WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is enkele
voorzieningen te treffen omtrent weerkorpsen;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. De weerkorpsen
Artikel 1
[1.] Het is verboden weerkorpsen tot stand te brengen, daarvan
deel uit te maken of deze te steunen.
[2.] Weerkorps is iedere organisatie van particulieren, welke
gericht is op of voorbereidt tot het in onderling verband verrichten van
of deelnemen aan hetgeen tot de taak behoort van weermacht of politie in
de handhaving van de uit- en inwendige veiligheid en van de openbare
orde en rust.
[3.] Het verbod van het eerste lid geldt niet voor organisaties,
toegelaten bij of krachtens algemeenen maatregel van bestuur. Aan eene
toelating kunnen voorwaarden worden verbonden.
Artikel 2
[1.] Hij die in strijd handelt met artikel 1, wordt gestraft
met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde
categorie.
[2.] Het feit wordt beschouwd als eene overtreding.
Artikel 3
[1.] Hij die opzettelijk in strijd handelt met artikel 1, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van
de vierde categorie.
[2.] Het feit wordt beschouwd als een misdrijf.
Artikel 4
Deze wet kan worden aangehaald als 'Wet op de weerkorpsen'.
Artikel 5
Zij treedt op een door Ons te bepalen tijdstip in werking.
Hoofdstuk 2
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, den 11den September 1936.
WILHELMINA
De Minister van Justitie,
Van Schaik
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
J.A. de Wilde
De Minister van Staat, Minister van Defensie a.i.,
H. Colijn
Uitgegeven den twee en twintigsten September
1936
De Minister van Justitie,
Van Schaik