WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast
college van advies van het Rijk in te stellen op het terrein van de
maatschappelijke ontwikkeling en dat het in verband met artikel 79 van
de Grondwet noodzakelijk is daartoe wettelijke bepalingen vast te
stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Er is een Raad voor maatschappelijke ontwikkeling.
2. De Raad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht andere
leden.
Artikel 2
De Raad heeft tot taak de regering en de beide kamers der
Staten-Generaal te adviseren over de hoofdlijnen van beleid inzake de
gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen voor zover deze van invloed
zijn op de participatie van burgers in en de stabiliteit van de
samenleving.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1996,
treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot
en met 1 januari 1997.
Artikel 4
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Raad voor maatschappelijke
ontwikkeling.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 30 januari 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.G. Terpstra
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de vierde maart 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager