Nadere regelgeving:
- Verordening op de kwaliteitstoetsing
(vervallen)
WET van 28 juni 1962, houdende regelen
betreffende het accountantswezen
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is bij de
wet regelen te stellen betreffende het accountantswezen en daarbij
toepassing te geven aan de artikelen 159 tot en met 161 der Grondwet;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. De orde van registeraccountants
§ 1. Zetel en taak
Artikel 1
1.Er is onder de naam Nederlands Instituut van Registeraccountants
een orde van registeraccountants, in deze wet verder te noemen Orde.
Deze heeft tot leden degenen, die in het in artikel 55 bedoelde
accountantsregister ingeschreven zijn.
2.De Orde is gevestigd te Amsterdam. Zij is een openbaar lichaam in
de zin van artikel 134 van de Grondwet.
3.De Orde heeft tot taak de bevordering van een goede
beroepsuitoefening door de registeraccountants en de behartiging van
hun gemeenschappelijk belang. Ten aanzien van registeraccountants die
werkzaamheden verrichten als externe accountant als bedoeld in artikel
1, onderdeel e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties heeft de
Orde tot taak de bevordering van een goede beroepsuitoefening van deze
accountants binnen accountantsorganisaties als bedoeld in artikel 1,
onderdeel a, van die wet. Haar taak omvat mede de zorg voor de eer van
de stand van de registeraccountants en het verzorgen of doen verzorgen
van de praktijkstage, bedoeld in artikel 67, eerste lid.
4.In afwijking van het eerste lid zijn degenen, die op grond van
artikel 58, onder b, juncto artikel 59, tweede lid, in het
accountantsregister zijn ingeschreven, slechts lid van de Orde indien
zij de wens daartoe schriftelijk aan het bestuur van de Orde kenbaar
hebben gemaakt.
§ 2. Inrichting
Artikel 2
De Orde heeft een ledenvergadering, een bestuur en een voorzitter.
Artikel 3
1.Het aantal leden van het bestuur wordt door de ledenvergadering
bepaald, doch bedraagt ten minste zeven. De bestuursleden worden door
de ledenvergadering uit de leden van de Orde voor vier jaren benoemd.
2.Jaarlijks treedt een deel der bestuursleden volgens een door de
ledenvergadering vast te stellen rooster af. De rooster wordt zodanig
ingericht, dat voor zover mogelijk telkenmale hetzelfde aantal
bestuursleden aftreedt. De aftredenden zijn niet terstond
herbenoembaar.
3.Hij, die benoemd is ter vervulling van een tussentijds
opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in
wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4.De jaarlijkse benoeming van bestuursleden ter vervulling van de
ingevolge het tweede lid openvallende plaatsen geschiedt in de
bijeenkomst van de ledenvergadering, waarin overeenkomstig artikel 26
het bestuur rekening en verantwoording doet.
Artikel 4
De leden van het bestuur ontvangen vergoeding van reis- en
verblijfkosten.
Artikel 5 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 6
1.De voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter worden door de
ledenvergadering uit de bestuursleden telkens voor een jaar benoemd.
Behoudens ter vervulling van een tussentijds openvallende plaats
geschiedt de benoeming in de bijeenkomst van de ledenvergadering,
waarin overeenkomstig artikel 26 het bestuur rekening en
verantwoording doet.
2.De artikelen 3, derde lid, en 4 zijn ten aanzien van de
voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 7
1.Het personeel, dat de Orde en de bij of krachtens deze wet
ingestelde colleges voor de vervulling van hun taak behoeven, wordt
door of namens de Orde in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar
burgerlijk recht.
2.De ledenvergadering regelt bij verordening de voorwaarden,
waaronder de indienstneming geschiedt.
3.Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister van Financiën.
§ 3. Werkwijze van de organen der Orde
Artikel 8
Het bestuur roept de ledenvergadering bijeen, zo dikwijls het zulks
nodig oordeelt en voorts indien ten minste veertig leden van de Orde,
onder opgaaf van de te behandelen punten, om haar bijeenroeping
verzoeken.
Artikel 9
De voorzitter van de Orde bekleedt in de bijeenkomsten van de
ledenvergadering en in de bestuursvergaderingen het voorzitterschap.
Artikel 10
Het bestuur vergadert niet, wanneer niet ten minste de helft van het
aantal zitting hebbende leden is opgekomen.
Artikel 11
De leden van het bestuur zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor
hetgeen zij in de bestuursvergaderingen hebben gezegd of aan haar
schriftelijk hebben overgelegd.
Artikel 12
De leden van het bestuur stemmen zonder last of ruggespraak.
Artikel 13
De leden van het bestuur onthouden zich in de bestuursvergaderingen
van medestemmen over aangelegenheden, die hun, hun echtgenoten of hun
geregistreerde partners, hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad
ingesloten, degenen met wie zij in de uitoefening van een beroep voor
gemene rekening of onder gemeenschappelijke naam optreden hun
werknemers, hun werkgevers, hun opdrachtgevers of degenen, op wie de in
de uitoefening van hun beroep verrichte werkzaamheden rechtstreeks
betrekking hebben, persoonlijk aangaan.
Artikel 13a
1.De bijeenkomsten van de ledenvergadering worden in het openbaar
gehouden.
2.De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van de
aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3.De ledenvergadering beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
worden vergaderd.
Artikel 14
1.Indien bij het nemen van een beslissing geen der leden stemming
vraagt, is het voorstel aangenomen.
2.Stemming over personen vindt plaats bij gesloten en ongetekende
stembriefjes.
Artikel 15
1.Een stemming in een bijeenkomst van de ledenvergadering is
nietig, indien niet meer dan de helft van de stemmen is uitgebracht
van de ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde
stemgerechtigden.
2.Een stemming in een bestuursvergadering is nietig, indien niet
ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden, die zich
niet van medestemmen moeten onthouden, eraan heeft deelgenomen.
3.Bij stemming over personen worden leden, die blanco briefjes
ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit artikel geacht aan de
stemming te hebben deelgenomen.
Artikel 16
1.Ieder lid kan slechts één stem uitbrengen.
2.Tenzij bij verordening anders is bepaald, kan een lid aan een
ander lid schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn
stem. Een lid kan voor ten hoogste drie andere leden een stem
uitbrengen. Leden van het bestuur kunnen niet als gevolmachtigde
optreden.
3.Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco
stemmen worden voor de toepassing van dit artikel geacht niet te zijn
uitgebracht.
Artikel 17
1.Bij staking van stemmen in een bijeenkomst van de
ledenvergadering of in een voltallige bestuursvergadering is, indien
het zaken betreft, het voorstel verworpen en beslist, indien het
personen betreft, het lot.
2.Bij staking van stemmen in een niet voltallige
bestuursvergadering wordt het nemen van een beslissing tot een
volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen
worden heropend. Indien de stemmen dan opnieuw staken, is het eerste
lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18
1.De ledenvergadering kan bij verordening nadere regelen stellen
betreffende haar werkwijze en die van het bestuur.
2.Het bestuur kan nadere regelen stellen betreffende zijn
werkwijze, voor zover niet de ledenvergadering daarin bij verordening
heeft voorzien.
§ 4. Vervulling van de regelende en besturende taak
Artikel 19
1.De ledenvergadering maakt de verordeningen, die zij ter
vervulling van de in artikel 1 omschreven taak nodig oordeelt.
2.De ledenvergadering stelt ten behoeve van een goede uitoefening
van de werkzaamheden van registeraccountants bij verordening gedrags-
en beroepsregels vast, welke gelden voor allen, die zijn ingeschreven
in het in artikel 55 bedoelde register.
3.Voor zover uit deze wet niet anders blijkt, zijn de verordeningen
van de Orde slechts verbindend voor haar leden en organen.
4.De ledenvergadering stelt bij verordening regels vast terzake van
de onafhankelijkheid, het stelsel van kwaliteitsbeheersing en de
integere bedrijfsvoering van accountantsorganisaties als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties, welke verbindend zijn voor alle
accountantsorganisaties waarbinnen registeraccountants hun beroep
uitoefenen.
5.De ledenvergadering stelt bij verordening regels vast terzake van
de behandeling van klachten door registeraccountants,
accountantsorganisaties als bedoeld in het vierde lid of andere
kantoren waarbinnen registeraccountants hun beroep uitoefenen.
6.De ledenvergadering kan de bevoegdheid tot het geven van nadere
voorschriften omtrent door haar bij verordening geregelde onderwerpen
overdragen aan het bestuur.
7.Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, met
betrekking tot de uitoefening van de werkzaamheden van
registeraccountants ter zake van het verrichten van wettelijke
controles als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties, en vierde lid, behoeven de goedkeuring van
Onze Minister van Financiën.
Artikel 19a
1.De voorschriften in de in artikel 19, tweede lid, bedoelde
verordening met betrekking tot de uitoefening van de werkzaamheden van
registeraccountants ter zake van het verrichten van wettelijke
controles als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de
Wet toezicht accountantsorganisaties dienen dezelfde inhoud te hebben
als de desbetreffende voorschriften in de in artikel 24, tweede lid,
van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bedoelde
verordening.
2.Met het oog op de uitvoering van het eerste lid wordt een ontwerp
voor de desbetreffende bepalingen van de verordening opgesteld door
een commissie, bestaande uit een gelijk aantal leden van het
Nederlands Instituut van Registeraccountants en van de Nederlandse
Orde van Accountants-Administratieconsulenten.
3.In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister van
Financiën, op voorstel van de Orde, bij ministeriële regeling regels
stellen met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde onderwerp.
Daarbij bepaalt Onze Minister van Financiën tevens welke bepalingen
uit de verordeningen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op
de Accountants-Administratieconsulenten en artikel 19, tweede lid,
buiten toepassing blijven. Indien na de inwerkingtreding van de
ministeriële regeling een overeenkomstig artikel 19, tweede lid en
het tweede lid van dit artikel vastgestelde verordening in werking
treedt, trekt Onze Minister van Financiën haar in.
4.Indien een verordening houdende de in het eerste lid bedoelde
voorschriften wordt vernietigd op grond van artikel 31 en de
ledenvergadering niet binnen zes maanden na de datum van vernietiging
een verordening heeft vastgesteld in overeenstemming met het bepaalde
in het eerste lid, worden de in dat lid bedoelde voorschriften
vastgesteld door Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met
Onze Minister van Justitie.
Artikel 20
Het bestuur bestuurt de Orde en voert het beheer over haar vermogen.
Artikel 21
De voorzitter vertegenwoordigt de Orde in en buiten rechte.
Artikel 22
Het bestuur verstrekt Onze Ministers desgevraagd alle inlichtingen
over alle zaken, de Orde betreffende.
Artikel 22a
Indien de Orde haar taken vervult met betrekking tot
registeraccountants die werkzaamheden verrichten als externe accountant
als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties, werkt de Orde, voor zover noodzakelijk ten
behoeve van de uitoefening van het toezicht ingevolge de Wet toezicht
accountantsorganisaties, samen met de Stichting Autoriteit Financiële
Markten. In de daartoe voorkomende gevallen pleegt de Orde overleg met
de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
Artikel 22b
1.De Orde kan, in afwijking van artikel 2:5 van de Algemene wet
bestuursrecht, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij
de uitoefening van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak,
verstrekken aan:
a. de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
b. een organisatorisch verband van marktpartijen, dat zich ten
doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering
door de Stichting Autoriteit Financiële Markten van het toezicht
op de naleving van de Wet toezicht accountantsorganisaties en
daartoe met de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft
gesloten; en
c. de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten;
voor zover de verstrekking nodig is voor de vervulling van hun taak
ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties, onderscheidenlijk
de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.
2.Indien de Orde vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond
van het eerste lid heeft verstrekt aan een in dat lid bedoelde
instantie en die instantie verzoekt om die gegevens of inlichtingen te
mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt,
willigt de Orde dat verzoek slechts in:
a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste
lid; of
b. voor zover die instantie op een andere wijze dan in deze wet
voorzien met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke
procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens
of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
Artikel 22c
De Orde kan, in afwijking van artikel 2:5 van de Algemene wet
bestuursrecht, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de
vervulling van de haar ingevolge artikel 1, derde lid, tweede volzin van
deze wet opgedragen taak, verstrekken aan de accountantskamer, bedoeld
in artikel 31, tweede lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties,
en, in hoger beroep, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Artikel 23
1.De ontwerpen van verordeningen worden door het bestuur op bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze openbaar gemaakt. Een
ieder kan gedurende drie weken na de openbaarmaking van een ontwerp
bij het bestuur zijn bedenkingen schriftelijk naar voren brengen. Het
bestuur brengt de naar voren gebrachte bedenkingen ter kennis van de
leden.
2.De verordeningen worden door het bestuur op bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen wijze bekendgemaakt. Indien zij de
goedkeuring van een Onzer Ministers behoeven, geschiedt de
bekendmaking niet dan nadat de goedkeuring is verleend en wordt bij de
bekendmaking aan de voet van de verordening het besluit vermeld,
waarbij deze is goedgekeurd. De verordeningen treden, indien zij niet
anders bepalen, niet eerder in werking dan de tweede dag na die van de
bekendmaking.
§ 5. De geldmiddelen der Orde
Artikel 24
Het boekjaar van de Orde loopt van 1 september tot en met 31
augustus.
Artikel 25
Vóór de aanvang van het boekjaar stelt de ledenvergadering de
begroting van de Orde vast. Het bestuur dient daartoe een
ontwerp-begroting in, vergezeld van de nodige toelichting. Het ontwerp
wordt door het bestuur, ten minste twee weken vóór de behandeling
daarvan door de ledenvergadering, aan de leden toegezonden.
Artikel 26
1.Voor elk boekjaar benoemt de ledenvergadering uit de leden een
accountant, die belast is met de controle op de financiële
verantwoording, benevens een plaatsvervanger voor deze.
2.De accountant brengt binnen dertien weken na afloop van het
betrokken boekjaar een verslag uit aan het bestuur.
3.Binnen vier maanden na afloop van het boekjaar doet het bestuur
aan de ledenvergadering rekening en verantwoording over zijn in het
boekjaar gevoerde bestuur, onder overlegging van een balans en staat
van baten en lasten met toelichting en met een verklaring van de
accountant daarover. De balans, de staat van baten en lasten, de
toelichting en de verklaring van de accountant worden door het
bestuur, ten minste twee weken vóór de behandeling daarvan door de
ledenvergadering, aan de leden toegezonden.
4.De ledenvergadering stelt de rekening vast. De vaststelling
strekt tot décharge van het bestuur, behoudens in geval van later
gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
Artikel 27
1.De Orde kan van haar leden jaarlijks bijdragen heffen, waarvan
het bedrag voor elk boekjaar afzonderlijk door de ledenvergadering bij
verordening wordt vastgesteld. Het bedrag kan voor verschillende
categorieën van leden verschillend zijn.
2.De Orde kan bovendien de kosten van de werkzaamheden die zij
verricht ter beoordeling van de kwaliteit van de beroepsuitoefening
van een registeraccountant in rekening brengen bij haar leden of de
kantoren waarbinnen deze leden werkzaam zijn. Ter bepaling van het
verschuldigde bedrag worden door de ledenvergadering bij verordening
tarieven vastgesteld.
3.De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoeven
de goedkeuring van Onze Minister van Financiën.
Artikel 28
De Orde draagt alle kosten en is gerechtigd tot alle baten, uit de
uitvoering van deze wet voortvloeiende.
Artikel 29
1.Het bestuur kan de krachtens deze wet aan de Orde verschuldigde
bedragen, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij
dwangbevel invorderen. Geen invordering geschiedt dan nadat de
nalatige schuldenaar door het bestuur bij aangetekende brief tot
betaling is aangemaand, doch in gebreke is gebleven binnen de in de
aanmaning gestelde termijn, die ten minste tien dagen moet bedragen,
aan zijn verplichting te voldoen.
2.Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met
toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd.
§ 6. Toezicht op de Orde
Artikel 30
1.Indien een verordening van de Orde de goedkeuring van een Onzer
Ministers behoeft, wordt deze alleen geweigerd wegens strijd met het
recht of het algemeen belang.
2.Onze Minister kan bij een beslissing tot goedkeuring van een
verordening bepalen dat nadere voorschriften, overeenkomstig artikel
19, vierde lid, ter uitvoering van die verordening gegeven, eveneens
zijn goedkeuring behoeven. Het eerste lid is wat de goedkeuring van
die nadere voorschriften betreft van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31
1.Verordeningen en andere beslissingen van de Orde kunnen bij
koninklijk besluit worden vernietigd.
2.Van een besluit tot schorsing of vernietiging wordt mededeling
gedaan door plaatsing in het Staatsblad.
3.Het achterwege blijven van vernietiging binnen de termijn
waarvoor een beslissing is geschorst wordt, nadat de schorsing is
geëindigd, voor zover het een bekendgemaakte beslissing betreft, door
het bestuur op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze
bekendgemaakt.
Artikel 32
Het bestuur brengt jaarlijks vóór 1 januari aan Onze Minister van
Financiën verslag uit omtrent de werkzaamheden van de Orde in het
afgelopen boekjaar. Dit verslag wordt, tegen betaling der kosten,
algemeen verkrijgbaar gesteld.
Titel II. Tuchtrechtspraak
Artikel 33
1.De registeraccountant is bij het beroepsmatig handelen aan
tuchtrechtspraak op de voet van de Wet tuchtrechtspraak accountants
onderworpen ter zake van:
a. enig handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens
deze wet bepaalde; en
b. enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd
met het belang van een goede uitoefening van het
accountantsberoep.
2.De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door de
accountantskamer te Zwolle en in hoger beroep, tevens in hoogste
ressort, door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Titel IIA. Beroep
Artikel 34
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een
belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven.
Artikel 35 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 36 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 37 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 38 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 39 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 40 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 41 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 42 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 43 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 44 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 45 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 46 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 47 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 48 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 49 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 50 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 51 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 52 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 53 [Vervallen per 01-05-2009]
Artikel 54 [Vervallen per 01-05-2009]
Titel III. Het accountantsregister
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 55
1.Er is een accountantsregister, waarin als registeraccountant op
hun aanvrage worden ingeschreven zij, die voldoen aan de bij deze wet
gestelde eisen.
2.Bij elke inschrijving worden in het register vermeld de naam,
voornamen, geboortedatum en het adres van de betrokkene en de datum
der inschrijving.
3.Het accountantsregister vermeldt de jegens een ingeschrevene
opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen en het tijdstip waarop deze
zijn ingegaan en, voor zover van toepassing, het tijdstip waarop deze
eindigen. Bij elke doorhaling van een inschrijving, bedoeld in artikel
63, eerste lid, wordt de datum van de doorhaling vermeld.
4.De vermelding van de tuchtrechtelijke maatregel, bedoeld in het
derde lid, wordt uit het accountantsregister verwijderd indien tien
jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de tuchtrechtelijke
maatregel is opgelegd.
5.Met het beheer van het accountantsregister is belast het bestuur
van de Orde.
Artikel 56
1.Het accountantsregister ligt voor een ieder kosteloos ter inzage
bij het bestuur van de Orde.
2.Tegen betaling van een vergoeding volgens een door de
ledenvergadering bij verordening vast te stellen tarief wordt aan een
ieder, die zulks verlangt, schriftelijk medegedeeld:
a. of een persoon in het accountantsregister staat
ingeschreven;
b. of jegens ingeschrevene een tuchtrechtelijke maatregel is
opgelegd en wat de aard van de maatregel is.
3.Ten dienste van het Rijk, de provincies, de gemeenten en andere
publiekrechtelijke lichamen worden schriftelijke mededelingen als in
het tweede lid bedoeld kosteloos verstrekt.
4.Verordeningen, vastgesteld krachtens het tweede lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister van Financiën.
Artikel 57 [Vervallen per 10-09-1993]
§ 2. Inschrijving in het accountantsregister
Artikel 58
In het accountantsregister kunnen worden ingeschreven degenen die:
a. beschikken over getuigschriften waaruit blijkt dat zij de
opleiding, bedoeld in artikel 66, met goed gevolg hebben afgerond;
of
b. beschikken over een verklaring van vakbekwaamheid als bedoeld
in artikel 78.
Artikel 58a
Degene, die is ingeschreven in het accountantsregister als bedoeld in
artikel 55, is gerechtigd tot het voeren van de titel
registeraccountant, afgekort RA.
Artikel 58b
Het is degene, die niet is ingeschreven in het accountantsregister
als bedoeld in artikel 55, verboden de titel registeraccountant zonder
toevoeging dan wel in enigerlei samenstelling of afkorting te voeren,
dan wel zich zodanig te gedragen, dat daardoor bij het publiek
redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt dat hij tot het voeren van
deze titel gerechtigd is.
Artikel 58c
Onze Minister van Financiën kan bepalen dat degene, die is
ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 55 en die
een opleidings- of beroepstitel of een afkorting daarvan voert, waartoe
hij op grond van een wettelijke regeling van een andere Staat dan
Nederland is gerechtigd, bij het voeren van die titel of afkorting
tevens de naam en de plaats van vestiging van de instelling of
examencommissie, die deze titel heeft verleend, moet vermelden.
Artikel 59
1.De inschrijving wordt geweigerd:
a. indien de aanvrager niet voldoet aan de bij artikel 58 voor
inschrijving gestelde eis;
b. indien de aanvrager ingevolge in kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraak in staat van faillissement verkeert of ten
aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
van toepassing is;
c. indien de aanvrager ingevolge in kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld;
d. indien de aanvrager ingevolge rechterlijke uitspraak is
ontzet van het recht het accountantsberoep uit te oefenen;
e. indien gegronde vrees bestaat, dat de aanvrager als
registeraccountant inbreuk zal maken op wettelijke voorschriften,
de registeraccountants betreffende, of dat zijn inschrijving uit
anderen hoofde de eer van de stand der registeraccountants zal
schaden.
2.Het eerste lid onder e is niet van toepassing op een aanvrager,
die beschikt over de in artikel 58, onder b, bedoelde verklaring,
indien hij zonder zich in Nederland te vestigen onderzoeken als
bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 Burgerlijk Wetboek bij
wijze van dienstverlening wil verrichten, mits hij bevoegd is tot het
wettelijk voorgeschreven onderzoek van jaarrekeningen in een Lid-Staat
van de Europese Gemeenschappen, anders dan Nederland, of in een andere
Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte (Trb. 1992, 132).
Artikel 60
1.Hij, die in het accountantsregister wenst te worden ingeschreven,
dient daartoe een aanvrage in bij het bestuur, onder betaling van een
door de ledenvergadering bij verordening te bepalen bedrag.
2.Verordeningen, vastgesteld krachtens het eerste lid, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister van Financiën.
3.Onze genoemde Minister kan bepalen, welke gegevens bij de
aanvrage dienen te worden verstrekt.
4.Op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag tot
inschrijving is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
toepassing.
Artikel 61 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 62
Het bestuur schrijft de aanvrager, te wiens aanzien tot inschrijving
is beslist, binnen drie dagen in het accountantsregister in.
Artikel 63
1. Het bestuur haalt een inschrijving in het accountantsregister
door:
a. in geval van overlijden van de ingeschrevene;
b. op verzoek van de ingeschrevene;
c. indien de ingeschrevene in een der in artikel 59, eerste
lid, onder b-d, genoemde omstandigheden is komen te verkeren;
d. ter tenuitvoerlegging, van een daartoe strekkende
tuchtrechtelijke maatregel;
e. indien de accountantskamer een maatregel tot doorhaling van
de gegevens van de ingeschrevene in het register, bedoeld in
artikel 11 van de Wet toezicht accountantsorganisaties, heeft
opgelegd;
f. indien de ingeschrevene na de tenuitvoerlegging van een
dwangbevel in gebreke blijft de jaarlijkse bijdrage, bedoeld in
artikel 27, te voldoen.
2. Doorhaling van de inschrijving brengt mede verlies van de
betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van lid van de Orde ingevolge
het bij of krachtens deze wet bepaalde vereiste voor benoembaarheid of
verkiesbaarheid is.
Artikel 64
1.Hij, die in het accountantsregister ingeschreven is geweest,
wordt geacht te voldoen aan de bij artikel 58 voor inschrijving
gestelde eis.
2.Bij het indienen van een aanvrage om opnieuw in het
accountantsregister te worden ingeschreven moet, indien de vorige
inschrijving is doorgehaald op een der gronden, bedoeld in artikel 63,
eerste lid, onder c , het bewijs worden overgelegd, dat deze grond
heeft opgehouden te bestaan.
Artikel 65
Van elke doorhaling van een inschrijving in het accountantsregister
wordt door het bestuur op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
wijze mededeling gedaan.
Titel IIIA [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 70a [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 70b [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 70c [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 70d [Vervallen per 10-09-1993]
Titel IV. De opleiding tot registeraccountant
Artikel 66
De opleiding tot registeraccountant omvat de bij algemene maatregel
van bestuur vast te stellen vakgebieden die voor de bij of krachtens de
wet vereiste controles van financiële verantwoordingen van belang zijn,
en voldoet aan de in artikel 69, tweede lid, onderdeel a, bedoelde
eindtermen.
Artikel 66a
1.Bij verordening wordt het beroepsprofiel van de
registeraccountant vastgesteld.
2.De verordening, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring
van Onze Minister van Financiën.
Artikel 67
1.Gedurende ten minste drie jaar dient als onderdeel van de
opleiding een praktijkstage te worden gevolgd waarvoor de Orde zorg
draagt. De praktijkstage wordt afgesloten met een examen. Indien het
examen met goed gevolg is afgelegd, geeft de Orde daarvan een
getuigschrift af.
2.Bij verordening als bedoeld in artikel 19 worden met betrekking
tot de praktijkstage in elk geval geregeld:
a. de toelatingseisen;
b. de inhoud van het examen, de wijze waarop het examen wordt
afgenomen en de personen die bevoegd zijn het examen af te nemen;
c. de voorwaarden voor de toelating tot het afleggen van het
examen;
d. de voorwaarden voor het verkrijgen van vrijstelling van
bepaalde onderdelen van het examen;
e. de hoogte van de examengelden en te wiens laste deze komen.
3.De verordening, bedoeld in het tweede lid, behoeft de goedkeuring
van Onze Minister van Financiën.
Artikel 68
Bij de beoordeling of aan de toelatingeisen voor de praktijkstage is
voldaan, bepaalt de Orde aan de hand van de vastgestelde eindtermen,
bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, en de overgelegde
getuigschriften van opleidingen of een aanvulling op de genoten
opleiding noodzakelijk is.
Artikel 69
1.Er is een Commissie eindtermen accountantsopleiding.
2.De Commissie eindtermen accountantsopleiding heeft tot taak:
a. het vaststellen van de eindtermen, met inachtneming van de
vakgebieden, bedoeld in artikel 66, en het beroepsprofiel, bedoeld
in artikel 66a;
b. het aanwijzen van opleidingen die geheel of gedeeltelijk
voldoen aan de in onderdeel a bedoelde eindtermen, met
uitzondering van de eindtermen die betrekking hebben op de
praktijkstage, voor zover deze opleidingen niet zijn
geaccrediteerd overeenkomstig artikel 5a.9 van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. het toetsen van de praktijkstage aan de mate waarin wordt
voldaan aan de eindtermen.
3.De vastgestelde eindtermen worden bekendgemaakt door plaatsing in
de Staatscourant.
Artikel 70
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding heeft ten hoogste
acht leden waaronder de voorzitter.
2.Onze Minister van Financiën benoemt, schorst en ontslaat de
leden van de commissie. De leden zijn deskundig op het gebied van het
accountantsberoep. De benoeming vindt plaats op persoonlijke titel en
geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Bij de benoeming
van de leden van de Commissie eindtermen accountantsopleiding bepaalt
Onze Minister wie de voorzitter is. De leden van de commissie zijn
onbeperkt herbenoembaar.
3.Schorsing en ontslag vinden slechts plaats wegens ongeschiktheid
of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere
zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag
vindt voorts plaats op eigen verzoek.
4.Een lid van de Commissie eindtermen accountantsopleiding vervult
geen andere functies die ongewenst zijn met het oog op een goede
vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn
onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
5.In het bestuursreglement worden regels vastgesteld omtrent:
a. het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde
van het lidmaatschap van de Commissie eindtermen
accountantsopleiding, en
b. de wijze van openbaarmaking van nevenfuncties.
Artikel 71
1.Aan het lidmaatschap van de Commissie eindtermen
accountantsopleiding is een bezoldiging dan wel een schadeloosstelling
verbonden.
2.Onze Minister van Financiën stelt de bezoldiging of
schadeloosstelling vast.
Artikel 72
De Commissie eindtermen accountantsopleiding stelt een
bestuursreglement vast. Het bestuursreglement en elke wijziging daarvan
behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Financiën. De goedkeuring
kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 73
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding zendt jaarlijks voor
1 april aan Onze Minister van Financiën de ontwerpbegroting voor het
daaropvolgende jaar.
2.Indien gedurende een kalenderjaar aanmerkelijke verschillen
ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote
baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de Commissie
eindtermen accountantsopleiding daarvan onverwijld mededeling aan Onze
Minister van Financiën onder vermelding van de oorzaak van de
verschillen.
3.De Commissie eindtermen accountantsopleiding brengt jaarlijks de
kosten van de werkzaamheden die zij verricht in verband met de
uitoefening van haar taak op grond van deze wet en op grond van de Wet
op de Accountants-Administratieconsulenten in rekening bij de Orde en
de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, voor
zover deze kosten niet ten laste komen van de Rijksbegroting. Tot de
kosten behoren onder meer de kosten die zij ter voorbereiding op de
uitvoering van haar taak heeft gemaakt, voordat deze taak aan haar
werd opgedragen.
4.De kosten worden gebaseerd op de begroting waarmee Onze Minister
van Financiën heeft ingestemd.
5.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
met betrekking tot het derde en vierde lid.
Artikel 74
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding stelt jaarlijks voor
1 juli een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het
algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar
werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen
kalenderjaar.
2.Het verslag wordt aan Onze Minister van Financiën gezonden.
Artikel 75
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding verstrekt
desgevraagd aan Onze Minister van Financiën alle voor de uitoefening
van diens taak benodigde inlichtingen.
2.Onze Minister van Financiën kan inzage vorderen van alle
zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van
zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 76
1.Onze Minister van Financiën kan een besluit van de Commissie
eindtermen accountantsopleiding vernietigen, indien dit besluit is
genomen in strijd met het recht of het algemeen belang.
2.Van het vernietigingsbesluit wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
Artikel 77
1.Indien naar het oordeel van Onze Minister van Financiën de
Commissie eindtermen accountantsopleiding haar taak ernstig
verwaarloost, kan Onze Minister van Financiën de noodzakelijke
voorzieningen treffen.
2.De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet
eerder getroffen dan nadat de Commissie eindtermen
accountantsopleiding in de gelegenheid is gesteld om binnen een door
Onze Minister van Financiën te stellen termijn alsnog haar taak naar
behoren uit te voeren.
3.Onze Minister van Financiën stelt de beide kamers der
Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen
voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
Titel IVA. De verklaring van vakbekwaamheid
Artikel 78
1.De Commissie eindtermen accountantsopleiding geeft een verklaring
van vakbekwaamheid af aan degene die:
a. beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij voldoet
aan de eisen van vakbekwaamheid die in een lidstaat van de
Europese Gemeenschappen, anders dan Nederland, of in een andere
Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte, krachtens wettelijke regeling worden gesteld
voor de toelating tot de controle van jaarrekeningen als bedoeld
in artikel 1 van de Achtste Richtlijn nr. 84/253/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 10 april 1984 op de grondslag
van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag inzake de toelating
van personen, belast met de controle van boekhoudbescheiden (PbEG
L 126); of
b. in andere gevallen dan bedoeld in het onderdeel a, beschikt
over een in een ander land dan Nederland verkregen diploma of
soortgelijk bewijsstuk, waaruit naar het oordeel van de Commissie
eindtermen accountantsopleiding eenzelfde niveau van
vakbekwaamheid blijkt als die, welke blijkt uit het met goed
gevolg hebben voltooid van de opleiding tot registeraccountant; en
c. met goed gevolg een examen heeft afgelegd waarbij de kennis
van de betrokkene van het Nederlandse recht wordt getoetst; en
d. met goed gevolg een examen heeft afgelegd waarbij de kennis
van de betrokkene van de voor de registeraccountants geldende
gedrags- en beroepsregels wordt getoetst.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot het examen, bedoeld in het eerste lid,
onderdeel c. Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot
het examen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. De inhoud van het
examen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt vastgesteld bij
verordening als bedoeld in artikel 19. De verordening, bedoeld in de
vorige volzin, behoeft de goedkeuring van Onze Minister van
Financiën.
Artikel 79 [Vervallen per 01-10-2006]
Artikel 80 [Vervallen per 01-10-2006]
Titel V. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 81 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 82 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 83 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 84 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 85 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 86 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 87 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 88 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 89 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 90 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 91 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 92 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 93 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 94 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 95 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 96 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 97 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 98 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 99 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 100 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 101 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 102 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 103 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 104 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 105 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 106 [Vervallen per 10-09-1993]
Artikel 107
1. Degene, die in strijd handelt met het bepaalde in artikel 58b
wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
2. Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een
overtreding.
3. Indien tijdens het plegen van de in het eerste lid omschreven
overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling
van de schuldige wegens dezelfde overtreding onherroepelijk is
geworden, wordt hij gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee
weken of een geldboete van de tweede categorie. Onder vroegere
veroordeling wordt mede verstaan een vroegere veroordeling door een
strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens
soortgelijke feiten.
Artikel 107a
1.Met de opsporing van bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn,
behalve de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van
Strafvordering aangewezen ambtenaren, belast zij, die daartoe door
Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van
Financiën zijn aangewezen.
2.Van een krachtens het eerste lid vastgestelde beschikking wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 108
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de Registeraccountants.
Artikel 109
De onderscheidene artikelen van deze wet treden in werking op door
Ons te bepalen tijdstippen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 28 juni 1962
JULIANA
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
F. Gijzels
De Minister van Justitie,
A.C.W. Beerman
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,
J. Cals
Uitgegeven de eenendertigste juli 1962
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus
|