WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op de
ontwikkeling van de opvattingen met betrekking tot het afbreken van
zwangerschap, wenselijk is, met het oog zowel op de rechtsbescherming
van ongeboren menselijk leven als op het recht van de vrouw op hulp bij
ongewenste zwangerschap, regelen daaromtrent te stellen, en in verband
daarmee het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Wet afbreking zwangerschap
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel V
1. Een ziekenhuis of kliniek wordt geacht aan het bepaalde in
artikel 2 te voldoen, indien
1°. Het bestuur van het ziekenhuis of de kliniek binnen dertig
dagen na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2 een aanvraag
voor een vergunning heeft ingediend, en
2°. zolang op de aanvraag om vergunning nog niet is beslist, dan
wel, indien de vergunning wordt verleend, zolang het tijdstip waarop
de vergunning ingaat nog niet is aangebroken.
2. Indien het een kliniek betreft, blijft het eerste lid van dit
artikel buiten toepassing, indien de kliniek op het tijdstip van
indiening van het ontwerp van deze wet bij de Tweede Kamer der
Staten-Generaal minder dan één jaar onafgebroken heeft bestaan.
Artikel VI
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet afbreking
zwangerschap.
2. Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip dat
voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan kan verschillen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lage Vuursche, 1 mei 1981
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,
L. Ginjaar
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
Uitgegeven de eenentwintigste mei 1981
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter