WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat de rechtskracht van de
planologische kernbeslissing Structuurschema groene ruimte is vervallen
en dus ook de rechtsbasis voor bepaalde daaraan verbonden
rechtsgevolgen, en dat het noodzakelijk is aan die planologische
kernbeslissing alsnog rechtskracht te verlenen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De planologische kernbeslissing Structuurschema groene ruimte
(Kamerstukken II 1993/94, 22 880, nr. 39) wordt aangemerkt als
geldend plan als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke
Ordening.
Artikel 2
Het plan, bedoeld in artikel 1, geldt van 3 oktober 2000 tot
vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet, voor zover het
niet eerder wordt herzien of ingetrokken.
Artikel 3
Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet
treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 4
Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtskracht Structuurschema
groene ruimte.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 23 februari 2004
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman
Uitgegeven de achttiende maart 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner