Nadere regelgeving:
- Regeling
schuldregisters Nederlandse staatsleningen 2003
WET van 30 november 1949, houdende regelen nopens het beheer van
schuldregisters voor geldleningen ten laste van het Rijk
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
te stellen nopens het beheer van schuldregisters voor geldleningen ten
laste van het Rijk, andere dan de Grootboeken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onder het opperbeheer van Onze Minister van Financiën is de zorg
voor het houden van Schuldregisters voor geldleningen ten laste van het
Rijk, andere dan de Grootboeken, en voor de vervulling der daarbij te
verrichten werkzaamheden opgedragen aan de Agent van het Ministerie van
Financiën te Amsterdam, verder te noemen "Agent".
Artikel 2
Hij, te wiens name in een schuldregister, als in artikel 1 bedoeld,
een rekening is geopend, wordt aangemerkt als eigenaar der op die
rekening geboekte inschrijving.
Artikel 3
Alle personen, die bij de Agent bekend zijn als vertegenwoordigers
van de ingeschreven rechthebbenden, worden bij voortduring als zodanig
aangemerkt totdat van het vervallen van de bevoegdheid onder overlegging
der nodige bewijsstukken aan de Agent is kennis gegeven.
Artikel 4
Beperkingen in de bevoegdheid van de ingeschreven rechthebbenden
worden eerst van kracht, nadat daarvan onder overlegging der nodige
bewijsstukken aan de Agent is kennis gegeven.
Artikel 5
De erfgenamen of rechtverkrijgenden van hem, te wiens name een recht
staat ingeschreven, of zij, aan wie enig in een schuldregister
ingeschreven recht is gelegateerd, moeten van hun recht doen blijken
door overlegging van de bescheiden die door de Agent worden gevorderd.
Artikel 6
In-, over- of afschrijvingen, evenals het stellen van aantekeningen
tengevolge van verpandingen en dergelijke, kunnen niet worden tot stand
gebracht gedurende een door Onze Minister van Financiën te bepalen
termijn, voorafgaande aan de vervaldag der rente, welke termijn op ten
hoogste één maand kan worden gesteld.
Artikel 7
De kosten voor het houden van een rekening in een schuldregister,
zomede die voor de omzetting van schuldbewijzen in een inschrijving en
die voor de omzetting van een inschrijving in schuldbewijzen, worden
door Onze Minister van Financiën voor ieder schuldregister vastgesteld.
Artikel 8
De Agent is bevoegd voor te schrijven dat voor handelingen, welke te
zijner kennis moeten worden gebracht, gebruik wordt gemaakt van door hem
voor te schrijven formulieren.
Artikel 9
Iedere belanghebbende zal binnen een termijn van één maand na het
in werking treden van deze wet de inschrijving in de schuldregisters
kunnen vorderen van rechten, vóór het in werking treden daarvan
verkregen, zonder dat derden hem het bepaalde in artikel 2 kunnen
tegenwerpen.
Artikel 10
Het is aan de Agent en aan de verdere ambtenaren en beambten van het
Agentschap van het Ministerie van Financiën verboden om aan bijzondere
personen, lichamen en instellingen inzage van de schuldregisters te
geven of enige mededeling te doen van hetgeen hun uit hoofde van hun
ambt bekend is omtrent andere inschrijvingen dan waarop die personen,
lichamen of instellingen recht hebben, tenzij daartoe een bevelschrift
van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam is verkregen.
Artikel 11
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag volgende op die
harer afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 30 November 1949
JULIANA
De Minister van Financiën,
P. Lieftinck
Uitgegeven de zestiende December 1949
De Minister van Justitie,
Wijers
|