| |
|
|
|
WET van 20 november 1980, houdende
regelen met betrekking tot de tarieven van organen voor gezondheidszorg
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
te stellen ter bevordering van een evenwichtig stelsel van tarieven op
het gebied van de gezondheidszorg mede met het oog op de beheersing van
de kostenontwikkeling daarvan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport;
b. het College: het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in
artikel 18;
c. de FIOD-ECD: de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en
Opsporingsdienst en Economische Controledienst van het Ministerie van
Financiën;
d. het College van Beroep: het College van Beroep voor het
bedrijfsleven, bedoeld in artikel 2 van de Wet bestuursrechtspraak
bedrijfsorganisatie;
e. ziektekostenverzekeraar:
1°. een zorgverzekeraar als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
2°. een zorgverzekeraar die zich overeenkomstig artikel 33 van
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als zodanig heeft aangemeld
voor de uitvoering van die wet;
3°. een particuliere ziektekostenverzekeraar, zijnde een
verzekeraar, anders dan bedoeld onder 1° en 2°, die in het bezit
is van de ingevolge artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning, of die heeft voldaan
aan de ingevolge de artikelen 37 of 38 van die wet vereiste
procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland;
f. orgaan voor gezondheidszorg:
1. een instelling voor gezondheidszorg;
2. een persoon die een medisch, paramedisch, psycho-sociaal dan
wel psycho-therapeutisch, farmaceutisch of verplegend beroep of een
bij algemene maatregel van bestuur aangewezen daarmede verwant
beroep uitoefent;
g. instelling voor gezondheidszorg: een instelling in het kader
waarvan medische, paramedische, psycho-sociale dan wel
psycho-therapeutische, farmaceutische of verpleegkundige hulp wordt
verleend, al dan niet gebonden aan de aanwezigheid van ruimtelijke
voorzieningen voor de huisvestingen en de daarmee samenhangende
verzorging van patiënten;
h. tarief: prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of
geheel van prestaties van een orgaan voor gezondheidszorg.
2. Deze wet is van toepassing op een orgaan voor gezondheidszorg
en een daarmee gelijkgestelde voorziening of instelling, die bij
algemene maatregel van bestuur wordt aangewezen of behoort tot een bij
een zodanige maatregel aan te wijzen categorie.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan een voorziening voor
maatschappelijke dienstverlening, behorende tot een bij die maatregel
aangewezen categorie, voor de toepassing van deze wet en de daarop
berustende bepalingen met een orgaan voor gezondheidszorg worden
gelijkgesteld.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan een instelling,
behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie, met een orgaan
voor gezondheidszorg worden gelijkgesteld, indien haar werkzaamheden
geheel of gedeeltelijk liggen op het gebied van de gezondheidszorg of
geheel of gedeeltelijk ten behoeve van de gezondheidszorg worden
verricht en indien dat voor een goede uitvoering van deze wet nodig is.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot
daarbij aangewezen prestaties nadere regelen worden gesteld ter zake van
het bepaalde in het eerste lid, onder e tot en met h. Tot deze regelen
kan behoren dat een of meer bepalingen van deze wet niet van toepassing
zijn op de prijs voor een daarbij aangewezen prestatie, een deel van een
prestatie of geheel van prestaties, door een orgaan voor
gezondheidszorg.
Hoofdstuk II. Tarieven
Titel 1. Algemeen
Artikel 2
1. Het is een orgaan voor gezondheidszorg verboden een tarief
in rekening te brengen:
a. voor een prestatie waarvoor geen prestatiebeschrijving
overeenkomstig deze wet is vastgesteld;
b. voor een prestatie waarvoor een andere prestatiebeschrijving
wordt gehanteerd dan overeenkomstig deze wet is vastgesteld;
c. dat niet overeenkomt met het tarief dat voor de betrokken
prestatie overeenkomstig deze wet is goedgekeurd of vastgesteld;
d. dat niet ligt binnen de tariefruimte die op grond van artikel 6a
of 8a voor de betrokken prestatie is goedgekeurd onderscheidenlijk is
vastgesteld;
e. anders dan op de wijze die overeenkomstig deze wet is
goedgekeurd of vastgesteld.
2. Het is een orgaan voor gezondheidszorg verboden een tarief,
bedoeld in het eerste lid, te betalen aan een ander orgaan voor
gezondheidszorg of aan een derde te vergoeden.
3. Het is een ziektekostenverzekeraar verboden een tarief,
bedoeld in het eerste lid, te betalen of aan een derde te vergoeden.
4. Een orgaan voor gezondheidszorg en een ziektekostenverzekeraar
kunnen aan het aanbieden, overeenkomen of leveren van een prestatie,
bedoeld in het eerste lid, onder a of b, dan wel aan het in rekening
brengen, betalen of aan een derde vergoeden van een tarief, bedoeld in
het eerste lid, geen rechten ontlenen.
5. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op een
tarief voor een deel van een prestatie of een geheel van prestaties.
6. Het derde tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op een verzekeraar als bedoeld in de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf 1993, voor zover niet begrepen onder artikel 1,
eerste lid, onder e, sub 2, van deze wet.
Artikel 2a
1. Organen voor gezondheidszorg en ziektekostenverzekeraars
voeren een administratie waaruit in ieder geval de overeengekomen en
geleverde prestaties blijken, alsmede wanneer die prestaties zijn
geleverd, aan welke patiënt respectievelijk verzekerde die prestaties
zijn geleverd, de daarvoor in rekening gebrachte tarieven en de in
verband daarmee ontvangen of verrichte betalingen of vergoedingen aan
derden.
2. Organen voor gezondheidszorg en ziektekostenverzekeraars
voeren op zodanige wijze een administratie dat te allen tijde mogelijk
is elk voor de desbetreffende categorie van organen voor gezondheidszorg
relevant tarief, dat overeenkomstig deze wet is goedgekeurd of
vastgesteld of dat ligt binnen de tariefruimte die op grond van artikel
6a of 8a is goedgekeurd onderscheidenlijk is vastgesteld, in rekening te
brengen, te betalen of aan derden te vergoeden.
3. Het College kan nadere regels stellen betreffende de
administratie ten behoeve van concurrentie in de regio, een adequate
bedrijfsvoering, het voorkomen van fraude en de inzichtelijkheid en
toegankelijkheid van die administratie.
4. Het eerste en tweede lid en de nadere regels zijn mede van
toepassing ten aanzien van degene die voor een orgaan voor
gezondheidszorg of ziektekostenverzekeraar een administratie voert
alsmede ten aanzien van degene die een administratie voert ten behoeve
van of in verband met het aanbieden, overeenkomen, leveren, in rekening
brengen, betalen of vergoeden aan derden van een prestatie of een tarief
of het ontvangen van een betaling.
Artikel 2b
1. Organen voor gezondheidszorg informeren hun patiënten
tijdig en zorgvuldig omtrent het voor de prestatie in rekening te
brengen tarief.
2. Organen voor gezondheidszorg brengen een tarief in rekening
onder vermelding van de daarbijbehorende prestatiebeschrijving.
3. Het College stelt nadere regels betreffende het door organen
voor gezondheidszorg:
a. bekendmaken van tarieven;
b. specificeren van op verrichte prestaties betrekking hebbende
rekeningen.
Artikel 3
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder
representatieve organisaties van organen voor gezondheidszorg en
representatieve organisaties van ziektekostenverzekeraars verstaan de
organisaties van organen voor gezondheidszorg of van
ziektekostenverzekeraars, welke Onze Minister op hun verzoek als
zodanig aanwijst voor bij zijn besluit aangegeven categorieën van
organen voor gezondheidszorg of van ziektekostenverzekeraars.
2. Onze Minister kan regels stellen die worden gehanteerd bij de
beoordeling van de representativiteit van organisaties als bedoeld in
het eerste lid.
3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan onder
voorwaarden of voor bepaalde tijd worden gegeven.
Titel 2. Goedkeuring van tarieven
Artikel 4
1. Indien een orgaan voor gezondheidszorg met een
ziektekostenverzekeraar een tarief is overeengekomen, kunnen zij het
College verzoeken dat tarief goed te keuren.
2. Een op een in het eerste lid bedoeld verzoek verleende
goedkeuring geldt voor alle gevallen waarin het orgaan voor
gezondheidszorg het tarief in rekening brengt aan de
ziektekostenverzekeraar of aan degene die bij deze voor de prestatie
waarop het tarief van toepassing is, is verzekerd.
Artikel 5
1. Indien overleg over een tarief tussen een representatieve
organisatie van organen voor gezondheidszorg en een representatieve
organisatie van ziektekostenverzekeraars of tussen een orgaan voor
gezondheidszorg en een representatieve organisatie van
ziektekostenverzekeraars dan wel tussen een representatieve
organisatie van organen voor gezondheidszorg en een
ziektekostenverzekeraar tot overeenstemming heeft geleid, kunnen zij
het College verzoeken dat tarief goed te keuren.
2. Een op een in het eerste lid bedoeld verzoek verleende
goedkeuring geldt voor alle gevallen waarin het orgaan voor
gezondheidszorg dat het tarief is overeengekomen dan wel bij het in het
eerste lid bedoelde overleg werd gerepresenteerd, het tarief in rekening
brengt aan de ziektekostenverzekeraar die bij het eerder genoemde
overleg werd gerepresenteerd, dan wel aan degene die bij deze voor de
prestatie waarop het tarief van toepassing is, is verzekerd.
Artikel 6
1. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid van de artikelen 4
en 5 bevat een voorstel voor:
a. de toe te passen prestatiebeschrijving;
b. het voor de prestatie in rekening te brengen tarief;
c. degene aan wie het tarief in rekening wordt gebracht;
d. degene door wie het tarief in rekening wordt gebracht en
e. de wijze waarop het tarief in rekening wordt gebracht.
2. Het College deelt zijn beschikking op een aanvraag om
goedkeuring van een tarief schriftelijk mee aan de betrokken
representatieve organisaties van organen voor gezondheidszorg en van
ziektekostenverzekeraars.
Het College kan aan de beschikking voorwaarden, voorschriften en
beperkingen verbinden.
3. Het College zendt, voor zover daarom is verzocht, binnen tien
dagen na afloop van een kalendermaand aan Onze Minister, alsmede aan de
naar het oordeel van het College representatief te achten op landelijk
niveau werkzaam zijnde consumenten- en patiëntenorganisaties en aan de
FIOD-ECD, een overzicht van de organen voor gezondheidszorg en de
categorieën van organen voor gezondheidszorg waarvoor in de voorgaande
kalendermaand door het College beschikkingen op aanvragen om goedkeuring
van een tarief zijn genomen.
4. De door het College genomen beschikkingen op aanvragen om
goedkeuring van een tarief liggen voor een ieder bij het College ter
inzage. Het College doet van de nederlegging eenmaal per kalendermaand
mededeling in de Staatscourant en in één of meer dag- of nieuwsbladen
die landelijk worden verspreid.
Artikel 6a
In afwijking van de artikelen 4, 5 en 6, eerste lid, onder b, kan een
verzoek als in die artikelen bedoeld, de goedkeuring betreffen van het
bedrag dat ten minste of het bedrag dat ten hoogste als tarief voor de
prestatie in rekening wordt gebracht.
Artikel 6b
1. Het College beslist afwijzend op een ingevolge artikel 4 of
5 gedaan verzoek tot goedkeuring van een tarief en een daarbij
behorende prestatiebeschrijving als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
indien die goedkeuring leidt tot een prestatiebeschrijving die in
strijd is met het recht of met het belang van de volksgezondheid.
2. Indien het College op grond van het eerste lid afwijzend
beslist, zijn de artikelen 8, 8a, 9 en 10 met betrekking tot die
prestatiebeschrijving van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1. Voordat het College een beschikking neemt op een verzoek om
goedkeuring van een tarief, worden het betrokken orgaan voor
gezondheidszorg, de betrokken ziektekostenverzekeraar en de betrokken
representatieve organisaties van organen voor gezondheidszorg en van
ziektekostenverzekeraars door het College in de gelegenheid gesteld te
worden gehoord, indien zij of een van hen daarom hebben verzocht.
2. Het College doet van zijn voornemen een verzoek om goedkeuring
in behandeling te nemen tijdig mededeling aan de in het eerste lid
bedoelde betrokkenen.
Titel 3. Vaststelling van tarieven
Artikel 8
1. Indien op een ingevolge artikel 4 of 5 gedaan verzoek om
goedkeuring van een tarief afwijzend wordt beslist, wordt op verzoek
van partijen of van een van hen dan wel ambtshalve een tarief door het
College vastgesteld. De artikelen 4, tweede lid, en 5, tweede lid,
zijn met betrekking tot dat tarief van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek van een orgaan voor gezondheidszorg, van een
ziektekostenverzekeraar of van een organisatie die voor een van beide
representatief is, wordt voorts een tarief door het College vastgesteld,
indien een overeenkomst als bedoeld in artikel 4 niet tot stand komt of
het overleg als bedoeld in artikel 5 niet tot overeenstemming leidt.
Daarbij wordt bepaald in welke gevallen het vastgestelde tarief geldt.
3. Op verzoek van een orgaan voor gezondheidszorg of van een
representatieve organisatie van organen voor gezondheidszorg dan wel
ambtshalve stelt het College een tarief vast, al dan niet gelijk aan een
voor dat orgaan of die organen goedgekeurd tarief, dat geldt in alle
gevallen waarin het in rekening wordt gebracht aan iemand die voor de
prestatie waarop het tarief van toepassing is, niet is verzekerd bij een
ziektekostenverzekeraar. Daarbij kunnen met betrekking tot de kring van
hen aan wie het tarief rechtsgeldig in rekening kan worden gebracht,
beperkingen worden gesteld.
4. Indien een verzoek als bedoeld in de artikelen 4 en 5 en het
eerste tot en met derde lid, niet voldoet aan het bij of krachtens deze
wet bepaalde, kan het College ambtshalve een tarief vaststellen.
5. Indien een beleidsregel als bedoeld in artikel 11 dat vordert
stelt het College ambtshalve een tarief vast.
6. Een beschikking op grond van dit artikel bevat in ieder geval
de onderwerpen, genoemd in artikel 6, eerste lid.
Artikel 8a
1. Artikel 8, eerste, vierde en zesde lid, zijn van
overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in artikel 6a.
2. Een verzoek of een ambtshalve vaststelling als bedoeld in
artikel 8, tweede, derde en vijfde lid, kan ook de vaststelling
betreffen van het bedrag dat ten minste of het bedrag dat ten hoogste
als tarief voor een prestatie in rekening wordt gebracht.
3. Bij toepassing van het vorige lid bevat de beschikking van het
College, in afwijking van artikel 8, zesde lid, juncto artikel 6, eerste
lid, onder b, het bedrag dat ten minste of het bedrag dat ten hoogste
als tarief voor de prestatie in rekening wordt gebracht.
Artikel 8b
Artikel 6b, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op een
verzoek gedaan in artikel 8.
Artikel 9
Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de
vaststelling van een tarief als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met
vierde lid.
Artikel 10
Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de
vaststelling van een tarief.
Titel 3a. Vaststelling van prestatiebeschrijvingen
Artikel 10a
1. Een orgaan voor gezondheidszorg, een ziektekostenverzekeraar
of een representatieve organisatie van organen voor gezondheidszorg
dan wel van ziektekostenverzekeraars kan het College verzoeken een
prestatiebeschrijving vast te stellen met betrekking tot een prestatie
waarvoor het College op grond van het bepaalde bij of krachtens
artikel 1, vijfde lid, artikel 11, vierde lid, onder c, dan wel
artikel 15, derde lid, geen tarief behoeft goed te keuren of vast te
stellen.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat een voorstel
voor:
a. de toe te passen prestatiebeschrijving;
b. degene aan wie het tarief voor de prestatie in rekening wordt
gebracht;
c. degene door wie het tarief voor die prestatie in rekening wordt
gebracht en
d. de wijze waarop het tarief in rekening wordt gebracht.
3. Het College beslist afwijzend op een ingevolge het eerste lid
gedaan verzoek tot vaststelling van een prestatiebeschrijving als
bedoeld in het eerste lid, indien die vaststelling leidt tot een
prestatiebeschrijving die in strijd is met het recht of met het belang
van de volksgezondheid.
4. De artikelen 6, tweede tot en met vierde lid, en 8, derde tot
en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de
vaststelling van een prestatiebeschrijving. Bij zodanige vaststelling
bevat een beschikking in ieder geval de onderwerpen, genoemd in het
tweede lid.
Titel 4. Beleidsregels
Artikel 11
1. Met het oog op het uitvoeren van zijn taken, genoemd in dit
hoofdstuk, stelt het College beleidsregels vast.
2. De beleidsregels kunnen inhouden op welke wijze, waaronder
schriftelijk of elektronisch, en met inachtneming van welke voorwaarden,
voorschriften of beperkingen een verzoek als bedoeld in de artikelen 4,
5, 6a, 8 en 10a moet worden ingediend. De beperkingen kunnen mede
inhouden dat het verzoek alleen gedaan kan worden door een orgaan voor
gezondheidszorg met een ziektekostenverzekeraar of een representatieve
organisatie van ziektekostenverzekeraars gezamenlijk of dat een verzoek
moet worden gedaan binnen een bepaalde termijn na de vaststelling van de
betrokken beleidsregel.
3. De beleidsregels kunnen inhouden welke prestatiebeschrijving
moet worden gehanteerd bij het in rekening brengen van een tarief.
4. De beleidsregels kunnen inhouden dat met betrekking tot het in
rekening te brengen tarief sprake is van:
a. een vast tarief;
b. een bedrag dat ten minste of een bedrag dat ten hoogste als
tarief in rekening wordt gebracht;
c. een tarief waarop de artikelen 2, eerste lid, onder c en d, en 3
tot en met 10 niet van toepassing zijn.
5. De beleidsregels kunnen inhouden aan wie, door wie en op welke
wijze en met inachtneming van welke voorwaarden, voorschriften en
beperkingen een tarief in rekening wordt gebracht.
6. De beleidsregels kunnen inhouden dat het College ambtshalve
een tarief danwel een bedrag dat ten minste of een bedrag dat ten
hoogste als tarief in rekening wordt gebracht of een
prestatiebeschrijving vaststelt.
7. De beleidsregels kunnen inhouden dat met inachtneming van in
de beleidsregel aangegeven voorwaarden, voorschriften en beperkingen
voor in die regel te onderscheiden delen van een prestatie of geheel van
prestaties daarbij nader aangegeven beleidsregels van toepassing zijn.
Artikel 12
1. Een beleidsregel als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Een zodanige beleidsregel
wordt daartoe gezonden aan Onze Minister.
2. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het
recht of het belang van de volksgezondheid.
3. Het besluit omtrent goedkeuring wordt binnen acht weken na
verzending bekendgemaakt. Het nemen van een besluit omtrent goedkeuring
kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
4. Indien binnen de in het derde lid genoemde termijn geen
besluit tot goedkeuring of verdaging, dan wel binnen de termijn waarvoor
het besluit is verdaagd, geen besluit omtrent goedkeuring is genomen,
wordt een besluit tot goedkeuring geacht te zijn genomen.
5. De beleidsregels liggen voor een ieder bij het College ter
inzage. Het College doet van de terinzagelegging mededeling in de
Staatscourant en in één of meer dag- of nieuwsbladen die landelijk
worden verspreid.
Artikel 13
1. Onze Minister kan beleidsregels vaststellen ten aanzien van
de onderwerpen, waaromtrent ingevolge artikel 11, door het College
beleidsregels worden of kunnen worden vastgesteld.
2. Onze Minister kan in de beleidsregels, bedoeld in het eerste
lid, bepalen dat het College ambtshalve een tarief als bedoeld in
artikel 11, vierde lid, onder a of b, of een prestatiebeschrijving
vaststelt.
3. Onze Minister kan in de beleidsregels bepalen dat de kosten
van door hem aangewezen rechtshandelingen waaruit financiële
verplichtingen voor een orgaan voor gezondheidszorg kunnen voortvloeien,
bij de beoordeling van een verzoek om goedkeuring of vaststelling van
een tarief niet in aanmerking worden genomen, indien het verzoek niet
vergezeld gaat van een verklaring van het College dat het met het
verrichten van de rechtshandeling heeft ingestemd.
4. In het geval, bedoeld in het derde lid, worden tevens door
Onze Minister beleidsregels gesteld over de wijze waarop een verzoek om
een verklaring als in dat lid bedoeld, wordt ingediend en over de
procedure volgens welke het College op een zodanig verzoek beslist.
Artikel 14
Alvorens overeenkomstig artikel 13 een beleidsregel wordt
vastgesteld, wordt de zakelijke inhoud van het voorgenomen besluit
schriftelijk medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. Het
besluit wordt niet eerder vastgesteld dan nadat 10 dagen zijn verstreken
na die mededeling. Van de vaststelling wordt mededeling gedaan door
plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 15
1. Indien het College in een beleidsregel als bedoeld in
artikel 11 de mogelijkheid opneemt van een experiment inzake
bekostiging van een prestatie, neemt hij de in dit artikel bedoelde
bepalingen in acht.
2. In de beleidsregel kan het College opnemen met inachtneming
van welke in die beleidsregel aangegeven voorwaarden, voorschriften of
beperkingen kan worden afgeweken van andere, in die beleidsregel
genoemde beleidsregels als bedoeld in artikel 11.
3. De beperkingen, bedoeld in het vorige lid, kunnen inhouden dat
de werking van de desbetreffende beleidsregel is beperkt tot een bepaald
gebied, tot een bepaalde categorie of een deel van een categorie van
organen voor gezondheidszorg, van ziektekostenverzekeraars, van
patiënten of van prestaties, of tot een beperkt aantal organen voor
gezondheidszorg, ziektekostenverzekeraars, patiënten of prestaties.
4. Een beleidsregel als bedoeld in het eerste lid kan inhouden
dat met inachtneming van in die beleidsregel aangegeven voorwaarden,
voorschriften of beperkingen artikel 2 niet van toepassing is op het
tarief voor de bij het experiment betrokken prestaties.
5. Een beleidsregel als bedoeld in het eerste lid kan inhouden
dat met inachtneming van in die beleidsregel aangegeven voorwaarden,
voorschriften of beperkingen de artikelen 2, eerste lid, onder c en d,
en 10a niet van toepassing zijn op de prestatiebeschrijving van de bij
het experiment betrokken prestaties.
6. Een beleidsregel als bedoeld in het eerste lid kan inhouden
dat met inachtneming van in die beleidsregel aangegeven voorwaarden,
voorschriften of beperkingen de artikelen 16b, eerste lid, en 16c,
eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten niet van
toepassing zijn op de bij het experiment betrokken prestaties.
7. Een beleidsregel als bedoeld in het eerste lid houdt in de
maximale duur van het experiment, die ten hoogste vijf jaren bedraagt.
Het College kan besluiten de gevolgen van het experiment geheel of
gedeeltelijk in stand te laten tot het einde van het boekjaar volgend op
het boekjaar waarin het experiment is geëindigd.
8. Het College evalueert het experiment tijdig en tijdens zijn
uitvoering.
9. Het College rapporteert over de uitslag van een experiment aan
Onze Minister in ieder geval binnen drie maanden na afloop van het
experiment.
Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2000]
Titel 4a [Vervallen per 01-02-2005]
Artikel 17a [Vervallen per 01-02-2005]
Artikel 17b [Vervallen per 01-02-2005]
Artikel 17c [Vervallen per 01-02-2005]
Artikel 17d [Vervallen per 01-02-2005]
Artikel 17e [Vervallen per 01-02-2005]
Titel 4b [Vervallen per 01-02-2005]
Artikel 17f [Vervallen per 01-02-2005]
Hoofdstuk III. Het College tarieven gezondheidszorg
Artikel 18
1. Er is een College
tarieven gezondheidszorg, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College
is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
2. Het College is belast met de taken die hem bij of krachtens
deze wet of een andere wet zijn opgedragen.
3. Het College wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de
voorzitter.
Artikel 19
1. Het College bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste
negen leden, onder wie de voorzitter.
2. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de
overige leden. Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die
nodig is voor de uitoefening van de taken van het College alsmede op
grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot
benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
3. Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden
worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van
het College.
4. Bij de samenstelling van het College wordt gestreefd naar
evenredige deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of
culturele minderheidsgroepen.
5. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar.
Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar
plaatsvinden.
6. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag
op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
7. Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en
verblijfkosten en verdere vergoedingen aan leden van het College en
leden van commissies vastgesteld en kunnen nadere regels over hun
rechtspositie worden vastgesteld.
Artikel 20
1. Het College stelt een bestuursreglement vast. Daarin worden
in ieder geval regels gesteld omtrent de wijze waarop besluiten worden
voorbereid, genomen en uitgevoerd.
2. In het bestuursreglement kan het College voorzien in de
instelling van commissies, in welk geval in het bestuursreglement tevens
regels worden gesteld omtrent de samenstelling en taken van de
ingestelde commissie. In commissies kunnen ook personen deelnemen die
geen lid van het College zijn.
3. Vergaderingen van het College en van commissies van het
College zijn openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement
anders is bepaald.
4. Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze
Minister.
Artikel 21
1. Op de rechtspositie van het personeel van het College zijn
de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij
ministeries van toepassing, met dien verstande dat waar in deze regels
een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid wordt
uitgeoefend door het College.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden afgeweken van de
in het eerste lid bedoelde regels.
Artikel 22
Het College zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een
werkprogramma voor het volgende kalenderjaar. Het werkprogramma behoeft
de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het werkprogramma
aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College stelt het
werkprogramma algemeen verkrijgbaar.
Artikel 23
Het College zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een
begroting van zijn beheerskosten voor het volgende kalenderjaar, alsmede
een meerjarenraming. De begroting en de meerjarenraming behoeven de
instemming van Onze Minister.
Artikel 24
Het College zendt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een verslag
van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de
doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder,
alsmede gegevens over de uitvoering van het werkprogramma in het
afgelopen kalenderjaar. Onze Minister zendt het verslag aan beide kamers
der Staten-Generaal. Het College stelt het verslag algemeen
verkrijgbaar.
Artikel 25
1. Het College brengt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister
een financieel verslag over zijn beheerskosten over het afgelopen
kalenderjaar uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de
getrouwheid en de rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven,
afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een rapport van de accountant
over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde
financiële beheer.
2. Het financieel verslag behoeft de instemming van Onze
Minister. Onze Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers
der Staten-Generaal. Het College stelt het financieel verslag algemeen
verkrijgbaar.
Artikel 26
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de
inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten
voor de accountantscontrole.
Artikel 27
De beheerskosten van het College worden tot ten hoogste het in de
begroting aangegeven bedrag gedekt uit ’s Rijks kas. Op grond van de
begroting worden maandelijks voorschotten verleend.
Artikel 28
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de
werkwijze en de uitoefening van de taken van het College.
Artikel 29
1. Een besluit van het College kan bij koninklijk besluit
worden vernietigd.
2. Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door
plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 29a
1. Het College rapporteert desgevraagd aan Onze Minister
omtrent de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid met
betrekking tot tarieven op het gebied van de gezondheidszorg.
2. Het College signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze
Minister feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de tarieven voor
de gezondheidszorg.
Artikel 29b
Het College verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de
uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan
inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat
voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 29c
1. Het College verstrekt desgevraagd aan het College voor
zorgverzekeringen en het College van toezicht op de zorgverzekeringen,
genoemd in artikel 58, eerste lid, respectievelijk artikel 77, eerste
lid, van de Zorgverzekeringswet, en aan het College bouw
ziekenhuisvoorzieningen en het College sanering
ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen, de
voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De bedoelde
colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden,
voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig
is.
2. Het College en het Staatstoezicht op de volksgezondheid,
bedoeld in de Gezondheidswet, verstrekken elkaar die inlichtingen die
van belang kunnen zijn voor de uitoefening van de uit deze wet en de
Gezondheidswet voortvloeiende taken.
3. Het College en de mededingingsautoriteit, bedoeld in de
Mededingingswet, verstrekken elkaar die inlichtingen die van belang
kunnen zijn voor de uitoefening van de uit deze wet en de
Mededingingswet voortvloeiende taken.
Artikel 29d
1. Het College:
a. geeft voorlichting omtrent de inhoud van zijn beleidsregels,
beschikkingen en besluiten en ten algemene over de uitvoering van zijn
taken;
b. stelt alle naar het oordeel van het College relevante informatie
over beleidsregels, beschikkingen en besluiten beschikbaar op
internet;
c. heeft een meldpunt voor het ontvangen van gegevens en
inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in
overeenstemming zijn met het bij of krachtens deze wet bepaalde.
2. De door het meldpunt, bedoeld in het voorgaande lid onder c,
verzamelde informatie mag worden gebruikt voor:
a. het beoordelen van een tarief door het College;
b. het vaststellen of wijzigen van beleidsregels door het College;
c. het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in artikel 13;
d. het verkrijgen van inzicht in de effecten van het gevoerde
beleid, de regelgeving, de uitvoering en de handhaving dan wel in de
effecten die zijn te verwachten van het te voeren beleid van het
College dan wel van Onze Minister en
e. het bevorderen van het naleven van deze wet.
Hoofdstuk IV. Het verstrekken van gegevens
Artikel 30
1. Een ieder is gehouden desgevraagd aan Onze Minister, het
College, de FIOD-ECD of aan een daartoe door een van hen aangewezen
persoon, verder in dit artikel aan te duiden als vrager, kosteloos:
a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke naar het
oordeel van die vrager voor de uitvoering van deze wet te zijnen
aanzien van belang kunnen zijn;
b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud
daarvan – zulks ter keuze van de vrager – waarvan de raadpleging
naar het oordeel van de vrager van belang kan zijn voor de
vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de
uitvoering van deze wet te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar
te stellen.
2. Ingeval deze wet aangelegenheden van een derde aanmerkt als
aangelegenheden van degene die op grond van het eerste lid
inlichtingenplichtig is, gelden, voor zover het deze aangelegenheden
betreft, gelijke verplichtingen voor de derde.
3. De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verplichting geldt
onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van
degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de vrager voor
raadpleging beschikbaar te stellen.
4. De vrager stelt degene wiens gegevensdragers hij bij een derde
voor raadpleging vordert, gelijktijdig hiervan in kennis.
5. De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en
zonder voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op
andere wijze – zulks ter keuze van de vrager – en binnen een door de
vrager te stellen termijn.
6. Toegelaten moet worden, dat kopieën, leesbare afdrukken of
uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar gestelde
gegevensdragers of de inhoud daarvan.
7. Gegevens en inlichtingen dienen volledig en naar waarheid te
worden verstrekt.
Artikel 30a
1. Het College kan regels stellen, inhoudende welke gegevens en
inlichtingen regelmatig moeten worden verstrekt door de organen voor
gezondheidszorg, ziektekostenverzekeraars, representatieve
organisaties van organen voor gezondheidszorg en van
ziektekostenverzekeraars alsmede degenen, bedoeld in artikel 2a,
vierde lid.
2. Het vorige lid is mede van toepassing ten aanzien van degene
die gegevens verzamelt, bewaart en bewerkt ten behoeve van organen voor
gezondheidszorg, ziektekostenverzekeraars, representatieve organisaties
van organen voor gezondheidszorg of van ziektekostenverzekeraars.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, bepalen aan wie de
gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt en kunnen bepalen het
tijdstip en de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens en
inlichtingen moeten worden verstrekt of door wie en de wijze waarop de
gegevens moeten worden bewerkt of door wie en de wijze waarop de
gegevens dan wel de bewerkingen van die gegevens moeten worden
bekendgemaakt, alsmede dat een accountant als bedoeld in artikel 393 van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de verstrekte
gegevens en inlichtingen bevestigt.
4. De in dit artikel bedoelde gegevens en inlichtingen dienen
volledig en naar waarheid te worden verstrekt.
Artikel 30b
De gegevens en inlichtingen bedoeld in de artikelen 30 en 30a
omvatten mede voor de uitvoering van deze wet noodzakelijke
persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid
als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens.
Hoofdstuk V. Toezicht op de naleving van de wet
Artikel 31
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister
aangewezen personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 32
1. Het College is ter handhaving van de artikelen 2a, 2b, 30 en
30a alsmede van het derde lid van dit artikel bevoegd tot het
toepassen van bestuursdwang.
2. Het College is ter handhaving van de artikelen 2a, 2b, 30 en
30a tevens bevoegd tot het geven van een aanwijzing.
3. Bij de aanwijzing stelt het College een termijn waarbinnen aan
de aanwijzing moet zijn voldaan.
Artikel 33
De griffiers van de in de Wet op de rechterlijke organisatie bedoelde
burgerlijke gerechten, van de Centrale Raad van Beroep en van het
College van Beroep verstrekken aan Onze Minister of het College of aan
een krachtens artikel 31 aangewezen persoon vrij van alle kosten alle
gegevens en uittreksels uit of afschriften van vonnissen, arresten,
uitspraken, registers, met uitzondering van strafregisters, en andere
stukken, die ten behoeve van de uitvoering van deze wet van hen verlangd
worden.
Artikel 34 [Vervallen per 01-02-2005]
Hoofdstuk VI. Beroep
Artikel 35
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan het orgaan voor
gezondheidszorg of de representatieve organisatie van organen voor
gezondheidszorg dan wel de ziektekostenverzekeraar of de representatieve
organisatie van ziektekostenverzekeraars, die daardoor rechtstreeks in
zijn belang is getroffen, beroep instellen bij het College van Beroep
voor het bedrijfsleven.
Artikel 36 [Vervallen per 14-04-1986]
Hoofdstuk VII
Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2000]
Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 41
1. Indien in deze wet
geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet
nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van
bestuur.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van deze
wet kan Onze Minister worden opgedragen nadere regelen vast te stellen.
Artikel 42 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 43
1. Een tarief dat
onmiddellijk voor het tijdstip waarop deze wet ten aanzien van bij
algemene maatregel van bestuur ingevolge artikel 1, eerste, tweede,
derde en vierde lid, aangewezen categorieën van organen voor
gezondheidszorg of daarmee gelijkgestelde voorzieningen of instellingen
in werking treedt, rechtsgeldig in rekening placht te worden gebracht
aan ziektekostenverzekeraars of aan degenen die bij deze voor de
prestatie waarop het tarief van toepassing is, zijn verzekerd, wordt in
alle gevallen waarin het aan degene die tot die zelfde groep behoort, of
aan een derde in rekening wordt gebracht, gelijkgesteld met een tarief
dat ingevolge deze wet is tot stand gekomen.
2. [Vervallen.]
3. Een tarief als bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende ten
hoogste twaalf maanden, te rekenen vanaf het in het eerste lid bedoelde
tijdstip.
Artikel 44
Een verzoek aan enig orgaan om goedkeuring of vaststelling van een
tarief, door een orgaan voor gezondheidszorg of een representatieve
organisatie van organen voor gezondheidszorg gedaan, voordat de
categorie van organen voor gezondheidszorg waartoe verzoeker behoort, is
aangewezen ingevolge het eerste, tweede, derde of vierde lid van artikel
1, wordt gelijkgesteld met een ingevolge deze wet gedaan verzoek om
goedkeuring of vaststelling van een tarief. Het College bepaalt in welke
gevallen het goedgekeurde of vastgestelde tarief geldt.
Artikel 45
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van
deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het
College uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren
nakomt.
Artikel 46
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit
artikel en vervolgens telkens na vier jaar aan de beide kamers der
Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid
van het functioneren van het College.
Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 48 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2000]
Artikel 55
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tarieven gezondheidszorg.
Artikel 56
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat
voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden gesteld.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lage Vuursche, 20 november 1980
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,
E. Veder-Smit
De Minister van Economische Zaken,
G.M.V. van Aardenne
Uitgegeven de negentiende december 1980
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
|
|
|