WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is te komen
tot opheffing van het openbaar lichaam agglomeratie Eindhoven;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. de datum van opheffing: de datum van inwerkingtreding van deze
wet;
b. de agglomeratie: het openbaar lichaam agglomeratie Eindhoven,
bedoeld in artikel 2 van de Wet agglomeratie Eindhoven;
c. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van
de provincie Noord-Brabant;
d. rechten en verplichtingen: alle rechten en verplichtingen
behoudens die welke voortvloeien uit het dienstverband met
personeel.
Artikel 2
1. De Wet agglomeratie Eindhoven wordt ingetrokken.
2. De agglomeratie wordt opgeheven.
§ 2. Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden van de
agglomeratie
Artikel 3
De door de agglomeratie gegeven voorschriften, geldende op de dag
voorafgaande aan de datum van opheffing, behouden gedurende twee jaren
na die datum hun rechtskracht, voor zover het ten aanzien van die
voorschriften bevoegde gezag deze voorschriften voor zijn grondgebied
niet eerder vervallen verklaart.
Artikel 4
Richtlijnen als bedoeld in artikel 52 en aanwijzingen als bedoeld in
artikel 53 van de Wet agglomeratie Eindhoven vervallen met ingang van de
datum van opheffing.
Artikel 5
In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt een door de raad van
de agglomeratie vastgesteld structuurplan als bedoeld in artikel 7 van
de Wet op de Ruimtelijke Ordening geacht te zijn vastgesteld door de
raden van de gemeenten die deel uitmaakten van de agglomeratie, elk voor
het grondgebied van de desbetreffende gemeente.
Artikel 6
1. De gemeenschappelijke regelingen waarin de agglomeratie
deelneemt op de dag voorafgaande aan de datum van opheffing, blijven
ongewijzigd van kracht.
2. De deelnemers aan gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in
het eerste lid treffen voor zoveel nodig binnen zes maanden na de datum
van de opheffing met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen
de uit de opheffing van de agglomeratie voortvloeiende voorzieningen.
Zij kunnen daarbij afwijken van de bepalingen van die regelingen met
betrekking tot wijziging en opheffing van de regeling en het toe- en
uittreden van deelnemers. De in de eerste volzin genoemde termijn kan
door gedeputeerde staten worden verlengd.
3. Indien de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, niet
binnen de daarvoor gestelde termijn zijn getroffen, kan dit geschieden
door gedeputeerde staten.
4. De leden van bij gemeenschappelijke regeling ingestelde
organen, aangewezen vóór de datum van opheffing door de agglomeratie,
blijven in deze organen zitting hebben totdat de deelnemers, zo nodig
met afwijking van hetgeen bij de regeling ten aanzien van de
zittingsduur is bepaald, in de aanwijzing hebben voorzien.
§ 3. De bestuurders en het personeel van de agglomeratie
Artikel 7
1. Met ingang van de datum van opheffing worden de voorzitter
en de gedelegeerden eervol uit hun ambt ontslagen.
2. Op hen zijn de wettelijke bepalingen inzake gewezen
burgemeesters, onderscheidenlijk gewezen wethouders, van overeenkomstige
toepassing.
3. De uitkeringen die ingevolge een verordening als bedoeld in
artikel 131 juncto artikel 130 van de Algemene pensioenwet politieke
ambtsdragers aan hen verschuldigd zijn, komen ten laste van de gemeente
Eindhoven.
Artikel 8
1. De ambtenaren en het personeel op arbeidsovereenkomst naar
burgerlijk recht in dienst bij de agglomeratie op de dag, voorafgaande
aan de datum van opheffing, zijn met ingang van die dag van rechtswege
in dienst van de gemeente Eindhoven. Zij gaan over in dezelfde
salarisschaal, op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde
rechtstoestand als voor elk van hen gold bij de agglomeratie en
vervullen in dienst van de gemeente Eindhoven een functie die zoveel
mogelijk overeenkomt met de functie die zij laatstelijk bij de
agglomeratie vervulden.
2. De eden en beloften, in verband met hun ambt door de in het
eerste lid bedoelde ambtenaren afgelegd, worden geacht mede op die
dienstvervulling betrekking te hebben.
§ 4. De rechten en verplichtingen
Artikel 9
1. Alle rechten en verplichtingen van de agglomeratie, voor
zover die na de opheffing van de agglomeratie voortbestaan, gaan met
ingang van de datum van opheffing over op de gemeente Eindhoven,
zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd.
2. Wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de
agglomeratie betrokken is, worden met ingang van de datum van opheffing
voortgezet door of tegen de gemeente Eindhoven. Ten aanzien van de
rechtsgedingen is het bepaalde in de artikelen 254 tot en met 262 van
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige
toepassing.
3. Ten aanzien van de in het eerste lid begrepen registergoederen
zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale legger
plaatshebben. Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven doen
de daartoe nodige opgaven aan de hypotheekbewaarder.
Artikel 10
1. Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven dragen
met ingang van de datum van opheffing zorg voor de voortzetting en
afsluiting van de financiële administratie en het kasbeheer alsmede
voor het opmaken en de vaststelling van de rekening van de
agglomeratie.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden
zijn de bepalingen van de gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
1. Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven dragen
uiterlijk een jaar na de datum van opheffing zorg voor de vereffening
van het vermogen van de agglomeratie.
2. Het saldo van de vereffening van het vermogen van de
agglomeratie komt ten bate onderscheidenlijk ten laste van de gemeente
Eindhoven.
3. Op lasten en baten van de agglomeratie welke na het tijdstip
van vereffening van het vermogen van de agglomeratie bekend worden, is
het bepaalde in het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
§ 5. Slotbepaling
Artikel 12
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
2. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet opheffing agglomeratie
Eindhoven.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 1985
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Rietkerk
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
Van Amelsvoort
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1985
De Minister van Justitie a.i.,
Rietkerk