| |
|
|
|
|
vorige
WET
RECHTSPOSITIE MINISTERS EN STAATSSECRETARISSEN
Tekst zoals deze geldt op
19 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen
WET van 2 december 1993, houdende
regeling van de rechtspositie van ministers en staatssecretarissen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
rechtspositie van ministers en staatssecretarissen wettelijk te regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. De bezoldiging van ministers wordt bepaald op € 10.325,86 per
maand. De bezoldiging van staatssecretarissen wordt bepaald op €
9691,95 per maand.
2. Indien de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wordt
gewijzigd en wordt bepaald dat die wijziging een algemeen karakter
draagt, wordt bij ministeriële regeling met ingang van de datum,
waarop die wijziging ingaat, de bezoldiging van ministers en
staatssecretarissen dienovereenkomstig gewijzigd, onder nadere
vaststelling, voor zoveel nodig, van de in het eerste lid genoemde
bedragen.
3. Indien aan het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige uitkering
wordt toegekend, ontvangen ministers en staatssecretarissen deze op
gelijke voet.
Artikel 2
1. Boven en behalve de bezoldiging, bedoeld in artikel 1, ontvangen
ministers en staatssecretarissen op de voet van de regeling voor het
burgerlijk rijkspersoneel een vakantie-uitkering en een
eindejaarsuitkering.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten
aanzien van:
a. de voorzieningen die aan de ministers en staatssecretarissen
ter beschikking worden gesteld en noodzakelijk zijn voor de
vervulling van hun ambt;
b. een vaste vergoeding voor de kosten van voorzieningen die
voor eigen rekening van de ministers en staatssecretarissen komen
en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling
van hun ambt.
3. In de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald dat in deze algemene maatregel van bestuur
opgenomen bedragen bij ministeriële regeling kunnen worden gewijzigd
op een in deze algemene maatregel van bestuur aangegeven wijze.
4. Onder de in het tweede lid, onder a, bedoelde voorzieningen zijn
in ieder geval begrepen die met betrekking tot verhuizing en verblijf,
beveiliging, informatie en communicatie, binnenlandse en buitenlandse
dienstreizen en vervoer.
Artikel 3
Na het overlijden van een minister of staatssecretaris wordt op de
voet van de regeling voor het burgerlijk rijkspersoneel een uitkering
toegekend.
Artikel 4 [Vervallen per 17-07-2002]
Artikel 5
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 6
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 7
Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie ministers en
staatssecretarissen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 2 december 1993
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de dertigste december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|