enig voorschrift van een
krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, of
krachtens artikel 5 gesteld, niet in acht te nemen.
Titel Ia. Enige bijzondere vormen van kansspel
Artikel 7a
Het in Titel I bepaalde is niet van toepassing op het houden van
winkelweekacties en het organiseren van kleine kansspelen, indien wordt
voldaan aan de bepalingen van deze Titel.
Artikel 7b
1.Onder winkelweekacties worden verstaan die kansspelen, welke voor
bijzondere gelegenheden en ten hoogste tweemaal per jaar voor een
beperkte periode van ten hoogste vier weken worden georganiseerd door
een groepering van tien of meer ondernemers of filiaalhouders in de
detailhandel, het ambacht of het horecabedrijf, die in een of aan
elkaar grenzende gemeenten hun bedrijf uitoefenen.
2.Voor het houden van winkelweekacties als in lid 1 bedoeld moet
vergunning worden verkregen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
waaronder de gemeente waar de winkelweekactie zal worden gehouden,
ressorteert.
3.In het geval een winkelweekactie wordt georganiseerd in aan
elkaar grenzende gemeenten, die niet onder eenzelfde Kamer van
Koophandel en Fabrieken ressorteren, kan met vergunning van een Kamer
worden volstaan. De betrokken Kamer treedt, alvorens de gevraagde
vergunning te verlenen, in overleg met de Kamer, binnen wiens ressort
de betrokken winkelweekactie eveneens zal worden gehouden.
4.De vergunning wordt verleend, indien en op voorwaarde dat de
prijzen of premies in geld of goederen, die ter beschikking van de
deelnemers worden gesteld, gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan
€ 11.950,- (elf duizend negenhonderd en vijftig euro) en de
deelnemersbewijzen door de betreffende ondernemers aan hun afnemers om
niet ter beschikking worden gesteld.
5.De Kamer van Koophandel en Fabrieken is bevoegd een vergunning
niet aanstonds te verlenen, indien een ordelijk verloop van zaken
zulks gewenst doet zijn; zij kan aan de vergunning voorschriften
verbinden.
6.De Kamer van Koophandel weigert een gevraagde vergunning of trekt
een verleende vergunning in, indien aannemelijk is, dat bij de wet of
de vergunning gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of
zodanige voorschriften niet zijn nageleefd.
7.Voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning moet een
bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag worden
betaald. De voordracht tot vaststelling of wijziging van deze algemene
maatregel van bestuur wordt Ons gedaan door Onze Ministers van
Justitie en van Economische Zaken.
Artikel 7c
1.Onder het organiseren van het kleine kansspel wordt verstaan het
door een ten minste drie jaar bestaande Nederlandse vereniging, die
krachtens zijn statuten een duidelijk omschreven doel - niet zijnde de
beoefening van enigerlei vorm van kansspel - beoogt te dienen, ten
bate van een genoemd, niet met het algemeen belang in strijd zijnd
doel beleggen van een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen
aan het kleine kansspel wordt gegeven, waarbij de prijzen of premies
in geld of goederen, die door de deelnemers aan het spel kunnen worden
verkregen, geen hogere waarde hebben dan € 400,- per serie of set en
de gezamenlijke waarde daarvan niet meer bedraagt dan € 1.550,- per
bijeenkomst.
2.Het is verboden een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het
deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, te organiseren:
a. indien niet ten minste veertien dagen tevoren aan
burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de bijeenkomst
zal plaatsvinden, op door hen aan te geven wijze of bij gebreke
vandien bij aangetekend schrijven, mededeling is gedaan van de
plaats waar en het tijdstip waarop de bijeenkomst wordt
georganiseerd,
b. indien burgemeester en wethouders zodanige bijeenkomst
hebben verboden.
3.Burgemeester en wethouders verbieden zodanige bijeenkomst, indien
op de, in de in het voorgaande lid bedoelde mededeling aangegeven dag
in de mede daarin aangemelde lokaliteit reeds een soortgelijke
bijeenkomst zal plaatsvinden, of indien aannemelijk is dat een of
meerdere leden van de vereniging die de bijeenkomst organiseert,
persoonlijk voordeel daaruit verwerven dan wel dat bij de wet of door
hen gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of zodanige
voorschriften niet zijn nageleefd.
Artikel 7d
Als klein kansspel in de zin van deze Titel worden aangemerkt het
kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en vergelijkbare, bij algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kansspel.
Artikel 7e
1.De in artikel 7b en artikel 7c vastgestelde bedragen worden van
rechtswege gewijzigd met een door Onze Minister van Justitie vast te
stellen percentage, telkens wanneer de consumentenprijsindex per 30
september van enig jaar ten minste tien procent afwijkt van het
overeenkomstige indexcijfer in het jaar, dat die bedragen werden
vastgesteld.
2.De wijziging gaat in op 1 januari volgende op de in het eerste
lid genoemde datum.
3.Het percentage van de wijziging wijkt niet meer af van het
procentuele verschil tussen de in het eerste lid bedoelde indexcijfers
dan nodig is om de bedragen vast te stellen op het naastbij gelegen
veelvoud van € 50.
Titel II. De staatsloterij
Artikel 8
1.Tot het organiseren van de staatsloterij kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder een staatsloterij wordt verstaan een loterij waarbij door
trekking de nummers van de deelnamebewijzen worden aangewezen waarop
de prijzen vallen en waarbij ten minste 60% van de door de deelnemers
betaalde inleg aan prijzen wordt uitgeloofd.
Artikel 9
1.Onze Minister van Financiën kan, in overeenstemming met Onze
Minister van Justitie, aan één rechtspersoon met volledige
rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning
verlenen tot het organiseren van de staatsloterij.
2.De opbrengst van de staatsloterij - na aftrek van de prijzen en
kosten - wordt jaarlijks aan de Staat afgedragen.
Artikel 10
1.Onze in artikel 9 genoemde Minister verbindt, in overeenstemming
met Onze Minister van Justitie, voorschriften aan de vergunning tot
het organiseren van de staatsloterij.
2.De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal loterijen dat per jaar wordt gehouden;
b. de mogelijkheid tot het uitgeven van deelloten, recht
gevende op een evenredig deel van de prijs, waarin loten kunnen
zijn verdeeld;
c. de maximum verkoopprijs van de loten;
d. de wijze waarop de trekkingen plaatsvinden;
e. de eisen aan organisatie en produkt;
f. de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de prijzen
betaalbaar zijn;
g. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
h. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 11
De ingevolge artikel 9 verleende vergunning kan tussentijds door Onze
in dat artikel genoemde Minister, in overeenstemming met Onze Minister
van Justitie, worden ingetrokken, indien de ingevolge artikel 10
vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Artikel 12
1.De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de
krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de
jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.
2.De artikelen 86, 87, eerste en tweede lid, en 85 van de
Comptabiliteitswet 2001 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
Behoudens ingevolge een door de krachtens artikel 9 aangewezen
rechtspersoon verleende uitdrukkelijke toestemming is het verboden,
onverschillig voor welk doel en onverschillig op welke wijze, gebruik te
maken van of invloed toe te kennen aan de uitslag van de trekkingen in
de staatsloterij.
Artikel 14
Behoudens aan degenen die daartoe door de krachtens artikel 9
aangewezen rechtspersoon gemachtigd zijn, is het aan een ieder verboden
bij wijze van beroep of gewoonte loten of gedeelten van loten in de
staatsloterij of onder deze naam te verkopen, te koop aan te bieden, af
te leveren, uit te delen of ten verkoop of ter uitdeling in voorraad te
hebben, af te lossen of op enige andere wijze de middellijke of
onmiddellijke deelneming in voormelde loterij open te stellen of te
bevorderen.
Titel IIa. De instantloterij
Artikel 14a
1.Tot het organiseren van een instantloterij kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder instantloterij wordt verstaan een loterij waarbij de
prijsbepaling van de winnende loten geschiedt voordat een aanvang
wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen.
Artikel 14b
1.Onze Ministers van Justitie en van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur kunnen met het oog op de belangen van instellingen werkzaam
ten algemene nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en
lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en
de volksgezondheid, aan één rechtspersoon met volledige
rechtsbevoegdheid voor een door hen te bepalen duur vergunning
verlenen tot het organiseren van een instantloterij.
2.De opbrengst van de instantloterij - na aftrek van de prijzen en
kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt
te dienen met het organiseren van de instantloterij.
3.Van de opbrengst van de instantloterij wordt ten minste 47,5%
bestemd voor uitkering aan prijzen.
4.Onze in het eerste lid genoemde Ministers kunnen, in
overeenstemming met Onze Minister van Financiën, bepalen dat een door
hen vast te stellen gedeelte van de opbrengst van de instantloterij
ten goede zal komen aan de schatkist, als vergoeding voor
opbrengstenderving bij de staatsloterij ten gevolge van het
organiseren van de instantloterij. Deze vergoeding is begrepen in de
kosten bedoeld in het tweede lid.
Artikel 14c
1.Onze in artikel 14b, eerste lid, genoemde Ministers verbinden
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een
instantloterij.
2.De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal te houden instantloterijen en het aantal uit te
geven deelnamebewijzen per instantloterij;
b. de inrichtingen waar deelnamebewijzen verkrijgbaar worden
gesteld en de maximale inleg per deelnamebewijs;
c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en
het voorkomen van fraude en misbruik;
d. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
e. de wijze van werving en reclame;
f. de bestemming van de opbrengst van de gehouden
instantloterijen;
g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in de
Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
4.Voorzover de voorschriften genoemd in het tweede lid betrekking
hebben op de in artikel 14b bedoelde vergoeding, alsmede op
inrichtingen waar tevens deelnamebewijzen aan de staatsloterij
verkrijgbaar zijn en op de vertegenwoordiging van de rechtspersoon
welke is belast met de organisatie van de staatsloterij in het bestuur
van de in artikel 14b bedoelde rechtspersoon, worden deze vastgesteld
in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.
Artikel 14d
1.Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet
de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of
een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de
door de rechtspersoon gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming
buiten aanmerking gelaten.
Artikel 14e
De ingevolge artikel 14b verleende vergunning kan tussentijds door
Onze in artikel 14b, eerste lid, genoemde Ministers worden ingetrokken,
indien de bij of krachtens deze titel vastgestelde voorschriften worden
overtreden.
Titel III. Sportprijsvragen
Artikel 15
1.Tot het organiseren van sportprijsvragen kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder sportprijsvragen worden verstaan prijsvragen, welke erop
zijn gericht deelnemers uitslagen van tevoren aangekondigde
sportwedstrijden, met uitzondering van harddraverijen en
paardenrennen, te doen raden of voorspellen.
3.Indien een of meer der aangekondigde sportwedstrijden op de
bepaalde dag geen doorgang vinden, kan voor de niet gespeelde
wedstrijden een vervangende uitslag gelden.
4.Aan de deelnemers aan een sportprijsvraag kan tevens gelegenheid
worden gegeven tot deelneming aan een kansspel waarbij de volgnummers
van de deelnamebewijzen aan de sportprijsvraag de lotnummers vormen.
Artikel 16
1.Onze Ministers van Justitie en van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur kunnen met het oog op de belangen van instellingen werkzaam
ten algemenen nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en
lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en
de volksgezondheid, aan één rechtspersoon met volledige
rechtsbevoegdheid voor een door hen te bepalen duur vergunning
verlenen tot het organiseren van sportprijsvragen.
2.De opbrengst van een prijsvraag - na aftrek van de prijzen en
kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt
te dienen met het aanleggen en houden van sportprijsvragen.
3.Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en
titel IVa georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een
kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.
Artikel 17 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 18 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 19 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 20
1.Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen, die nog
niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of
indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de
deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor
deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking
gelaten.
Artikel 21
1.Onze in artikel 16 genoemde Ministers verbinden voorschriften aan
de vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen.
2.De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal te houden prijsvragen;
b. de wijze van bepaling van de vervangende uitslagen en het
prijzenschema;
c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden prijsvragen;
e. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
f. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
g. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
Artikel 22
De ingevolge artikel 16 verleende vergunning kan tussentijds door
Onze in dat artikel genoemde Ministers worden ingetrokken, indien de
bepalingen van deze titel of de ingevolge artikel 21 vastgestelde
voorschriften worden overtreden.
Titel IV. De totalisator
Artikel 23
1.Tot het organiseren van een totalisator kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder totalisator wordt verstaan elke gelegenheid, opengesteld om
op de uitslag van harddraverijen en paardenrennen te wedden, met dien
verstande dat het totaal van de inleg, behoudens bij of krachtens de
wet toegestane aftrek, verdeeld zal worden onder degenen die op de
winnaar of op een der prijswinnaars hebben gewed.
Artikel 24
Onze Ministers van Landbouw en Visserij en van Justitie kunnen aan
één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hen te
bepalen tijd vergunning verlenen tot het organiseren van een
totalisator.
Artikel 25
1.Onze in artikel 24 genoemde Ministers verbinden voorschriften aan
de vergunning tot het organiseren van een totalisator.
2.De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal draverijen en rennen;
b. de maximum inzet per persoon;
c. het percentage dat vóór de verdeling aan de winnaars der
weddenschappen zal worden ingehouden en de bestemming van dit
percentage;
d. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
e. de verplichting om ongeoorloofd wedden of het verlenen van
bemiddeling tot wedden op de terreinen waar harddraverijen of
paardenrennen worden gehouden zoveel mogelijk tegen te gaan en te
doen tegengaan.
3.De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 26
De ingevolge artikel 24 verleende vergunning kan tussentijds door
Onze in dat artikel genoemde Ministers worden ingetrokken, indien de
ingevolge artikel 25 vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Artikel 27
Het is verboden aan het publiek bemiddeling aan te bieden of te
verlenen bij het afsluiten van weddenschappen bij een totalisator.
Titel IVa. De lotto
Artikel 27a
1.Tot het organiseren van een lotto kan uitsluitend vergunning
verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
2.Onder lotto wordt verstaan een kansspel dat erop gericht is
deelnemers een aantal symbolen te doen voorspellen, die door loting of
trekking worden verkregen uit een van tevoren opgegeven aantal
symbolen.
3.Aan de deelnemers aan een lotto kan tevens gelegenheid worden
gegeven tot deelneming aan een kansspel, waarbij de volgnummers van de
deelnamebewijzen aan de lotto de lotnummers vormen.
Artikel 27b
1.Onze Ministers van Justitie en van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur kunnen met het oog op de belangen van instellingen werkzaam
ten algemenen nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en
lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en
de volksgezondheid, aan de krachtens artikel 16 aangewezen
rechtspersoon voor een door hen te bepalen duur vergunning verlenen
tot het organiseren van lotto's.
2.De opbrengst van de lotto - na aftrek van prijzen en kosten -
komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon met het aanleggen
en houden daarvan beoogt te dienen.
3.Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en
titel III georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een
kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.
Artikel 27c
1.Onze in artikel 27b genoemde Ministers verbinden voorschriften
aan de vergunning tot het organiseren van een lotto.
2.De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal te houden lotto's;
b. de wijze van prijsbepaling en het prijzenschema;
c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden lotto's;
e. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
f. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 27d [Vervallen per 12-12-1992]
Artikel 27e
1.Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet
de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of
indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de
deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor
deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking
gelaten.
Artikel 27f
De ingevolge artikel 27b verleende vergunning kan tussentijds door
Onze in dat artikel genoemde Ministers worden ingetrokken, indien de bij
of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Titel IVb. Casinospelen
Artikel 27g
1.Tot het organiseren van een speelcasino kan uitsluitend
vergunning verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder speelcasino wordt verstaan de voor het publiek opengestelde
of bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van
gemeenschappelijk beoefende kansspelen aan de deelnemers de
gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies,
indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling,
waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen
uitoefenen.
Artikel 27h
1.Onze Ministers van Justitie en van Economische Zaken kunnen aan
één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hen
te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van
speelcasino's.
2.De opbrengst van de speelcasino’s - na aftrek van de prijzen en
kosten - strekt ten bate van de schatkist.
3.De vestiging van een speelcasino behoeft de voorafgaande
instemming van de raad van de betrokken gemeente.
Artikel 27i
1.Onze in artikel 27h, eerste lid, genoemde Ministers verbinden
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van speelcasino's.
2.De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. de gemeenten waar een speelcasino kan worden gevestigd;
b. het aantal en de soort van de te organiseren spelen en de
wijze waarop deze worden beoefend, alsmede de overige toe te laten
activiteiten;
c. de minimum en de maximum inzet per persoon en per speelkans,
alsmede de overige aan deelneming te stellen voorwaarden;
d. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en
het voorkomen van fraude en misbruik;
e. de wijze van werving en reclame;
f. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3.Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in de
Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 27j
1.Tot een speelcasino mogen niet worden toegelaten personen die nog
niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet tot een speelcasino mocht worden
toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in
strijd met de door de vergunninghouder gestelde voorwaarden, wordt
deze deelneming buiten aanmerking gelaten.
Artikel 27k
De ingevolge artikel 27h verleende vergunning kan door Onze in dat
artikel genoemde Ministers worden ingetrokken, indien de bij of
krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Artikel 27l
1.De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de
krachtens artikel 27h aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de
jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.
2.De artikelen 86, 87, eerste en tweede lid, en 85 van de
Comptabiliteitswet 2001 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 27m [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 27n [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27o [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27p [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27q [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27r [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27s [Vervallen per 01-12-1998]
Artikel 27t [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27u [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27v [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27w [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27x [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27y [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27z [Vervallen per 01-01-1996]
Titel V. Prijsvragen
Artikel 28 [Vervallen per 01-07-2010]
Artikel 29 [Vervallen per 01-07-2010]
Titel VA. Speelautomaten
§ 1. Inleidende bepalingen
Artikel 30
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van
een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat
kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen
of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;
b. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het
spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of
het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking
is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of
vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van
de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur
verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;
c. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen
behendigheidsautomaat is;
d. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig
het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend:
1°. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat
en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een
zelfstandige betekenis kan worden toegekend en
2°. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn
op personen van 18 jaar en ouder.
e. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig
het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend,
die geen hoogdrempelige inrichting is, of een inrichting waarin
horeca-activiteiten worden verricht en waarvan de ondernemer
inschrijfplichtig is en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca.
Artikel 30a
1.Deze Titel is niet van toepassing op behendigheidsautomaten die
zonder middellijke of onmiddellijke betaling of inworp door de speler
of een derde in werking kunnen worden gesteld en waarvan het
spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van
prijzen of premies.
2.Deze Titel is niet van toepassing op bij regeling van Onze
Minister van Economische Zaken aangewezen typen van speelautomaten die
worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt ter gelegenheid
van kermissen, en die zodanig zijn ingericht, dat het bespelen ervan
niet kan leiden tot de uitkering van geldprijzen, of tot de
onmiddellijke uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die
een waarde vertegenwoordigen van meer dan het veertigvoud van de inzet
per spel.
§ 2. Vergunning tot het aanwezig hebben van kansspelautomaten
Artikel 30b
1. Het is verboden, behoudens het in deze Titel bepaalde, zonder
vergunning van de burgemeester een of meer kansspelautomaten aanwezig
te hebben
a. op of aan de openbare weg;
b. op voor het publiek toegankelijke plaatsen;
c. in niet voor het publiek toegankelijke inrichtingen,
waarvoor ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet een
vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf is vereist of
waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap
Horeca.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het aanwezig hebben van
kansspelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen,
uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens
een vergunning als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, in gebruik
geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun
bedrijf.
3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de vergunning, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder
b.
Artikel 30c
1. De vergunning kan slechts worden verleend, indien zij betreft
het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten:
a. in een hoogdrempelige inrichting;
b. in een inrichting, anders dan onder a, bestemd om het
publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van
kansspelautomaten te beoefenen, indien het houden van een zodanige
inrichting krachtens een vergunning van de burgemeester bij
gemeentelijke verordening is toegestaan.
2. Bij gemeentelijke verordening wordt het aantal kansspelautomaten
vastgesteld waarvoor per inrichting, als bedoeld in het eerste lid,
vergunning wordt verleend, met dien verstande dat voor een inrichting
als bedoeld in het eerste lid, onder a, het aantal kansspelautomaten
waarvoor vergunning kan worden verleend, op twee wordt bepaald.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën
inrichtingen worden aangewezen die als laagdrempelige inrichtingen
worden aangemerkt.
4. Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een
horecalokaliteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank-
en Horecawet bevindt, waarin rechtmatig alcoholhoudende drank voor
gebruik ter plaatse wordt verstrekt, dan wordt deze lokaliteit als
hoogdrempelige inrichting aangemerkt voor de toepassing van deze
titel, indien:
a. voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 30, onder
d, en
b. de overige ruimten in die inrichting door het publiek
uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze lokaliteit te
betreden.
5. Indien met toepassing van het vierde lid meerdere ruimten binnen
een laagdrempelige inrichting als hoogdrempelige inrichting kunnen
worden aangemerkt, wordt, in afwijking van het vierde lid, met behulp
van de omschrijving als bedoeld in artikel 30, onder d, bepaald of er
sprake is van een of van meerdere hoogdrempelige inrichtingen.
Artikel 30d
1. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden
worden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of
ingetrokken. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift
verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke
in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in
artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning. Indien de omstandigheden
ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts
voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en
reclame, gericht tot de speler.
2. De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde
vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag
en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het
toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of
krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot:
a. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de
aanvrager van de vergunning voor een inrichting als bedoeld in
artikel 30c, eerste lid, onder a en b, en de bedrijfsleiders en
beheerders van deze inrichtingen, dienen te voldoen;
b. de eis dat de bedrijfsleiders en beheerder van de in artikel
30c, eerste lid, onder a en b, bedoelde inrichtingen dienen te
beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het
gebruik van kansspelautomaten en de daaraan verbonden risico’s
van gokverslaving.
Artikel 30e
1.De vergunning wordt geweigerd indien:
a. door het verlenen der vergunning zou worden afgeweken van
het bij of krachtens artikel 30c bepaalde;
b. niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid,
geldende eisen.
2.De vergunning kan voorts worden geweigerd:
a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren
voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning;
b. indien de vrees gewettigd is, dat het verlenen der
vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde,
veiligheid of zedelijkheid.
Artikel 30f
1. De vergunning wordt ingetrokken:
a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der
vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken,
dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij
de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
b. indien voor een inrichting, als bedoeld in artikel 30c,
eerste lid, onder a en b, niet de vergunning van kracht is, die
ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;
c. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel
30d, vierde lid, onder a, geldende eisen.
2. De vergunning kan voorts worden ingetrokken:
a. indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen heeft overtreden;
b. indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven der
vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde,
veiligheid of zedelijkheid.
3. In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, onder a, kan
de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de
vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te
bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden
voorschriften over te gaan.
4. Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de
burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder bij
aangetekende brief, onder opgave van redenen, mededeling heeft gedaan
en hem in de gelegenheid heeft gesteld zich in persoon of bij
gemachtigde door hem of een door hem aangewezen ambtenaar te doen
horen. In het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien
dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk
worden ingetrokken.
Artikel 30g
1.Het is de vergunninghouder verboden personen beneden de leeftijd
van achttien jaar een kansspelautomaat te laten bespelen.
2.Het is personen beneden de leeftijd van achttien jaar verboden
een kansspelautomaat te bespelen op een locatie als bedoeld in artikel
30b, eerste lid.
§ 3. Vergunning tot het exploiteren van speelautomaten
Artikel 30h
1.Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister van
Economische Zaken een of meer speelautomaten te exploiteren.
2.Onder exploiteren wordt verstaan het bedrijfsmatig en als
eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik geven van een of meer
speelautomaten.
Artikel 30i
1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot:
a. de gegevens, welke bij de aanvraag van een vergunning dienen
te worden verstrekt. Deze gegevens bevatten in ieder geval de
identiteit van de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen;
b. de vereiste beschikbaarheid van faciliteiten voor onderhoud
en reparatie van speelautomaten.
2.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot:
a. de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde
vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de
aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten
verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder
van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften;
b. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de
aanvrager van de vergunning, en de bedrijfsleiders en beheerders
van de exploitatie dienen te voldoen.
Artikel 30j
1.Aan de vergunning kunnen uit een oogpunt van toezicht op de
naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde voorschriften en
beperkingen worden verbonden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd,
aangevuld of ingetrokken, overeenkomstig bij regeling van Onze
Minister van Economische Zaken te stellen regels. Aan de vergunning
wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen
speelautomaten mogen worden opgesteld, indien tot het aanwezig hebben
daarvan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 30c. Indien
de omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning
voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en
reclame, gericht tot de speler.
2.De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.
Artikel 30k
1.De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de
krachtens artikel 30i, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder
b, geldende eisen.
2.De vergunning kan voorts worden geweigerd, indien de aanvrager of
de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen, de
bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden
in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de
vergunning.
Artikel 30l
1.De vergunning wordt ingetrokken:
a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der
vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken,
dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij
de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
b. indien de vergunninghouder het in de artikelen 30t, eerste
lid, onder b, of tweede lid bedoelde verbod heeft overtreden;
c. indien de vergunninghouder gedurende een jaar na de dag van
afgifte van de vergunning met de exploitatie geen begin heeft
gemaakt;
d. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel
30i, tweede lid, onder b, geldende eisen.
2.De vergunning kan voorts worden ingetrokken, indien de
vergunninghouder of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b,
bedoelde personen de bij of krachtens deze Titel vastgestelde
bepalingen hebben overtreden.
3.In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid kan Onze
Minister van Economische Zaken alvorens de vergunning in te trekken de
vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te
bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden
voorschriften over te gaan.
§ 4. Toelating van speelautomaten
Artikel 30m
1.Het vervaardigen of invoeren van speelautomaten is verboden,
tenzij het speelautomaten betreft die overeenstemmen met een door Onze
Minister van Economische Zaken toegelaten model en
a. zij ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge
artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating
vastgestelde merkteken, of
b. de vervaardiging of invoer geschiedt door de houder van die
toelating of diens gemachtigde.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op speelautomaten:
a. die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke
eigenschappen bijzondere waarde hebben;
b. die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer;
c. die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen
worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de
onmiddellijke uitkering van prijzen of premies;
d. die zijn bestemd om als model voor toelating te worden
aangeboden.
Artikel 30n
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gegeven welke gelden als voorwaarden voor de toelating van een model
speelautomaat. De regels hebben betrekking op:
a. de op het model aangebrachte informatie ten behoeve van de
speler met betrekking tot het spel, het spelkarakter, het
spelverloop en de mogelijke spelresultaten;
b. de deugdelijkheid, de duurzaamheid en de
storingsgevoeligheid van de constructie, daaronder begrepen de
mogelijkheid tot beïnvloeding van het spelproces, anders dan door
de aan de speler geboden middelen;
c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en
het voorkomen van fraude en misbruik;
d. het karakter van het spel en het waarborgen van het toevals-
of behendigheidskarakter van het spel en het spelverloop.
2. Met betrekking tot de toelating van een model kansspelautomaat
worden voorts bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels
gegeven ten aanzien van:
a. de automatische registratie van alle inzetten, uitbetalingen
en gespeelde spellen;
b. de op het model aangebrachte informatie ter bescherming van
de speler en met betrekking tot de leeftijdsgrens die geldt voor
het spelen op kansspelautomaten;
c. de informatie van de speler, daaronder begrepen de
informatie van de speler omtrent het spelverloop middels een
informatiesysteem op de kansspelautomaat;
d. een op de kansspelautomaat aanwezige voorziening die de
speler noodzaakt tot het instellen van een bedrag dat hij maximaal
wil verliezen;
e. het in werking stellen van het spelproces en het spel;
f. de inworp en de inzet, en de vorm en hoogte daarvan;
g. het spelverloop en de spelduur;
h. de uitbetaling en de uitkering van prijzen en premies, en de
vorm, het moment en de hoogte daarvan;
i. de kansen op winst en verlies en de hoogte van de bedragen
die, gemeten over een bepaalde tijdsduur, gemiddeld gewonnen of
verloren kunnen worden;
j. het inworp- en uitbetalingsmechanisme;
k. andere op de kansspelautomaat aanwezige mechanismen of
voorzieningen die een rol spelen in het spelproces;
l. de aanwezigheid op de kansspelautomaat van
geldwisselapparatuur;
m. de verlichting en het geluid van de kansspelautomaat.
3. Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om
te worden opgesteld in een inrichting als bedoeld in artikel 30c,
eerste lid, onder b, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd
in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede
lid bepaalde.
Artikel 30o
1. De toelating van een model wordt door Onze Minister van
Economische Zaken op aanvraag verleend.
2. Bij elke aanvraag om toelating van een model dienen te worden
overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke het model zo volledig
mogelijk weergeven.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot:
a. de eisen, waaraan bij een aanvraag om toelating van een
model dient te worden voldaan;
b. de medewerking, die door de aanvrager aan het onderzoek met
het oog op de toelating van een model behoort te worden verleend.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de bij de aanvraag van de toelating verschuldigde
vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag
en de afgifte van de verklaring houdende toelating, en voor de kosten
verbonden aan het toezicht op de naleving door de houder van de
toelating van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde
voorschriften.
5. Bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken worden een
of meer instellingen aangewezen die belast zijn met het onderzoek met
het oog op de toelating van het model van een speelautomaat.
6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de toelating, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 30p
1.De toelating van een model wordt geweigerd indien niet wordt
voldaan aan de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften of niet de
redelijke verwachting bestaat, dat overeenkomstig het model
vervaardigde speelautomaten aan die voorschriften zullen voldoen.
2.De toelating van een model kan voorts worden geweigerd:
a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde voorschriften heeft overtreden in de drie jaren
voorafgaande aan het moment van de aanvraag van de toelating van
een model;
b. indien er naar het oordeel van Onze Minister van Economische
Zaken sprake is van een uit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar
spelconcept.
Artikel 30q
1.Indien een model wordt toegelaten, wordt een op naam van de
aanvrager gestelde, ondertekende en gedagtekende verklaring, houdende
de toelating, afgegeven met gebruikmaking van een door Onze Minister
van Economische Zaken vast te stellen formulier.
2.De voorschriften, vastgesteld krachtens artikel 30n, worden, voor
zover zij op het toegelaten model betrekking hebben, in de verklaring,
houdende de toelating, opgenomen. Daarin kan tevens worden bepaald,
dat het model op een in de verklaring vermelde plaats moet worden
bewaard.
3.Onze Minister van Economische Zaken kan aan een toelating
aanvullende voorschriften verbinden uit een oogpunt van toezicht dan
wel douanecontrole op de naleving van het bij of krachtens deze Titel
bepaalde, die in de verklaring, houdende de toelating, worden
opgenomen. Zij kunnen zo nodig worden gewijzigd, aangevuld of
ingetrokken.
4.Een gewaarmerkt afschrift van de in artikel 30o, tweede lid,
bedoelde tekeningen en beschrijving maakt deel uit van de verklaring.
5.Van een verklaring, houdende de toelating, wordt mededeling
gedaan in de Staatscourant. Daarbij worden in elk geval opgenomen de
voorschriften, bedoeld in het tweede en derde lid. Van een wijziging,
aanvulling of intrekking van de in de verklaring opgenomen
voorschriften wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 30r
1.Onze Minister van Economische Zaken stelt met betrekking tot
iedere toelating van een model de merktekens vast die ingevolge die
toelating op speelautomaten mogen worden aangebracht. Hij geeft tevens
regels omtrent de afgifte van merktekens en afschriften van de
verklaring, houdende de toelating.
2.De houder van een toelating van een model is met uitsluiting van
ieder ander gerechtigd om in of op speelautomaten, welke zijn
vervaardigd overeenkomstig het model waarvoor een toelating geldt, de
met betrekking tot die toelating vastgestelde merktekens aan te
brengen. De houder kan derden machtigen de merktekens aan te brengen
na voorafgaande mededeling hiervan aan Onze Minister van Economische
Zaken.
3.Het is ieder ander dan degenen bedoeld in het tweede lid verboden
in of op speelautomaten de in het eerste lid bedoelde merktekens aan
te brengen.
4.Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde
merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig
worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet
verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het
merkteken te vernietigen of te beschadigen.
Artikel 30s
1.De toelating van een model wordt ingetrokken:
a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der
toelating zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken,
dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij
de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
b. indien de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften
zodanig zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van de
gewijzigde voorschriften niet zou zijn toegelaten.
2.De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien de bij
of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften,
opgenomen in de verklaring houdende de toelating, zijn overtreden door
de houder of diens gemachtigde, bedoeld in artikel 30m en artikel 30r,
tweede lid.
3.In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a, en het tweede
lid kan Onze Minister van Economische Zaken alvorens de toelating in
te trekken de houder daarvan in de gelegenheid stellen binnen een
daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze
Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften, opgenomen in de
verklaring houdende de toelating, over te gaan.
4.De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien noch de
houder noch een gemachtigde gedurende een aaneengesloten periode van
drie jaren gebruik heeft gemaakt van het in artikel 30r, tweede lid,
bedoelde recht op speelautomaten een merkteken aan te brengen, tenzij
de houder te kennen geeft binnen een termijn van twee jaren daar weer
gebruik van te zullen gaan maken.
5.In gevallen waarin de toelating kan worden ingetrokken, kan, in
plaats daarvan, een beperking aan de toelating worden toegevoegd.
6.Van de intrekking en van de aan de toelating toegevoegde
beperking wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.
§ 5. Overige verbodsbepalingen
Artikel 30t
1. Het is verboden een of meer speelautomaten, die niet
overeenstemmen met het door Onze Minister van Economische Zaken
toegelaten model daarvan en die niet ten bewijze daarvan zijn voorzien
van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die
toelating vastgestelde merkteken:
a. in de handel te brengen, te verkopen, ten verkoop in
voorraad te hebben, ten verkoop aan te bieden of af te leveren ,
met uitzondering van de speelautomaten bedoeld in artikel 30m,
tweede lid, onder a, b en c;
b. te exploiteren;
c. aanwezig te hebben op plaatsen of in inrichtingen als
bedoeld in artikel 30b, eerste lid.
2. Het is verboden in of aan een speelautomaat, die wordt gebruikt
of die bestemd is om te worden gebruikt in inrichtingen of bij
gelegenheden als bedoeld in artikel 30c, eerste lid en
behendigheidsautomaten op kermissen zodanige wijzigingen aan te
brengen of te doen aanbrengen, dat deze niet meer overeenstemt met het
door Onze Minister van Economische Zaken toegelaten model daarvan.
3. Bij het intrekken van een toelating als bedoeld in artikel 30s,
kan Onze Minister van Economische Zaken bepalen, dat het eerste lid
niet of tijdelijk niet van toepassing is op speelautomaten, die
voordien ingevolge die toelating rechtmatig van een merkteken zijn
voorzien. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing met
betrekking tot die speelautomaten.
4. Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling
gedaan in de Staatscourant tegelijk met de mededeling, bedoeld in
artikel 30s, zesde lid.
5. Het is verboden om op grond van het behaalde spelresultaat op
een behendigheidsautomaat middellijk of onmiddellijk prijzen of
premies uit te keren, met uitzondering van een verlengde speelduur of
het recht op gratis spellen.
Artikel 30u
1.Het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden personen
de toegang te verlenen:
a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;
b. waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de
leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.
2.Het is de in het eerste lid, onder a, bedoelde personen verboden
in een speelautomatenhal aanwezig te zijn.
3.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gegeven worden
ten aanzien van de wijze waarop de exploitant uitvoering moet geven
aan de in het eerste lid bedoelde verboden.
4.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien
van:
a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten
staan opgesteld;
b. van een speelautomatenhal deel uitmakende afgescheiden
ruimten, waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld
en welke men uitsluitend kan betreden of verlaten zonder de
overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden.
§ 6. Beroep
Artikel 30v
Tegen een op grond van de paragrafen 2, 3 of 4 van deze Titel genomen
besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven.
§ 7. Toezicht
Artikel 30w
1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
Titel bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister van
Economische Zaken aangewezen ambtenaren of andere personen.
2.Met het toezicht op de naleving van het verbod, bedoeld in
artikel 30b, en van de door de burgemeester aan de vergunning
verbonden voorschriften zijn belast de bij besluit van burgemeester en
wethouders aangewezen ambtenaren.
3.Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt
mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 30x
Speelautomaten of onderdelen daarvan, welke bij het onderzoek,
bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht, niet aan de
bij of krachtens deze Titel gegeven voorschriften blijken te voldoen,
kunnen van een door Onze Minister van Economische Zaken vast te stellen
afkeuringsmerk worden voorzien en mogen niet eerder opnieuw in gebruik
worden genomen dan nadat zij zijn goedgekeurd.
Artikel 30y [Vervallen per 20-05-1998]
§ 8. Speelautomaten in een speelcasino
Artikel 30z
1.Tot het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer
speelautomaten in een speelcasino kan uitsluitend door Onze Ministers
van Justitie en Economische Zaken vergunning worden verleend. De
paragrafen 2 en 3 van deze Titel zijn niet van toepassing op het
aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in
een speelcasino.
2.De vergunning kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens
artikel 27h, eerste lid, aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt
ingetrokken indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge
artikel 27h, eerste lid, vereist is tot het organiseren van een
speelcasino.
3.Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van
het aanwezig hebben en de exploitatie van speelautomaten. De
voorschriften kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
4.Voor de toelating van het model van speelautomaten kunnen bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die
afwijken van het bepaalde in paragraaf 4 van deze Titel.
§ 9. Slotbepalingen
Artikel 30aa
1.De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een
algemene maatregel van bestuur, als voorzien in deze Titel, wordt Ons
gedaan door Onze Minister van Economische Zaken.
2.Het ontwerp van een besluit tot vaststelling, wijziging of
intrekking van een algemene maatregel van bestuur als voorzien in de
artikelen 30c, derde lid, en 30n, tweede en derde lid, wordt bekend
gemaakt in de Staatscourant.
Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een
algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de vorige volzin wordt
Ons niet gedaan dan nadat twee maanden na die bekendmaking zijn
verstreken.
Titel VI. Strafbepalingen
Artikel 31
1. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of
krachtens de artikelen 1, onder a, 30b, eerste lid, 30d, eerste lid,
tweede volzin, 30h, eerste lid, 30j, eerste lid, tweede volzin, 30m,
eerste lid, 30t, eerste, tweede en vijfde lid, en 30z, eerste, tweede
en vierde lid, zijn misdrijven, voorzover zij opzettelijk zijn begaan,
en overigens overtredingen.
2. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of
krachtens deartikelen 1, onder b en d, 7, 7c, tweede lid, 13, 14, 27,
30d, eerste lid, eerste en derde volzin, 30g, eerste lid, 30i, eerste
lid, onder b,30j, eerste lid, eerste en derde volzin, 30q, derde lid,
30r, derde en vierde lid, 30u, eerste lid, 30x en 30zs, derde lid,
zijn overtredingen.
3. Gedragingen, die in dit artikel als misdrijf of als overtreding
zijn aangemerkt, zijn economische delicten in de zin van artikel 1,
aanhef en onder 3°, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 32
1.Overtreding van de verbodsbepaling van artikel 1, onder c, wordt
gestraft met geldboete van de derde categorie.
2.Overtreding van de verbodsbepalingen van de artikelen 30g, tweede
lid, en 30u, tweede lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste
categorie.
3.De feiten, strafbaar gesteld in het eerste en tweede lid, zijn
overtredingen.
Titel VIa. College van toezicht op de kansspelen
Artikel 33
1.Er is een College van toezicht op de kansspelen, hierna het
College genoemd.
2.Het College heeft tot taak Onze Minister van Justitie en Onze
ministers wie het mede aangaat, te adviseren alsmede desgevraagd de
inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling van de
uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften en algemene
beleidsvoornemens, voor zover deze betrekking hebben op kansspelen.
3.Het College brengt binnen zes maanden na ommekomst van ieder jaar
een verslag uit van zijn werkzaamheden en van de ontwikkeling van de
kansspelen in Nederland. Telkens na een termijn van drie jaren wordt
daarin tevens de taakvervulling van het College aan een onderzoek
onderworpen. Het verslag wordt toegezonden aan de Minister van
Justitie en Onze Ministers wie het mede aangaat, alsmede aan de
Staten-Generaal.
Artikel 34
1.Het College wordt gehoord over het voornemen tot verlening,
wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in de artikelen
9, 14b, 16, 24, 27b, 27h en 30z van de wet, alsmede in artikel 3 van
de wet voorzover de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde
dan € 4 500 000 hebben.
2.Het College is belast met het toezicht op de naleving door de
rechtspersonen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in het
eerste lid, van het bepaalde bij of krachtens deze wet en van hun
statuten en reglementen.
3.Met het in het tweede lid bedoelde toezicht op de naleving zijn
belast de leden van het College, de secretaris en de overige
medewerkers van het bureau van het College. De toezichthouder beschikt
niet over de bevoegdheden , genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van
de Algemene wet bestuursrecht.
4.Instemming met de statuten en reglementen van de in het tweede
lid bedoelde rechtspersonen wordt niet door Onze Minister van Justitie
of een van Onze Ministers wie het mede aangaat gegeven dan nadat het
College is gehoord. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de
Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
5.De in het tweede lid bedoelde rechtspersonen zenden een afschrift
van de ingevolge de verleende vergunning voorgeschreven rapportage aan
het College.
Artikel 35
1.Het College bevordert overleg, coördinatie en samenwerking
tussen de instellingen en personen waaraan door Onze Minister van
Justitie of een van Onze Ministers wie het mede aangaat vergunning is
verleend ingevolge deze wet. Het College kan daartoe deze instellingen
en personen voorstellen doen.
2.In het belang van het voorkomen en tegengaan van negatieve
maatschappelijke effecten kan het College, overeenkomstig bij algemene
maatregel van bestuur gegeven regels, de in het eerste lid bedoelde
instellingen en personen aanbevelingen doen.
Artikel 36
1.Het College bestaat uit ten hoogste twaalf leden. De voorzitter
en de overige leden worden bij koninklijk besluit benoemd en
ontslagen.
2.De voorzitter en ten minste de helft van de overige leden van het
College zijn onafhankelijke deskundigen. De andere leden van het
College zijn ambtenaren in rijksdienst, die daarin met raadgevende
stem zitting hebben.
3.Het College wordt bijgestaan door een secretaris, die wordt
benoemd en ontslagen bij koninklijk besluit. De secretaris heeft in de
vergaderingen van het College een raadgevende stem.
4.Aan het College kan een bureau worden verbonden, dat onder
leiding staat van de secretaris. De secretaris en de overige leden van
het bureau zijn voor de uitoefening van hun taak uitsluitend
verantwoording schuldig aan het College.
5.Leden van het College, alsmede van het daaraan verbonden bureau,
mogen geen direct of indirect persoonlijk belang hebben bij de
exploitatie van kansspelen.
Artikel 37
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met
betrekking tot de taak, bevoegdheden en samenstelling van het College,
alsmede de benoeming van de leden en de secretaris daarvan. Deze regelen
hebben mede betrekking op de werkwijze en de vergoeding van de kosten
van het College.
Titel VII. Slotbepalingen
Artikel 38
Alle aanspraken, voortvloeiende uit de uitslag van kansbepalingen in
een gelegenheid, gegeven met vergunning ingevolge deze wet verleend,
vervallen na verloop van een jaar na de dag waarop zij zijn ontstaan.
Artikel 39
Artikel 1825 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op
prijzen en premies, behaald in gelegenheden, gegeven met vergunning
ingevolge deze wet verleend.
Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1971]
Artikel 41 [Vervallen per 14-06-1992]
Artikel 41a [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 42
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 43
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 44
1.Op loterijen, die vóór 1 juli 1905 reeds wettiglijk zijn
aangelegd, is deze wet niet van toepassing.
2.Loterijen en prijsvragen waarvoor vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet vergunning is verleend, worden
afgewikkeld overeenkomstig de vóór die datum geldende voorschriften.
Artikel 45
Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.
Zij kan worden aangehaald als: Wet op de kansspelen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 10 december 1964
JULIANA
De Minister van Justitie,
Y. Scholten
De Staatssecretaris van Financiën,
Van den Berge
De Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,
L.J.M. van de Laar
De Minister van Landbouw en Visserij,
B.W. Biesheuvel
Uitgegeven de vijftiende december 1964
De Minister van Justitie,
Y. Scholten
|
|
|