Nadere regelgeving:
- Besluit
medische hulpmiddelen
- Meetinstrumentenbesluit
II
WET van 15 januari 1970, houdende regelen
met betrekking tot medische hulpmiddelen
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het
belang van de volksgezondheid regelen te stellen met betrekking tot
medische hulpmiddelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1.In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. medisch hulpmiddel: elk instrument, toestel of apparaat,
elke software of stof of elk ander artikel dat of die alleen of in
combinatie wordt gebruikt, met inbegrip van elk hulpstuk en de
software die voor de goede werking ervan benodigd is, dat of die
door de fabrikant speciaal is bestemd om te worden gebruikt voor
diagnostische of therapeutische doeleinden, en door de fabrikant
is bestemd om bij de mens te worden aangewend voor:
– diagnose, preventie, bewaking, behandeling of
verlichting van ziekten,
– diagnose, bewaking, behandeling, verlichting of
compensatie van verwondingen of een handicap,
– onderzoek naar of vervanging of wijziging van de
anatomie of van een fysiologisch proces,
– beheersing van de bevruchting, waarbij de belangrijkste
beoogde werking in of aan het menselijk lichaam niet met
farmacologische of immunologische middelen of door metabolisme
wordt bereikt, maar wel door dergelijke middelen kan worden
ondersteund;
b. voorhanden hebben: ter aflevering voorhanden hebben;
c. toepassen: bezigen bij wege van uitoefening van enige
functie in het maatschappelijk verkeer;
d. gebruiker: degene, die een medisch hulpmiddel bezigt anders
dan bij wege van uitoefening van enige functie in het
maatschappelijk verkeer;
e. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport.
2.Deze wet is niet van toepassing op geneesmiddelen.
Artikel 2
Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de
volksgezondheid worden bepaald, dat het verboden is medische
hulpmiddelen van een bij de maatregel aangewezen soort te vervaardigen:
a. zonder vergunning van een bij de maatregel aangewezen orgaan
van de centrale overheid;
b. anders dan met inachtneming van de bij of krachtens de
maatregel gestelde voorschriften.
Artikel 3
1.Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de
volksgezondheid worden bepaald, dat het verboden is medische
hulpmiddelen van een bij de maatregel aangewezen soort in te voeren,
voorhanden te hebben, af te leveren of toe te passen:
a. indien zij niet voldoen aan de bij of krachtens de maatregel
gestelde eisen;
b. indien zij niet voorzien zijn van een bewijs, dat zij door
een bij of krachtens de maatregel aangewezen dienst of instelling
zijn goedgekeurd, dan wel indien zij niet voorzien zijn van een
bewijs, dat zij overeenstemmen met een door zodanige dienst of
instelling goedgekeurd monster;
c. zonder vergunning van een bij de maatregel aangewezen orgaan
van de centrale overheid;
d. indien de verpakking niet voldoet aan de bij of krachtens de
maatregel gestelde eisen;
e. indien niet voldaan is aan de voorschriften, bij of
krachtens de maatregel gesteld omtrent het vermeld zijn, op of bij
het middel of op de verpakking daarvan, van op het middel
betrekking hebbende gegevens;
f. anders dan met inachtneming van de bij of krachtens de
maatregel gestelde andere voorschriften.
2.In geval van toepassing van het eerste lid, onder b, worden
tevens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de bij de
keuring te hanteren maatstaven vastgesteld en regelen gesteld omtrent
de bewijzen van goedkeuring. In zodanig geval kunnen voorts bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur verdere regelen, de keuring
betreffende, worden gesteld en kan bij algemene maatregel van bestuur
worden bepaald dat ter zake van keuring een keurloon overeenkomstig de
bij de maatregel gestelde regelen verschuldigd is.
Artikel 4
Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de
volksgezondheid ten aanzien van medische hulpmiddelen van een bij de
maatregel aangewezen soort worden bepaald:
a. dat het verboden is deze aan gebruikers af te leveren;
b. dat het aan anderen dan personen, behorende tot een bij de
maatregel aangewezen categorie, verboden is deze aan gebruikers af
te leveren;
c. dat het verboden is deze aan gebruikers af te leveren anders
dan op voorschrift van een deskundige, behorende tot een bij de
maatregel aangewezen categorie.
Artikel 5
Bij algemene maatregel van bestuur kan ten aanzien van medische
hulpmiddelen van een daarbij aangewezen soort, die ernstig gevaar voor
de gezondheid kunnen opleveren, worden bepaald, dat het verboden is deze
middelen te vervaardigen, in te voeren, voorhanden te hebben, af te
leveren of toe te passen.
Artikel 6
Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in een
der artikelen 2-5 wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. De
voordracht tot zodanige maatregel wordt Ons niet gedaan dan nadat twee
maanden sinds die bekendmaking zijn verstreken.
Artikel 7
1.Indien naar zijn oordeel het belang van de volksgezondheid een
onverwijlde voorziening vordert, kan Onze Minister regelen als bedoeld
in de artikelen 2-5 stellen.
2.Een krachtens het eerste lid vastgesteld besluit wordt in de
Staatscourant bekend gemaakt en vervalt, behoudens eerdere intrekking,
twaalf maanden na zijn in werking treden.
Artikel 8
1.Onze Minister kan op aanvrage ontheffing verlenen van het
krachtens een der artikelen 2-5 dan wel krachtens artikel 7 bepaalde.
2.Onze Minister kan de hem in het eerste lid toekomende bevoegdheid
delegeren aan een door hem aan te wijzen ander orgaan van de centrale
overheid.
3.Een krachtens het tweede lid vastgesteld besluit wordt in de
Staatscourant bekend gemaakt.
Artikel 9
1.Een vergunning of ontheffing kan onder beperkingen worden
verleend. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften worden
verbonden.
2.Ingeval regelen worden vastgesteld krachtens een der artikelen
2-5, kunnen tevens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met
betrekking tot vergunningen en ontheffingen nadere regelen worden
gesteld en kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, dat
ter zake van de behandeling van een aanvrage om vergunning of
ontheffing een vergoeding overeenkomstig bij de maatregel gestelde
regelen verschuldigd is. Ingeval regelen worden vastgesteld krachtens
artikel 7 kunnen daarbij overeenkomstige voorzieningen worden
getroffen.
3.Het is verboden ter zake van een aanvrage om vergunning of
ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken.
Artikel 10
1.Onze Minister wijst op aanvraag een of meer instellingen aan, die
bevoegd zijn de door hem aan te wijzen procedures uit te voeren
betreffende de goedkeuring, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.
2.Een aangewezen instelling is bevoegd om met inachtneming van de
door Onze Minister gegeven aanwijzingen onderdelen van de door haar
uit te voeren procedures door anderen te doen uitvoeren.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels
worden gesteld met betrekking tot de gronden waarop de aanwijzing kan
worden gegeven, ingetrokken dan wel gewijzigd.
4.Aan een aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 10a
Onze Minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering
van het bepaalde bij of krachtens deze wet door de krachtens artikel 10
aangewezen instellingen.
Artikel 10b
1.De krachtens artikel 10 aangewezen instellingen verstrekken
desgevraagd kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van
zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen
van zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling
van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
2.De krachtens artikel 10 aangewezen instellingen zenden Onze
Minister jaarlijks een verslag betreffende de door de instelling
krachtens de aanwijzing verrichte werkzaamheden en de rechtmatigheid
en doeltreffendheid van die werkzaamheden en werkwijze in het
afgelopen jaar. Onze Minister kan met betrekking tot dit verslag
nadere regels stellen.
Artikel 10c
1.Onze Minister kan een krachtens artikel 10 aangewezen instelling
algemene aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar
taak.
2.De instelling is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te
handelen.
Artikel 10d
1.Indien naar het oordeel van Onze Minister een krachtens artikel
10 aangewezen instelling de procedures, bedoeld in het eerste lid van
dat artikel, niet of niet naar behoren uitvoert, kan Onze Minister de
noodzakelijke voorzieningen treffen.
2.De in het eerste lid bedoelde voorzieningen worden, spoedeisende
gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de betrokken
instelling in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze
Minister te stellen termijn alsnog de procedures naar behoren uit te
voeren.
Artikel 10e
Tegen een beschikking inzake goedkeuring kan een belanghebbende
beroep instellen bij Onze Minister.
Artikel 10f
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de
wet waarbij dit artikel in deze wet is ingevoegd, en vervolgens telkens
na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid
en doelmatigheid van het functioneren van de krachtens artikel 10
aangewezen instellingen.
Artikel 11
1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen
ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede
andere ambtenaren met betrekking tot medische hulpmiddelen van een bij
dat besluit aangewezen soort.
2.Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 12
De ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid zijn
bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving
van een bevel als bedoeld inartikel 12a, en de bij artikel 5:20, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.
Artikel 12a
De ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid zijn, ter
voorkoming van schade aan de volksgezondheid, bevoegd een bevel te geven
om de handel, invoer of aflevering van een medisch hulpmiddel op te
schorten of te beëindigen.
Artikel 13
1.Hij die een voorwerp - al dan niet zijnde een medisch hulpmiddel
- aanprijst als zijnde geschikt voor een der in artikel 1, eerste lid,
onder a, sub 1°-3°, aangegeven functies, terwijl hij weet of
redelijkerwijs moet vermoeden, dat de aangeprezen geschiktheid
ontbreekt of de werkelijke geschiktheid in ernstige mate bij de
aangeprezene achterblijft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten
hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
2.Met gelijke straf wordt gestraft hij die een voorwerp - al dan
niet zijnde een medisch hulpmiddel -, dat op de verpakking of op een
daarbijgevoegd geschrift wordt aangeprezen als zijnde geschikt voor
een der in artikel 1, eerste lid, onder a, sub 1°-3°, aangegeven
functies, verkoopt, ten verkoop aanbiedt, aflevert, verhuurt of in
gebruik afstaat, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden,
dat de aangeprezen geschiktheid ontbreekt of de werkelijke
geschiktheid in ernstige mate bij de aangeprezene achterblijft.
3.De in de voorgaande leden strafbaar gestelde feiten zijn
misdrijven.
Artikel 14
Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste €
900 000,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met
het bepaalde bij of krachtens artikel 2, 3, 4, 5, 7, eerste lid, 9,
eerste of derde lid, of13.
Artikel 15
1. Artikel 1 van de Wet op de economische delicten wordt aldus
gewijzigd dat handelen of nalaten in strijd met de voorschriften
gesteld bij of krachtens de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, 5, 7,
eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 12, eerste lid, van de Wet op
de medische hulpmiddelen een economisch delict oplevert, dat als
overtreding als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder 4°, van de
Wet op de economische delicten wordt gekwalificeerd.
2. Onze Minister van Justitie is belast met de aanpassing van
artikel 1 van de Wet op de economische delicten overeenkomstig het in
het vorige lid bepaalde. De hiertoe strekkende beschikking wordt in
het Staatsblad geplaatst.
Artikel 16
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de medische
hulpmiddelen.
2. Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 15 januari 1970
JULIANA
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
R.J.H. Kruisinga
Uitgegeven de zesentwintigste februari 1970
De Minister van Justitie a.i.,
H.K.J. Beernink
|