WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast
college van advies van het Rijk in te stellen op het terrein van het
landelijk gebied en dat het in verband met artikel 79 van de Grondwet
noodzakelijk is daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben gevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Artikel 1
Er is een raad voor het landelijk gebied, verder te noemen: de raad.
Artikel 2
De raad heeft tot taak de regering en de beide Kamers der
Staten-Generaal te adviseren over strategische beleidsvraagstukken ten
aanzien van de functies landbouw, natuur, bos en landschap,
openluchtrecreatie en visserij van het landelijk gebied alsmede
strategische beleidsvraagstukken die verband houden met dan wel van
invloed zijn op die functies, al dan niet in onderlinge samenhang.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.
Artikel 4
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de raad voor het landelijk
gebied.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 10 oktober 1996
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen
Uitgegeven de vijfde november 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager