WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
voorzieningen te treffen ten aanzien van enige tijdens de oorlog
gehouden registers van de burgerlijke stand;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Te rekenen van de inwerkingtreding van deze wet is
uitsluitend de ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage
buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand in de zin van het
besluit van 26 Maart 1942, Stb. C 20. Hij bewaart de
buitengewone registers van de burgerlijke stand, bedoeld in artikel 1
van genoemd besluit, alsmede het buitengewone register van
echtscheidingen bedoeld in artikel 3 van het besluit van 28 Maart
1945, Stb. F 30.
2. Op de verrichtingen van de buitengewone ambtenaar van de
burgerlijke stand met betrekking tot de buitengewone registers is de wet
van 23 April 1879, Stb. 72, zoals deze is gewijzigd, van
toepassing. De rechten krachtens artikel 2 van die wet geheven, komen
ten bate van de kas der gemeente 's-Gravenhage.
3. Onze Minister van Justitie treft nadere voorzieningen ten
aanzien van de dubbelen der buitengewone registers.
Artikel 2
Akten van geboorte, van gesloten huwelijk en van overlijden worden in
de buitengewone registers niet meer opgenomen, tenzij deze
gebeurtenissen plaats vonden vóór 1 Juni 1945 en aan de buitengewone
ambtenaar van de burgerlijke stand blijkt, dat in een bepaald geval bij
de inschrijving belang bestaat.
Artikel 3
Het Koninklijk besluit van 28 Maart 1945 (Stb. F 30) wordt
ingetrokken.
Artikel 4
1. De tijdens de bezetting hier te lande door Duitse ambtenaren
van de burgerlijke stand gehouden registers worden afgesloten en
bewaard door de Nederlandse ambtenaren van de burgerlijke stand in de
gemeenten, waar de Duitse ambtenaren waren gevestigd.
2. De registers worden beschouwd als registers van de burgerlijke
stand in de zin van het Burgerlijk Wetboek.
3. Indien dubbelen aanwezig zijn zullen deze worden overgebracht
naar de griffie van de Arrondissements-Rechtbank, binnen welker gebied
de standplaats van de ambtenaar van de burgerlijke stand is gelegen.
Ontbrekende dubbelen worden niet vervangen.
4. Uittreksels uit Duitse akten worden afgegeven in de
Nederlandse taal.
Artikel 5
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na die van haar
afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 23 December 1953
JULIANA
De Minister van Justitie,
L.A. Donker
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Beel
Uitgegeven de zesde Januari 1954
De Minister van Justitie,
L.A. Donker