WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te
gaan tot instelling van een gemeente Dronten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Instelling van een gemeente
Artikel 1
Ingesteld wordt een gemeente, genaamd Dronten.
Artikel 2
Het gebied van de gemeente Dronten wordt als volgt bepaald:
uitgaande van het punt van samenkomst van de grens tussen de gemeente
Kampen (provincie Overijssel) en de gemeente Doornspijk (provincie
Gelderland), waarvan de coördinaten in het stelsel van de
rijksdriehoekmeting zijn:
X = + 32384,16 en Y = + 40495,55, gelegen in het Veluwemeer wordt de
grens, gaande in algemeen zuidelijke richting, gevormd door de grens
tussen de gemeenten Doornspijk, Elburg en Ermelo en het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders", vastgesteld bij wet van 9
maart 1968, Stb. 118, houdende "wijziging en vaststelling
van de grens tussen de gemeenten Doornspijk, Elburg, Ermelo, Harderwijk,
Putten en Nijkerk en het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders", tevens wijziging en vaststelling van de grens
tussen de provincie Gelderland en dat openbaar lichaam, tot het punt,
waarvan de coördinaten in het stelsel van de rijksdriehoekmeting zijn:
X = + 20257,24 en Y = + 24988,88, gelegen in het Veluwemeer.
Vanaf laatstgenoemd punt wordt de grens, gaande in algemeen
noordwestelijke richting, gevormd door de kortste verbindingslijnen
tussen achtereenvolgens dit punt en de punten, waarvan de coördinaten
in het stelsel van de rijksdriehoekmeting zijn:
X = + 18837,31 ; Y = + 27850,97
X = + 18657,48 ; Y = + 27761,29
X = + 18379,14 ; Y = + 28319,58
X = + 18076,51 ; Y = + 28168,51
X = + 18241,40 ; Y = + 29649,34
X = + 17172,79 ; Y = + 30842,65
X = + 17821,65 ; Y = + 31419,45
X = + 15768,99 ; Y = + 34068,90
X = + 15255,45 ; Y = + 34762,90
X = + 15817,40 ; Y = + 35178,72
X = + 15341,54 ; Y = + 35821,81
X = + 13858,52 ; Y = + 38390,48
X = + 13634,48 ; Y = + 39918,30
X = + 13855,01 ; Y = + 39933,66
X = + 13709,37 ; Y = + 41976,98
X = + 13587,57 ; Y = + 45327,87
X = + 13575,36 ; Y = + 45446,79
X = + 13573,73 ; Y = + 45446,35
X = + 12299,72 ; Y = + 50112,69,
waarvan laatstgenoemde coördinaten het punt bepalen, gelegen in het
IJsselmeer op de grens van het gebied van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders", vastgesteld krachtens artikel
2 van de Wet openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" (Stb.
1955, 521) bij Koninklijk besluit van 29 december 1955, nr. 21 (Stcrt.
1956, 7).
Vanaf laatstgenoemd punt volgt de grens, gaande aanvankemeen
noordoostelijke richting, de grens van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders" tot het punt van samenkomst met
de grens van de gemeente Noordoostpolder.
Vanaaf laatstgenoemd punt volgt de grens, gaande aanvankekelijk in
algemeen zuidoostelijke richting, de grens van de gemeente
Noordoostpolder, vastgesteld bij Wet van 19 januari 1962, Stb.
11, tot het punt van samenkomst van de grens van deze gemeente met de
grens van de gemeente Kampen, welk punt is gelegen in het Ketelmeer.
Vanaf laatstgenoemd punt volgt de grens, gaande aanvankelijk in
zuidelijke richting, de grens van de gemeente Kampen, tot het punt van
samenkomst van de grens van deze gemeente met de grens van de gemeente
Doornspijk, tevens het punt van samenkomst van de grens tussen de
provincie Overijssel en de provincie Gelderland, van welk punt de
coördinaten het stelsel van de rijksdriehoekmeting zijn X = + 32384,16
en Y = + 40495,55.
Artikel 3
Het in artikel 2 omschreven gebied houdt op deel uit te maken van het
gebied van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Hoofdstuk II. Hoger gezag
De op de dag vóór die
van inwerkingtreding van deze wet voor het in artikel 2 omschreven
gebied geldende voorschriften van de Landdrost van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders" worden geacht te zijn
vastgesteld door het bevoegd gezag der gemeente Dronten; zij behouden
hun rechtskracht, voor zover dit gezag niet anders bepaalt.
2. De bevoegdheden, welke bij de in het eerste lid bedoelde
voorschriften zijn toegekend aan de Landdrost, worden uitgeoefend door
het orgaan, aan hetwelk die uitoefening in een gemeente ingevolge
wettelijke voorschriften is toevertrouwd.
3. De bevoegdheden, welke bij de in het eerste lid bedoelde
voorschriften zijn toegekend aan ambtenaren van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders", worden uitgeoefend door de
overeenkomstige ambtenaren van de gemeente Dronten.
Artikel 6
De op de dag vóór die van inwerkingtreding van deze wet voor het in
artikel 2 omschreven gebied ingevolge artikel 11 van de Wet openbaar
lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" geldende plannen tot
regeling der bebouwing en der bestemming van gronden worden aangemerkt
als door het bevoegde gezag der gemeente Dronten ingevolge de Wet op de
Ruimtelijke Ordening vastgestelde en ingevolge die wet goedgekeurde
bestemmingsplannen. Deze plannen behouden hun rechtskracht totdat het
bevoegde gezag der gemeente Dronten anders bepaalt.
Artikel 7
De bevoegdheid tot het heffen en invorderen van bestaande
plaatselijke belastingen in het in artikel 2 omschreven gebied over een
belastingjaar, dat vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet is
aangevangen, wordt uitgeoefend door de organen en ambtenaren van de
gemeente Dronten.
Hoofdstuk IV. Overgang rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen
Artikel 8
1. Op de dag van inwerkingtreding van deze wet gaan alle
rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen van het openbaar
lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", daaronder begrepen
die betreffende wettelijke procedures dan wel rechtsgedingen, waarbij
dat openbaar lichaam betrokken is, uitsluitend betrekking hebbende op
of gelegen in het in artikel 2 omschreven gebied, over op de gemeente
Dronten, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd.
2. Ten aanzien van de overige rechten, lasten, verplichtingen en
bezittingen van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders"
daaronder begrepen die betreffende wettelijke procedures, dan wel
rechtsgedingen, waarbij dat openbaar lichaam betrokken is, kan Onze
Minister van Binnenlandse Zaken, de betrokken besturen gehoord en zonder
dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd, bepalen, dat deze geheel
of gedeeltelijk op de gemeente Dronten overgaan.
3. Ten aanzien van de in het eerste en tweede lid begrepen
onroerende zaken zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale
leggers plaats hebben. Onze Minister van Binnenlandse Zaken doet de
daartoe nodige opgave aan de desbetreffende hypotheekbewaarder.
Artikel 9
Indien in verband met het bepaalde in artikel 8, eerste en tweede
lid, een verrekening dient plaats te vinden, bepaalt Onze Minister van
Binnenlandse Zaken, de betrokken besturen gehoord, het bedrag en de
wijze van betaling daarvan.
Artikel 10
Ten aanzien van de uitkeringen, welke van overheidswege over de
vóór de datum van inwerkingtreding dezer wet aangevangen
boekingstijdvakken, dienstjaren of uitkeringsjaren aan het openbaar
lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" zijn verschuldigd, kan
Onze Minister van Binnenlandse Zaken, de betrokken besturen gehoord,
bepalen, dat deze met ingang van bedoelde datum geheel of gedeeltelijk
aan de gemeente Dronten worden gedaan.
Artikel 11
Tegen een besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, als
bedoeld in artikel 8, tweede lid, in artikel 9 of in artikel 10, staat
voor elk daarbij betrokken bestuur binnen dertig dagen, te rekenen van
de dag van verzending beroep bij Ons open.
Artikel 12
1. De begroting van de inkomsten en uitgaven der gemeente
Dronten voor het op het tijdstip van inwerkingtreding dezer wet
aanvangende dienstjaar wordt vastgesteld binnen drie maanden na de dag
van inwerkingtreding dezer wet.
2. Voor het tijdvak, waarin voor de gemeente Dronten nog geen
begroting is vastgesteld, zijn burgemeester en wethouders dier gemeente
bevoegd tot het doen van de door hen nodig geachte uitgaven, voor zover
Onze Minister van Binnenlandse Zaken heeft verklaard, dat daartegen geen
bezwaar bestaat.
Artikel 13
1. Wij wijzen op de voordracht van Onze Ministers van
Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën, de
raad der gemeente Dronten gehoord, de rijkseigendommen aan, welke in
eigendom, beheer en onderhoud op die gemeente overgaan, en bepalen de
voorwaarden en tijdstippen van overgang.
2. Ten aanzien van de in het vorige lid begrepen onroerende zaken
zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale legger
plaatsvinden. Onze Minister van Binnenlandse Zaken doet de daartoe
nodige opgaven aan de desbetreffende hypotheekbewaarder.
Hoofdstuk V. Voorzieningen in verband met verkiezingen
Artikel 14
1. De kandidaatstelling en de eventuele stemming voor de eerste
verkiezing van de leden van de raad der gemeente Dronten geschieden,
uiterlijk vier maanden na de dag waarop dit hoofdstuk in werking
treedt, op door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen
dagen.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde verkiezing kan Onze
Minister van Binnenlandse Zaken besluiten tot afwijking van de in
artikel G 3 der Kieswet bedoelde termijnen inzake registratie van namen
en aanduidingen van politieke groeperingen.
3. De krachtens dit artikel te kiezen raad zal bestaan uit het
door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met overeenkomstige toepassing
van artikel 5 der gemeentewet te bepalen aantal leden.
4. Als kiezersregister voor de eerste verkiezing van de raad
wordt aangemerkt het gedeelte van het kiezersregister van het openbaar
lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", betrekking hebbende op
degenen, die op de dag der kandidaatstelling werkelijke woonplaats
hebben in het in artikel 2 omschreven gebied.
Artikel 15
Voor de toepassing van artikel 21 der gemeentewet ten aanzien van het
lidmaatschap van de krachtens artikel 14 te kiezen raad worden onder
ingezetenen verstaan zij, die hun werkelijke woonplaats hebben binnen
het in artikel 2 omschreven gebied.
Artikel 16
Het indelen in stemdistricten en het benoemen van de leden en de
plaatsvervangende leden van het hoofdstembureau en van de stembureaus
voor de in artikel 14 bedoelde verkiezing geschieden vóór een door
Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen dag door de Landdrost
van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Artikel 17
Voor zover met betrekking tot de in artikel 14 bedoelde verkiezing
ingevolge enig wettelijk voorschrift medewerking moet worden verleend
door de raad, door burgemeester en wethouders of door de burgemeester,
onderscheidenlijk door Gedeputeerde Staten of door Onze commissaris in
de provincie, geschiedt dit door de Landdrost van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders" onderscheidenlijk door
Gedeputeerde Staten van Gelderland of door Onze commissaris in die
provincie.
Artikel 18
De beslissing betreffende de geloofsbrieven van de overeenkomstig
artikel 14 gekozen leden geschiedt vóór een door Onze Minister van
Binnenlandse Zaken te bepalen dag door de adviesraad tot bijstand van de
Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Artikel 19
1. De eerste vergadering van de overeenkomstig artikel 14
gekozen raad vindt plaats op de eerste werkdag, volgende op de datum
van de instelling der gemeente. In deze vergadering worden de
wethouders benoemd.
2. De leden van de in het eerste lid bedoelde raad en de door die
raad gekozen wethouders hebben zitting tot de eerste dinsdag van
september 1974.
Hoofdstuk VI. Rechtspositie van ambtenaren
Artikel 20
1. De Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders" bepaalt tijdig, de betrokkenen gehoord en in
overeenstemming met het dagelijks adviescollege, welke in dienst van
het openbaar lichaam werkzame ambtenaren - daaronder op
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam - naar de gemeente
Dronten zullen overgaan. Deze ambtenaren worden van de dag van
inwerkingtreding dezer wet af geacht in dezelfde rang, met dezelfde
bezoldiging en ook overigens op dezelfde voet in dienst te zijn van de
gemeente Dronten.
2. In de gevallen, waarin tussen de Landdrost en het dagelijks
adviescollege geen overeenstemming wordt bereikt, beslist Onze Minister
van Binnenlandse Zaken.
Artikel 21
Indien het bevoegde gezag besluit tot wijziging of vervanging van de
voorschriften betreffende de rechtstoestand van het gemeentepersoneel
worden voor de bezoldiging of de wedde van de in artikel 20 bedoelde
ambtenaren tenminste de diensttijd en de bezoldigingsregeling of
wedderegeling in aanmerking genomen, welke bij of ten aanzien van het
openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" op de dag
vóór die van inwerkingtreding van deze wet voor de berekening van hun
bezoldiging of wedde zouden hebben gegolden.
Artikel 22
De Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders" benoemt uit de in artikel 20 bedoelde ambtenaren
met ingang van de dag van inwerkingtreding dezer wet een tijdelijke
secretaris en een tijdelijke functionaris, belast met de taak van een
ontvanger, van de gemeente Dronten. Deze benoemingen worden geacht door
de raad van de gemeente Dronten te zijn gedaan. Zij gelden tot de dag,
waarop de raad overeenkomstig de gemeentewet een definitieve voorziening
heeft getroffen.
Artikel 23
De ambtenaren, die door de toepassing van artikel 20 naar de gemeente
Dronten overgaan, aanvaarden hun werkzaamheden op de dag van
inwerkingtreding dezer wet. De eden of beloften, in verband met hun ambt
afgelegd worden geacht mede op die dienstvervulling betrekking te
hebben.
Artikel 24
De leidsters, onderwijzers en leraren, werkzaam aan de openbare
scholen, welke zijn gevestigd in het in artikel 2 omschreven gebied,
gaan met ingang van de dag van inwerkingtreding dezer wet in zoverre
over in dienst van de gemeente Dronten, op dezelfde voet als die waarop
zij op de dag, vóór die van inwerkingtreding dezer wet, werkzaam waren
in het gebied van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders".
Hoofdstuk VII. Voorzieningen in verband met de toepassing van enkele
administratieve wetten
Artikel 25
1. Ten aanzien van de vergoedingen van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders" over het op de dag van
inwerkingtreding van deze wet lopende kalenderjaar, toekomende aan het
bestuur van een in het in artikel 2 omschreven gebied gevestigde
bijzondere lagere school, geschiedt de vaststelling, bedoeld in
artikel 103, tweede lid, en artikel 103bis der
Lager-onderwijswet 1920, door de Landdrost van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders". De hieruit voortvloeiende
inkomsten of uitgaven komen ten bate of ten laste van het openbaar
lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
2. De vaststelling, bedoeld in artikel 55ter, eerste lid,
der Lager-onderwijswet 1920, over het op de dag van inwerkingtreding van
deze wet lopende kalenderjaar, geschiedt ten aanzien van de in dat jaar
in het in artikel 2 omschreven gebied gevestigde openbare lagere
scholen, door de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders".
3. Bij de toepassing van artikel 101, vierde lid, der
Lager-onderwijswet 1920 voor het op de dag van inwerkingtreding van deze
wet lopende vijfjarige tijdvak wordt de extra-vergoeding bepaald op de
som van enerzijds het overschrijdingsbedrag per leerling, berekend over
de kalenderjaren vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet en
anderzijds het overschrijdingsbedrag per leerling in de gemeente Dronten,
berekend over de overige jaren van het vijfjarige tijdvak. De hieruit
voortvloeiende uitgaven, betrekking hebbende op de kalenderjaren vóór
de dag van inwerkingtreding van deze wet, komen ten laste van het
openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
Artikel 26
1. Ten aanzien van de vergoedingen van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders" over het op de dag van
inwerkingtreding van deze wet lopende kalenderjaar, toekomende aan het
bestuur van een in het in artikel 2 omschreven gebied gevestigde
bijzondere kleuterschool, geschiedt de vaststelling, bedoeld in
artikel 75, derde lid, der Kleuteronderwijswet, door de Landdrost van
het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders". De
hieruit voortvloeiende inkomsten en uitgaven komen ten bate of ten
laste van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders".
2. De vaststelling bedoeld in artikel 47, eerste lid, der
Kleuteronderwijswet, over het op de dag van inwerkingtreding van deze
wet lopende kalenderjaar, geschiedt ten aanzien van de in dat jaar in
het in artikel 2 omschreven gebied gevestigde openbare kleuterscholen,
door de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders".
3. Bij de toepassing van artikel 73, derde lid, der
Kleuteronderwijswet voor het op de dag van inwerkingtreding van deze wet
lopende vijfjarige tijdvak wordt de extra-vergoeding bepaald op de som
van enerzijds het overschrijdingsbedrag per lokaal en per kleuter,
berekend over de kalenderjaren vóór de dag van inwerkingtreding van
deze wet en anderzijds het overschrijdingsbedrag per lokaal en per
kleuter in de gemeente Dronten, berekend over de overige jaren van het
vijfjarige tijdvak. De hieruit voortvloeiende uitgaven, betrekking
hebbende op de kalenderjaren vóór de dag van inwerkingtreding van deze
wet, komen ten laste van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders".
Artikel 27
1. De Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders" draagt op de dag van inwerkingtreding dezer
wet aan burgemeester en wethouders der gemeente Dronten over alle
kadastrale en andere stukken, uitsluitend betrekking hebbende op het
in artikel 2 omschreven gebied.
2. Het bestuur van de gemeente Dronten heeft het recht te allen
tijde kosteloos inzage te nemen van het archief van het openbaar lichaam
"Zuidelijke IJsselmeerpolders" en op kosten der gemeente
afschriften of uittreksels van de zich in dat archief bevindende stukken
te vorderen, een en ander voor zover het archief mede betrekking heeft
op het in artikel 2 omschreven gebied.
Artikel 28
1. De Landdorst van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders" zendt op de dag van inwerkingtreding dezer wet
aan burgemeester en wethouders der gemeente Dronten de delen van het
tot het bevolkingsregister behorende persoons- en woningregister,
welke betrekking hebben op de personen en de woningen, die op de
daaraan voorafgaande dag in het in artikel 2 omschreven gebied
gevestigd of gelegen zijn.
2. Het in het vorige lid bedoelde deel van het woningregister
wordt binnen drie weken door burgemeester en wethouders der gemeente
Dronten, nadat daarvan afschrift is gehouden, teruggezonden aan de
Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders",
waar het, gescheiden van het woningregister, wordt bewaard.
Artikel 29
Met betrekking tot zaken, de dienstplicht betreffende, met inbegrip
van de mobilisatieuitkeringen, vinden de voorschriften door of namens
Onze Minister van Defensie gegeven ter zake van verhuizing,
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overgang van personen van
het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" naar de
gemeente Dronten krachtens deze wet.
Artikel 30
Met betrekking tot zaken, de noodwachtplicht betreffende, vinden de
voorschriften, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken gegeven ter
zake van verhuizing, overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
overgang van personen van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders" naar de gemeente Dronten krachtens deze wet.
Artikel 31
Kosten van bijstand, als bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van de
Algemene Bijstandswet ten behoeve van personen, die op of vóór de
datum van inwerkingtreding dezer wet woonachtig zijn of geweest zijn in
het in artikel 2 omschreven gebied, komen met ingang van die datum ten
laste der gemeente Dronten.
Artikel 32
Binnen een door Ons te bepalen termijn moeten de in artikel 27 der
Wegenwet bedoelde leggers zijn vastgesteld.
Artikel 33
Het door de Landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke
IJsselmeerpolders" genomen besluit tot toetreding van dit openbaar
lichaam, voor zoveel betreft het gebied van Oostelijk Flevoland, tot de
gemeenschappelijke regeling voor de bescherming van de bevolking in de
B-kring Gelderland a wordt met betrekking tot het in artikel 2
omschreven gebied met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze
wet geacht te zijn genomen door de burgemeester der gemeente Dronten.
Artikel 34
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 35
Deze wet is niet van invloed op de bevoegdheid van de rechter en op
die van procureurs van partijen met betrekking tot zaken, op de dag,
voorafgaande aan die van inwerkingtreding dezer wet, voor enig gerecht
aanhangig.
Artikel 36
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 37
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Artikel 38
Geschillen omtrent de toepassing van deze wet, waarvan de beslissing
niet aan anderen is opgedragen, worden door Ons beslist.
Artikel 39
Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen
dag, met uitzondering van Hoofdstuk V en de artikelen 20 en 22, die in
werking treden op de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad,
waarin deze wet wordt geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 25 maart 1971
JULIANA
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.K.J. Beernink
Uitgegeven de eerste juni 1971
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak