WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat tot het tijdstip van
privatisering van het Spoorwegpensioenfonds de in de Spoorwegpensioenwet
genoemde pensioenbijdrage verminderd wordt;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Elk inkomen als deelgenoot dat een deelgenoot in een maand
heeft ontvangen of geacht wordt te hebben ontvangen vormt een
bijdragegrondslag over die maand. De bijdragegrondslag over een jaar
wordt gevormd door de som van de bijdragegrondslagen over de maanden
van dat jaar.
2. Voor hem die als wachtgelder deelgenoot is, geldt als
bijdragegrondslag het inkomen als deelgenoot uit de dienstverhouding
waarop het wachtgeld betrekking heeft. Indien de betrokkene als
deelgenoot in de dienstverhouding, waaruit hij met recht op wachtgeld is
ontslagen, recht zou hebben gehad op een uitkering ineens die tot het
inkomen als deelgenoot zou hebben behoord en deze omstandigheid niet
leidt tot verhoging van het inkomen als deelgenoot uit de
dienstverhouding waarop het wachtgeld betrekking heeft, wordt
laatstbedoeld inkomen als deelgenoot voor de toepassing van de vorige
volzin dienovereenkomstig verhoogd.
Artikel 2
1. NS is pensioenbijdrage verschuldigd voor iedere in zijn
dienst zijnde deelgenoot die de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt of
zal bereiken in de uitbetalingstermijn waarop de bijdragegrondslag
bedoeld in het tweede lid betrekking heeft.
2. De pensioenbijdrage bedraagt voor het jaar 1991 11,2% en voor
de jaren 1992 en 1993 8% van de bijdragegrondslag. In afwijking van de
eerste volzin bedraagt de pensioenbijdrage over een bijdragegrondslag
betreffende een deeltijdbetrekking het daar genoemde percentage
vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.
Artikel 3
Artikel II van de wet, houdende maatregelen in verband met de
financiële positie van het Spoorwegpensioenfonds vervalt met ingang van
1 januari 1991.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 1991.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 mei 1994
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J.R.H. Maij-Weggen
De Minister van Financiën,
W. Kok
Uitgegeven de negende juni 1994
De Minister van Justitie,
A. Kosto