WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
verstrekking van subsidies door Onze Minister van Binnenlandse Zaken
wettelijk te regelen in verband met de bepalingen over subsidies in de
derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
Artikel 2
Dit hoofdstuk is van toepassing op subsidies die door Onze Minister
worden verstrekt en die:
a. op artikel 7 van deze wet berusten, of
b. niet op een wettelijk voorschrift berusten.
Artikel 3
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld
wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid,
van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4
Indien Onze Minister subsidie verstrekt voor activiteiten die mede
door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan Onze Minister
afwijken van de bij of krachtens deze wet aan de subsidie verbonden
verplichtingen, voor zover
a. dit wenselijk is met het oog op een goede afstemming met de
door die andere bestuursorganen opgelegde verplichtingen, en
b. daardoor het belang met het oog waarop die verplichtingen zijn
opgelegd, niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 5
1. Onze Minister kan voor door hem verstrekte subsidies een of
meer toezichthouders aanwijzen, die zijn belast met het toezicht op de
naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde
verplichtingen.
2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld
in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Aan subsidies als bedoeld in artikel 2 is de verplichting
verbonden dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle
medewerking verleent die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de
uitoefening van zijn bevoegdheden.
Artikel 6
1. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene
wet bestuursrecht, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de
aan de subsidie verbonden verplichtingen, overeenkomstig een door Onze
Minister vast te stellen aanwijzing over de reikwijdte en de
intensiteit van de controle.
2. De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de accountant
meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te
stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de
subsidie.
HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
Artikel 7
1. Onze Minister kan subsidies verstrekken ten behoeve van
activiteiten gericht op:
a. het verminderen van de gelegenheid tot het plegen van strafbare
feiten;
b. het vergroten van de kennis en het inzicht in
veiligheidsvraagstukken, alsmede het verder ontwikkelen van integraal
veiligheidsbeleid;
c. het vergroten van de veiligheid in de samenleving in het
algemeen, waaronder de handhaving van de openbare orde;
d. het ondersteunen van bijzondere activiteiten ten behoeve van de
politie, de brandweer of de rampenbestrijdingsorganisaties.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij
ministeriële regeling kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan
worden verstrekt, nader worden bepaald, alsmede de criteria voor die
verstrekking worden vastgesteld.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij
ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld met
betrekking tot:
a. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag
wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
d. de verplichtingen van de subsidieontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of
subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de
subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet
bestuursrecht.
4. Onze Minister maakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10
van de Wet openbaarheid van bestuur, de resultaten van onderzoek
waarvoor subsidie is verstrekt, zo spoedig mogelijk openbaar, maar in
ieder geval binnen zes maanden na de aanbieding ervan aan Onze Minister.
Artikel 8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij
ministeriële regeling kan ieder jaar een subsidieplafond worden
vastgesteld voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie kan
worden verstrekt, alsmede de wijze van verdeling daarvan.
2. Het besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in
de Staatscourant bekendgemaakt.
HOOFDSTUK 3. OVERIGE SUBSIDIES
Artikel 9
1. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op door Onze Minister per boekjaar verstrekte subsidies die
niet op een wettelijk voorschrift berusten.
2. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het
eerste lid.
HOOFDSTUK 4. WIJZIGING VAN DE WET OVERLEG MINDERHEDENBELEID
Artikel 10
[Wijzigt de Wet overleg minderhedenbeleid.]
HOOFDSTUK 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 11
Deze wet is niet van toepassing op subsidies die voor de
inwerkingtreding van deze wet zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden
vastgesteld waarop artikel 9 in werking treedt.
Artikel 13
Deze wet wordt aangehaald als: Wet overige BiZa-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 27 november 1997
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de negende december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager