WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
voorafgaand aan de voorgenomen totstandbrenging van een nieuwe structuur
voor de uitvoering van werk en inkomen voorwaarden te scheppen met het
oog op de uitvoering door een privaatrechtelijk bedrijf, in concurrentie
met derden, van de thans aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
opgedragen taken ten behoeve van de reïntegratie van moeilijk
plaatsbare werkzoekenden en daarmee samenhangende dienstverlening;
dat daartoe gedurende een overgangsfase de
reïntegratiedienstverlening in opdracht van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie wordt uitgevoerd door een naamloze
vennootschap, tegen een vergoeding die tijdelijk wordt bekostigd uit de
daarvoor bestemde, in omvang afnemende, rijksbijdrage en andere
inkomsten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie;
dat het voorts wenselijk is bij wet in verband met de oprichting van
die naamloze vennootschap die reïntegratiediensten verricht, waaraan de
Staat der Nederlanden bij de oprichting deelneemt als aandeelhouder en
waarin vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
worden ingebracht, enkele aspecten van de overgang te regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet
1996;
b. de naamloze vennootschap: de naamloze vennootschap, die namens
de Staat der Nederlanden is opgericht en die in ieder geval
dienstverlening gericht op het geschikt maken van moeilijk
plaatsbare werkzoekenden en arbeidsgehandicapten voor inschakeling
in de arbeid en dienstverlening ten behoeve van werkgevers ter
vervulling van vacatures verricht;
c. het Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk
instituut sociale verzekeringen, bedoeld in de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;
d. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
e. arbeidsgehandicapte: de persoon, bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
Hoofdstuk 2. Overgang naar naamloze vennootschap
Artikel 2. Overgang vermogensbestanddelen
1. Vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
die worden toegerekend aan de uitvoering van de taken, genoemd in de
artikelen 4, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996 en artikel 13 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde tot de
datum van inwerkingtreding van artikel 57, onderdeel K, van de
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,
het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 5 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996, en de uitvoering van diensten in opdracht
van de gemeenten en het Landelijk instituut sociale verzekeringen of
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gericht op het
geschikt maken van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en
arbeidsgehandicapten voor inschakeling in de arbeid gaan onder
algemene titel over op de naamloze vennootschap, tegen de waarde te
bepalen met inachtneming van artikel 94a van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek.
2. Onze Minister kan na overleg met de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie vermogensbestanddelen van de in het
eerste lid bedoelde overgang uitzonderen of daaraan toevoegen; bij
ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die overgang nadere
regels worden gesteld.
3. De in dit artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen
wordt tot het beloop van het nominale bedrag van de bij oprichting van
de naamloze vennootschap geplaatste aandelen of tot een door Onze
Minister te bepalen hoger bedrag aangemerkt als storting door de Staat
op aandelen.
4. Ter zake van de in dit artikel bedoelde overgang van
vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting
achterwege.
Artikel 3. Verandering tenaamstelling in registers
Met betrekking tot de ingevolge artikel 2 overgaande
vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld,
zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door
de bewaarders van die registers. De daartoe nodige opgaven worden door
de zorg van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie aan de bewaarders van de
desbetreffende registers gedaan.
Artikel 4. Overgang pensioenrechten personeel
1. Met ingang van het tijdstip van de overgang van de
vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar de
naamloze vennootschap, gaan de rechten en verplichtingen van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie die voortvloeien uit een toezegging
omtrent pensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioen- en
spaarfondsenwet over op de naamloze vennootschap.
2. De werknemer van de naamloze vennootschap verkrijgt in ieder
geval gedurende het jaar na het tijdstip van de overgang, bedoeld in het
eerste lid, aanspraken op pensioen als bedoeld in dat lid op grond van
een pensioenregeling, die overeenkomt met de pensioenregeling die gold
op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaande aan dat tijdstip.
Artikel 5. Verwerking gegevens geregistreerd bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
1. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie verstrekt aan de naamloze
vennootschap de gegevens van werkzoekenden en vacatures die
geregistreerd zijn met toepassing van de Arbeidsvoorzieningswet 1996,
die noodzakelijk zijn voor een goede overgang van de uitvoering van
reïntegratiediensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar de
naamloze vennootschap als bedoeld in deze wet.
2. De naamloze vennootschap verwerkt de gegevens van
werkzoekenden en vacatures, die geregistreerd zijn bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie met toepassing van hoofdstuk 3, afdeling
1, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, indien die gegevens:
a. noodzakelijk waren voor de uitvoering van taken door de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van artikel 4, eerste lid,
onderdelen b en c, en tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996
en voor het verstrekken van subsidies door de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van artikel 81a van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996 in verband met de toeleiding van
arbeidsgehandicapten naar arbeid;
b. op grond van wettelijke voorschriften door burgemeester en
wethouders van de gemeenten en het Landelijk instituut sociale
verzekeringen of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zijn verstrekt en betrekking hadden
op dienstverlening door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van
wetten, zoals deze luidden tot de datum van inwerkingtreding van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
3. De naamloze vennootschap verwerkt de gegevens, bedoeld in het
eerste lid, anders dan bedoeld in het tweede lid, voorts slechts indien
dit noodzakelijk is voor de uitvoering van overeenkomsten, die
betrekking hebben op het verrichten van diensten als bedoeld in artikel
5 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, voorzover deze overeenkomsten als
vermogensbestanddeel op grond van artikel 2, eerste lid, zijn overgegaan
op de naamloze vennootschap.
4. Voor andere doeleinden dan bedoeld in het eerste lid verstrekt
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie de gegevens, bedoeld in dat lid,
slechts aan de naamloze vennootschap en aan derden, indien deze de
gegevens verwerken voor de uitvoering van opdrachten van gemeenten of
het Landelijk instituut sociale verzekeringen met het oog op de
bevordering van inschakeling in de arbeid van personen, die van de
gemeenten of het Landelijk instituut sociale verzekeringen of het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitkeringen ontvangen.
5. Bij de verwerking, bedoeld in het tweede lid, en de
verstrekking van gegevens, bedoeld in het vierde lid, kan gebruik
gemaakt worden van het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2,
derde lid, onderdeel j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
indien de dienstverlening betrekking heeft op de uitvoering van wetten,
waarbij gebruik van het sociaal-fiscaalnummer bij wet is bepaald.
Hoofdstuk 3. Wijziging van andere wetten
Artikel 6. Wijziging Arbeidsvoorzieningswet 1996
[Wijzigt de Arbeidsvoorzieningswet 1996]
Artikel 7. Wijziging Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996
[Wijzigt de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996]
Artikel 8. Intrekking Veegwetartikelen inkoop
[Wijzigt de wet van 21 december 1995, Stb. 691, tot nadere wijziging
van enkele sociale zekerheidswetten (technische verbeteringen in verband
met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige andere wijzigingen)]
Onze Minister kan van de
naamloze vennootschap de gegevens en inlichtingen verlangen die hij
nodig heeft voor de uitvoering van deze wet en voor het instellen van
onderzoek dat hij in verband met de uitvoering van deze wet noodzakelijk
acht.
2. Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en
inlichtingen te verstrekken is verplicht binnen de door Onze Minister
gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze
redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
3. Onze Minister kan zijn bevoegdheden op grond van dit artikel
uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat aandelen in de
naamloze vennootschap houdt.
Artikel 15. Wijziging in verband met Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
[Wijzigt deze wet]
Artikel 16. Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit
wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke
referendumwet.
Artikel 17. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verzelfstandiging
reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 2001
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de achtentwintigste december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals