WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat regeling van de vergoeding
van de kosten van registratie van motorboten, die van rijkswege
geschiedt, wenselijk is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de
Wegenverkeerswet 1994, geeft aan degene, op wiens aanvraag een motorboot
wordt geregistreerd, terzake van de registratie een registratiebewijs
onder opgave van een registratieteken af tegen betaling, op de door de
Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst
vastgestelde tarief. Artikel 4q, eerste lid, van de
Wegenverkeerswet 1994 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lech, 17 maart 1979
JULIANA
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
D.S. Tuijnman
Uitgegeven de zeventiende april 1979
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter