Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 15 december 1993, houdende
regeling van de bestuurlijke verhouding tussen de Minister van Onderwijs
en Wetenschappen en de Informatie Beheer Groep, voorheen de
Informatiseringsbank
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te
gaan tot externe verzelfstandiging van het dienstonderdeel
Informatiseringsbank van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen
door oprichting van een zelfstandig bestuursorgaan en in verband daarmee
enige andere wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap;
b. de Raad: de Raad van Toezicht, bedoeld in artikel 5;
c. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in
artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen
burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het door de
Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer;
d. basisregister: het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel
9a.
Artikel 2. Instelling Informatie Beheer Groep
1.Er is een Informatie Beheer Groep, die is gevestigd te Groningen.
2.De Informatie Beheer Groep bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 3. Taak
1.De Informatie Beheer Groep is belast met de uitvoering van:
a. de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, de Les-
en cursusgeldwet, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op
de studiefinanciering, de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek, de Wet op het voortgezet onderwijs, de
Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten, alsmede de Wet tegemoetkoming
studiekosten;
b. de op de onder a genoemde wetten gebaseerde algemene
maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen;
c. het beheer van het basisregister;
d. de bij de Wet inburgering en daarop gebaseerde algemene
maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen aan de
Informatie Beheer Groep opgedragen taken;
e. andere bij de wet opgedragen taken.
2.De Informatie Beheer Groep kan met toestemming van Onze minister
andere taken uitvoeren, dan die welke rechtstreeks voortvloeien uit de
in het eerste lid genoemde, mits deze taken:
a. liggen op het terrein van de uitvoering van bestuurlijke
taken en nauw verband houden met de in het eerste lid genoemde
taken van de Informatie Beheer Groep;
b. toepassingen met zich brengen van produktiemiddelen, die de
Informatie Beheer Groep voor de vervulling van haar in het eerste
lid genoemde taken, voorhanden heeft;
c. niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van
private aanbieders van vergelijkbare diensten, en
d. tegen kostendekkende tarieven worden verricht.
3.Onze minister kan bij het verlenen van de toestemming, bedoeld in
het tweede lid, voorwaarden stellen.
Artikel 3a. Oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen
Voor het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen door de
Informatie Beheer Groep is voorafgaande toestemming van Onze Minister en
van Onze Minister van Financiën vereist. Onze Minister past daarbij
artikel 34 van de Comptabiliteitswet 2001 overeenkomstig toe.
Artikel 3b. Gebruik persoonsgebonden nummer als registratienummer
De Informatie Beheer Groep kan bij de uitoefening van de taken,
bedoeld in artikel 3, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van een
persoon gebruiken als registratienummer.
Hoofdstuk II. De organisatie
Artikel 4. Bestuursorganen Informatie Beheer Groep
1.De bestuursorganen van de Informatie Beheer Groep zijn de Raad
van Toezicht en de hoofddirectie.
2.De Raad ziet toe op de werkzaamheden van de hoofddirectie en
staat die met raad terzijde. Hij kan aan de hoofddirectie algemene
aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de taken,
bedoeld in artikel 3.
3.De hoofddirectie is belast met de dagelijkse leiding van de
Informatie Beheer Groep. Zij draagt zorg voor een goede uitvoering van
de taken, bedoeld in artikel 3, en voor een goede kwaliteit van de
dienstverlening van de Informatie Beheer Groep.
4.De hoofddirectie oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of
krachtens de wet aan de Informatie Beheer Groep zijn opgedragen, voor
zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald.
Artikel 5. Raad van Toezicht
1.De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden, de voorzitter
daaronder begrepen.
2.De leden worden door Onze Minister benoemd, de Raad gehoord. Een
van de leden heeft affiniteit met de studentenwereld. Wat dit lid
betreft, worden tevens de daarvoor in aanmerking komende
belangenorganisaties van studenten gehoord.
3.De benoeming geschiedt voor de duur van vier jaren. De leden zijn
na afloop van die periode terstond éénmaal herbenoembaar.
4.De leden kunnen door Onze minister om zwaarwichtige redenen
worden geschorst of tussentijds ontslagen. Voorts kan tussentijds
ontslag op eigen verzoek van het lid van de Raad worden verleend.
5.Bij tussentijdse beëindiging van het lidmaatschap wordt het lid
dat ter vervulling van de opengevallen plaats wordt benoemd, benoemd
voor de duur van vier jaren. Dit lid is na afloop van die periode
terstond éénmaal herbenoembaar.
6.Zolang in een vacature in de Raad niet is voorzien, vormen de
overblijvende leden de Raad, met de bevoegdheden van de voltallige
Raad.
7.De leden hebben op persoonlijke titel zitting in de Raad en
oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
8.De Raad stelt regels vast omtrent zijn werkwijze en de
openbaarheid van zijn vergaderingen. Deze regels behoeven de
instemming van Onze minister.
9.Onverminderd het bepaalde in het zesde lid, kan de Raad geen
rechtsgeldige besluiten nemen indien niet tenminste vier leden ter
vergadering aanwezig zijn.
Artikel 6. Ondersteuning en vergoeding
1.De Informatie Beheer Groep draagt zorg voor de administratieve
ondersteuning van de Raad.
2.Onze minister kent de leden van de Raad, ten laste van de
Informatie Beheer Groep, een vergoeding toe voor hun werkzaamheden.
3.De leden van de Raad hebben aanspraak op vergoeding door de
Informatie Beheer Groep van de door hen in de uitoefening van hun
functie gemaakte reis- en verblijfkosten.
Artikel 7. Hoofddirectie
1.De hoofddirectie bestaat uit ten hoogste drie leden.
2.De leden van de hoofddirectie worden aangesteld, geschorst en
ontslagen door de Raad. De aanstelling is voor onbepaalde tijd.
3.Bij schorsing of ontstentenis van een lid van de hoofddirectie
voorziet de Raad in de waarneming van diens functie. De leden van de
Raad zijn van waarneming uitgesloten.
4.De leden van de hoofddirectie vertegenwoordigen de Informatie
Beheer Groep in en buiten rechte.
Artikel 7a. Nevenfuncties
1.Een lid van de hoofddirectie vervult geen nevenfuncties die
ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of
de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
2.Een lid van de hoofddirectie meldt het voornemen tot het
aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn functie
aan de Raad.
3.Nevenfuncties van een lid van de hoofddirectie anders dan uit
hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking
geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze
nevenfuncties bij de Informatie Beheer Groep.
Artikel 8. Interne organisatie
1.De hoofddirectie is verantwoording verschuldigd aan de Raad. Zij
verstrekt de Raad alle inlichtingen en andere gegevens over de
uitvoering van haar taken.
2.De hoofddirectie legt jaarlijks, en voorts tussentijds indien
hiertoe naar het oordeel van de Raad aanleiding bestaat, aan de Raad
verantwoording af over het door haar gevoerde beleid.
3.De hoofddirectie stelt regels vast omtrent:
a. de inrichting en de wijze van bedrijfsvoering van de
Informatie Beheer Groep,
b. de onderlinge verdeling van de werkzaamheden, en
c. de afbakening van de bevoegdheden tussen de hoofddirectie en
de Raad.
De regels, bedoeld in de onderdelen b en c, behoeven de instemming
onderscheidenlijk goedkeuring van de Raad.
4.Goedkeuring dan wel instemming van de Raad behoeven de besluiten
dan wel beslissingen van de hoofddirectie betreffende:
a. de regels, bedoeld in artikelen 9, tweede lid, en 9d, derde
lid;
b. de investeringen die buiten de door de Raad vast te stellen
grenzen vallen;
c. de apparaatskostenbegroting, bedoeld in artikel 11;
d. het jaarverslag, bedoeld in artikel 19;
e. wijzigingen in de rechtspositie van het personeel;
f. het meerjarenbedrijfsplan;
g. het verrichten van andere taken als bedoeld in artikel 3,
tweede lid, alsmede over de ten aanzien van die taken te hanteren
tarieven.
De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het
recht of het algemeen belang.
5.Indien binnen vier weken na ontvangst van het besluit dan wel de
beslissing door de Raad niet anders is beslist, wordt de Raad geacht
te hebben goedgekeurd onderscheidenlijk ingestemd.
Artikel 8a. Functionaris voor de gegevensbescherming
De hoofddirectie benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming
als bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 9. Personeel
1.Het personeel van de Informatie Beheer Groep, de leden van de
hoofddirectie daaronder begrepen, is ambtenaar in de zin van de
Ambtenarenwet 1929, behoudens degenen met wie een arbeidsovereenkomst
is gesloten naar burgerlijk recht.
2.De hoofddirectie stelt regels vast omtrent de rechtstoestand van
het personeel.
3.Onverminderd hetgeen reeds bij of krachtens de wet is geregeld,
bevatten de regels, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval
voorschriften betreffende de volgende onderwerpen:
a. aanstelling;
b. schorsing;
c. ontslag;
d. het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;
e. bezoldiging;
f. wachtgeld;
g. diensttijden;
h. verlof en vakantie;
i. voorzieningen in verband met ziekte;
j. bescherming bij de arbeid;
k. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;
l. medezeggenschap;
m. overige rechten en verplichtingen van het personeel;
n. disciplinaire straffen;
o. de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende
vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gevoerd over
aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand en de
bezoldiging van het personeel van de Informatie Beheer Groep;
p. een geschillenregeling met betrekking tot de onder l en o
genoemde onderwerpen.
4.Indien de hoofddirectie in gebreke blijft bij de vaststelling van
de in het tweede lid bedoelde regels, is Onze minister bevoegd de Raad
uit te nodigen die regels vast te stellen. Blijft ook de Raad in
gebreke, dan geschiedt de vaststelling van bedoelde regels door Onze
minister.
Hoofdstuk IIA. Het basisregister onderwijs
Artikel 9a. Het basisregister
1.Er is een basisregister onderwijs, dat ten doel heeft:
a. Onze minister en, voorzover het betreft onderwijs en
onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke
omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
gegevens te verstrekken ten behoeve van de bekostiging van scholen
en instellingen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding, alsmede
de planning en bekostiging van de instellingen voor hoger
onderwijs;
b. de Informatie Beheer Groep gegevens te verstrekken ten
behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3,
eerste lid;
c. de inspectie van het onderwijs en, voorzover het betreft
onderwijs en onderzoek op het gebied van de landbouw en de
natuurlijke omgeving, de inspectie van het landbouwonderwijs,
gegevens te verstrekken ten behoeve van het toezicht op het
onderwijs; en
d. het Centraal bureau voor de statistiek gegevens te
verstrekken teneinde het Centraal bureau voor de statistiek in
staat te stellen:
1°. Onze minister en, voorzover het betreft onderwijs en
onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke
omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, gegevens te verstrekken ten behoeve van de
beleidsvoorbereiding;
2°. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van
de toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet
participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de
begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke
taken op het gebied van het onderwijs.
2.Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in
dit hoofdstuk, is de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep de
verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 9b. Inhoud van het basisregister
1.In het basisregister zijn de volgende gegevens opgenomen:
a. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn
ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit de openbare
kas bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair
onderwijs, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel
178a, tweede en zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
b. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn
ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit de openbare
kas bekostigde school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra,
tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 164a, tweede en
achtste lid, van de Wet op de expertisecentra;
c. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn
ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit de openbare
kas bekostigde school als bedoeld in de Wet op het voortgezet
onderwijs, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel
103b, tweede en achtste lid, van de Wet op het voortgezet
onderwijs;
d. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een
opleiding educatie die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn
geweest aan een instelling waaraan door het gemeentebestuur op
grond van artikel 2 van de Wet participatiebudget uitkeringen zijn
toegekend, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel
2.3.6a, derde en zesde lid, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs;
e. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een
beroepsopleiding die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn
geweest aan een uit 's Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld
in de Wet educatie en beroepsonderwijs, tezamen met de andere
gegevens, genoemd in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, van de
Wet educatie en beroepsonderwijs;
f. de persoonsgebonden nummers van de studenten en extraneï
die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit 's
Rijks kas bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld
in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
met uitzondering van de Open Universiteit, tezamen met de andere
gegevens, genoemd in artikel 7.52, tweede en vijfde lid, van de
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
g. de hierna te noemen gegevens zoals die over de personen,
bedoeld in de onderdelen a tot en met f, zijn opgenomen in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens:
1°. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteland,
geslacht, overlijdensdatum, geboorteland moeder en
geboorteland vader;
2°. de gegevens over de nationaliteit;
3°. de gegevens over het verblijf in Nederland en het
vertrek uit Nederland;
h. de gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling zoals
die over de personen, bedoeld in de onderdelen e en f, zijn
opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie.
2.Indien de in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde gegevens van
een leerling, deelnemer, student of extraneus aan een school of
instelling als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, niet
zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
worden in het basisregister alleen opgenomen de gegevens die het
bevoegd gezag verstrekt op basis van
a. artikel 178a, tweede en zevende lid, van de Wet op het
primair onderwijs,
b. artikel 164a, tweede en achtste lid, van de Wet op de
expertisecentra,
c. artikel 103b, tweede en achtste lid, van de Wet op het
voortgezet onderwijs,
d. artikel 2.3.6a, derde en zesde lid, of 2.5.5a, tweede of
zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of
e. artikel 7.52, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs
en wetenschappelijk onderzoek.
3.De persoonsgegevens van de leerlingen, deelnemers, studenten en
extraneï die niet langer zijn ingeschreven aan een school of
instelling als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, worden
tot vijf jaren na beëindiging van de laatste inschrijving bewaard in
het basisregister in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te
identificeren. Artikel 10, tweede lid, van de Wet bescherming
persoonsgegevens is niet van toepassing. In afwijking van de eerste
volzin geldt voor de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum,
instelling voor hoger onderwijs waar een opleiding is gevolgd, naam
van die opleiding, datum diploma en het aantal jaren genoten hoger
onderwijs van studenten die niet langer zijn ingeschreven aan een
instelling als bedoeld in het eerste lid, onder f, een bewaartermijn
van vijftig jaren.
Artikel 9c. Beveiligingsmaatregelen
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld omtrent de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld
in artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die de
hoofddirectie ten uitvoer moet leggen om de in het basisregister
opgenomen persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige
vorm van onrechtmatige verwerking.
Artikel 9d. Het verstrekken van gegevens aan de betrokkene, de
onderwijsinstelling en de Informatie Beheer Groep
1.Uit het basisregister kunnen persoonsgegevens worden verstrekt
aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger, alsmede aan
de school of instelling waar de betrokkene als leerling, deelnemer,
student of extraneus is of was ingeschreven, voorzover de gegevens
betrekking hebben op de periode waarin hij aan de desbetreffende
school of instelling is of was ingeschreven.
2.Binnen de organisatie van de Informatie Beheer Groep worden uit
het basisregister uitsluitend persoonsgegevens verstrekt aan personen
of organen, voorzover dat:
a. bij wet is vereist of wordt toegestaan; of
b. in het belang is van de uitoefening van de taken, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, en de persoonlijke levenssfeer van de
betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
3.De hoofddirectie stelt, met inachtneming van het bepaalde
krachtens artikel 9c, regels omtrent de wijze van verstrekking van
gegevens aan de personen of organen, bedoeld in het tweede lid, en
omtrent de toegang van deze personen of organen tot het basisregister.
Artikel 9e. Het verstrekken van gegevens aan derden
1.Uit het basisregister worden kosteloos persoonsgegevens en andere
gegevens verstrekt aan Onze minister en de inspectie van het onderwijs
dan wel, voorzover het betreft onderwijs en onderzoek op het gebied
van de landbouw en de natuurlijke omgeving, aan Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de inspectie van het
landbouwonderwijs, voorzover dat bij wet is vereist of wordt
toegestaan.
2.Uit het basisregister worden desgevraagd kosteloos
persoonsgegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders, voorzover
dat verplicht is op grond van artikel 64 van de Wet werk en bijstand,
artikel 45 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 45 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen.
3.Uit het basisregister kunnen maandelijks aan burgemeester en
wethouders de naam, het adres, het burgerservicenummer, de behaalde
diploma’s, het laatst genoten onderwijs, de laatst bezochte school
of instelling en de data van in- en uitschrijving bij die school of
instelling worden verstrekt van degenen van wie in de voorafgaande
maand een in- of uitschrijving is verwerkt in het basisregister en die
a. woonachtig zijn in de desbetreffende gemeente of in een
gemeente die behoort tot de regio waarvan de desbetreffende
gemeente contactgemeente is als bedoeld in artikel 162b, derde
lid, van de Wet op de expertisecentra, 118h, derde lid, van de Wet
op het voortgezet onderwijs en 8.3.2, derde lid, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs,
b. ouder dan vier jaar en jonger dan 23 jaar zijn,
c. beschikken over een burgerservicenummer en
d. nog niet in het bezit zijn van een diploma voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs
als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 van de Wet op
het voortgezet onderwijs, dan wel een diploma van een opleiding
als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met
e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
4.De Informatie Beheer Groep kan desgevraagd aan burgemeester en
wethouders meedelen of een persoon die voldoet aan de voorwaarden,
genoemd in het derde lid, onderdelen a en b, ook voldoet aan de
voorwaarde, genoemd in het derde lid, onderdeel d. Daarbij kan de
Informatie Beheer Groep desgevraagd tevens de gegevens, bedoeld in de
aanhef van het derde lid, verstrekken.
5.Uit het basisregister worden persoonsgegevens verstrekt aan door
de minister aangewezen instellingen ten behoeve van
onderzoeksactiviteiten naar de kwaliteit en de toegankelijkheid van
het beroepsonderwijs, de educatie en het hoger onderwijs.
6.Uit het basisregister worden desgevraagd kosteloos
persoonsgegevens verstrekt aan:
a. de Sociale verzekeringsbank, voor zover dat noodzakelijk is
voor de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, voor zover
dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken bedoeld in
artikel 30, eerste en vijfde lid, 30a, 30b, 30d en 31, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
7.Uit het basisregister worden kosteloos persoonsgegevens aan het
Centraal bureau voor de statistiek verstrekt. Het Centraal bureau voor
de statistiek gebruikt deze gegevens in ieder geval om:
a. Onze minister en, voorzover het betreft onderwijs en
onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke
omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvoorbereiding;
en
b. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van de
toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet
participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de
begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke taken
op het gebied van het onderwijs.
8.Het Centraal bureau voor de statistiek mag de gegevens die het op
grond van het zevende lid heeft ontvangen, openbaar maken in de vorm
van overzichten die betrekking hebben op afzonderlijke scholen,
instellingen of opleidingen, mits aan deze overzichten geen herkenbare
gegevens over een afzonderlijk persoon of een afzonderlijk huishouden
kunnen worden ontleend.
9.Uit het basisregister worden desgevraagd kosteloos
persoonsgegevens verstrekt aan de rijksbelastingdienst, voor zover dat
noodzakelijk is voor de uitvoering van de wetgeving op het gebied van
rijksbelastingen zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen.
10.Uit het basisregister worden kosteloos aan kenniscentra
beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a,
tweede lid, onderdelen c, d, i en j, van die wet, alsmede de leeftijd
van de deelnemer bij aanvang van de beroepspraktijkvorming verstrekt.
11.Onverminderd artikel 178d van de Wet op het primair onderwijs,
artikel 164d van de Wet op de expertisecentra, artikel 103e van de Wet
op het voortgezet onderwijs, artikel 2.5.5d van de Wet educatie en
beroepsonderwijs en artikel 7.52c van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek, wordt aan de instellingen en organen,
genoemd in het eerste tot en met tiende lid, geen rechtstreekse
toegang tot het basisregister verleend.
12.De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister geen
persoonsgebonden nummer van een leerling, deelnemer, student of
extraneus ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de
Vreemdelingenwet 2000.
Hoofdstuk III. Financiering, planning en beheer
§ 1. Apparaatsbudget
Artikel 10. Financiële middelen
1.Onze minister stelt jaarlijks aan de Informatie Beheer Groep ten
laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap middelen ter beschikking ten behoeve van de vervulling van
haar taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder a, b en c,
alsmede, voor zover opgedragen door Onze minister, voortvloeiend uit
artikel 3, eerste lid, onder e.
2.Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 september, na overleg met de
Informatie Beheer Groep en onder voorbehoud van goedkeuring van de in
het eerste lid bedoelde begroting, een voorlopig bedrag vast dat voor
het daaropvolgende kalenderjaar aan de Informatie Beheer Groep ter
beschikking zal worden gesteld. Hij neemt dit bedrag op in het
voorstel van wet tot vaststelling van die begroting.
3.Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 31 december in
overeenstemming met de Informatie Beheer Groep de in het
daaropvolgende kalenderjaar te realiseren prestatie- en
kwaliteitsdoelen vast. Voorts stelt hij onder voorbehoud van
goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde begroting het
definitieve bedrag vast dat voor het daaropvolgende kalenderjaar aan
de Informatie Beheer Groep ter beschikking zal worden gesteld.
4.Het boekjaar van de Informatie Beheer Groep valt samen met het
kalenderjaar.
5.Zolang de wet tot vaststelling van de begroting, bedoeld in het
eerste lid, niet in werking is getreden, verstrekt Onze minister met
ingang van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, een
voorschot aan de Informatie Beheer Groep, in de vorm van maandelijkse
termijnen.
6.De Informatie Beheer Groep trekt geen gelden aan die dagelijks of
op termijn opvorderbaar zijn. In afwijking van de vorige volzin is het
de Informatie Beheer Groep toegestaan dergelijke gelden bij het Rijk
op te nemen onder de voorwaarden van de Comptabiliteitswet 2001.
7.Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie stelt jaarlijks
aan de Informatie Beheer Groep ten laste van de begroting van het
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
middelen ter beschikking ten behoeve van de vervulling van haar taken,
voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder d. Het tweede lid, met
uitzondering van de laatste volzin, en het derde tot en met het vijfde
lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor
«Onze minister» telkens wordt gelezen: Onze Minister voor Wonen,
Wijken en Integratie.
Artikel 11. Apparaatskostenbegroting
1.De apparaatskostenbegroting van de Informatie Beheer Groep bevat
een raming van alle baten en lasten, de investeringsuitgaven en de
financiering. De ramingen worden zoveel mogelijk onderbouwd aan de
hand van kostencomponenten en prestatie-elementen.
2.De begroting bestaat uit:
a. de jaarlijkse financiële begroting, bestaande uit een
exploitatiebegroting en een kapitaalsbegroting;
b. de financiële paragraaf uit het meerjarenbedrijfsplan.
Artikel 12. Verantwoording apparaatsbudget
1. De Raad stelt jaarlijks een jaarrekening vast en dient deze voor
1 mei in bij Onze Minister. Van de jaarrekening maakt de in het zesde
lid bedoelde afrekening deel uit. De jaarrekening behoeft de
instemming van Onze Minister, welke instemming niet wordt gegeven dan
nadat Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie met de in het
zesde lid bedoelde afrekening heeft ingestemd. Instemming kan slechts
worden onthouden wegens strijd met het recht. In de jaarrekening wordt
rekening en verantwoording afgelegd over het financieel beheer over
het afgelopen boekjaar ten aanzien van het apparaatsbudget.
2. De hoofddirectie stelt de jaarrekening op. De jaarrekening wordt
ingericht overeenkomstig het gestelde in titel 9, boek 2, van het
Burgerlijk Wetboek.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de
getrouwheid, afgegeven door een door de Raad aangewezen accountant als
bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek. De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige
besteding van het apparaatsbudget. Bij de aanwijzing van de accountant
wordt bedongen dat aan Onze minister dan wel aan een door hem
aangewezen accountant als bedoeld in het vierde lid, op diens verzoek
inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.
4. Onze minister wijst een accountant aan die wordt belast met een
onderzoek naar de controlewerkzaamheden van de accountant, bedoeld in
het derde lid. Onze minister kan de door hem aangewezen accountant
belasten met een onderzoek naar de doelmatigheid van het beheer, de
organisatie en het beleid van de Informatie Beheer Groep. Aan de
accountant, bedoeld in dit lid, wordt ten behoeve van een onderzoek
naar de doelmatigheid desgevraagd inzage gegeven van de boeken en
bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt die hij voor de
uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
5. Indien uitgaven zijn geschied in strijd met het bepaalde bij of
krachtens de wet kan Onze minister bepalen dat de daarmee gemoeide
bedragen in mindering worden gebracht op het apparaatsbudget.
6. De hoofddirectie stelt jaarlijks een afrekening op waarin
rekening en verantwoording wordt afgelegd over het financieel beheer
over het afgelopen begrotingsjaar ten aanzien van het apparaatsbudget,
voorzover het de middelen betreft die zijn aangewend ter vervulling
van de taken, voortvloeiend uit artikel 3, eerste lid, onder d, en
dient deze voor 1 april bij Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie in. Het tweede lid, tweede volzin, derde lid, vierde lid,
eerste volzin, en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing, met
dien verstande dat voor «Onze minister» telkens wordt gelezen: Onze
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.
§ 2. Programmabudgetten
Artikel 13. Programma-uitgaven en ontvangsten
1.De kosten van de uitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen
die worden verstrekt op grond van de in artikel 3 bedoelde regelingen,
komen ten laste van het Rijk.
2.De ontvangsten voortvloeiend uit de uitvoering van de in artikel
3 bedoelde regelingen, komen ten gunste van het Rijk.
Artikel 14. Financieel beheer, rekening en verantwoording
programmabudgetten
1.De Informatie Beheer Groep legt jaarlijks voor 1 maart en zonodig
tussentijds bij Onze minister rekening en verantwoording af van het
financiële beheer van de voor de uitvoering van de in artikel 3,
eerste lid, onder a tot en met c bedoelde regelingen beschikbare
programmabudgetten.
2.Onze minister kan met betrekking tot de programmabudgetten
algemene aanwijzingen geven over het te voeren financieel beheer en de
verantwoording daarover.
3.Onze minister wijst een accountant aan die wordt belast met de
controle van de rekening en verantwoording door de Informatie Beheer
Groep. De accountant, genoemd in de eerste volzin, wijdt aandacht aan
de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van de
Informatie Beheer Groep. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage
gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen
verstrekt die hij voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.
4.De Informatie Beheer Groep legt jaarlijks voor 1 maart en zo
nodig tussentijds bij Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
rekening en verantwoording af van het financiële beheer van de voor
de uitvoering van de in artikel 3, eerste lid, onder d, bedoelde
regelingen beschikbare programmabudgetten. Het tweede en derde lid
zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor
«Onze minister» telkens wordt gelezen: Onze Minister voor Wonen,
Wijken en Integratie.
Hoofdstuk IV. Verantwoording en informatieverschaffing
Artikel 15. Verantwoording
De Raad verstrekt Onze minister, dan wel, voor zover het
landbouwonderwijs betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, dan wel, voor zover het de uitvoering van de taken,
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, betreft, Onze Minister voor
Wonen, Wijken en Integratie, alle inlichtingen met betrekking tot de
werkzaamheden van de Informatie Beheer Groep.
Artikel 16. Aanwijzingsbevoegdheid
1.Onze minister kan de Raad algemene aanwijzingen geven met
betrekking tot de uitvoering door de Informatie Beheer Groep van de
regelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, alsmede,
voor zover het door Onze minister opgedragen taken betreft, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onder e.
2.Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie kan de Raad
algemene aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering door de
Informatie Beheer Groep van de regelingen, bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onder d.
Artikel 17. Informatieverstrekking minister
Onze minister, dan wel, voor zover het landbouwonderwijs betreft,
Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, dan wel, voor
zover het de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onder d, betreft, Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, geeft
de Informatie Beheer Groep inzage van de gegevens die bij hem berusten,
voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor een goede vervulling van
de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Artikel 18. Informatiestatuut
1.Onze minister stelt na overleg met de Informatie Beheer Groep een
informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat regels met
betrekking tot de informatievoorziening tussen Onze minister en de
Informatie Beheer Groep.
2.Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie stelt na overleg
met de Informatie Beheer Groep een informatiestatuut vast. Het
informatiestatuut bevat regels met betrekking tot de
informatievoorziening tussen Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie en de Informatie Beheer Groep.
Artikel 19. Jaarverslag
1.De Informatie Beheer Groep stelt jaarlijks voor 1 mei een verslag
op over het afgelopen kalenderjaar van:
a. haar werkzaamheden,
b. het gevoerde beheer en beleid, en
c. de kwaliteit van haar dienstverlening jegens opdrachtgever
en burger.
Het jaarverslag omvat mede het voorgenomen beleid ten aanzien van
de werkzaamheden. Zij biedt dit verslag aan Onze minister , Onze
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister
voor Wonen, Wijken en Integratie alsmede aan de beide Kamers der
Staten-Generaal aan en stelt het algemeen verkrijgbaar.
2.In het jaarverslag wordt in ieder geval aandacht besteed aan de
doelmatigheid en doeltreffendheid van de wijze waarop in het afgelopen
kalenderjaar de technische en organisatorische maatregelen, bedoeld in
artikel 9c, ten uitvoer zijn gelegd.
Artikel 20. Voorziening bij nalatigheid
1.Indien de Informatie Beheer Groep haar taken, voortvloeiend uit
artikel 3, eerste lid, onder a, b, c en e, naar het oordeel van Onze
minister verwaarloost, kan deze voorzieningen treffen. Onze minister
doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.
2.Indien de Informatie Beheer Groep haar taken, voortvloeiend uit
artikel 3, eerste lid, onder d, naar het oordeel van Onze Minister
voor Wonen, Wijken en Integratie verwaarloost, kan deze voorzieningen
treffen. Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie doet hiervan
terstond mededeling aan de Staten-Generaal.
Hoofdstuk V. Wijzigingen in andere wetten
Artikel 21
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 22
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 23
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 24
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 25
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 26
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 27
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 28. Overgang personeel
1.Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de
ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, die
werkzaam zijn bij het dienstonderdeel Informatiseringsbank, van wie de
naam is vermeld op een door Onze minister en de Informatiseringsbank
gezamenlijk vastgestelde lijst, van rechtswege in dienst van de
Informatie Beheer Groep.
2.De overgang van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren vindt
plaats in dezelfde salarispositie, op dezelfde voet en ook overigens
in dezelfde rechtstoestand als voor elk van die ambtenaren gold bij
het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
3.Op de overgang, bedoeld in het tweede lid, is het sociaal
beleidskader ter zake van de reorganisatie van het Ministerie van
Onderwijs en Wetenschappen in 1991 van toepassing. De verplichtingen
die voortvloeien uit dit sociaal beleidskader gaan over op de
Informatie Beheer Groep.
Artikel 29. Overgang rechten, bezittingen en verplichtingen
1.Bezittingen, rechten en verplichtingen van de Staat der
Nederlanden, die kennelijk zijn verworven, onderscheidenlijk aangegaan
ten behoeve van het dienstonderdeel Informatiseringsbank van het
Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, gaan voor zover zij zijn
opgenomen in een door Onze minister in overeenstemming met de
Informatiseringsbank op te stellen lijst en voor zover nodig voorzien
van in die lijst op te nemen garanties, vanaf de datum van
inwerkingtreding van deze wet over op de Informatie Beheer Groep
zonder dat daarvoor een nadere akte of betekening wordt gevorderd.
2.De Informatie Beheer Groep verkrijgt de door de Staat der
Nederlanden aan haar toegescheiden bezittingen om niet.
Artikel 30. Aanhangige procedures en rechtsgedingen alsmede overname
vorderingen
Lopende wettelijke procedures of rechtsgedingen omtrent de toepassing
van de regelingen genoemd in artikel 3, eerste lid, waarbij de
diensteenheid Informatiseringsbank van het Ministerie van Onderwijs en
Wetenschappen namens Onze minister optreedt, dan wel vorderingen van
Onze minister voortvloeiend uit de regelingen, genoemd in artikel 3,
eerste lid, worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze
wet door de Informatie Beheer Groep voortgezet, onderscheidenlijk
overgenomen.
Artikel 30a. Afwikkeling nog lopende zaken RS-regeling en
TS-regelingen
1.In aanvulling op artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, is de
Informatie Beheer Groep belast met het verrichten van alle
activiteiten die samenhangen met renteloze voorschotten die aan
studerenden zijn verstrekt op grond van:
a. het Reglement rijksstudietoelagen 1960;
b. het Besluit studietoelagen WVO;
c. artikel 7 van de Experimentenwet onderwijs.
2.In aanvulling op artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, is de
Informatie Beheer Groep belast met het verrichten van alle
activiteiten die samenhangen met verstrekkingen waarop door
studerenden aanspraak is gemaakt op grond van de Regeling
tegemoetkoming studiekosten TS 17- en de Regeling tegemoetkoming
studiekosten TS 21+, zoals vastgesteld op grond van artikel 121 van de
Wet op het voortgezet onderwijs, van het Besluit studietoelagen WVO en
op grond van artikel 7 van de Experimentenwet onderwijs.
Artikel 31. Totstandkoming Raad van Toezicht
1.Onze minister draagt zorg dat binnen 2 maanden na het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet een Raad van Toezicht tot stand komt
overeenkomstig artikel 5.
2.Bij de eerste samenstelling van de Raad benoemt Onze minister, in
afwijking van artikel 5, derde lid, de leden, waaronder de voorzitter,
zonder dat de Raad is gehoord.
Artikel 32. Aftreden leden Raad van Toezicht
In afwijking van de benoemingstermijn van de leden van de Raad,
genoemd in artikel 5, vierde lid, worden bij de eerste samenstelling van
de Raad twee leden voor een periode van twee jaren benoemd. Zij zijn
terstond herbenoembaar.
Artikel 33
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 34
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 35
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 36. Evaluatie
Onze minister zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze
wet, en vervolgens telkens na 5 jaar, aan de Staten-Generaal een verslag
over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 37. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1994. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1993,
treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met
1 januari 1994.
Artikel 38. Citeertitel
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet verzelfstandiging
Informatiseringsbank.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,
M.J. Cohen
Uitgegeven de dertigste december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|