WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tot
privatisering over te gaan van het Staatsvissershavenbedrijf en daartoe
met name het merendeel van de rechten en verplichtingen, behorend tot
het Staatsvissershavenbedrijf, over te dragen aan Zeehaven IJmuiden N.V.
en dat het wenselijk is in verband daarmee enkele voorzieningen bij wet
te treffen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. de havens te IJmuiden: de Vissershaven en de Haringhaven te
IJmuiden met de daartoe behorende zijhavens en haveningangen.
Artikel 2
1. Het Rijk brengt de havens te IJmuiden en de tot deze havens
behorende kaden bij Zeehaven IJmuiden N.V., gevestigd te IJmuiden,
gemeente Velsen, in beheer en onderhoud over.
2. De in het eerste lid omschreven waterstaatswerken zijn
aangegeven op de bij deze wet behorende tekening 1.
3. Het beheer en onderhoud van de in het eerste lid omschreven
waterstaatswerken worden overgebracht voor zover deze bij het Rijk
berusten.
4. De nieuwe rechthebbende treedt door de overbrenging in beheer
en onderhoud van de in het eerste lid omschreven waterstaatswerken
tegenover derden in de rechten en verplichtingen van het Rijk te dier
zake.
Artikel 3
1. Zeehaven IJmuiden N.V. is ook gerechtigd tot het vorderen
van een vergoeding voor het gebruik met vaartuigen van de havens te
IJmuiden en van de kaden van deze havens, voor zover dit recht niet
reeds uit haar eigendomsrecht van deze havens en kaden voortvloeit. In
geval van overdracht door Zeehaven IJmuiden N.V. van haar rechten en
verplichtingen ter zake van de havens en de kaden geldt hetzelfde voor
de rechtsopvolger van Zeehaven IJmuiden N.V. en diens eventuele
rechtsopvolgers.
2. De tarieven, gehanteerd voor de krachtens het eerste lid
gevorderde vergoedingen, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Goedkeuring wordt slechts geweigerd van tarieven voor vaartuigen, die,
naar het oordeel van Onze Minister, in verhouding tot de tarieven voor
andere vaartuigen kennelijk onevenredig hoog zijn.
3. Een vrijstelling van het betalen van een vergoeding als
bedoeld in de vorige leden geldt voor:
a. oorlogsvaartuigen;
b. vaartuigen, gebezigd door een toezichthoudende dienst of
opsporingsdienst in de uitoefening van zijn taak;
c. vaartuigen gedurende de eerste 48 uur na binnenkomst in de
havens voor zover zij de havens uitsluitend binnenkomen in verband
met:
1°. storm,
2°. het uitvoeren van reparaties ten gevolge van averij of
3°. het aan land zetten van schipbreukelingen, zieken of doden,
mits van het voornemen daartoe onmiddellijk bij aankomst aan
Zeehaven IJmuiden N.V. wordt kennis gegeven.
Artikel 4
1. Het Rijk brengt het gedeelte van een waterkering, dat is
gelegen op het voormalige terrein van het Staatsvissershavenbedrijf te
IJmuiden, bij de gemeente Velsen in beheer en onderhoud over.
2. Het in het eerste lid omschreven waterstaatswerk is aangegeven
op de bij deze wet behorende tekening 2.
3. Het beheer en onderhoud van het in het eerste lid omschreven
waterstaatswerk worden overgebracht voor zover deze bij het Rijk
berusten.
4. De gemeente Velsen treedt door de overbrenging in beheer en
onderhoud van het in het eerste lid omschreven waterstaatswerk tegenover
derden in de rechten en verplichtingen van het Rijk te dier zake.
Artikel 5
Degenen die op het in artikel 9, eerste lid, bedoelde tijdstip in
dienst zijn bij het Staatsvissershavenbedrijf en een arbeidsovereenkomst
aangaan met Zeehaven IJmuiden N.V., zijn op het tijdstip waarop deze
arbeidsovereenkomst ingaat, van rechtswege eervol ontslagen uit de
dienst bij het Rijk.
Artikel 6
1. De aanspraken van de in artikel 5 bedoelde personen
krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540)
vervallen met ingang van het tijdstip van ontslag van deze personen
uit de dienst bij het Rijk. Hetzelfde geldt voor de met de betrokken
aanspraken corresponderende verplichtingen van het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds jegens de betrokken personen.
2. De directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds draagt
een deel van het vermogen van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds over
aan een door Zeehaven IJmuiden N.V. aan te wijzen instelling als bedoeld
in artikel 1, eerste lid onder b of c, van de Pensioen- en
spaarfondsenwet (Stb. 1981, 18), waarbij, conform artikel 4,
tweede lid, van de op 13 juni 1988 gesloten overeenkomst tussen de Staat
der Nederlanden, Zeehaven IJmuiden N.V. i.o. en het Waterleidingbedrijf
Zuid-Kennemerland, de pensioenvoorzieningen voor de in artikel 5
bedoelde personen worden ondergebracht. Het over te dragen bedrag wordt
door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van
Binnenlandse Zaken, na overleg met een actuaris, vastgesteld.
Artikel 7
1. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van
Binnenlandse Zaken, bepalen dat de aanspraken en verplichtingen,
bedoeld in artikel 6, eerste lid, voor zover zij betrekking hebben op
ouderdoms- en nabestaandenpensioen, niet vervallen op het in dat
artikellid bedoelde tijdstip maar op een later tijdstip dat niet later
kan worden gesteld dan met ingang van het derde jaar na het in artikel
9, eerste lid, bedoelde tijdstip. Indien Onze Minister van deze
mogelijkheid gebruik maakt, vervallen de aanspraken en verplichtingen,
bedoeld in artikel 6, eerste lid, wat betreft ouderdoms- en
nabestaandenpensioen, niet ten aanzien van personen wier dienstverband
met Zeehaven IJmuiden N.V. vóór bedoeld later tijdstip is
beëindigd.
2. Indien uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid, vindt de
overdracht, bedoeld in artikel 6, tweede lid, eerst plaats op het
ingevolge het eerste lid vastgestelde latere tijdstip.
Artikel 8
Ingetrokken worden:
a. de wet van 29 december 1928, Stb. 515, tot aanwijzing
van den tak van Rijksdienst, omvattende de Visschershaven te
IJmuiden, voor een beheer als bedoeld in artikel 88 der
Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, no 259) en
b. de wet van 23 september 1959, Stb. 352, houdende
regeling voor het heffen van havengeld in de havens van het
Staatsvissershavenbedrijf te IJmuiden.
Artikel 9
1. Deze wet, met uitzondering van artikel 4, treedt in werking
met ingang van het tijdstip waarop, ingevolge de overeenkomst tussen
de Staat der Nederlanden, Zeehaven IJmuiden N.V. i.o. en het
Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland, gesloten op 13 juni 1988, aan
Zeehaven IJmuiden N.V. de eigendom wordt overgedragen van de tot het
Staatsvissershavenbedrijf behorende onroerende goederen die aan
Zeehaven IJmuiden N.V. zijn verkocht.
2. Artikel 4 treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop
aan de gemeente Velsen de eigendom wordt overgedragen van het in artikel
4 bedoelde gedeelte van een waterkering.
Artikel 10
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet voorzieningen privatisering
Staatsvissershavenbedrijf.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Tavarnelle, 23 maart 1989
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
N. Smit-Kroes
Uitgegeven de dertigste maart 1989
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes