WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het in afwachting van een
nadere regeling na de totstandkoming van de Publiekrechtelijke
Bedrijfsorganisatie wenschelijk is, dat reeds thans ten behoeve van de
coördinatie van het regeeringsbeleid op economisch, sociaal en
financieel gebied op geregelde tijden een Centraal Economisch Plan wordt
vastgesteld;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Deze wet verstaat onder:
"Onze Ministers": Onze Ministers van Economische Zaken, van
Landbouw, Visscherij en Voedselvoorziening, van Verkeer, van Openbare
Werken en Wederopbouw, van Financiën, van Binnenlandsche Zaken, van
Buitenlandsche Zaken, van Overzeesche Gebiedsdeelen en van Sociale
Zaken.
Artikel 2
1. Er is een Centraal Planbureau, dat ressorteert onder Onzen
Minister van Economische Zaken.
2. Aan het hoofd van het Bureau staat een directie, bestaande uit
een directeur en twee onder-directeuren, die door Onzen Minister van
Economische Zaken, in overleg met de overige in artikel 1 genoemde
Ministers, worden benoemd, geschorst en ontslagen.
Artikel 3
1. Het Centraal Planbureau heeft tot taak het verrichten van
alle werkzaamheden met betrekking tot het voorbereiden van een
Centraal Economisch Plan, dat op geregelde tijden ten behoeve van de
coördinatie van het regeeringsbeleid op economisch, sociaal en
financieel gebied door de Regeering wordt vastgesteld, alsmede het
uitbrengen van adviezen over algemeene vragen, welke zich ten aanzien
van de verwezenlijking van het plan kunnen voordoen.
2. Het Centraal Economisch Plan is een evenwichtig samenstel van
schattingen en richtlijnen met betrekking tot de Nederlandsche
volkshuishouding.
3. Het Centraal Economisch Plan omvat onder meer verzamelingen
van cijfers, betrekking hebbende op de toekomstige grootte van de
voortbrenging in den ruimsten zin, op de toekomstige hoogte en
ontwikkeling van het prijsniveau, van het nationale inkomen en zijn
componenten, op de besteding van dat inkomen en op alle verdere
grootheden, die voor een goede coördinatie van het economisch, sociaal
en financieel beleid van belang zijn.
Artikel 4
1. Er is een Centrale Plancommissie.
2. De commissie bestaat uit ten hoogste twaalf leden.
3. De voorzitter en de overige leden van de commissie worden
benoemd, geschorst en ontslagen door Onze Minister van Economische
Zaken, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad.
4. De vergaderingen van de commissie kunnen worden bijgewoond
door de directie van het Centraal Planbureau.
Artikel 5
De Centrale Plancommissie adviseert de directie van het Centraal
Planbureau met betrekking tot de werkzaamheden van het Bureau.
Artikel 6
1. Onze Minister van Economische Zaken kan, in overleg met
dengene Onzer Ministers, wien het aangaat voor het uitwerken van
onderdeelen van het Centraal Economisch Plan werkcommissies instellen.
2. Een werkcommissie bestaat uit:
a. een of meer vertegenwoordigers van het Centraal Planbureau;
b. een of meer vertegenwoordigers van dengene Onzer Ministers, wien
het aangaat;
c. een of meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven of andere
belanghebbenden in het betrokken onderdeel.
3. De voorzitter en de overige leden van een werkcommissie worden
benoemd en ontslagen door Onzen Minister van Economische Zaken, in
overleg met dengene Onzer Ministers, wien het aangaat.
Artikel 7
De werkcommissies adviseeren en steunen de directie van het Centraal
Planbureau bij de uitwerking van de onderdeelen van het Centraal
Economisch Plan.
Artikel 8
Deze wet treedt in werking met ingang van den dag na dien harer
afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Het Loo, den 21sten April 1947
WILHELMINA
De Minister-President,
Beel
De Minister van Economische Zaken,
Huysmans
De Minister van Landbouw, Visscherij en Voedselvoorziening,
S.L. Mansholt
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
H. Vos
De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,
L. Neher
De Minister van Financiën,
P. Lieftinck
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
Beel
De Minister van Buitenlandsche Zaken,
W. van Boetzelaer
De Minister van Overzeesche Gebiedsdeelen,
J.A. Jonkman
De Minister van Sociale Zaken,
W. Drees
Uitgegeven de twintigste Mei 1947
De Minister van Justitie,
J.H. van Maarseveen