WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tijdelijk
de mogelijkheid van adoptie open te stellen in sommige gevallen, waarin
niet aan alle in artikel 344k van het Burgerlijk Wetboek gestelde
voorwaarden is voldaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Adoptie van een kind dat voor 1 maart 1956 in het gezin van de
adoptanten is opgenomen, kan worden uitgesproken, ofschoon aan de in
artikel 228, onder c, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
gestelde voorwaarde niet is voldaan.
Artikel II
1. Indien het verzoek daartoe binnen twee jaren na de
inwerkingtreding van deze wet door de adoptanten of, een hunner
overleden zijnde, door de overblijvende is gedaan, kan adoptie worden
uitgesproken van een kind dat op de dag van de uitspraak in eerste
aanleg meerderjarig is.
2. Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de adoptie
zowel uit het oogpunt van verbreking van de banden met de ouders als uit
dat van bevestiging van de banden met de adoptanten, in het kennelijk
belang van het kind is en aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. dat het kind in de adoptie heeft toegestemd;
b. dat het kind niet is een afstammeling van een der adoptanten;
c. dat het kind in het gezin van de adoptanten is opgenomen voor 1
maart 1956 en gedurende ten minste drie jaren feitelijk door hen
tezamen en vervolgens tot zijn meerderjarig worden door ten minste een
hunner is verzorgd en opgevoed geworden;
d. dat de adoptanten ten minste vijf jaren voor de dag, waarop het
kind meerderjarig is geworden, met elkander zijn gehuwd.
3. Tegen toewijzing van het verzoek staat geen ander rechtsmiddel
open dan beroep in cassatie in het belang der wet.
4. De adoptie van een kind dat op de dag van de uitspraak in
eerste aanleg meerderjarig was, kan niet worden herroepen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Het Loo, 12 juli 1962
JULIANA
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus
Uitgegeven de zesentwintigste juli 1962
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus