WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, dat het
Koninkrijk der Nederlanden deelneemt in de Derde Aanvulling der Middelen
van het Internationale Fonds voor Landbouw Ontwikkeling;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking wordt gemachtigd om het
nodige te verrichten, opdat ten laste van 's Rijks schatkist voor het
Koninkrijk der Nederlanden voor een totaal bedrag van f 42 718 884 (twee
en veertig miljoen, zevenhonderdachtttienduizend achthonderd
vierentachtig gulden) wordt bijgedragen in de derde Aanvulling van de
Middelen van het Internationale Fonds voor Landbouw Ontwikkeling.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 10 april 1991
BEATRIX
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
J.P. Pronk
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
P. Bukman
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. van den Broek
Uitgegeven de twintigste juni 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin