| |
|
|
|
|
vorige
WET
OP HET BEVOLKINGSONDERZOEK
Tekst zoals deze geldt op
18 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Besluit bevolkingsonderzoek
WET van 29 oktober 1992, houdende regels
betreffende bevolkingsonderzoek
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het
oog op de bescherming van de bevolking de uitvoering van
bevolkingsonderzoek dat een gevaar kan vormen voor de gezondheid van de
te onderzoeken personen aan een vergunningstelsel te onderwerpen, en dat
geen behoefte meer bestaat aan een afzonderlijke regeling betreffende
het röntgenologisch borstonderzoek op tuberculose, zoals neergelegd in
de Wet bevolkingsonderzoek op tuberculose (Stb. 1951, 288);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur;
b. de Gezondheidsraad: de Gezondheidsraad, bedoeld in artikel 21
van de Gezondheidswet (Stb. 1956, 51);
c. bevolkingsonderzoek: geneeskundig onderzoek van personen dat
wordt verricht ter uitvoering van een aan de gehele bevolking of aan
een categorie daarvan gedaan aanbod dat gericht is op het ten
behoeve of mede ten behoeve van de te onderzoeken personen opsporen
van ziekten van een bepaalde aard of van bepaalde
risico-indicatoren.
Hoofdstuk II. Vergunningsplichtig bevolkingsonderzoek
Artikel 2
1. Bevolkingsonderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van
ioniserende straling, bevolkingsonderzoek naar kanker en
bevolkingsonderzoek naar ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen
behandeling of preventie mogelijk is, moeten met de waarborgen bedoeld
in artikel 3 worden omgeven.
2. Indien vanwege de aard van de toe te passen onderzoeksmethode
of vanwege de aard van de op te sporen ziekte of risico-indicator naar
het oordeel van Onze Minister het belang van de volksgezondheid een
onverwijlde voorziening vordert, kan hij bevolkingsonderzoek aanwijzen
dat met de waarborgen, bedoeld in artikel 3, moet worden omgeven.
3. Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van een besluit als
bedoeld in het tweede lid, wordt bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal
een voorstel van wet tot regeling van het onderwerp van dat besluit
ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of door een der
Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, wordt het besluit onverwijld
ingetrokken.
Artikel 3
1. Het is verboden een bevolkingsonderzoek als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, of dat krachtens artikel 2, tweede lid, is
aangewezen, te verrichten zonder vergunning van Onze Minister.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de te onderzoeken
personen tegen de risico's van bevolkingsonderzoek als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, dan wel bevolkingsonderzoek dat krachtens artikel
2, tweede lid, is aangewezen. Deze regels kunnen verschillen voor de
onderscheidene categorieën van bevolkingsonderzoek.
3. Met betrekking tot bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel
2, eerste lid, dan wel bevolkingsonderzoek dat krachtens artikel 2,
tweede lid, is aangewezen, en dat tevens wetenschappelijk onderzoek op
het gebied van de geneeskunst is, kunnen bij algemene maatregel van
bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop
toestemming wordt gegeven en betrokkenen worden ingelicht over het doel,
de aard en de gevolgen van het onderzoek en de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer van te onderzoeken personen.
4. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend en aan
een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden; een en ander ter
bescherming van de te onderzoeken personen tegen de risico's of ter
verzekering van een voldoende nut van het desbetreffende
bevolkingsonderzoek, en uitsluitend voor zover noodzakelijk in verband
met de aard van het bevolkingsonderzoek waarvoor de vergunning wordt
verleend.
5. Bij een aanwijzing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan
Onze Minister regels stellen als bedoeld in artikel 3, tweede en derde
lid; die regels vervallen, behoudens eerdere intrekking, twaalf maanden
na hun inwerkingtreding.
Artikel 4
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3,
eerste lid, bevat een nauwkeurige beschrijving van:
a. de toe te passen onderzoeksmethoden;
b. de op te sporen ziekten of risico-indicatoren;
c. de te onderzoeken categorie van de bevolking;
d. de organisatie van het bevolkingsonderzoek;
e. de maatregelen die genomen worden om de kwaliteit van het
bevolkingsonderzoek te waarborgen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld betreffende andere gegevens die bij een aanvraag worden
overgelegd. Deze regels kunnen verschillen voor de onderscheidene
categorieën van bevolkingsonderzoek.
Artikel 5 [Vervallen per 01-07-1996]
Artikel 6
Alvorens op een aanvraag te beslissen, hoort Onze Minister de
Gezondheidsraad.
Artikel 7
1. Een vergunning wordt geweigerd indien:
a. het bevolkingsonderzoek naar wetenschappelijke maatstaven
ondeugdelijk is;
b. het bevolkingsonderzoek niet in overeenstemming is met
wettelijke regels voor medisch handelen;
c. het te verwachten nut van het bevolkingsonderzoek niet opweegt
tegen de risico's daarvan voor de gezondheid van de te onderzoeken
personen.
2. Bij bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 3, derde lid,
kan een vergunning worden geweigerd indien het belang van de
volksgezondheid een dergelijk onderzoek niet vordert.
3. Voor bevolkingsonderzoek naar ernstige ziekten of afwijkingen
waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is, wordt een vergunning
slechts verleend indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding
geven.
Artikel 8
1. Van de beschikking op de aanvraag wordt kennis gegeven aan
de in artikel 9 bedoelde inspecteurs voor zover zij ter plaatse
bevoegd zijn.
2. Van de beschikking wordt voorts kennis gegeven door plaatsing
in de Staatscourant.
Artikel 9
1. Een vergunning kan slechts worden ingetrokken indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of
onvoldoende blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn
genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden
volledig bekend zouden zijn geweest;
b. een beperking waaronder de vergunning is verleend, wordt
overschreden;
c. een aan de vergunning verbonden voorschrift niet wordt
nageleefd;
d. op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij
de beoordeling daarvan nadien bekend geworden wetenschappelijke kennis
met betrekking tot het bevolkingsonderzoek waarvoor een vergunning is
verleend, bekend zou zijn geweest;
e. aan het bevolkingsonderzoek na de vergunningverlening een
wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de geneeskunst wordt
toegevoegd en op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen
indien dit bij de beoordeling van de aanvraag bekend zou zijn geweest.
2. In gevallen waarin de vergunning kan worden ingetrokken,
kunnen in plaats daarvan beperkingen of voorschriften aan de vergunning
worden toegevoegd dan wel aan de vergunning verbonden beperkingen of
voorschriften worden gewijzigd.
3. Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid of het tweede
lid, hoort Onze Minister de Gezondheidsraad.
Hoofdstuk III. Verdere bepalingen
Artikel 10
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
deze wet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de
volksgezondheid.
Artikel 11
De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in
de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 12 [Vervallen per 01-07-1996]
Artikel 13
1. Degene die handelt in
strijd met
a. het bij artikel 3, eerste lid, bepaalde,
b. het krachtens artikel 3, tweede, derde of vijfde lid, bepaalde,
c. een krachtens artikel 3, vierde lid, aan een vergunning
verbonden voorschrift,
d. het bij artikel 11, tweede lid, bepaalde, wordt gestraft met
geldboete van de vierde categorie.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn
overtredingen.
Artikel 14
1. Voor degene die op het tijdstip waarop deze wet of krachtens
artikel 2, tweede lid, genomen besluit in werking treedt, reeds een
bevolkingsonderzoek verricht, waarvoor op grond van artikel 3, eerste
lid, een vergunning is vereist, blijft die bepaling alsmede het
krachtens artikel 3, tweede, derde of vijfde lid, bepaalde buiten
toepassing gedurende dertien weken na dat tijdstip en indien binnen
die termijn een aanvraag om de vereiste vergunning is ingediend, ook
nadien tot vier weken nadat de beschikking waarbij op die aanvraag
wordt beslist, van kracht is geworden.
2. Indien naar zijn oordeel het belang van de volksgezondheid een
onverwijlde voorziening vordert, kan Onze Minister ten aanzien van
degene die onderzoek verricht als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat
de termijn als bedoeld in het eerste lid, buiten toepassing blijft.
Artikel 15
Onze Minister zendt binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze
wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal een verslag over de wijze
waarop deze is toegepast.
Artikel 16
De Wet bevolkingsonderzoek op tuberculose (Stb. 1951, 288)
wordt ingetrokken.
Artikel 17
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 18
Deze wet kan worden aangehaald als Wet op het bevolkingsonderzoek.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 29 oktober 1992
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de eerste december 1992
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|