WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de
Staat tot medeoprichting overgaat van de Stichting Landelijke
Organisatie Trauma Teams en dat daartoe ingevolge artikel 40 van de
Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671) machtiging bij de wet vereist
is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Enig artikel
Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur wordt
gemachtigd overeenkomstig de bepalingen van de bij deze wet gevoegde
concept-statuten mede op te richten de Stichting Landelijke Organisatie
Trauma Teams, met dien verstande dat in de statuten wordt vastgelegd dat
een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de
stichting, genomen door het daartoe bevoegde orgaan, niet in werking
treedt dan nadat het door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur is goedgekeurd.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren,
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 18 maart 1987
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
D.J.D. Dees
Uitgegeven de zesentwintigste mei 1987
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
Bijvoegsel Statuten Stichting LOTT
Naam en zetel
Artikel 1
1. De stichting is genaamd: "Stichting Landelijke Organisatie
Trauma Teams"; zij is gevestigd te Rijswijk.
2. De stichting wordt opgericht voor onbepaalde tijd.
Doel en werkwijze
Artikel 2
1. De stichting stelt zich ten doel door middel van samenwerking
aanvullende voorzieningen tot stand te brengen gericht op snelle
medische hulpverlening aan slachtoffers bij grote ongevallen en rampen.
2. Zij richt zich daarbij in het bijzonder op:
1°. Chirurgische en anesthesiologische hulpverlening op het
rampterrein. Het gaat hier met name om triage en stabiliserende
levensreddende handelingen teneinde de slachtoffers transportgereed
te maken. Met name in het geval dat vervoer naar een ziekenhuis
langer dan normaal op zich laat wachten of dat in verband met het
grote aantal slachtoffers vervoer over een grotere afstand
noodzakelijk is;
2°. Assistentie in een ziekenhuis in de directe omgeving van de
ramp. Deze inzet zal afhankelijk zijn van de samenstelling van een
team. Gedacht wordt aan assistentie bij triage, poliklinische
behandeling en uitgebreide eerste hulp.
Middelen
Artikel 3
De middelen van de stichting bestaan uit:
- overheidsbijdragen;
- bijdragen van derden;
- inkomsten uit dienstverlening aan derden;
- hetgeen de stichting door erfstelling, legaat of schenking
verkrijgt;
- alle andere inkomsten.
Bestuur
Artikel 4
1. De stichting wordt bestuurd door de Raad van Bestuur, verder te
noemen: de Raad, bestaande uit tenminste vijf en ten hoogste acht leden.
Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van de overeenkomsten bedoeld in
artikel 291, lid 2, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Lid, tevens voorzitter van de Raad, is de Directeur-Generaal van
de Volksgezondheid.
3. De overige leden van de Raad worden benoemd als volgt:
a. de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt
een ambtenaar van zijn departement tot lid van de Raad;
b. de Raad benoemt op voordracht van elk van de na te noemen
organisaties één vertegenwoordiger tot lid;
c. de Raad kan op voordracht van andere organisaties, die door
haar daartoe worden uitgenodigd, een vertegenwoordiger van elk van
die organisaties tot lid benoemen.
4. De organisaties die een vertegenwoordiger kunnen voordragen om te
worden benoemd tot lid van de Raad zijn:
- de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, gevestigd te Utrecht;
- de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, gevestigd te
Amsterdam;
- De Nationale Ziekenhuisraad, gevestigd te Utrecht;
- de Vereniging van Directeuren Basisgezondheidsdiensten,
gevestigd te Utrecht.
5. De Raad wijst uit zijn midden een vice-voorzitter en een
penningmeester aan.
6. Benoeming tot lid van de Raad geschiedt voor een periode van
tenminste twee en ten hoogste vier jaar. Zulks geldt niet voor de
voorzitter die ambtshalve lid is van de Raad. Na afloop van de periode
waarvoor zij zijn benoemd zijn gewezen bestuursleden terstond
herbenoembaar.
7. De Raad stelt een huishoudelijk reglement vast binnen de door de
statuten aangegeven grenzen.
Artikel 5
1. De Raad vergadert tenminste éénmaal per jaar en telkens wanneer
de voorzitter of tenminste twee bestuursleden dit wenselijk achten.
2. De Raad is bevoegd zowel in als buiten vergadering besluiten te
nemen. In het laatste geval is daartoe vereist dat alle leden van de
Raad hun stem schriftelijk uitbrengen.
3. Alle besluiten van de Raad worden - behoudens het hierna en in de
artikelen 12 en 13 bepaalde - met volstrekte meerderheid van stemmen
genomen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn
verworpen. Ter vergadering kunnen geen besluiten worden genomen indien
niet tenminste vier bestuursleden aanwezig zijn. In afwijking hiervan
kunnen besluiten, indien tenminste twee bestuursleden aanwezig zijn,
worden genomen tijdens een tweede te beleggen vergadering.
Artikel 6
De voorzitter van de Raad en de direkteur van de stichting te zamen
vertegenwoordigen de stichting in en buiten rechte. Bij ontstentenis of
verhindering van de direkteur wordt de stichting in en buiten rechte
vertegenwoordigd door de voorzitter en penningmeester.
Bij ontstentenis of verhindering van de voorzitter vertegenwoordigen
de direkteur en de penningmeester de stichting in en buiten rechte.
Artikel 7
Het lidmaatschap van de Raad eindigt:
a. door het aftreden van het bestuurslid of doordat de periode
waarvoor een bestuurslid was benoemd is verstreken;
b. doordat het bestuurslid de funktie verliest uit hoofde waarvan
hij als zodanig optreedt of is benoemd;
c. door tussentijds ontslag als bestuurslid al dan niet op
verzoek van degene op wiens voordracht het lid is benoemd.
Begroting en financiële verantwoording
Artikel 8
Telkenjare vóór één november stelt de Raad een aktiviteitenplan
met een begroting van baten en lasten voor het komende kalenderjaar
vast.
Artikel 9
De Raad stelt jaarlijks een jaarverslag op met bijbehorende
jaarrekening, bestaande uit balans, staat van baten en lasten en de
toelichting daarop en zendt deze voor één juli van het kalenderjaar,
volgende op het verslag, ter kennisneming aan de Minister van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur. De controle van de jaarrekening geschiedt
mede ten behoeve van het Rijk door een door de Minister van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur aan te wijzen registeraccountant. Aan deze
wordt inzage gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle
inlichtingen verstrekt welke hij nodig acht om een juist inzicht te
krijgen in het financiële beheer van de stichting.
Aan de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de
Algemene Rekenkamer wordt een exemplaar van het accountantsrapport
gezonden.
Artikel 10
Het boekjaar van de stichting komt overeen met het kalenderjaar.
Direkteur
Artikel 11
1. De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt op
voordracht van de Raad een Direkteur, aan wie de leiding van de
werkzaamheden van de stichting wordt opgedragen. De Direkteur is belast
met de uitvoering van de besluiten van de Raad. De Voorzitter van de
Raad voorziet in het secretariaat.
2. De Raad stelt voor de Direkteur een instructie vast.
3. De Direkteur woont de vergaderingen van de Raad bij.
4. Hij heeft in de vergaderingen een adviserende stem.
Statutenwijziging en ontbinding van de stichting
Artikel 12
1. Een besluit van de Raad tot wijziging van de statuten zal slechts
kunnen worden genomen met tenminste twee/derde meerderheid van de
stemmen in een vergadering waarin alle leden aanwezig of door
schriftelijk gevolmachtigden vertegenwoordigd zijn.
2. In afwijking van het eerste lid kan het in dat lid bedoelde
besluit, indien tenminste 3 bestuursleden aanwezig zijn, worden genomen
tijdens een tweede te beleggen vergadering.
3. Een besluit tot wijziging van de statuten treedt niet in werking
dan nadat het door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
is goedgekeurd.
Artikel 13
Ter zake van de ontbinding van de stichting is toepasselijk hetgeen
in artikel 12 van deze statuten is bepaald aangaande een besluit tot
wijziging van de statuten.
Een besluit tot ontbinding treedt niet in werking dan nadat het door
de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur is goedgekeurd.
Artikel 14
1. De vereffening geschiedt door de Raad.
2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en
voorzover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.
3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten
voor zoveel mogelijk van kracht.
4. De Raad bepaalt welke bestemming, na betaling van alle schulden,
aan de overgebleven bezittingen van de stichting zal worden gegeven, met
dien verstande dat, na aftrek en storting ten gunste van 's Rijks kas
van een in verhouding tot de rijksbijdragen evenredig deel van het
saldo, het eindsaldo moet worden bestemd voor een doel dat het doel van
de stichting zoveel mogelijk nabij komt. Een besluit met betrekking tot
de bestemming van het liquidatiesaldo behoeft de voorafgaande
goedkeuring van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
Artikel 15
In alle gevallen waarin twijfel bestaat omtrent de uitleg van één
of meer bepalingen van de statuten of in gevallen waarin de statuten
niet voorzien beslist de Raad.
Ten slotte verklaarden de comparanten dat voor de eerste maal tot
leden van de Raad worden benoemd:
Directeur-Generaal van de Volksgezondheid, als voorzitter;
aangewezen door de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur;
benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde;
benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor
Anesthesiologie;
benoemd op voordracht van de Nationale Ziekenhuisraad;
benoemd op voordracht van de Vereniging van Directeuren
Basisgezondheidsdiensten.