WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
zittingsduur van de raden van de gemeenten Gulpen en Wittem in verband
met de voorgenomen gemeentelijke herindeling van deze gemeenten te
verlengen, teneinde te voorkomen dat in een kort tijdsbestek mogelijk
tweemaal verkiezingen van de leden van deze gemeenteraden moeten worden
gehouden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. De verkiezing van de leden van de raden van de gemeenten
Gulpen en Wittem, waarvoor de kandidaatstelling op 20 januari 1998 zou
plaatsvinden, blijft achterwege.
2. De leden van die raden die zijn gekozen ter vervulling van de
plaatsen van de leden die zijn afgetreden met ingang van 12 april 1994,
houden zitting tot 1 januari 1999.
Artikel 2
1. Indien het bij koninklijke boodschap van 11 november 1997
ingediende voorstel van wet tot samenvoeging van de gemeenten Gulpen
en Wittem (kamerstuk nr. 25 738) op 18 september 1998 niet tot wet is
verheven en in werking getreden, vindt de kandidaatstelling voor de
verkiezing van de leden van de raden van de gemeenten Gulpen en Wittem
plaats op 20 oktober 1998.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, gelden in afwijking
van de artikelen G 1 tot en met G 4 en U 12 van de Kieswet de volgende
tijdstippen:
a. de in de artikelen G 1, achtste lid, en G 2, achtste lid, van de
Kieswet bedoelde kennisgeving, voorafgaande aan de kandidaatstelling
voor de verkiezing van de gemeenteraad vindt plaats op 21 september
1998;
b. verzoeken tot registratie van aanduidingen van politieke
groeperingen voor de verkiezing van de raad van de gemeenten Gulpen of
Wittem, ingediend na 22 september 1998, blijven voor de daaropvolgende
verkiezing van de desbetreffende raad buiten beschouwing;
c. de beslissing van het centraal stembureau, bedoeld in artikel G
4, tweede lid, van de Kieswet, vindt plaats op 29 september 1998;
d. de beslissing betreffende de toelating van de gekozen leden van
de gemeenteraad vindt plaats uiterlijk op 21 december 1998.
3. De ingevolge het eerste lid gekozen gemeenteraadsleden treden
tegelijk af met de leden van de gemeenteraden waarvoor de verkiezingen
op 4 maart 1998 hebben plaatsgevonden.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven op Het Oude Loo, 24 december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A.G.M. van de Vondervoort
Uitgegeven de dertiende januari 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager