WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
maatregelen te treffen inzake vernieuwing van hypothecaire
inschrijvingen en van overschrijvingen van processen-verbaal van beslag;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Met afwijking van artikel 1236 van het Burgerlijk Wetboek
zijn de vóór 1 juli 1948 genomen hypothecaire inschrijvingen
onderworpen aan vernieuwing binnen een tijdvak van twee jaren,
aanvangend op een door onze Minister van Financiën vast te stellen en
in de Nederlandse Staatscourant bekend te maken tijdstip.
2. De vernieuwing geschiedt door herinschrijving van het
hypothecaire verband in de daartoe bestemde openbare registers.
3. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid vindt
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vóór 1 juli 1948
overgeschreven processen-verbaal van beslag.
Artikel 2
1. Om de vernieuwing van een hypothecaire inschrijving te
bewerkstelligen worden door tussenkomst van een notaris bij de
bewaarder van de hypotheken, het kadaster en de scheepsbewijzen,
binnen wiens ambtsgebied het onroerend goed is gelegen of te wiens
kantore het schip is te boek gesteld, ter inschrijving ingeleverd twee
door of namens de schuldeiser ondertekende borderellen.
2. Deze borderellen bevatten:
a. de woordelijke inhoud van het ingeschreven borderel en de
dagtekening, het deel en het nummer van de inschrijving, zomede de bij
die inschrijving gestelde aantekeningen;
b. ingeval de schuldeiser een ander is dan die welke uit de
oorspronkelijke inschrijving blijkt: een opgave van zijn naam en de
wijze waarop of van de titels uit welke hij zijn recht heeft
verkregen;
c. de door de tegenwoordige schuldeiser gekozen woonplaats binnen
de kring van het desbetreffende hypotheekkantoor;
d. ingeval de vernieuwing verlangd wordt voor een gedeelte van de
oorspronkelijke inschuld of van de oorspronkelijke begroting van de
voorwaardelijke en onbepaalde rechten:
een opgave van de inschuld of de begroting van die rechten naar het
tijdstip van de inlevering van de borderellen;
e. ingeval de vernieuwing verlangd wordt voor een gedeelte der
oorspronkelijke bezwaarde onroerende goederen of schepen:
een aanduiding van de onroerende goederen, met inachtneming van het
bepaalde in artikel 1231, tweede lid, onder 4°, van het Burgerlijk
Wetboek, onderscheidenlijk een opgave van de merken van
teboekstelling, een en ander naar het tijdstip van de inlevering van
de borderellen.
3. Ten aanzien van de herinschrijving zijn van toepassing de
wettelijke bepalingen inzake de inschrijving van hypothecaire verbanden,
voor zover hiervan bij deze wet niet uitdrukkelijk is afgeweken.
4. Indien niet voldaan is aan de in de vorige leden gestelde
vereisten weigert de hypotheekbewaarder de inschrijving.
Artikel 3
1. De vóór 1 juli 1948 genomen hypothecaire inschrijvingen
verliezen hun kracht met ingang van de dagtekening van de
herinschrijving, of, zo zij niet binnen de in artikel 1 gestelde
termijn zijn vernieuwd, met ingang van de dag, volgende op die, waarop
die termijn is verstreken. Bij het opmaken van afschriften en
getuigschriften, als bedoeld zijn in artikel 1265 van het Burgerlijk
Wetboek, worden de inschrijvingen welke ingevolge de vorige volzin hun
kracht hebben verloren, buiten aanmerking gelaten.
2. De vernieuwing, binnen de in artikel 1 gestelde termijn tot
stand gebracht, verzekert aan de belanghebbenden dezelfde rang en
dezelfde rechten, die zij door de oorspronkelijke inschrijving hadden
verkregen.
3. De schuldeiser kan de binnen genoemde termijn niet vernieuwde
inschrijving opnieuw doen bewerkstelligen overeenkomstig de bepalingen
van het Burgerlijk Wetboek; alsdan worden de rang en de rechten van de
belanghebbenden bepaald naar de dagtekening van de nieuwe inschrijving
en is artikel 6 niet van toepassing.
Artikel 4
Toeziende voogden en toeziende curatoren zijn op straffe van
vergoeding van kosten, schaden en interessen verplicht toe te zien, dat
de hypothecaire inschrijvingen tot zekerheid van het beheer van voogden
en curatoren genomen, worden vernieuwd binnen de in artikel 1 gestelde
termijn.
Artikel 5
1. Om de vernieuwing van een proces-verbaal van beslag te
bewerkstelligen wordt door de beslaglegger bij de desbetreffende
bewaarder van de hypotheken, het kadaster en de scheepsbewijzen het
proces-verbaal van beslag opnieuw ter overschrijving aangeboden.
2. Het bepaalde in de artikelen 2 en 3 vindt voor zover mogelijk
overeenkomstige toepassing.
3. Op de in het eerste lid genoemde overschrijving zijn van
toepassing de wettelijke bepalingen inzake de overschrijving van
processen-verbaal van beslag.
Artikel 6
1. De verrichtingen van de hypotheekbewaarders, betrekking
hebbende op de voorbereiding en de totstandkoming van de vernieuwing
geschieden kosteloos.
2. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde borderellen zijn vrij
van zegelrecht.
3. De notarissen zijn verplicht op verzoek van de schuldeiser hun
tussenkomst voor de aanvrage tot vernieuwing te verlenen en daartoe
verder het nodige te verrichten.
Zij zijn bevoegd voor hun diensten ten laste van de schuldenaar een
bedrag in rekening te brengen van f 10,- voor een hypothecaire vordering
van f 2000,- of minder, f 20,- voor een vordering van meer dan f 2000,-
doch niet meer dan f 5000,-, f 30,- voor een vordering van meer dan f
5000,- doch niet meer dan f 20 000,-, en f 50,- voor een vordering van
meer dan f 20 000,-, behoudens vergoeding van hetgeen door hen voor
belanghebbenden mocht zijn voorgeschoten.
Artikel 7
1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet vernieuwing
hypothecaire inschrijvingen 1964.
2. Zij treedt in werking met ingang van de kalendermaand na de
datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt
geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 2 juni 1965
JULIANA
De Staatssecretaris van Financiën,
W.L.G.S. Hoefnagels
De Minister van Justitie,
Samkalden
Uitgegeven de vijftiende juli 1965
De Minister van Justitie,
Samkalden