Nadere regelgeving:
- Beschikking casinospelen 1996
- Kansspelenbesluit
- Speelautomatenbesluit 2000
- Speelautomatenregeling 2000
- Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren
van terrorisme
WET van 10 december 1964, houdende nadere
regelen met betrekking tot kansspelen
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, de
verspreide wettelijke bepalingen betreffende kansspelen te herzien en in
één wet onder te brengen en voorts de tijdelijke bepalingen
betreffende sportprijsvragen door blijvende te vervangen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. Behoudens het in Titel Va van deze wet bepaalde is het verboden:
a. gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of
premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige
kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende
invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet
vergunning is verleend;
b. de deelneming hetzij aan een onder a bedoelde gelegenheid,
gegeven zonder vergunning ingevolge deze wet, hetzij aan een
overeenkomstige gelegenheid, gegeven buiten het Rijk in Europa, te
bevorderen of daartoe voor openbaarmaking of verspreiding bestemde
stukken in voorraad te hebben;
c. gebruik te maken van een onder a bedoelde gelegenheid,
wetende dat voor het geven daarvan geen vergunning ingevolge deze
wet is verleend;
d. opzettelijk in strijd met de waarheid het vermoeden te
wekken dat voor een gelegenheid als onder a bedoeld ingevolge deze
wet vergunning is verleend, of dat aan de verleende vergunning
geen voorschrift of niet al de gestelde voorschriften zijn
verbonden.
2. Het is verboden te handelen in strijd met de aan de verleende
vergunning verbonden voorschriften.
Artikel 1a
1.Onder een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder a, wordt
tevens begrepen het piramidespel.
2.Onder het piramidespel wordt verstaan een gelegenheid waarbij
deelnemers een goed afgeven of een verplichting aangaan teneinde
daaruit een voordeel te verwerven dat geheel of ten dele afhankelijk
is van de afgifte van een goed of het aangaan van een verplichting
door latere deelnemers.
Artikel 2
Artikel 1 is niet van toepassing op:
a. gelegenheden als daarin bedoeld, die noch voor het publiek
zijn opengesteld, noch bedrijfsmatig worden gegeven;
b. levensverzekeringen, aangegaan met inachtneming van de
daarvoor geldende wettelijke bepalingen;
c. door een publiekrechtelijk lichaam tegen een niet hogere dan
de parikoers voor het publiek opengestelde werkelijke geldleningen,
die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente
geven, niet lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te
stellen percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die leningen
bijkomstig een kans op het winnen van premies is verbonden.
Artikel 3
1. Tenzij deze wet anders bepaalt kan voor een gelegenheid als in
artikel 1, onder a, bedoeld vergunning worden verleend, indien deze
gelegenheid wordt opengesteld uitsluitend ten einde met de opbrengst
daarvan enig algemeen belang te dienen. De vergunning wordt verleend
door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de aanwijzing van
de winnaars zal geschieden, indien de prijzen en premies gezamenlijk
geen grotere waarde hebben dan € 4500 en bij een grotere waarde door
de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a.
2. Het eerste lid is niet van toepassing voor gelegenheden, waarbij
de spelers gemeenschappelijk aan een kansspel kunnen deelnemen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op piramidespelen.
4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de vergunning, bedoeld in het eerste lid en, voorzover
de vergunning door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a wordt
verleend, deze betrekking heeft op een incidenteel kansspel.
Artikel 4
1. Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën
kunnen aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid
vergunning verlenen tot het openstellen van een tegen een niet hogere
dan de parikoers uit te geven werkelijke geldlening, die een
jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geeft, niet
lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen
percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die lening bijkomstig de
kans op het winnen van premies is verbonden.
2. Een vergunning als in lid 1 bedoeld kan alleen worden verleend
voor geldleningen, uit te geven teneinde met het geplaatste geld enig
algemeen belang te dienen.
Artikel 4a
1. De houders van vergunningen op grond van deze wet treffen de
maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om verslaving aan de door
hen georganiseerde spelen zoveel mogelijk te voorkomen.
2. De houders van vergunningen op grond van deze wet geven op
zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm aan wervings- en
reclameactiviteiten waarbij in het bijzonder wordt gewaakt tegen
onmatige deelneming.
3. Onder zorgvuldige en evenwichtige wervings- en
reclameactiviteiten als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval
verstaan dat wervings- en reclameactiviteiten niet misleidend zijn en
dat bij deze activiteiten;
a. wordt gewezen op de risico’s van onmatige deelneming aan
kansspelen;
b. aangegeven wordt wat de statistische kans is op het winnen
van een prijs, en
c. wordt aangegeven of er sprake is van eenmalige deelneming
dan wel doorlopende deelneming tot wederopzegging.
4. Wervings- en reclameactiviteiten worden in ieder geval geacht
misleidend als bedoeld in het derde lid te zijn indien daarin
informatie wordt verstrekt die:
a. de indruk wekt dat de consument al een prijs heeft gewonnen
of zal winnen, of
b. de indruk wekt dat de consument door het verrichten van een
bepaalde handeling een prijs zal winnen of een ander soortgelijk
voordeel zal behalen terwijl daarop slechts een kans bestaat.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vierde
lid.
6. De in het vijfde lid bedoelde regels kunnen onder meer
betrekking hebben op:
a. de inhoud van wervings- en reclameactiviteiten;
b. de doelgroepen waarop zodanige activiteiten zijn gericht;
c. de hoeveelheid, de tijdsduur en het tijdstip, en
d. de wijze waarop en de plaats waar wervings- en
reclameuitingen worden gedaan.
7. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken
nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 5
1.Aan een vergunning, krachtens artikel 3 of artikel 4 verleend,
kunnen voorschriften worden verbonden. Zij worden in het besluit,
houdende de vergunning opgenomen.
2.In elk geval moet het voorschrift worden gesteld dat in alle
aankondigingen en voor openbaarmaking of verspreiding bestemde
stukken, de gelegenheid waarvoor de vergunning geldt betreffende,
worde vermeld wie de vergunning heeft verleend, onder aanhaling van
dagtekening en kenmerk van het besluit.
3.Een verleende vergunning kan worden ingetrokken indien een of
meer der daaraan verbonden voorschriften worden overtreden. De
gestelde voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 6
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de voorschriften, te verbinden aan
vergunningen als bedoeld in artikel 3, alsmede met betrekking tot de
wijze waarop en de middelen waarmede de aanwijzing der winnaars moet
geschieden in gelegenheden, waarvoor ingevolge de artikelen 3 en 4
vergunning is verleend.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met
betrekking tot het bedrag dat is verschuldigd voor de behandeling van
de aanvraag van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 4.
Daarbij worden tevens regels gegeven met betrekking tot het bedrag dat
jaarlijks door de vergunninghouder is verschuldigd, indien de
vergunning een geldigheidsduur heeft van meer dan een jaar.
Artikel 7
Het is de vergunninghouder verboden, enig voorschrift van een
krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur niet in
acht te nemen.
Titel Ia. Enige bijzondere vormen van kansspel
Artikel 7a
Het in Titel I bepaalde is niet van toepassing op het houden van
winkelweekacties en het organiseren van kleine kansspelen, indien wordt
voldaan aan de bepalingen van deze Titel.
Artikel 7b
1. Onder winkelweekacties worden verstaan die kansspelen, welke
voor bijzondere gelegenheden en ten hoogste tweemaal per jaar voor een
beperkte periode van ten hoogste vier weken worden georganiseerd door
een groepering van tien of meer ondernemers of filiaalhouders in de
detailhandel, het ambacht of het horecabedrijf, die in een of aan
elkaar grenzende gemeenten hun bedrijf uitoefenen.
2. Voor het houden van winkelweekacties als in lid 1 bedoeld moet
vergunning worden verkregen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
waaronder de gemeente waar de winkelweekactie zal worden gehouden,
ressorteert.
3. In het geval een winkelweekactie wordt georganiseerd in aan
elkaar grenzende gemeenten, die niet onder eenzelfde Kamer van
Koophandel en Fabrieken ressorteren, kan met vergunning van een Kamer
worden volstaan. De betrokken Kamer treedt, alvorens de gevraagde
vergunning te verlenen, in overleg met de Kamer, binnen wiens ressort
de betrokken winkelweekactie eveneens zal worden gehouden.
4. De vergunning wordt verleend, indien en op voorwaarde dat de
prijzen of premies in geld of goederen, die ter beschikking van de
deelnemers worden gesteld, gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan
€ 11.950,- (elf duizend negenhonderd en vijftig euro) en de
deelnemersbewijzen door de betreffende ondernemers aan hun afnemers om
niet ter beschikking worden gesteld.
5. De Kamer van Koophandel en Fabrieken is bevoegd een vergunning
niet aanstonds te verlenen, indien een ordelijk verloop van zaken
zulks gewenst doet zijn; zij kan aan de vergunning voorschriften
verbinden.
6. De Kamer van Koophandel weigert een gevraagde vergunning of
trekt een verleende vergunning in, indien aannemelijk is, dat bij de
wet of de vergunning gestelde voorschriften niet zullen worden
nageleefd of zodanige voorschriften niet zijn nageleefd.
7. Voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning moet een
bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag worden
betaald. De voordracht tot vaststelling of wijziging van deze algemene
maatregel van bestuur wordt Ons gedaan door Onze Ministers van
Veiligheid en Justitie en van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
Artikel 7c
1.Onder het organiseren van het kleine kansspel wordt verstaan het
door een ten minste drie jaar bestaande Nederlandse vereniging, die
krachtens zijn statuten een duidelijk omschreven doel - niet zijnde de
beoefening van enigerlei vorm van kansspel - beoogt te dienen, ten
bate van een genoemd, niet met het algemeen belang in strijd zijnd
doel beleggen van een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen
aan het kleine kansspel wordt gegeven, waarbij de prijzen of premies
in geld of goederen, die door de deelnemers aan het spel kunnen worden
verkregen, geen hogere waarde hebben dan € 400,- per serie of set en
de gezamenlijke waarde daarvan niet meer bedraagt dan € 1.550,- per
bijeenkomst.
2.Het is verboden een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het
deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, te organiseren:
a. indien niet ten minste veertien dagen tevoren aan
burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de bijeenkomst
zal plaatsvinden, op door hen aan te geven wijze of bij gebreke
vandien bij aangetekend schrijven, mededeling is gedaan van de
plaats waar en het tijdstip waarop de bijeenkomst wordt
georganiseerd,
b. indien burgemeester en wethouders zodanige bijeenkomst
hebben verboden.
3.Burgemeester en wethouders verbieden zodanige bijeenkomst, indien
op de, in de in het voorgaande lid bedoelde mededeling aangegeven dag
in de mede daarin aangemelde lokaliteit reeds een soortgelijke
bijeenkomst zal plaatsvinden, of indien aannemelijk is dat een of
meerdere leden van de vereniging die de bijeenkomst organiseert,
persoonlijk voordeel daaruit verwerven dan wel dat bij de wet of door
hen gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of zodanige
voorschriften niet zijn nageleefd.
Artikel 7d
Als klein kansspel in de zin van deze Titel worden aangemerkt het
kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en vergelijkbare, bij algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kansspel.
Artikel 7e
1. De in artikel 7b en artikel 7c vastgestelde bedragen worden van
rechtswege gewijzigd met een door Onze Minister van Veiligheid en
Justitie vast te stellen percentage, telkens wanneer de
consumentenprijsindex per 30 september van enig jaar ten minste tien
procent afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer in het jaar, dat
die bedragen werden vastgesteld.
2. De wijziging gaat in op 1 januari volgende op de in het eerste
lid genoemde datum.
3. Het percentage van de wijziging wijkt niet meer af van het
procentuele verschil tussen de in het eerste lid bedoelde indexcijfers
dan nodig is om de bedragen vast te stellen op het naastbij gelegen
veelvoud van € 50.
Titel II. De staatsloterij
Artikel 8
1.Tot het organiseren van de staatsloterij kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder een staatsloterij wordt verstaan een loterij waarbij door
trekking de nummers van de deelnamebewijzen worden aangewezen waarop
de prijzen vallen en waarbij ten minste 60% van de door de deelnemers
betaalde inleg aan prijzen wordt uitgeloofd.
Artikel 9
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te
bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van de
staatsloterij.
2. De opbrengst van de staatsloterij - na aftrek van de prijzen en
kosten - wordt jaarlijks aan de Staat afgedragen.
Artikel 10
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van de
staatsloterij.
2. De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal loterijen dat per jaar wordt gehouden;
b. de mogelijkheid tot het uitgeven van deelloten, recht
gevende op een evenredig deel van de prijs, waarin loten kunnen
zijn verdeeld;
c. de maximum verkoopprijs van de loten;
d. de wijze waarop de trekkingen plaatsvinden;
e. de eisen aan organisatie en produkt;
f. de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de prijzen
betaalbaar zijn;
g. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
h. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3. De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 11
De ingevolge artikel 9 verleende vergunning kan tussentijds door de
raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de
ingevolge artikel 10 vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Artikel 12
1.De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de
krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de
jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.
2.De artikelen 86, 87, eerste en tweede lid, en 85 van de
Comptabiliteitswet 2001 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
Behoudens ingevolge een door de krachtens artikel 9 aangewezen
rechtspersoon verleende uitdrukkelijke toestemming is het verboden,
onverschillig voor welk doel en onverschillig op welke wijze, gebruik te
maken van of invloed toe te kennen aan de uitslag van de trekkingen in
de staatsloterij.
Artikel 14
Behoudens aan degenen die daartoe door de krachtens artikel 9
aangewezen rechtspersoon gemachtigd zijn, is het aan een ieder verboden
bij wijze van beroep of gewoonte loten of gedeelten van loten in de
staatsloterij of onder deze naam te verkopen, te koop aan te bieden, af
te leveren, uit te delen of ten verkoop of ter uitdeling in voorraad te
hebben, af te lossen of op enige andere wijze de middellijke of
onmiddellijke deelneming in voormelde loterij open te stellen of te
bevorderen.
Titel IIa. De instantloterij
Artikel 14a
1.Tot het organiseren van een instantloterij kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder instantloterij wordt verstaan een loterij waarbij de
prijsbepaling van de winnende loten geschiedt voordat een aanvang
wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen.
Artikel 14b
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op
de belangen van instellingen werkzaam ten algemene nutte, in het
bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de
cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan één
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te
bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van een
instantloterij.
2. De opbrengst van de instantloterij - na aftrek van de prijzen en
kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt
te dienen met het organiseren van de instantloterij.
3. Van de opbrengst van de instantloterij wordt ten minste 47,5%
bestemd voor uitkering aan prijzen.
Artikel 14c
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een
instantloterij.
2. De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal te houden instantloterijen en het aantal uit te
geven deelnamebewijzen per instantloterij;
b. de inrichtingen waar deelnamebewijzen verkrijgbaar worden
gesteld en de maximale inleg per deelnamebewijs;
c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en
het voorkomen van fraude en misbruik;
d. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
e. de wijze van werving en reclame;
f. de bestemming van de opbrengst van de gehouden
instantloterijen;
g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3. Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in
de Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 14d
1.Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet
de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of
een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de
door de rechtspersoon gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming
buiten aanmerking gelaten.
Artikel 14e
De ingevolge artikel 14b verleende vergunning kan tussentijds door de
raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de
bij of krachtens deze titel vastgestelde voorschriften worden
overtreden.
Titel III. Sportprijsvragen
Artikel 15
1.Tot het organiseren van sportprijsvragen kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder sportprijsvragen worden verstaan prijsvragen, welke erop
zijn gericht deelnemers uitslagen van tevoren aangekondigde
sportwedstrijden, met uitzondering van harddraverijen en
paardenrennen, te doen raden of voorspellen.
3.Indien een of meer der aangekondigde sportwedstrijden op de
bepaalde dag geen doorgang vinden, kan voor de niet gespeelde
wedstrijden een vervangende uitslag gelden.
4.Aan de deelnemers aan een sportprijsvraag kan tevens gelegenheid
worden gegeven tot deelneming aan een kansspel waarbij de volgnummers
van de deelnamebewijzen aan de sportprijsvraag de lotnummers vormen.
Artikel 16
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op
de belangen van instellingen werkzaam ten algemenen nutte, in het
bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de
cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan één
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te
bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van
sportprijsvragen.
2. De opbrengst van een prijsvraag - na aftrek van de prijzen en
kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt
te dienen met het aanleggen en houden van sportprijsvragen.
3. Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en
titel IVa georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een
kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.
Artikel 17 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 18 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 19 [Vervallen per 01-09-1974]
Artikel 20
1.Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen, die nog
niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of
indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de
deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor
deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking
gelaten.
Artikel 21
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van
sportprijsvragen.
2. De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal te houden prijsvragen;
b. de wijze van bepaling van de vervangende uitslagen en het
prijzenschema;
c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden prijsvragen;
e. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
f. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
g. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
Artikel 22
De ingevolge artikel 16 verleende vergunning kan tussentijds door de
raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de
bepalingen van deze titel of de ingevolge artikel 21 vastgestelde
voorschriften worden overtreden.
Titel IV. De totalisator
Artikel 23
1.Tot het organiseren van een totalisator kan uitsluitend
vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder totalisator wordt verstaan elke gelegenheid, opengesteld om
op de uitslag van harddraverijen en paardenrennen te wedden, met dien
verstande dat het totaal van de inleg, behoudens bij of krachtens de
wet toegestane aftrek, verdeeld zal worden onder degenen die op de
winnaar of op een der prijswinnaars hebben gewed.
Artikel 24
De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te
bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van een
totalisator.
Artikel 25
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een
totalisator.
2. De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal draverijen en rennen;
b. de maximum inzet per persoon;
c. het percentage dat vóór de verdeling aan de winnaars der
weddenschappen zal worden ingehouden en de bestemming van dit
percentage;
d. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
e. de verplichting om ongeoorloofd wedden of het verlenen van
bemiddeling tot wedden op de terreinen waar harddraverijen of
paardenrennen worden gehouden zoveel mogelijk tegen te gaan en te
doen tegengaan.
3. De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 26
De ingevolge artikel 24 verleende vergunning kan tussentijds door de
raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de
ingevolge artikel 25 vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Artikel 27
Het is verboden aan het publiek bemiddeling aan te bieden of te
verlenen bij het afsluiten van weddenschappen bij een totalisator.
Titel IVa. De lotto
Artikel 27a
1.Tot het organiseren van een lotto kan uitsluitend vergunning
verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
2.Onder lotto wordt verstaan een kansspel dat erop gericht is
deelnemers een aantal symbolen te doen voorspellen, die door loting of
trekking worden verkregen uit een van tevoren opgegeven aantal
symbolen.
3.Aan de deelnemers aan een lotto kan tevens gelegenheid worden
gegeven tot deelneming aan een kansspel, waarbij de volgnummers van de
deelnamebewijzen aan de lotto de lotnummers vormen.
Artikel 27b
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op
de belangen van instellingen werkzaam ten algemenen nutte, in het
bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de
cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan de
krachtens artikel 16 aangewezen rechtspersoon voor een door hem te
bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van lotto's.
2. De opbrengst van de lotto - na aftrek van prijzen en kosten -
komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon met het aanleggen
en houden daarvan beoogt te dienen.
3. Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en
titel III georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een
kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.
Artikel 27c
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een lotto.
2. De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. het aantal te houden lotto's;
b. de wijze van prijsbepaling en het prijzenschema;
c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden lotto's;
e. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
f. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.
3. De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 27d [Vervallen per 12-12-1992]
Artikel 27e
1.Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet
de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of
indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de
deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor
deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking
gelaten.
Artikel 27f
De ingevolge artikel 27b verleende vergunning kan tussentijds door de
raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de
bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden
overtreden.
Titel IVb. Casinospelen
Artikel 27g
1.Tot het organiseren van een speelcasino kan uitsluitend
vergunning verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze
titel.
2.Onder speelcasino wordt verstaan de voor het publiek opengestelde
of bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van
gemeenschappelijk beoefende kansspelen aan de deelnemers de
gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies,
indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling,
waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen
uitoefenen.
Artikel 27h
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één
rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te
bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van
speelcasino's.
2. De opbrengst van de speelcasino’s - na aftrek van de prijzen
en kosten - strekt ten bate van de schatkist.
3. De vestiging van een speelcasino behoeft de voorafgaande
instemming van de raad van de betrokken gemeente.
Artikel 27i
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt
voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van speelcasino's.
2. De voorschriften hebben onder meer betrekking op:
a. de gemeenten waar een speelcasino kan worden gevestigd;
b. het aantal en de soort van de te organiseren spelen en de
wijze waarop deze worden beoefend, alsmede de overige toe te laten
activiteiten;
c. de minimum en de maximum inzet per persoon en per speelkans,
alsmede de overige aan deelneming te stellen voorwaarden;
d. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en
het voorkomen van fraude en misbruik;
e. de wijze van werving en reclame;
f. de administratie en de dekking van de aan de organisatie
verbonden kosten;
g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;
h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;
i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van
zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te
brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag;
j. het voorkomen van kansspelverslaving.
3. Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in
de Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.
Artikel 27j
1.Tot een speelcasino mogen niet worden toegelaten personen die nog
niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2.Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die
ingevolge het eerste lid niet tot een speelcasino mocht worden
toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in
strijd met de door de vergunninghouder gestelde voorwaarden, wordt
deze deelneming buiten aanmerking gelaten.
Artikel 27k
De ingevolge artikel 27h verleende vergunning kan door de raad van
bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of
krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.
Artikel 27l
1.De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de
krachtens artikel 27h aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de
jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.
2.De artikelen 86, 87, eerste en tweede lid, en 85 van de
Comptabiliteitswet 2001 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 27m [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 27n [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27o [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27p [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27q [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27r [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27s [Vervallen per 01-12-1998]
Artikel 27t [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27u [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27v [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27w [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27x [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27y [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 27z [Vervallen per 01-01-1996]
Titel V. Prijsvragen
Artikel 28 [Vervallen per 01-07-2010]
Artikel 29 [Vervallen per 01-07-2010]
Titel VA. Speelautomaten
§ 1. Inleidende bepalingen
Artikel 30
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van
een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat
kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen
of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;
b. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het
spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of
het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking
is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of
vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van
de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur
verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;
c. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen
behendigheidsautomaat is;
d. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig
het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend:
1°. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat
en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een
zelfstandige betekenis kan worden toegekend en
2°. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn
op personen van 18 jaar en ouder.
e. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig
het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend,
die geen hoogdrempelige inrichting is, of een inrichting waarin
horeca-activiteiten worden verricht en waarvan de ondernemer
inschrijfplichtig is en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca.
Artikel 30a
1. Deze Titel is niet van toepassing op behendigheidsautomaten die
zonder middellijke of onmiddellijke betaling of inworp door de speler
of een derde in werking kunnen worden gesteld en waarvan het
spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van
prijzen of premies.
2. Deze Titel is niet van toepassing op bij regeling van Onze
Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen typen van
speelautomaten die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden
gebruikt ter gelegenheid van kermissen, en die zodanig zijn ingericht,
dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de uitkering van
geldprijzen, of tot de onmiddellijke uitkering van premies,
waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen van meer
dan het veertigvoud van de inzet per spel.
§ 2. Vergunning tot het aanwezig hebben van kansspelautomaten
Artikel 30b
1. Het is verboden, behoudens het in deze Titel bepaalde, zonder
vergunning van de burgemeester een of meer kansspelautomaten aanwezig
te hebben
a. op of aan de openbare weg;
b. op voor het publiek toegankelijke plaatsen;
c. in niet voor het publiek toegankelijke inrichtingen,
waarvoor ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet een
vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf is vereist of
waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap
Horeca.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het aanwezig hebben van
kansspelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen,
uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens
een vergunning als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, in gebruik
geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun
bedrijf.
3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de vergunning, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder
a.
Artikel 30c
1. De vergunning kan slechts worden verleend, indien zij betreft
het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten:
a. in een hoogdrempelige inrichting;
b. in een inrichting, anders dan onder a, bestemd om het
publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van
kansspelautomaten te beoefenen, indien het houden van een zodanige
inrichting krachtens een vergunning van de burgemeester bij
gemeentelijke verordening is toegestaan.
2. Bij gemeentelijke verordening wordt het aantal kansspelautomaten
vastgesteld waarvoor per inrichting, als bedoeld in het eerste lid,
vergunning wordt verleend, met dien verstande dat voor een inrichting
als bedoeld in het eerste lid, onder a, het aantal kansspelautomaten
waarvoor vergunning kan worden verleend, op twee wordt bepaald.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën
inrichtingen worden aangewezen die als laagdrempelige inrichtingen
worden aangemerkt.
4. Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een
horecalokaliteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank-
en Horecawet bevindt, waarin rechtmatig alcoholhoudende drank voor
gebruik ter plaatse wordt verstrekt, dan wordt deze lokaliteit als
hoogdrempelige inrichting aangemerkt voor de toepassing van deze
titel, indien:
a. voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 30, onder
d, en
b. de overige ruimten in die inrichting door het publiek
uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze lokaliteit te
betreden.
5. Indien met toepassing van het vierde lid meerdere ruimten binnen
een laagdrempelige inrichting als hoogdrempelige inrichting kunnen
worden aangemerkt, wordt, in afwijking van het vierde lid, met behulp
van de omschrijving als bedoeld in artikel 30, onder d, bepaald of er
sprake is van een of van meerdere hoogdrempelige inrichtingen.
Artikel 30d
1. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden
worden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of
ingetrokken. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift
verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke
in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in
artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning en dat de
vergunninghouder zorgdraagt voor een beleid ter voorkoming van
kansspelverslaving. Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe
aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften
verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot
de speler.
2. De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde
vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag
en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het
toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of
krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot:
a. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de
aanvrager van de vergunning voor een inrichting als bedoeld in
artikel 30c, eerste lid, onder a en b, en de bedrijfsleiders en
beheerders van deze inrichtingen, dienen te voldoen;
b. de eis dat de bedrijfsleiders en beheerder van de in artikel
30c, eerste lid, onder a en b, bedoelde inrichtingen dienen te
beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het
gebruik van kansspelautomaten en de daaraan verbonden risico’s
van kansspelverslaving;
c. het in het eerste lid gestelde voorschrift over het beleid
ter voorkoming van kansspelverslaving.
Artikel 30e
1.De vergunning wordt geweigerd indien:
a. door het verlenen der vergunning zou worden afgeweken van
het bij of krachtens artikel 30c bepaalde;
b. niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid,
geldende eisen.
2.De vergunning kan voorts worden geweigerd:
a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren
voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning;
b. indien de vrees gewettigd is, dat het verlenen der
vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde,
veiligheid of zedelijkheid.
Artikel 30f
1. De vergunning wordt ingetrokken:
a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der
vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken,
dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij
de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
b. indien voor een inrichting, als bedoeld in artikel 30c,
eerste lid, onder a en b, niet de vergunning van kracht is, die
ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;
c. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel
30d, vierde lid, onder a, geldende eisen.
2. De vergunning kan voorts worden ingetrokken:
a. indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen heeft overtreden;
b. indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven der
vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde,
veiligheid of zedelijkheid.
3. In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, onder a, kan
de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de
vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te
bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden
voorschriften over te gaan.
4. Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de
burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder bij
aangetekende brief, onder opgave van redenen, mededeling heeft gedaan
en hem in de gelegenheid heeft gesteld zich in persoon of bij
gemachtigde door hem of een door hem aangewezen ambtenaar te doen
horen. In het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien
dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk
worden ingetrokken.
Artikel 30g
1.Het is de vergunninghouder verboden personen beneden de leeftijd
van achttien jaar een kansspelautomaat te laten bespelen.
2.Het is personen beneden de leeftijd van achttien jaar verboden
een kansspelautomaat te bespelen op een locatie als bedoeld in artikel
30b, eerste lid.
§ 3. Vergunning tot het exploiteren van speelautomaten
Artikel 30h
1. Het is verboden zonder vergunning van de raad van bestuur,
bedoeld in artikel 33a, een of meer speelautomaten te exploiteren.
2. Onder exploiteren wordt verstaan het bedrijfsmatig en als
eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik geven van een of meer
speelautomaten.
Artikel 30i
1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot:
a. de gegevens, welke bij de aanvraag van een vergunning dienen
te worden verstrekt. Deze gegevens bevatten in ieder geval de
identiteit van de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen;
b. de vereiste beschikbaarheid van faciliteiten voor onderhoud
en reparatie van speelautomaten.
2.Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot:
a. de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde
vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de
aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten
verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder
van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften;
b. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de
aanvrager van de vergunning, en de bedrijfsleiders en beheerders
van de exploitatie dienen te voldoen.
Artikel 30j
1. Aan de vergunning kunnen uit een oogpunt van toezicht op de
naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde voorschriften en
beperkingen worden verbonden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd,
aangevuld of ingetrokken, overeenkomstig bij regeling van Onze
Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels. Aan de
vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen
speelautomaten mogen worden opgesteld, indien tot het aanwezig hebben
daarvan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 30c. Indien
de omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning
voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en
reclame, gericht tot de speler.
2. De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.
Artikel 30k
1.De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de
krachtens artikel 30i, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder
b, geldende eisen.
2.De vergunning kan voorts worden geweigerd, indien de aanvrager of
de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen, de
bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden
in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de
vergunning.
Artikel 30l
1. De vergunning wordt ingetrokken:
a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der
vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken,
dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij
de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
b. indien de vergunninghouder het in de artikelen 30t, eerste
lid, onder b, of tweede lid bedoelde verbod heeft overtreden;
c. indien de vergunninghouder gedurende een jaar na de dag van
afgifte van de vergunning met de exploitatie geen begin heeft
gemaakt;
d. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel
30i, tweede lid, onder b, geldende eisen.
2. De vergunning kan voorts worden ingetrokken, indien de
vergunninghouder of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b,
bedoelde personen de bij of krachtens deze Titel vastgestelde
bepalingen hebben overtreden.
3. In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid kan de raad
van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de vergunning in te
trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een
daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze
Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden
voorschriften over te gaan.
§ 4. Toelating van speelautomaten
Artikel 30m
1. Het vervaardigen of invoeren van speelautomaten is verboden,
tenzij het speelautomaten betreft die overeenstemmen met een door de
raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model en
a. zij ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge
artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating
vastgestelde merkteken, of
b. de vervaardiging of invoer geschiedt door de houder van die
toelating of diens gemachtigde.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op speelautomaten:
a. die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke
eigenschappen bijzondere waarde hebben;
b. die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer;
c. die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen
worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de
onmiddellijke uitkering van prijzen of premies;
d. die zijn bestemd om als model voor toelating te worden
aangeboden.
Artikel 30n
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gegeven welke gelden als voorwaarden voor de toelating van een model
speelautomaat. De regels hebben betrekking op:
a. de op het model aangebrachte informatie ten behoeve van de
speler met betrekking tot het spel, het spelkarakter, het
spelverloop en de mogelijke spelresultaten;
b. de deugdelijkheid, de duurzaamheid en de
storingsgevoeligheid van de constructie, daaronder begrepen de
mogelijkheid tot beïnvloeding van het spelproces, anders dan door
de aan de speler geboden middelen;
c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en
het voorkomen van fraude en misbruik;
d. het karakter van het spel en het waarborgen van het toevals-
of behendigheidskarakter van het spel en het spelverloop.
2. Met betrekking tot de toelating van een model kansspelautomaat
worden voorts bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels
gegeven ten aanzien van:
a. de automatische registratie van alle inzetten, uitbetalingen
en gespeelde spellen;
b. de op het model aangebrachte informatie ter bescherming van
de speler en met betrekking tot de leeftijdsgrens die geldt voor
het spelen op kansspelautomaten;
c. de informatie van de speler, daaronder begrepen de
informatie van de speler omtrent het spelverloop middels een
informatiesysteem op de kansspelautomaat;
d. een op de kansspelautomaat aanwezige voorziening die de
speler noodzaakt tot het instellen van een bedrag dat hij maximaal
wil verliezen;
e. het in werking stellen van het spelproces en het spel;
f. de inworp en de inzet, en de vorm en hoogte daarvan;
g. het spelverloop en de spelduur;
h. de uitbetaling en de uitkering van prijzen en premies, en de
vorm, het moment en de hoogte daarvan;
i. de kansen op winst en verlies en de hoogte van de bedragen
die, gemeten over een bepaalde tijdsduur, gemiddeld gewonnen of
verloren kunnen worden;
j. het inworp- en uitbetalingsmechanisme;
k. andere op de kansspelautomaat aanwezige mechanismen of
voorzieningen die een rol spelen in het spelproces;
l. de aanwezigheid op de kansspelautomaat van
geldwisselapparatuur;
m. de verlichting en het geluid van de kansspelautomaat.
3. Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om
te worden opgesteld in een inrichting als bedoeld in artikel 30c,
eerste lid, onder b, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd
in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede
lid bepaalde.
Artikel 30o
1. De toelating van een model wordt door de raad van bestuur,
bedoeld in artikel 33a, op aanvraag verleend.
2. Bij elke aanvraag om toelating van een model dienen te worden
overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke het model zo volledig
mogelijk weergeven.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot:
a. de eisen, waaraan bij een aanvraag om toelating van een
model dient te worden voldaan;
b. de medewerking, die door de aanvrager aan het onderzoek met
het oog op de toelating van een model behoort te worden verleend.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met
betrekking tot de bij de aanvraag van de toelating verschuldigde
vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag
en de afgifte van de verklaring houdende toelating, en voor de kosten
verbonden aan het toezicht op de naleving door de houder van de
toelating van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde
voorschriften.
5. Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden
een of meer instellingen aangewezen die belast zijn met het onderzoek
met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat.
6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de toelating, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 30p
1. De toelating van een model wordt geweigerd indien niet wordt
voldaan aan de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften of niet de
redelijke verwachting bestaat, dat overeenkomstig het model
vervaardigde speelautomaten aan die voorschriften zullen voldoen.
2. De toelating van een model kan voorts worden geweigerd:
a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel
vastgestelde voorschriften heeft overtreden in de drie jaren
voorafgaande aan het moment van de aanvraag van de toelating van
een model;
b. indien er naar het oordeel van de raad van bestuur, bedoeld
in artikel 33a, sprake is van een uit maatschappelijk oogpunt
onaanvaardbaar spelconcept.
Artikel 30q
1. Indien een model wordt toegelaten, wordt een op naam van de
aanvrager gestelde, ondertekende en gedagtekende verklaring, houdende
de toelating, afgegeven met gebruikmaking van een door de raad van
bestuur, bedoeld in artikel 33a, vast te stellen formulier.
2. De voorschriften, vastgesteld krachtens artikel 30n, worden,
voor zover zij op het toegelaten model betrekking hebben, in de
verklaring, houdende de toelating, opgenomen. Daarin kan tevens worden
bepaald, dat het model op een in de verklaring vermelde plaats moet
worden bewaard.
3. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan een
toelating aanvullende voorschriften verbinden uit een oogpunt van
toezicht dan wel douanecontrole op de naleving van het bij of
krachtens deze Titel bepaalde, die in de verklaring, houdende de
toelating, worden opgenomen. Zij kunnen zo nodig worden gewijzigd,
aangevuld of ingetrokken.
4. Een gewaarmerkt afschrift van de in artikel 30o, tweede lid,
bedoelde tekeningen en beschrijving maakt deel uit van de verklaring.
5. Van een verklaring, houdende de toelating, wordt mededeling
gedaan in de Staatscourant. Daarbij worden in elk geval opgenomen de
voorschriften, bedoeld in het tweede en derde lid. Van een wijziging,
aanvulling of intrekking van de in de verklaring opgenomen
voorschriften wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 30r
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, stelt met
betrekking tot iedere toelating van een model de merktekens vast die
ingevolge die toelating op speelautomaten mogen worden aangebracht.
Hij geeft tevens regels omtrent de afgifte van merktekens en
afschriften van de verklaring, houdende de toelating.
2. De houder van een toelating van een model is met uitsluiting van
ieder ander gerechtigd om in of op speelautomaten, welke zijn
vervaardigd overeenkomstig het model waarvoor een toelating geldt, de
met betrekking tot die toelating vastgestelde merktekens aan te
brengen. De houder kan derden machtigen de merktekens aan te brengen
na voorafgaande mededeling hiervan aan de raad van bestuur, bedoeld in
artikel 33a.
3. Het is ieder ander dan degenen bedoeld in het tweede lid
verboden in of op speelautomaten de in het eerste lid bedoelde
merktekens aan te brengen.
4. Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde
merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig
worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet
verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het
merkteken te vernietigen of te beschadigen.
Artikel 30s
1. De toelating van een model wordt ingetrokken:
a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der
toelating zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken,
dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij
de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
b. indien de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften
zodanig zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van de
gewijzigde voorschriften niet zou zijn toegelaten.
2. De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien de bij
of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften,
opgenomen in de verklaring houdende de toelating, zijn overtreden door
de houder of diens gemachtigde, bedoeld in artikel 30m en artikel 30r,
tweede lid.
3. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a, en het tweede
lid kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de
toelating in te trekken de houder daarvan in de gelegenheid stellen
binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of
krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften,
opgenomen in de verklaring houdende de toelating, over te gaan.
4. De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien noch
de houder noch een gemachtigde gedurende een aaneengesloten periode
van drie jaren gebruik heeft gemaakt van het in artikel 30r, tweede
lid, bedoelde recht op speelautomaten een merkteken aan te brengen,
tenzij de houder te kennen geeft binnen een termijn van twee jaren
daar weer gebruik van te zullen gaan maken.
5. In gevallen waarin de toelating kan worden ingetrokken, kan, in
plaats daarvan, een beperking aan de toelating worden toegevoegd.
6. Van de intrekking en van de aan de toelating toegevoegde
beperking wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.
§ 5. Overige verbodsbepalingen
Artikel 30t
1. Het is verboden een of meer speelautomaten, die niet
overeenstemmen met het door de raad van bestuur, bedoeld in artikel
33a, toegelaten model daarvan en die niet ten bewijze daarvan zijn
voorzien van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot
die toelating vastgestelde merkteken:
a. in de handel te brengen, te verkopen, ten verkoop in
voorraad te hebben, ten verkoop aan te bieden of af te leveren ,
met uitzondering van de speelautomaten bedoeld in artikel 30m,
tweede lid, onder a, b en c;
b. te exploiteren;
c. aanwezig te hebben op plaatsen of in inrichtingen als
bedoeld in artikel 30b, eerste lid.
2. Het is verboden in of aan een speelautomaat, die wordt gebruikt
of die bestemd is om te worden gebruikt in inrichtingen of bij
gelegenheden als bedoeld in artikel 30c, eerste lid en
behendigheidsautomaten op kermissen zodanige wijzigingen aan te
brengen of te doen aanbrengen, dat deze niet meer overeenstemt met het
door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model
daarvan.
3. Bij het intrekken van een toelating als bedoeld in artikel 30s,
kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, bepalen, dat het
eerste lid niet of tijdelijk niet van toepassing is op speelautomaten,
die voordien ingevolge die toelating rechtmatig van een merkteken zijn
voorzien. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing met
betrekking tot die speelautomaten.
4. Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling
gedaan in de Staatscourant tegelijk met de mededeling, bedoeld in
artikel 30s, zesde lid.
5. Het is verboden om op grond van het behaalde spelresultaat op
een behendigheidsautomaat middellijk of onmiddellijk prijzen of
premies uit te keren, met uitzondering van een verlengde speelduur of
het recht op gratis spellen.
Artikel 30u
1.Het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden personen
de toegang te verlenen:
a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;
b. waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de
leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.
2.Het is de in het eerste lid, onder a, bedoelde personen verboden
in een speelautomatenhal aanwezig te zijn.
3.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gegeven worden
ten aanzien van de wijze waarop de exploitant uitvoering moet geven
aan de in het eerste lid bedoelde verboden.
4.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien
van:
a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten
staan opgesteld;
b. van een speelautomatenhal deel uitmakende afgescheiden
ruimten, waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld
en welke men uitsluitend kan betreden of verlaten zonder de
overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden.
§ 6 [Vervallen per 01-04-2012]
Artikel 30v [Vervallen per 01-04-2012]
§ 7 [Vervallen per 01-04-2012]
Artikel 30w [Vervallen per 01-04-2012]
Artikel 30x [Vervallen per 01-04-2012]
Artikel 30y [Vervallen per 20-05-1998]
§ 8. Speelautomaten in een speelcasino
Artikel 30z
1. Tot het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer
speelautomaten in een speelcasino kan uitsluitend door de raad van
bestuur, bedoeld in artikel 33a vergunning worden verleend. De
paragrafen 2 en 3 van deze Titel zijn niet van toepassing op het
aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in
een speelcasino.
2. De vergunning kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens
artikel 27h, eerste lid, aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt
ingetrokken indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge
artikel 27h, eerste lid, vereist is tot het organiseren van een
speelcasino.
3. Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van
het aanwezig hebben en de exploitatie van speelautomaten. De
voorschriften kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
4. Voor de toelating van het model van speelautomaten kunnen bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die
afwijken van het bepaalde in paragraaf 4 van deze Titel.
§ 9. Slotbepalingen
Artikel 30aa
1. De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een
algemene maatregel van bestuur, als voorzien in deze Titel, wordt Ons
gedaan door Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
2. Het ontwerp van een besluit tot vaststelling, wijziging of
intrekking van een algemene maatregel van bestuur als voorzien in de
artikelen 30c, derde lid, en 30n, tweede en derde lid, wordt bekend
gemaakt in de Staatscourant.
Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een
algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de vorige volzin wordt
Ons niet gedaan dan nadat twee maanden na die bekendmaking zijn
verstreken.
Artikel 31 [Vervallen per 01-04-2012]
Artikel 32 [Vervallen per 01-04-2012]
Titel VI. De kansspelautoriteit
Afdeling 1. Inleidende bepalingen
Artikel 33
1. Er is een kansspelautoriteit.
2. De kansspelautoriteit is gevestigd te ’s-Gravenhage.
3. De kansspelautoriteit heeft rechtspersoonlijkheid.
Artikel 33a
Aan het hoofd van de kansspelautoriteit staat de raad van bestuur.
Artikel 33b
De raad van bestuur heeft, tenzij bij of krachtens deze wet anders is
bepaald, tot taak het verstrekken, wijzigen en intrekken van
vergunningen voor de diverse vormen van kansspelen,
exploitatievergunningen en modeltoelatingen voor speelautomaten, het
bevorderen van het voorkomen en het beperken van kansspelverslaving, het
geven van voorlichting en informatie, het toezicht op de naleving van de
toepasselijke wet- en regelgeving en de vergunningen, alsmede de
handhaving daarvan.
Artikel 33c
1. De raad van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden,
waaronder een voorzitter.
2. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste zes
jaar. De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van
ten hoogste zes jaar.
Artikel 33d
1. De raad stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval
regels over de werkwijze en procedures zijn opgenomen.
2. Het bestuursreglement wordt na de goedkeuring van Onze Minister
van Veiligheid en Justitie bekend gemaakt in de Staatscourant.
Afdeling 2. Kansspelheffing
Artikel 33e
1. Onder de naam kansspelheffing legt de kansspelautoriteit een
bestemmingsheffing op ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van
de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van
de uitoefening van de in artikel 33b genoemde taken.
2. Deze heffing wordt over het kalenderjaar dan wel naar
evenredigheid over het aantal maanden van het kalenderjaar waarin een
verleende vergunning geldig is, geheven van:
a. degene die op grond van de artikelen 3, 9, eerste lid, 14b,
eerste lid, 16, eerste lid, 24 en 27b, eerste lid, een vergunning
is verleend, waarbij als grondslag de nominale waarde van de
deelnamebewijzen over een kalenderjaar wordt aangehouden.
b. degene die op grond van de artikelen 27h, eerste lid, 30h,
eerste lid, en 30z, eerste lid, een vergunning is verleend,
waarbij als grondslag het aantal speeltafels, het aantal aan die
tafels gekoppelde spelersterminals, en het aantal spelersplaatsen
van speelautomaten wordt aangehouden.
Artikel 33f
1. Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid,
onder a, bedraagt:
a. € 1 000, indien de nominale waarde van de verkochte
deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan
€ 5 000 000;
b. € 10 000, indien de nominale waarde van de verkochte
deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan
€ 20 000 000;
c. € 50 000, indien de nominale waarde van de verkochte
deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is
dan € 50 000 000;
d. € 50 000 vermeerderd met één vijfhonderste deel van het
bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de
nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het
drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.
2. Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid,
onder b, bedraagt:
a. voor tafelspelen in een speelcasino: € 160 per speeltafel
en € 120 per aangekoppelde spelersterminal;
b. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een
speelcasino: € 120 per spelersplaats;
c. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een
speelautomatenhal: € 80 per spelersplaats;
d. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een
hoogdrempelige inrichting: € 40 per spelersplaats;
3. Overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en
Justitie te stellen regels verstrekt de vergunninghouder op de daarbij
vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de
gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van de heffing van
belang kunnen zijn en verstrekt hij op verzoek van de
kansspelautoriteit de nadere gegevens en bescheiden die de
kansspelautoriteit voor de vaststelling van de kansspelheffing
behoeft.
4. Indien de vergunninghouder niet binnen de daartoe gestelde
termijn de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, heeft
verstrekt of kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft
verstrekt, kan de kansspelautoriteit een schatting doen van de
gegevens die voor de vaststelling van de heffing van belang zijn.
5. De kansspelautoriteit kan een voorlopige kansspelheffing
opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de kansspelheffing met
toepassing van de verrekening, bedoeld in het zesde lid, van eerdere
voorlopige kansspelheffingen vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Indien het bedrag in termijnen kan worden betaald, vermeldt de
beschikking de te betalen geldsommen en de termijnen waarbinnen de
betalingen moeten plaatsvinden. De voorlopige heffing wordt niet
vastgesteld voor aanvang van het kalenderjaar waarop zij betrekking
heeft.
6. De voorlopige kansspelheffing wordt verrekend met de
kansspelheffing.
7. De kansspelheffing en de voorlopige kansspelheffing kunnen bij
dwangbevel worden ingevorderd.
8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere
regels worden gesteld over de heffing.
9. De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen kunnen bij
ministeriële regeling worden gewijzigd.
Afdeling 3. Gegevensverwerking
Artikel 33g
1. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan
persoonsgegevens, daaronder begrepen strafrechtelijke persoonsgegevens
als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens,
verwerken, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor:
a. de uitvoering van deze wet;
b. het toezicht op naleving van de bij of krachtens deze wet
gestelde of aan de op grond van deze wet verleende vergunning
verbonden voorschriften;
c. de handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde of
aan de op grond van deze wet verleende vergunning verbonden
voorschriften.
2. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de ambtenaren en
personen, bedoeld in artikel 34, verstrekken elkaar de gegevens die
deze behoeven ter uitvoering van hun wettelijke taken.
3. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de
rijksbelastingdienst, de Inspectie SZW en andere in het reglement,
bedoeld in het zesde lid, aangewezen bestuursorganen en
toezichthouders zijn bevoegd uit eigen beweging of verplicht
desgevraagd de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de
ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, de gegevens te
verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken.
Daarbij kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer,
bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen
burgerservicenummer, en van andere, bij regeling van Onze Minister van
Veiligheid en Justitie aangewezen nummers.
4. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet verwerkt
voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, tenzij bij
wettelijk voorschrift anders is bepaald of de uitvoering van de taak
met het oog waarop de gegevens zijn verstrekt, daartoe noodzaakt.
5. De in het tweede en derde lid bedoelde gegevensverstrekking
vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene
daardoor onevenredig wordt geschaad.
6. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, beschikt over een
reglement waarin in ieder geval regels zijn gesteld met betrekking tot
de wijze waarop:
a. de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt;
b. de persoonsgegevens door passende technische en
organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of
onrechtmatige verwerking;
c. wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts
worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld of voor
zover het verwerken met dat doel verenigbaar is, alsmede hoe
daarop wordt toegezien.
7. Het reglement, bedoeld in het zesde lid, bevat voorts regels met
betrekking tot de bestuursorganen, toezichthouders, instanties of
personen waarmee gegevens kunnen worden uitgewisseld, de wijze waarop
gegevens kunnen worden verstrekt en de doorlevering en vernietiging
van gegevens.
8. Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kunnen
nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorige leden.
9. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, is
verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onder d, van de Wet
bescherming persoonsgegevens.
Titel VIa. Toezicht op de naleving
Artikel 34
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet, met uitzondering van titel VA., paragraaf 2, zijn
belast de bij besluit van de raad van bestuur van de
kansspelautoriteit aangewezen ambtenaren en personen.
2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens titel VA., paragraaf 2, zijn belast de bij besluit van de
burgemeester aangewezen ambtenaren en personen.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt
mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 34a
Onder zaak in de zin van 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
mede begrepen de software die gebruikt wordt bij de deelname, de
trekking en uitbetaling van een kansspel en de software die de uitkomst
van een spel bepaalt.
Artikel 34b
De op grond van artikel 34 aangewezen ambtenaren en personen hebben
bij de uitoefening van hun taak toegang tot de elektronische apparatuur,
met inbegrip van netwerken, die naar vermoeden gebruikt wordt bij
kansspelen.
Artikel 34c [Vervallen per 01-01-2013]
Titel VIb. Bestuurlijke handhaving
§ 1. Last onder bestuursdwang
Artikel 35
De raad van bestuur kan een last onder bestuursdwang opleggen wegens
overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deze wet,
met uitzondering van titel VA., paragraaf 2.
§ 2. Bestuurlijke boete
Artikel 35a
1. De raad van bestuur kan een bestuurlijke boete opleggen wegens
overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de
artikelen 1, eerste lid, onder a, b en d, tweede lid, 4a, 7, 10, 13,
14, 14c, 14d, eerste lid, 20, eerste lid, 21, 25, 27, 27c, 27e, eerste
lid, 27i, 27j, eerste lid, 30h, eerste lid, 30j, eerste lid, 30m,
eerste lid, 30q, derde lid, 30r, derde en vierde lid, 30t, eerste,
tweede en vijfde lid, 30u, eerste lid, en 30z.
2. De bestuurlijke boete die voor een overtreding als bedoeld in
het eerste lid kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van
de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht of, indien dat meer is, 10% van de omzet in het
boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
3. De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt
op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.
4. De bestuurlijke boete komt toe aan de staat.
Artikel 35b
1. De raad van bestuur kan een bestuurlijke boete van ten hoogste
het bedrag van de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid,
van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de
voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 30u, tweede lid.
2. De raad van bestuur kan een bestuurlijke boete van ten hoogste
het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid,
van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de
voorschriften, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, onder c,
en 7c.
3. De te betalen geldsom van de opgelegde bestuurlijke boete komt
toe aan de staat.
4. Bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid is artikel
5:53 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 35c
1. De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het
bedrag van de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van
het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van het
voorschrift vastgesteld bij artikel 30g, tweede lid.
2. De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het
bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van
het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de aan de
verleende vergunning verbonden voorschriften, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, voorzover deze vergunning is afgegeven door burgemeester
en wethouders.
3. De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het
bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van
het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de bij of
krachtens artikel 7c gestelde voorschriften.
4. De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het
bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van
het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de aan de
verleende vergunning verbonden voorschriften, bedoeld in de artikelen
30b, eerste lid, en 30d, eerste lid, en wegens overtreding van het
voorschrift, vastgesteld bij artikel 30g, eerste lid.
5. De bestuurlijke boete komt toe aan de gemeente.
Titel VIc. Strafbepalingen
Artikel 36
1. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of
krachtens de artikelen 1, eerste lid, onder a, 30b, eerste lid, 30h,
eerste lid, 30m, eerste lid, en 30t, eerste, tweede en vijfde lid,
zijn misdrijven, voorzover zij opzettelijk zijn begaan, en overigens
overtredingen.
2. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of
krachtens de artikelen 1, eerste lid, onder b en d, 7c, tweede lid,
13, 14, en 27 zijn overtredingen.
3. Gedragingen, die in dit artikel als misdrijf of als overtreding
zijn aangemerkt, zijn economische delicten in de zin van artikel 1,
aanhef en onder 3°, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 36a
1. Overtreding van de verbodsbepaling van artikel 1, eerste lid,
onder c , wordt gestraft met geldboete van de derde categorie, bedoeld
in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2. Overtreding van de verbodsbepalingen van de artikelen 30g,
tweede lid, en 30u, tweede lid, wordt gestraft met geldboete van de
eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht.
3. De feiten, strafbaar gesteld in het eerste en tweede lid, zijn
overtredingen.
Artikel 36b
1. Met de opsporing van de bij artikel 36 strafbaar gestelde feiten
zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering,
belast de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen
ambtenaren en personen. Deze ambtenaren en personen zijn tevens belast
met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179
tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze
feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan
of ondernomen door henzelf.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 37 [Vervallen per 01-04-2012]
Titel VII. Slotbepalingen
Artikel 38
Alle aanspraken, voortvloeiende uit de uitslag van kansbepalingen in
een gelegenheid, gegeven met vergunning ingevolge deze wet verleend,
vervallen na verloop van een jaar na de dag waarop zij zijn ontstaan.
Artikel 39
Artikel 1825 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op
prijzen en premies, behaald in gelegenheden, gegeven met vergunning
ingevolge deze wet verleend.
Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1971]
Artikel 41 [Vervallen per 14-06-1992]
Artikel 41a [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 42
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 43
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 44
1. Op loterijen, die vóór 1 juli 1905 reeds wettiglijk zijn
aangelegd, is deze wet niet van toepassing.
2. Loterijen en prijsvragen waarvoor vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet vergunning is verleend, worden
afgewikkeld overeenkomstig de vóór die datum geldende voorschriften.
Artikel 45
Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.
Zij kan worden aangehaald als: Wet op de kansspelen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 10 december 1964
JULIANA
De Minister van Justitie,
Y. Scholten
De Staatssecretaris van Financiën,
Van den Berge
De Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,
L.J.M. van de Laar
De Minister van Landbouw en Visserij,
B.W. Biesheuvel
Uitgegeven de vijftiende december 1964
De Minister van Justitie,
Y. Scholten
|