Nadere regelgeving:
- Besluit tarieven in strafzaken
2003
- Ministeriële regeling tarieven in strafzaken 2003
WET van 28 maart 1963, houdende
vaststelling van de tarieven van gerechtskosten in strafzaken, waarvan
de gewone rechter kennis neemt
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wet
van 8 april 1874, Stb. 1874, 66, tot vaststelling der tarieven van
gerechtskosten in strafzaken, waarvan de gewone rechter kennis neemt, te
vervangen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Eerste Titel. Vergoedingen voor werkzaamheden, tijdverzuim en reis-
en verblijfkosten
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.Op de voet van het bij en krachtens deze wet bepaalde worden
vergoedingen toegekend voor werkzaamheden, voor tijdverzuim alsmede
voor daarmede verband houdende noodzakelijke kosten, en voor gemaakte
reis- en verblijfkosten, voor zover voortvloeiende uit een verzoek of
opdracht van de justitie, ten behoeve van:
a. strafzaken, hieronder begrepen zaken betreffende
overtredingen waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt;
b. zaken waarin het openbaar ministerie optreedt ter uitvoering
van de wet en waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt.
2.Behoudens het bepaalde in lid 3, komen de vergoedingen ten laste
van 's Rijks kas, voor zover in bijzondere wetten niet anders is
bepaald.
3.Ingeval een verzoek of opdracht, als bedoeld in lid 1, is gedaan
of gegeven op verzoek van de verdachte of gerekwestreerde en ingeval
een verzoek of opdracht van dezelfde strekking zonder tussenkomst van
de justitie is gedaan of gegeven door de verdachte of de
gerekwestreerde, komen te diens laste vergoedingen, overeenkomstig het
bij en krachtens deze wet bepaalde. Komen deze vergoedingen toe aan
opsporingsambtenaren ingevolge een hun gedaan verzoek of gegeven
opdracht tot het afleggen van een verklaring in een zaak waarin zij
als zodanig zijn opgetreden, dan komen deze vergoedingen ten laste van
's Rijks kas.
Artikel 2
Tot het maken van ten laste van 's Rijks kas komende buitengewone,
bij en krachtens deze wet niet voorziene kosten in de zaken in artikel 1
bedoeld wordt vereist een machtiging van de advocaat-generaal bij het
ressortsparket en, in de zaken die bij de Hoge Raad dienen, van de
procureur-generaal bij de Hoge Raad. Zodanige machtiging is niet vereist
in de gevallen van de artikelen 150, 158 juncto 150, 192, 202, 212, 318,
398 juncto 318 en 415 juncto 318 van het Wetboek van Strafvordering.
§ 2. Vergoedingen voor werkzaamheden en voor tijdverzuim
Artikel 3
1.Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur de tarieven vast
voor vergoedingen voor:
a. werkzaamheden ingevolge verzoeken en opdrachten als bedoeld
in artikel 1, eerste en derde lid;
b. tijdverzuim ingevolge verzoeken en opdrachten als bedoeld in
artikel 1, eerste en derde lid, van hen aan wie werkzaamheden zijn
opgedragen, van getuigen, van voogden die wegens een strafzaak
tegen een onder hun gezag staande minderjarige ingevolge het
Wetboek van Strafvordering moeten worden opgeroepen en - ingeval
van toepassing van artikel 509d van dat Wetboek - van curatoren;
voorts van noodzakelijke geleiders van deze personen en van
verdachten of gerekwestreerden, alsmede van met het tijdverzuim
verband houdende noodzakelijke kosten.
2.Geen vergoeding wordt toegekend voor werkzaamheden:
a. die deel uitmaken van een taak waarvoor een dienstverband
met het Rijk bestaat;
b. verricht door ambtenaren van politie in diensttijd.
3.Geen vergoeding wordt toegekend wegens tijdverzuim:
a. voor de tijd besteed aan werkzaamheden als bedoeld in
artikel 1, eerste en derde lid;
b. van personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd;
c. van personen in bezoldigde rijksdienst en van militairen in
werkelijke dienst, voor zover het tijdverzuim valt in diensttijd;
d. van ambtenaren van politie, voor zover het tijdverzuim valt
in diensttijd;
e. van opsporingsambtenaren, niet behorende tot de sub c en d
bedoelde categorieën, voor zover het tijdverzuim voortvloeit uit
een hun niet op verzoek van de verdachte of gedaagde gedaan
verzoek of gegeven opdracht tot het afleggen van een verklaring in
een zaak waarin zij als zodanig zijn opgetreden.
4.Onze Minister van Justitie kan nadere regelen stellen.
Artikel 4
1.Wanneer de autoriteit, die opdracht tot de werkzaamheden heeft
gegeven, een daartoe strekkend verzoek doet, stelt de gemeente waar de
werkzaamheden moeten worden verricht, daarvoor een lokaliteit
beschikbaar.
2.Aan de gemeente komt hiervoor een vergoeding toe overeenkomstig
door Ons bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
3.Onze Minister van Justitie kan nadere regelen stellen.
Artikel 5
Voor werktuigen en gereedschappen, gebruikt bij de opgedragen
werkzaamheden, wordt geen vergoeding gegeven, tenzij de aard van de
werkzaamheden de werktuigen en gereedschappen voor verder gebruik
ongeschikt maakt.
§ 3. Vergoedingen voor reis- en verblijfkosten
Artikel 6
1.Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur tarieven vast voor
vergoedingen voor reis- en verblijfkosten, toekomende aan de in
artikel 3, lid 1, sub b, genoemde personen. Onnodig gemaakte reis- en
verblijfkosten worden niet vergoed.
2.Onze Minister van Justitie kan nadere regelen stellen.
Artikel 7
1.Indien het gebruik van een bijzonder middel van vervoer
noodzakelijk is uit hoofde van leeftijd, ziekte of gebreken worden de
kosten daarvan vergoed overeenkomstig door Ons bij algemene maatregel
van bestuur te stellen regelen.
2.Onze Minister van Justitie kan nadere regelen stellen.
§ 4. Toekenning van vergoedingen en goedkeuring van declaraties
Artikel 8
1.Vergoedingen voor tijdverzuim, daarmee verband houdende
noodzakelijke kosten en voor reis- en verblijfkosten worden terstond
toegekend door de griffier van het gerecht, dat bevoegd is over de
zaak te oordelen of van het gerecht, waarvoor de zaak dient of heeft
gediend.
2.De belanghebbende kan tegen de beschikking van de griffier
schriftelijk bezwaar indienen bij de voorzieningenrechter van het
gerecht en indien het de Hoge Raad betreft, bij de president van de
Hoge Raad.
Artikel 9
1.Vergoedingen voor werkzaamheden worden schriftelijk gedeclareerd.
2.Wanneer de opdracht is gegeven door de justitie wordt de
declaratie onderworpen aan de goedkeuring van de autoriteit, die de
opdracht tot de werkzaamheden heeft gegeven. Bij afwijzing of bij
goedkeuring van slechts een deel van het gedeclareerde bedrag wordt de
reden daarvan op de declaratie aangegeven en terstond aan de declarant
medegedeeld.
3.Wanneer de opdracht is gegeven door de verdachte of de
gerekwestreerde wordt de declaratie zo nodig onderworpen aan de
goedkeuring van de griffier. Bij afwijzing of bij goedkeuring van
slechts een deel van het gedeclareerde bedrag wordt de reden daarvan
op de declaratie aangetekend. De beschikking wordt terstond aan de
declarant en aan de opdrachtgever medegedeeld.
4.Tegen de beschikkingen, bedoeld in de leden 2 en 3, kan door de
belanghebbende schriftelijk bezwaar worden gemaakt. Is de beschikking
genomen door de kantonrechter of de rechter-commissaris, dan wordt op
het bezwaar beslist door de voorzieningenrechter van de rechtbank. Is
de beschikking genomen door de voorzieningenrechter van de rechtbank
of het gerechtshof, dan wordt op het bezwaar beslist door de raadkamer
van het betrokken gerecht. Is de beschikking genomen door het openbaar
ministerie of de griffier, dan wordt op het bezwaar beslist door de
voorzieningenrechter van het gerecht of, indien het de Hoge Raad
betreft, door de president van de Hoge Raad.
Artikel 10
Het bezwaar, bedoeld in de artikelen 8 en 9, kan slechts schriftelijk
worden ingediend binnen veertien dagen na de dag van uitreiking of
verzending van de beschikking, waartegen bezwaar wordt ingediend.
Artikel 11
1.Indien de verzoeker in zijn bezwaarschrift de wens te kennen
geeft te worden gehoord, wordt hij daartoe opgeroepen.
2.Indien het bezwaarschrift is gericht tegen een beschikking van
het openbaar ministerie, wordt dit in de gelegenheid gesteld te worden
gehoord.
Artikel 12
Tegen de beslissing op het bezwaarschrift staat geen rechtsmiddel
open.
Artikel 13
Onze Minister van Justitie kan nadere regels stellen omtrent de wijze
van toekennen van vergoedingen, van declareren, van goedkeuren van
declaraties en van indienen van bezwaar.
§ 5. Betaling
Artikel 14
Vergoedingen ten laste van 's Rijks kas worden, nadat de beschikking
tot toekenning of goedkeuring van de declaratie onherroepelijk is
geworden, betaald door de griffier van het gerecht, dat bevoegd is over
de zaak te oordelen of van het gerecht waarvoor de zaak dient of heeft
gediend.
Artikel 15
Vergoedingen verschuldigd door de verdachte of de gerekwestreerde
worden, nadat de beschikking tot toekenning of goedkeuring van de
declaratie onherroepelijk is geworden, door deze betaald. De beschikking
tot toekenning van de vergoeding en de beschikking tot goedkeuring van
de declaratie, alsmede de beslissingen op de bezwaren tegen deze
beschikkingen genomen, zijn op de minuut uitvoerbaar, overeenkomstig de
bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 16
1. De verdachte of de gerekwestreerde kan de krachtens artikel 14
bevoegde griffier verzoeken, vergoedingen als bedoeld in artikel 15
bij wijze van voorschot te zijnen behoeve aan de rechthebbenden te
betalen. Het verzoek, dat schriftelijk moet worden gedaan, kan worden
ingediend binnen 14 dagen nadat de beschikking tot toekenning van de
vergoeding of de beschikking tot goedkeuring van de declaratie
onherroepelijk is geworden. De griffier beslist zo spoedig mogelijk.
2. Het voorschot dient binnen 3 maanden na het eindigen van de zaak
te worden terugbetaald. Wordt aan de verplichting tot terugbetaling
niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan geschiedt invordering
krachtens een door de griffier uit te vaardigen dwangbevel. Artikel 30
van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige
toepassing.
3. In strafzaken wordt na het eindigen van de zaak een verzoek,
gedaan ingevolge lid 1, aangemerkt als een verzoek als bedoeld in
artikel 591, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het wordt
door de griffier zo spoedig mogelijk overgelegd aan het gerecht,
bedoeld in dat artikel. De op grond van dat verzoek toegekende
vergoeding wordt verrekend met het verleende voorschot.
4. In zaken, als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, kan binnen 3
maanden na het eindigen van de zaak door de gewezen gerekwestreerde of
zijn erfgenamen een verzoek om vrijstelling van de verplichting tot
terugbetaling van het voorschot worden ingediend bij het gerecht in
feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan
heeft gediend of anders het laatst heeft gediend. Op het verzoek wordt
beslist door de voorzieningenrechter of door de kantonrechter. De
gevraagde vrijstelling wordt verleend voor zover de aanwending der
kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of door de
intrekking van verzoekschrift of rechtsmiddelen door het Openbaar
Ministerie nutteloos is geworden.
5. Onze Minister van Justitie kan nadere regelen stellen.
Tweede Titel. Kosten van afschriften, uittreksels en inlichtingen
Artikel 17
1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen
gesteld met betrekking tot de vergoedingen, door de verdachte, de
gewezen verdachte, de gerekwestreerde, de gewezen gerekwestreerde,
derden-belanghebbenden of andere derden verschuldigd voor afschriften
van, uittreksels uit en inzage van vonnissen, arresten, registers of
andere stukken, waarvan kennisneming geoorloofd is, en voor
inlichtingen in zaken, bedoeld in artikel 1, lid 1, alsmede met
betrekking tot het kosteloos bekomen van zodanige afschriften,
uittreksels of inlichtingen.
2.Geen recht wordt geheven van openbare colleges en van ambtenaren
van openbare lichamen, die afschriften, uittreksels of inlichtingen
behoeven in het belang van de uitoefening van de dienst, noch in
gevallen waarin bij bijzondere wetten gratis afgifte van afschriften
of uittreksels of verstrekking van inlichtingen is voorgeschreven.
Derde Titel. Uitreiken van gerechtelijke stukken en uitbrengen van
exploten
Artikel 18
Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur de tarieven vast voor
het uitbrengen van exploiten ingevolge bijzondere wetten.
Vierde Titel. Slotbepalingen
Artikel 19
Voor zaken, bedoeld in artikel 1, lid 1 sub b van deze wet, voor
zaken aangebonden en verzoeken ingediend op grond van enig artikel van
deze wet en van het Wetboek van Strafvordering, benevens voor niet op
grond van een bepaling van burgerlijk griffierecht aangebonden zaken
betreffende dwangmaatregelen van overheidswege, zonder rechterlijk bevel
getroffen in verband met de niet-naleving van een wettelijk gebod of
verbod, is geen griffierecht verschuldigd als bedoeld in artikel 3 van
de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Artikel 20
De wet van 18 april 1874 (Stb. 66) tot vaststelling der
tarieven van gerechtskosten in strafzaken, waarvan de gewone rechter
kennis neemt, wordt ingetrokken.
Artikel 21
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet tarieven in strafzaken.
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel V
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel VI
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel VII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel VIII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel IX
In zaken, als bedoeld in artikel 1, lid 1, aanhangig op de dag van
inwerkingtreding van deze wet wordt het bij en krachtens deze wet
bepaalde toegepast met ingang van die dag, met dien verstande dat voor
werkzaamheden, die zijn verricht na de dag van inwerkingtreding van deze
wet, voor tijdverzuim, met inbegrip van de daarmede verband houdende
noodzakelijke kosten, dat valt na die dag en voor reis- en
verblijfkosten, na die dag gemaakt, ingevolge een verzoek of opdracht
gedaan en gegeven vóór die dag, ook vergoedingen worden toegekend
overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.
Artikel X
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij
behouden Ons voor een verschillend tijdstip vast te stellen voor
verschillende delen van de wet.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 28 maart 1963
JULIANA
De Minister van Justitie,
A.C.W. Beerman
Uitgegeven de zevende mei 1963
De Minister van Justitie,
A.C.W. Beerman
|