WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het sedert het in werking
treden van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen wenselijk
is een nadere wettelijke regeling tot stand te brengen inzake de
vergoeding van door NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
Verdrag: het op 19 juni 1951 gesloten Verdrag tussen de Staten die
partij zijn bij het Noord-Atlantische Verdrag, nopens de rechtspositie
van hun krijgsmachten (Trb. 1951, 114), alsmede het op 28
augustus 1952 gesloten Protocol bij dit Verdrag nopens de rechtspositie
van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van
het Noord-Atlantische Verdrag (Trb. 1953, 11);
krijgsmacht en civiele dienst: hetgeen daaronder wordt verstaan in
het Verdrag;
NAVO-motorrijtuigen: een motorrijtuig in de zin van artikel 1 van de
Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, dat als dienstvoertuig
in gebruik is bij een krijgsmacht of bij een civiele dienst.
Artikel 2
Het bepaalde in artikel 2 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen is niet van toepassing ten aanzien van een
NAVO-motorrijtuig.
Artikel 3
1. Indien met een NAVO-motorrijtuig in Nederland schade is
toegebracht waarvoor de eigenaar, houder of bestuurder van dat
motorrijtuig of een persoon die daarmede wordt vervoerd, aansprakelijk
is, wordt die schade door de Staat vergoed, voorzover bovengenoemden
voor de vergoeding van die schade aansprakelijk zijn.
2. Voor de toepassing van het vorige lid kan de Staat niet
slechts worden gedagvaard voor de rechter van de plaats waar de Regering
haar zetel heeft, doch ook voor de rechter van de plaats van het feit,
waaruit de schade is ontstaan en voor de rechter van de woonplaats van
de benadeelde.
3. Bij de vaststelling van de schadevergoeding ten laste van de
Staat wordt geen rekening gehouden met het feit, dat een grond bestaat
tot matiging, als bedoeld in artikel 109 van Boek 6 nieuw B.W., van de
wettelijke verplichting tot schadevergoeding van de aansprakelijke
personen.
4. Tenzij verrekening plaatsvindt volgens de regels bij het
Verdrag gesteld, heeft de Staat een recht van verhaal tegen de
aansprakelijke personen; bij het verhaal voor schadevergoeding wordt
rekening gehouden met een grond tot matiging, als bedoeld in het vorige
lid, van de wettelijke verplichting tot schadevergoeding van de
aangesproken persoon.
Artikel 4
Het bepaalde in het vorige artikel is niet van toepassing, tenzij
verrekening plaatsvindt volgens de regels bij het Verdrag gesteld:
a. wanneer de aansprakelijkheid voor de schade rust op hem die
zich door diefstal of geweldpleging de macht over het
NAVO-motorrijtuig heeft verschaft of op hem, die, van de diefstal of
geweldpleging wetende, het NAVO-motorrijtuig zonder geldige reden
gebruikt;
b. met betrekking tot schade, geleden door:
1e. een partij bij het Verdrag;
2e. de tot een krijgsmacht of civiele dienst behorende personen
van vreemde nationaliteit;
3e. de aansprakelijke persoon;
4e. de echtgenote van de onder 2e en 3e genoemde personen,
alsmede hun bloed- en aanverwanten in de rechte linie, mits dezen
bij hen inwonen en door hen worden onderhouden.
Artikel 5
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet vergoeding van door
NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade.
2. Zij werkt terug tot 1 januari 1965.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 11 december 1968
JULIANA
De Minister van Defensie,
W. den Toom
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. Luns
Uitgegeven de veertiende januari 1969
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak