| |
|
|
|
|
vorige
WET
RECHTEN BURGERLIJKE STAND
Tekst zoals deze geldt op
19 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Legesbesluit akten burgerlijke stand
WET van 23 april 1879 tot regeling der
heffing van regten wegens de verrigtingen van den ambtenaar van den
burgerlijken stand
WIJ WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van
Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen,
salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat de heffing van regten
wegens de verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand
regeling vordert;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Geene gelden mogen worden geheven ter zake van het opmaken van akten
of andere verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand,
behalve in de gevallen en op de wijze bij of krachtens deze wet
voorzien.
Artikel 2
1. Er is een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen recht
verschuldigd
a. voor elk afschrift van een akte van de burgerlijke stand als
bedoeld in artikel 23b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek;
b. voor elk uittreksel als bedoeld in artikel 23b, eerste lid,
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
c. voor elke verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in
artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
d. voor elke attestatie de vita, als bedoeld in artikel 19k van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en
e. voor elk meertalig uittreksel uit een akte van de
burgerlijke stand.
Afschriften van of uittreksels uit huwelijksakten of akten van
omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk worden
ten behoeve van het kerkelijk huwelijk kosteloos uitgegeven, mits van
de bestemming uit het stuk zelve blijke en zij alzoo tot geen ander
einde kunnen worden gebruikt.
2. Van de betaling van deze regten zijn vrijgesteld:
1°. zij, die het aangevraagde afschrift of uittreksel noodig
hebbende in hun persoonlijk belang, van hun onvermogen doen
blijken door een getuigschrift, door den burgemeester hunner woon-
of verblijfplaats afgegeven;
2°. de openbare ambtenaren, besturen en instellingen wegens de
afschriften of uittreksels, door hen aangevraagd in het openbaar
belang.
Artikel 3
1. De regten, krachtens art. 2 geheven, komen ten bate van de
gemeentekas.
2. Zij worden door den ambtenaar van den burgerlijken stand bij de
uitreiking van het afschrift of uittreksel, op welk stuk het
verschuldigd bedrag wordt vermeld, ingevorderd en op de wijze, door
Ons te bepalen, verantwoord.
Artikel 4
1. Er wordt minstens tweemaal 's weeks in de gemeenten boven de
tien duizend zielen en minstens eenmaal 's weeks in alle andere
gelegenheid gegeven tot kostelooze huwelijksvoltrekking, registratie
van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap.
2. De ambtenaar van den burgerlijken stand bepaalt de dagen en de
uren daarvoor bestemd.
Artikel 5
1. Het lokaal, in het huis der gemeente voor de
huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting
van een geregistreerd partnerschap bestemd, wordt door het college van
burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld.
2. Voor huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of
omzetting van een geregistreerd partnerschap, op andere tijd of andere
wijze dan waarop zij ingevolge het voorschrift van het voorafgaande
artikel kosteloos plaats heeft, kan door de gemeente een recht worden
geheven als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet (Stb 1992, 96).
Artikel 6
1. Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen
tijdstip.
2. Met het in werking treden dezer wet zijn het Keizerlijk decreet
van 12 Julij 1807 en alle andere verordeningen tot de heffing van regt
ter zake van het opmaken van akten of andere verrigtingen van den
burgerlijken stand vervallen.
Artikel 7
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet rechten burgerlijke stand.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Amsterdam, den 23sten April 1879
WILLEM
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
Kappeyne
Uitgegeven den zes en twintigsten April 1879
De Minister van Justitie,
H.J. Smidt
|
|
|