WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het
oog op de budgettaire situatie en mede in het licht van de Europese
ontwikkelingen de accijns van sigaretten en kerftabak te verhogen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De accijns van rooktabak, pruimtabak en snuif wordt per 1 februari
1992, per 1 juli 1992 en per 1 januari 1993 zodanig verhoogd dat de
totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse rooktabak met ingang
van:
- 1 februari 1992: f 36,86 per kilogram bedraagt;
- 1 juli 1992: f 45,26 per kilogram bedraagt;
- 1 januari 1993: f 53,66 per kilogram bedraagt.
Artikel 2
De accijns van sigaretten wordt per 1 februari 1992, per 1 juli 1992
en per 1 januari 1993 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de
meest gevraagde prijsklasse sigaretten met ingang van:
- 1 februari 1992: f 103,16 per 1000 stuks bedraagt;
- 1 juli 1992: f 111,16 per 1000 stuks bedraagt;
- 1 januari 1993: f 119,56 per 1000 stuks bedraagt dan wel het
bedrag dat overeenkomt met 57 percent van de kleinhandelsprijs van
de meest gevraagde prijsklasse sigaretten indien dit per 1000 stuks
berekend hoger is.
Artikel 3
1. Bij ministeriële regeling worden telkens met ingang van de
in de artikelen 1 en 2 genoemde tijdstippen de tarieven van de accijns
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel C, onder 1°,
onderscheidenlijk onderdeel D, van de Wet op de accijns van
tabaksfabrikaten (Stb. 1964, 208) dan wel, indien de Wet op de
accijns (Stb. 1991, 561) in werking is getreden, de tarieven
van de accijns bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel c,
onderscheidenlijk onderdeel b, van de Wet op de accijns
aangepast. De aanpassing geschiedt zodanig, dat voor rooktabak en
sigaretten van de meest gevraagde prijsklasse het specifieke gedeelte
van de accijns 50 percent bedraagt van de som van de totale accijns en
de omzetbelasting. Daarbij dient het bedrag van de totale accijns
gelijk te blijven aan het bedrag van de totale accijns dat na de
verhoging van de accijns verschuldigd zou zijn zonder de aanpassing.
Bij de aanpassing vindt afronding plaats van het specifieke gedeelte
van de accijns op een veelvoud van vijf centen en van het procentuele
gedeelte van de accijns op honderdsten van een percent.
2. Indien het bij koninklijke boodschap van 28 september 1992
ingediende voorstel van Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije
dranken en van enkele andere produkten tot wet wordt verheven, worden de
in artikel 13 van die wet vermelde tarieven aangepast overeenkomstig het
bepaalde in artikel 1 en in het eerste lid.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1992.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 1991
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
M.J.J. van Amelsvoort
Uitgegeven de eenendertigste december 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin