WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is de
consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder, bedoeld in de
artikelen 391, 392 en 397 van het Burgerlijk Wetboek, te doen houden
door de Nederlandsche Bank;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
[1.] Tot het bewaren van effecten aan toonder die aan een
minderjarige of onder curatele gestelde toebehoren en waarvan de
kantonrechter heeft bepaald dat zij moeten worden bewaard bij de
Nederlandsche Bank, wordt door deze bank een consignatiekas gehouden.
[2.] In deze consignatiekas worden insgelijks bewaard de effecten
aan toonder die een voogd of curator, tot zekerheid voor zijn beheer,
krachtens bevel van de kantonrechter in pand moet geven.
[3.] Bij de inbewaargeving wordt de in het eerste of tweede lid
bedoelde rechterlijke beschikking, of een authentiek afschrift daarvan,
overgelegd.
Artikel 2
[1.] De in artikel 1, lid 2, bedoelde effecten moeten in
bewaring gegeven worden met de daarbij behoorende talons, coupons en
dividendbewijzen; de in artikel 1, lid 1, bedoelde effecten behooren
bij de inbewaargeving van diezelfde stukken voorzien te zijn, voor
zooverre deze aanwezig zijn.
[2.] De Nederlandsche Bank geeft aan den bewaargever of diens
vertegenwoordiger een schriftelijk bewijs van de ontvangst der effecten
af, waarin zij verklaart deze in bewaring te hebben genomen krachtens de
in het derde lid van artikel 1 bedoelde beschikking, en waarin de
effecten nauwkeurig worden omschreven.
Artikel 3
De bemoeiingen van de Nederlandsche Bank met de krachtens deze wet in
bewaring gegeven effecten, evenals het daarvoor te bedingen loon, worden
bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld. Op de Nederlandsche Bank
rust ter zake van het bewaren van deze fondsen de aansprakelijkheid, die
zij krachtens hare Voorwaarden van bewaarneming op zich neemt.
Artikel 4
[1.] Alle gelden, welke de Nederlandsche Bank op effecten in de
consignatiekas dan wel op de coupons, dividendbewijzen of talons van
die effecten int, blijven, indien zij niet geheel als vruchten van die
effecten kunnen worden aangemerkt, in de consignatiekas berusten,
behoudens de toepassing van hetgeen in de artikelen 5 en 6 is bepaald.
Over deze gelden wordt geen rente vergoed.
[2.] De bewaargevers kunnen aan de Nederlandsche Bank
schriftelijk opdracht geven met deze gelden bepaalde aan toonder
luidende fondsen te doen aankopen. Voor zover de gelden aan een
minderjarige of onder curatele gestelde toebehoren, moet een tot die
aankoop strekkende machtiging van de kantonrechter worden overgelegd.
Artikel 5
[1.] Behoudens de uitzonderingen in deze wet genoemd, worden
door de Nederlandsche Bank uit deze bewaargevingen geen effecten
teruggegeven of gelden uitbetaald, dan tegen overlegging van eene
rechterlijke beschikking of een authentiek afschrift daarvan, houdende
machtiging tot teruggave of uitbetaling onder vermelding van den
persoon aan wien teruggegeven of uitbetaald moet worden.
[2.] De machtiging wordt verzocht van de kantonrechter van de
rechtbank van het arrondissement, waarin de woonplaats van de
minderjarige of onder curatele gestelde is gelegen.
[3.] Voor zooverre zoodanig verzoek door den wettelijke
vertegenwoordiger gedurende zijn bewind wordt gedaan, wordt het
behandeld overeenkomstig de regelen, geldende voor het procesrecht in
zaken van personen- en familierecht. De machtiging wordt verleend,
indien de reden voor bewaargeving vervallen is, en voorts indien zulks
den kantonrechter in het belang van den minderjarige of onder curateele
gestelde noodzakelijk, nuttig of wenschelijk blijkt te zijn of indien
het belang van den wettelijke vertegenwoordiger zulks volstrekt eischt.
Bij de machtiging kan de afgifte of uitbetaling afhankelijk gesteld
worden van bewaargeving bij de consignatiekas van andere bepaalde
effecten. Bij afwijzing van het verzoek kan de wettelijke
vertegenwoordiger binnen veertien dagen na de dagteekening der
beschikking in hooger beroep komen.
[4.] Het verzoek van den meerderjarig gewordene of van hem, wiens
curateele is opgeheven, alsook het verzoek van den wettelijke
vertegenwoordiger, wiens bewind als zoodanig is geëindigd en die aan
zijn verplichtingen heeft voldaan, is dadelijk voor toewijzing vatbaar.
[5.] Als teruggave wordt niet aangemerkt het lichten van stukken
uit de bewaargeving ter incasseering, verwisseling, converteering,
inlevering en dergelijke handelingen door bemiddeling van de
Nederlandsche Bank.
Artikel 6
De Nederlandsche Bank kan, ondanks het bepaalde in het vorige
artikel, ook zonder daartoe bij rechterlijke beschikking te zijn
gemachtigd, effecten, in pand gegeven door een voogd of curator, aan
dezen op zijn verzoek teruggeven, mits die effecten tegelijkertijd
vervangen worden door een op het tijdstip der terugneming gelijkwaardig
bedrag aan effecten, ten genoegen van de Nederlandsche Bank.
Artikel 7
[1.] In alle gevallen, waarin ten opzichte van een in bewaring
gegeven fonds de rechthebbende gesteld wordt voor eene keuze, of
waarin zijne toestemming gevraagd wordt voor eene handeling die
wijziging brengt in de waarde, den aard of den rentevoet van het
fonds, kunnen de Nederlandsche Bank en de bewaargever in onderling
overleg beslissen en verricht de Nederlandsche Bank de handelingen,
die hiervan het gevolg zijn.
[2.] Leidt dit overleg niet tot overeenstemming of wenscht de
Nederlandsche Bank tot eene beslissing niet mede te werken, dan beslist,
op verzoek van den bewaargever, de in artikel 5, lid 2, bedoelde
kantonrechter zonder hoogere voorziening, waarna het slot van het vorige
lid toepasselijk is.
Artikel 8
[1.] Een voorkeursrecht, voortspruitende uit het bezit van een
der krachtens deze wet in bewaring gegeven stukken, maakt de
Nederlandsche Bank te gelde.
[2.] De wettelijke vertegenwoordiger zal echter bevoegd zijn de
bewijzen tot uitoefening van het voorkeursrecht uit de bewaarneming
terug te nemen, indien hij, uiterlijk op den derden dag vóór dien
waarop het voorkeursrecht vervalt of met goedvinden van de Nederlandsche
Bank op een later tijdstip, eene beschikking van den in artikel 5, lid
2, bedoelden kantonrechter overlegt, houdende toestemming tot afgifte
van het stuk, waarmede het voorkeursrecht wordt uitgeoefend. De
kantonrechter beslist zonder hoogere voorziening.
Artikel 9
[1.] Het Rijk waarborgt jegens den bewaargever en dengene te
wiens behoeve de inbewaargeving is geschied de nakoming door de
Nederlandsche Bank van hare verplichtingen. Het Rijk kan ter afwijzing
van aansprakelijkheid geen beroep doen op van het gemeene recht
afwijkende bepalingen door de Nederlandsche Bank gesteld in hare bij
artikel 3 bedoelde voorwaarden.
[2.] Indien op grond van het vorige lid het Rijk aan
belanghebbenden schade vergoedt, treedt het van rechtswege in de rechten
en rechtsvorderingen, welke die belanghebbenden jegens de Nederlandsche
Bank zouden hebben kunnen doen gelden.
Artikel 10
[1.] De bij het in werking treden van deze wet in de
consignatiekas aanwezige waarden worden door de beheerders zoo spoedig
mogelijk, in overleg met de Nederlandsche Bank, aan deze overgedragen.
[2.] De Nederlandsche Bank geeft een bewijs in drievoud af als
bedoeld is in artikel 2, laatste lid, waarvan één exemplaar bestemd is
voor den bewaargever en één voor ieder der beide ambtenaren, onder
wier toezicht de bewaring tot dusver plaats heeft gehad.
Artikel 11
Wij behouden Ons voor om al wat tot de uitvoering dezer wet behoort,
in verband met vorenstaande bepalingen, te regelen of te doen regelen.
Artikel 12
De wet van 26 Mei 1841, Staatsblad n° 14, vervalt.
Artikel 13
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, den 27sten Maart 1936
WILHELMINA
De Minister van Justitie,
Van Schaik
De Minister van Financiën,
Oud
Uitgegeven den zevenden April 1936
De Minister van Justitie,
Van Schaik