Nadere regelgeving:
- Besluit tegemoetkoming schade
bij rampen
WET van 25 mei 1998, houdende regels over
tegemoetkoming in de schade en de kosten in geval van overstromingen
door zoet water, aardbevingen of andere rampen en zware ongevallen (Wet
tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen) ¹
1. Redactie: ingevolge
artikel IX, onderdeel D, van de Aanpassingswet veiligheidsregio's (Stb.
2010, 146) is de Wet tegemoetkoming schade
bij rampen en zware ongevallen met ingang van 1 oktober 2010 voorzien van een nieuwe citeertitel,
luidende: Wet tegemoetkoming schade
bij rampen.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te
stellen inzake een tegemoetkoming door het Rijk aan gedupeerden in de
schade en de kosten in geval van een overstroming door zoet water, een
aardbeving dan wel een andere ramp of een ander zwaar ongeval;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. overstroming door zoet water: een overstroming die een ramp is
als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s en die
inhoudt:
1°. hoge waterstanden, veroorzaakt door een rivierafvoer met
een gemiddelde kans van voorkomen van minder dan 1/50 per jaar,
voor zover het gaat om het gedeelte van de Maas waar geen
gereglementeerde waterkeringen aanwezig zijn,
2°. het buiten de oevers treden van andere wateren binnen
Nederland waar geen primaire of anderszins gereglementeerde
waterkeringen aanwezig zijn, of
3°. het overlopen of bezwijken van primaire waterkeringen,
dan wel het overlopen of bezwijken van anderszins
gereglementeerde waterkeringen die binnen een door primaire
waterkeringen beschermd gebied liggen, met dien verstande dat
het overlopen of bezwijken van primaire waterkeringen langs de
Noordzee, de Waddenzee en de Westerschelde tot de
stormvloedkeringen in de Nieuwe Waterweg en de Oosterschelde,
met inbegrip van deze stormvloedkeringen, en als direct gevolg
daarvan het overlopen of bezwijken van andere primaire
waterkeringen, niet wordt aangemerkt als overstroming door zoet
water;
c. aardbeving: een ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet
veiligheidsregio’s die wordt veroorzaakt door een trilling aan het
aardoppervlak als gevolg van een plotselinge beweging in de
aardkorst, met een magnitude van minimaal 4,5 op de schaal van
Richter, gemeten door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch
Instituut;
d. schadegebied: het bij ministeriële regeling vastgestelde, in
Nederland gelegen gebied waarin een overstroming door zoet water,
een aardbeving dan wel een ramp waarop deze wet ingevolge artikel 3
van toepassing is verklaard, heeft plaatsgevonden en waarin als
gevolg daarvan schade is geleden dan wel kosten zijn gemaakt als
bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid;
e. gedupeerde: degene die schade heeft geleden dan wel kosten
heeft gemaakt als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid.
Artikel 2
In de periode dat de in het Deltaplan grote rivieren bedoelde
werkzaamheden ter bescherming tegen hoogwater langs de Maas nog niet
volledig ten uitvoer zijn gelegd wordt, in afwijking van het bepaalde in
artikel 1, onder b, onderdeel 1°, onder hoge waterstanden verstaan:
hoge waterstanden, veroorzaakt door een rivierafvoer met een gemiddelde
kans van voorkomen van minder dan 1/10 per jaar, voor zover het gaat om
het gedeelte van de Maas waar geen gereglementeerde waterkeringen
aanwezig zijn.
Artikel 3
Bij koninklijk besluit kan deze wet van toepassing worden verklaard
in geval van een ramp als bedoeld in artikel 1 van de Wet
veiligheidsregio’s, die van ten minste vergelijkbare orde is als een
overstroming door zoet water of een aardbeving.
Artikel 4
1. Een gedupeerde heeft recht op een tegemoetkoming in de hierna te
noemen categorieën van schaden, voor zover de schade die hij heeft
geleden, is ontstaan in het schadegebied en het rechtstreeks en
onmiddellijk gevolg is van een overstroming door zoet water, een
aardbeving dan wel een ramp waarop deze wet ingevolge artikel 3 van
toepassing is verklaard, alsmede in de hierna te noemen categorieën
van kosten die daarmee verband houden:
a. de schade aan de woning, de woonwagen of het woonschip;
b. de schade aan de inboedel, bedoeld in artikel 5 van Boek 3
van het Burgerlijk Wetboek;
c. de schade aan de openbare infrastructurele voorzieningen;
d. de schade aan de vaste en de vlottende activa;
e. de teeltplanschade, waaronder wordt verstaan het financieel
verlies dat is geleden door een mindere opbrengst dan
redelijkerwijs mocht worden verwacht gedurende een bij
ministeriële regeling te bepalen schadetermijn als gevolg van
verlies of beschadiging van gewassen, waardoor een vermindering in
kwantiteit of kwaliteit is ontstaan of als gevolg van het niet of
niet tijdig kunnen uitvoeren van de voorgenomen teelt van
gewassen;
f. de bedrijfsschade, waaronder wordt verstaan het financieel
verlies dat is geleden door een mindere opbrengst dan
redelijkerwijs mocht worden verwacht gedurende een bij
ministeriële regeling te bepalen schadetermijn als gevolg van
verlies of fysieke beschadiging van dieren, waardoor een
vermindering in kwantiteit of kwaliteit is ontstaan of als gevolg
van het niet of niet tijdig kunnen uitvoeren van de voorgenomen
productiecyclus;
g. de opstartkosten, waaronder worden verstaan de kosten die
zijn gemaakt in verband met het opnieuw starten van het
productieproces in een installatie;
h. de evacuatiekosten per risico-adres, waaronder worden
verstaan:
1°. de reis- en verblijfkosten die de gedupeerde heeft
gemaakt als gevolg van een advies of een gebod van het bevoegd
gezag om zijn woon- of vestigingsplaats te verlaten, voor
zover verschuldigd aan derden;
2°. de kosten voor transport, opslag en huisvesting van de
roerende zaken van de gedupeerde, voor zover verschuldigd aan
derden of toe te rekenen aan arbeid in eigen beheer volgens
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te
stellen regels;
3°. de met de in onderdeel 2° genoemde activiteiten
samenhangende kosten voor verzekering;
i. de bereddingskosten per risico-adres, waaronder worden
verstaan de kosten die de gedupeerde heeft gemaakt in verband met
het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade
of kosten, voor zover verschuldigd aan derden of toe te rekenen
aan arbeid in eigen beheer volgens bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur vast te stellen regels;
j. de kosten voor opruiming per risico-adres, voor zover
verschuldigd aan derden of toe te rekenen aan extra arbeid in
eigen beheer volgens bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur vast te stellen regels.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, met
uitzondering van schade die het gevolg is van gederfde omzet, andere
schade- en kostencategorieën dan de in het eerste lid genoemde voor
een tegemoetkoming in aanmerking komen.
3. Een gedupeerde heeft geen recht op een tegemoetkoming in de
schade of de kosten, voor zover:
a. de schade of de kosten redelijkerwijs verzekerbaar waren;
b. de gedupeerde uit anderen hoofde een tegemoetkoming in de
schade of de kosten heeft verkregen of kan verkrijgen;
c. de schade of de kosten zijn veroorzaakt door eigen schuld
van de gedupeerde;
d. de gedupeerde onvoldoende maatregelen heeft getroffen ter
voorkoming of beperking van die schade of kosten;
e. de schade of de kosten het gevolg zijn van een overstroming
door zoet water en zijn ontstaan aan bij algemene maatregel van
bestuur vast te stellen activiteiten die vanaf 19 april 1996
hebben plaatsgevonden in het winterbed van bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen rivieren.
Artikel 5
1. De omvang van de schade en, voor zover nodig, de kosten wordt
door een schade-expert opgenomen en neergelegd in een schaderapport.
2. De schade-expert verstrekt aan de gedupeerde een afschrift van
het schaderapport.
3. Al dan niet op verzoek van de gedupeerde kan de omvang van de
schade en de kosten opnieuw door een schade-expert worden opgenomen en
neergelegd in een schaderapport. Het tweede lid is van toepassing.
4. De kosten van het opnemen van de omvang van de schade en de
kosten, bedoeld in het eerste en derde lid, komen voor rekening van
het Rijk, met uitzondering van het opnemen, bedoeld in het derde lid,
dat op verzoek van de gedupeerde is gedaan indien blijkt dat de omvang
van de schade en de kosten in eerste instantie op juiste wijze is
opgenomen.
Artikel 6
1. De hoogte van de tegemoetkoming wordt volgens bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels:
a. voor zover het de schade betreft, berekend met inachtneming
van de schaderapporten, bedoeld in artikel 5, en het tweede tot en
met vierde lid;
b. voor zover het de kosten betreft, berekend op basis van die
kosten die in een redelijke verhouding staan tot de getroffen
maatregelen die in de gegeven omstandigheden als noodzakelijk
konden worden beschouwd, berekend met inachtneming van de
schaderapporten, bedoeld in artikel 5, voor zover dit van
toepassing is, en het tweede tot en met vierde lid.
2. Bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming kan een
eigen risico en een drempelbedrag worden gehanteerd waarvan de hoogte
bij ministeriële regeling wordt vastgesteld en wordt in voorkomend
geval rekening gehouden met de omstandigheid dat een gedupeerde binnen
een periode van twee jaar in verband met een overstroming door zoet
water, een aardbeving dan wel een ramp waarop deze wet ingevolge
artikel 3 van toepassing is verklaard, een tegemoetkoming in de
geleden schade of de gemaakte kosten heeft ontvangen.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de hoogte
van de tegemoetkoming.
4. Bij ministeriële regeling kan een maximum voor de
tegemoetkoming worden vastgesteld. Dit maximum kan afhankelijk worden
gesteld van een bij die regeling vastgesteld bedrag dat voor het
totaal van de tegemoetkoming beschikbaar is.
5. De regels, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid, kunnen
voor verschillende categorieën gedupeerden verschillend worden
gesteld.
Artikel 7
1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming wordt volgens bij
ministeriële regeling vast te stellen regels ingediend. Bij
ministeriële regeling kan een termijn worden gesteld waarbinnen een
aanvraag moet zijn ingediend.
2. Een aanvrager is verplicht alle inlichtingen te verstrekken over
alle feiten en omstandigheden, waarvan het hem redelijkerwijs
duidelijk is of kan zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht
of op de hoogte van de tegemoetkoming.
3. Indien de aanvrager de verplichting, bedoeld in het tweede lid,
niet nakomt, kan de tegemoetkoming worden geweigerd dan wel
verminderd.
Artikel 8
Van de ministeriële regelingen, bedoeld in de artikelen 6, derde
lid, en 7, eerste lid, kan worden afgeweken voor zover toepassing gelet
op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een
onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 9
Bij ministeriële regeling kan worden vastgesteld in welke gevallen
bij de aanvraag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, een voorschot op de
tegemoetkoming kan worden aangevraagd.
Artikel 10
De beschikking tot het toekennen van een tegemoetkoming kan worden
gewijzigd of ingetrokken, indien:
a. er feiten of omstandigheden zijn waarvan Onze Minister bij het
nemen van die beschikking redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
en op grond waarvan de tegemoetkoming lager zou zijn vastgesteld,
b. de hoogte van de toegekende tegemoetkoming onjuist was en de
ontvanger dit wist of behoorde te weten, of
c. de ontvanger niet voldoet aan de plicht tot het verlenen van
medewerking, bedoeld in artikel 5:20 van de Algemene wet
bestuursrecht.
Artikel 11
Onverschuldigde tegemoetkomingen en voorschotten kunnen worden
teruggevorderd voor zover na de dag waarop de tegemoetkoming is
toegekend, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel 12
1. Onze Minister is, in overeenstemming met Onze Ministers wie het
mede aangaat, belast met de uitvoering van deze wet.
2. Regeling en bestuur kunnen van de gemeenteraad en het college
van burgemeester en wethouders en provinciale staten en gedeputeerde
staten worden gevorderd ter verzekering van een goede uitvoering van
deze wet. Bij ministeriële regeling worden hierover en over de
vergoeding van de kosten die aan de uitvoering van de eerste volzin
zijn verbonden, regels gesteld.
Artikel 13
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet zijn belast de bij besluit aangewezen ambtenaren en
andere personen.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 14
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 15
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegemoetkoming schade bij rampen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 25 mei 1998
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal
Uitgegeven de elfde juni 1998
De Minister van Justitie a.i.,
H.F. Dijkstal
|