WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is om uitvoering
te geven aan Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van de Europese
Unie van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de
extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een
derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG
L 309);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Met het toezicht op de naleving van artikel 2, eerste en
tweede alinea, en artikel 5, eerste alinea, van de Verordening (EG)
nr. 2271/96 van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1996
tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing
van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop
gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG L 309), zijn
belast de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken
aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 2
[Wijzigt de Wet op de economische delicten]
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 4
Deze wet wordt aangehaald als: Wet uitvoering antiboycotverordening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 24 december 1998
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de tweede februari 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals