WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
vast te stellen inzake wettelijke aansprakelijkheid van exploitanten van
nucleaire schepen, welke mede strekken ter uitvoering van het Verdrag
van Brussel van 25 mei 1962 inzake de aansprakelijkheid van exploitanten
van nucleaire schepen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt
verstaan onder:
a. nucleair schip: een schip, dat is uitgerust met een
nucleaire krachtinstallatie;
b. exploitant: hij, aan wie door een staat vergunning is
verleend tot exploitatie van een nucleair schip onder zijn vlag, of
een staat, die een nucleair schip exploiteert;
c. splijtstoffen: alle stoffen, die het vermogen bezitten
energie voort te brengen door middel van een zich zelf onderhoudende
kettingreactie van kernsplijtingen en die worden gebruikt of bestemd
zijn te worden gebruikt op een nucleair schip;
d. radioactieve produkten of afvalstoffen: alle stoffen,
met inbegrip van splijtstoffen, die radioactief zijn geworden door
blootstelling aan bestraling door neutronen, verband houdende met
het gebruik van splijtstoffen aan boord van een nucleair schip;
e. kernschade: schade door overlijden, schade aan personen
en verlies van of schade aan goederen of vermogen, voortkomende uit
of het gevolg zijnde van radioactieve eigenschappen of een
combinatie van radioactieve eigenschappen met giftige, explosieve of
andere gevaarlijke eigenschappen van splijtstoffen of radioactieve
produkten of afvalstoffen;
f. kernongeval: elk feit, of elke opeenvolging van feiten
met dezelfde oorzaak, waardoor kernschade wordt veroorzaakt;
g. nucleaire krachtinstallatie: iedere installatie ter
opwekking van energie, waarin een kernreactor wordt gebruikt of
bestemd is te worden gebruikt als krachtbron hetzij voor de
voortbeweging van het schip hetzij voor enig ander doel;
h. kernreactor: iedere installatie, die op zodanige wijze
splijtstoffen bevat, dat daarin een zich zelf onderhoudende
kettingreactie van kernsplijtingen kan plaatsvinden zonder
gebruikmaking van een andere neutronenbron.
Artikel 2
1. De exploitant van een nucleair schip is objectief
aansprakelijk voor iedere kernschade, indien bewezen is, dat die
schade is veroorzaakt door een kernongeval, waarbij de splijtstoffen
van of de radioactieve produkten of afvalstoffen, voortgebracht op dat
schip, zijn betrokken.
2. Niemand anders dan de exploitant is aansprakelijk voor
zodanige kernschade, tenzij in deze wet anders is bepaald. Voor de
schade, waarvoor de exploitant overeenkomstig deze wet aansprakelijk is,
kan hij niet uit anderen hoofde worden aangesproken.
3. Kernschade, die wordt geleden door het nucleaire schip zelf,
zijn uitrusting, brandstof of scheepsvoorraden, valt niet onder de
aansprakelijkheid van de exploitant krachtens deze wet.
4. De exploitant is niet aansprakelijk voor kernongevallen, die
plaatsvinden, voordat de splijtstoffen door hem zijn overgenomen, of
nadat de splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen zijn
overgenomen door een andere persoon, die daartoe wettelijk bevoegd is en
die aansprakelijk is voor iedere door die stoffen of produkten
veroorzaakte kernschade.
5. Indien de exploitant bewijst, dat de kernschade geheel of
gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten, met het opzet
schade te veroorzaken, van de natuurlijke persoon, die schade heeft
geleden, kan de rechter de exploitant geheel of gedeeltelijk ontheffen
van zijn aansprakelijkheid tegenover die persoon.
6. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid heeft de
exploitant recht van verhaal:
a. indien het kernongeval het gevolg is van een persoonlijk
handelen of nalaten met het opzet schade te veroorzaken, op de
natuurlijke persoon, die met dit opzet heeft gehandeld of heeft
nagelaten te handelen;
b. indien het kernongeval plaatsvond als gevolg van werkzaamheden,
verbonden aan het lichten van een wrak, op de persoon of personen, die
deze werkzaamheden hebben uitgevoerd zonder machtiging van de
exploitant of van de staat, die de vergunning ten aanzien van het
gezonken schip heeft verleend of van de staat, in wiens wateren het
wrak zich bevindt;
c. indien verhaal uitdrukkelijk is overeengekomen.
Artikel 3
1. De aansprakelijkheid van de exploitant met betrekking tot
een enkel nucleair schip is per kernongeval beperkt tot een bedrag,
gelijk aan de tegenwaarde in guldens van 1500 miljoen franken, zelfs
indien het kernongeval het gevolg is geweest van een persoonlijke fout
van die exploitant; onder het bedrag, waartoe de aansprakelijkheid is
beperkt, zijn niet begrepen interesten of kosten, die door de rechter
zijn toegewezen in een krachtens deze wet ingestelde rechtsvordering
tot schadevergoeding.
2. Een frank, als bedoeld in het eerste lid, is een rekeneenheid,
bestaande uit 65,5 milligram goud op basis van 900 duizendsten fijn.
Artikel 4
De exploitant is gehouden overeenkomstig de artikelen 5, 6 of 7
dekking van zijn aansprakelijkheid te hebben en in stand te houden tot
het in artikel 3, eerste lid, bedoelde bedrag.
Artikel 5
1. De exploitant van een onder Nederlandse vlag varend nucleair
schip is gehouden een verzekering of andere financiële zekerheid te
hebben en in stand te houden van de aard en op de voorwaarden, als
door Onze Minister van Financiën is vastgesteld, tot een bij algemene
maatregel van bestuur, gelet op de mogelijkheden tot het verkrijgen
van dekking, vast te stellen bedrag. Bij zodanige maatregel kunnen
andere voorschriften worden gegeven met betrekking tot die financiële
zekerheid.
2. Indien een exploitant, als bedoeld in het eerste lid, naar het
oordeel van Onze Minister van Financiën geen of geen voldoende
zekerheid, als daar bedoeld, kan verkrijgen of indien deze financiële
zekerheid naar het oordeel van Onze Minister van Financiën slechts
tegen een onredelijke premie of vergoeding te verkrijgen is, is Onze
voornoemde Minister gemachtigd op voorwaarden en tegen premies of
vergoedingen, als door hem te bepalen, voor de Staat als verzekeraar
verzekeringsovereenkomsten terzake aan te gaan of namens de Staat andere
garanties terzake te verstrekken.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien
van een schip, dat door de Staat wordt geëxploiteerd.
Artikel 6
1. Voor zover de overeenkomstig artikel 5 beschikbaar komende
middelen ontoereikend zijn voor vergoeding van de kernschade, stelt de
Staat aan de exploitant openbare middelen beschikbaar tot het in
artikel 3, eerste lid, bedoelde bedrag.
2. Voor zover het ontbreken van de financiële zekerheid, bedoeld
in artikel 5, aan schuld van de exploitant te wijten is, heeft de Staat
voor de in verband daarmede beschikbaar gestelde openbare middelen recht
van verhaal op de exploitant.
3. De in artikel 3 bedoelde interesten en kosten, verschuldigd
door een exploitant, als bedoeld in artikel 5, zijn voor rekening van
die exploitant en de Staat naar verhouding van de middelen, die
ingevolge artikel 5, onderscheidenlijk het eerste lid van het
onderhavige artikel, beschikbaar worden gesteld.
4. Indien en voorzover de Staat ingevolge het eerste lid openbare
middelen aan de exploitant beschikbaar heeft gesteld, heeft hij het
recht van verhaal van de exploitant, bedoeld in artikel 2, zesde lid.
Bij de uitoefening van dit recht heeft de Staat voorrang boven de
verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid, als bedoeld
in artikel 5, eerste lid, hebben gesteld.
Artikel 7
Voor wat een exploitant van een onder vreemde vlag varend nucleair
schip betreft dient de in artikel 4 bedoelde dekking voor zijn
aansprakelijkheid naar het oordeel van Onze Minister van Financiën
genoegzaam te zijn.
Artikel 8
In gevallen, waarin zowel kernschade als andere schade is veroorzaakt
door een kernongeval of door een kernongeval en een of meer andere
feiten tezamen, en deze andere schade redelijkerwijs niet valt te
scheiden van de kernschade, wordt voor de toepassing van deze wet de
gehele schade beschouwd als kernschade, uitsluitend veroorzaakt door het
kernongeval. In gevallen echter, waarin schade wordt veroorzaakt zowel
door een onder deze wet vallend kernongeval als door het vrijkomen van
ioniserende straling of het vrijkomen van ioniserende straling in
combinatie met de giftige, explosieve of andere gevaarlijke
eigenschappen van een niet onder deze wet vallende stralingsbron, laat
deze wet onverlet de aansprakelijkheid van de persoon, die op grond van
het vrijkomen van ioniserende straling of van de giftige, explosieve of
andere gevaarlijke eigenschappen van die stralingsbron aansprakelijk kan
worden gesteld hetzij ten aanzien van de slachtoffers hetzij in de vorm
van verhaal of van een bijdrage.
Artikel 9
1. Het recht op schadevergoeding krachtens deze wet vervalt,
indien niet binnen tien jaar te rekenen van de datum van het
kernongeval een rechtsvordering is ingesteld of het recht op
schadevergoeding is erkend.
2. Ingeval kernschade is veroorzaakt door splijtstoffen of door
radio-actieve produkten of afvalstoffen, die waren gestolen, verloren,
geworpen of verlaten, wordt de in het eerste lid genoemde vervaltermijn
gerekend van de datum, waarop het kernongeval, dat de kernschade heeft
veroorzaakt, plaatsvond, doch deze termijn zal in geen geval langer zijn
dan twintig jaar, te rekenen van de datum van de diefstal, het verlies,
de werping of het verlaten.
3. Onverminderd de vervaltermijn, gesteld in het eerste of tweede
lid, verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade krachtens
deze wet door verloop van drie jaar na de dag, waarop de betrokkene of,
indien hij een wettelijke vertegenwoordiger heeft, deze laatste kennis
draagt of redelijkerwijs geacht kan worden kennis te dragen van de
schade en van de aansprakelijke exploitant.
Artikel 10
Indien en voorzover ter vergoeding van kernschade recht bestaat op
uitkering krachtens Nederlandse sociale wetten, komt het recht op
vergoeding van die schade ingevolge deze wet toe aan degenen, te wier
laste die uitkeringen komen, met dien verstande, dat bij periodieke
uitkeringen als schade zal worden aangemerkt de gekapitaliseerde waarde
van de verschuldigde uitkeringen.
Overigens blijven de bepalingen van bedoelde wetten van kracht.
Artikel 11
1. In gevallen, waarin kernschade aanleiding geeft tot
aansprakelijkheid van meer dan één exploitant en het redelijkerwijs
niet mogelijk is te bepalen, welk deel van de schade aan ieder hunner
dient te worden toegerekend, zijn de betrokken exploitanten hoofdelijk
aansprakelijk. Niettemin zal de aansprakelijkheid van ieder der
exploitanten het in artikel 3, eerste lid, bedoelde bedrag niet te
boven gaan.
2. In het geval van een kernongeval, waarbij de kernschade wordt
veroorzaakt door of het gevolg is van splijtstoffen of radioactieve
produkten of afvalstoffen van meer dan één nucleair schip van
eenzelfde exploitant, is die exploitant ten aanzien van elk dier schepen
aansprakelijk tot het in artikel 3, eerste lid, bedoelde bedrag.
3. Ingeval exploitanten hoofdelijk aansprakelijk zijn en met
inachtneming van het eerste lid:
a. heeft elke exploitant het recht van de anderen een bijdrage te
vorderen in verhouding tot de schuld van elk hunner;
b. wordt, indien de omstandigheden het vaststellen van ieders
aandeel in de schuld onmogelijk maken, de totale aansprakelijkheid
voor gelijke delen gedragen.
Artikel 12
Een exploitant is niet aansprakelijk krachtens deze wet voor
kernschade, veroorzaakt door een kernongeval, dat rechtstreeks te wijten
is aan een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of opstand.
Artikel 13
De ingevolge artikel 4 ter beschikking komende middelen mogen
uitsluitend worden aangewend voor de betaling van krachtens deze wet
verschuldigde schadevergoeding.
Artikel 14
1. Het recht op vergoeding van kernschade kan slechts worden
uitgeoefend tegen de exploitant, die ingevolge deze wet aansprakelijk
is.
2. Iedere persoon, die krachtens het recht van een andere staat
of krachtens een internationale overeenkomst kernschade heeft vergoed,
verkrijgt bij subrogatie de rechten, die de persoon aan wie hij
schadevergoeding heeft betaald, ingevolge deze wet zou hebben gehad, tot
het bedrag, dat hij heeft betaald. Niemand verkrijgt evenwel op deze
wijze rechten, indien en voor zover de exploitant krachtens deze wet een
recht van verhaal of op een bijdrage jegens hem heeft.
Artikel 15
Rechtsvorderingen ingevolge deze wet en verzoeken overeenkomstig
artikel 18, eerste lid, en artikel 21, eerste lid, kunnen in eerste
aanleg uitsluitend worden ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage.
Artikel 16
1. Een exploitant van een onder Nederlandse vlag varend
nucleair schip is gehouden onverwijld mededeling te doen aan Onze
Minister van Financiën:
a. van elk kernongeval, waardoor schade, waarvoor hij aansprakelijk
is, kan zijn veroorzaakt;
b. van elk in verband met een kernongeval buiten rechte bij hem
ingediende vordering tot vergoeding van schade;
c. van elk in verband met een kernongeval in rechte tegen hem
ingediende vordering tot vergoeding van schade;
d. van elke door hem in verband met een kernongeval uitgekeerde
vergoeding van schade.
2. Voorzover de Staat openbare middelen, als bedoeld in artikel
6, eerste lid, van deze wet, beschikbaar stelt voor vergoeding van
kernschade, met betrekking waartoe een van de in het eerste lid bedoelde
mededelingen niet is gedaan, heeft de Staat voor het aldus betaalde
bedrag recht van verhaal op de exploitant.
Artikel 17
1. Erkenning van en voldoening aan schadevorderingen zomede het
aangaan van dadingen en schikkingen betreffende zodanige vorderingen
kunnen door een exploitant van een onder Nederlandse vlag varend
nucleair schip slechts met goedkeuring van Onze Minister van
Financiën geschieden.
2. Handelingen in strijd met het eerste lid zijn van rechtswege
nietig. De nietigheid wordt door de rechter ambtshalve uitgesproken.
Artikel 18
1. De rechtbank kan op verzoek van een belanghebbende bepalen,
dat verzekeraars en andere personen, die de dekking, als bedoeld in
artikel 4, hebben verschaft, de middelen, welke zij dientengevolge ter
voldoening van erkende of toegewezen schadevorderingen beschikbaar
moeten stellen, rechtstreeks aan de betrokkene zullen uitkeren. Een
zodanige beschikking kan door de rechtbank te allen tijde worden
ingetrokken.
2. Op een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, beslist de
rechtbank niet, dan nadat de belanghebbende, die het verzoek heeft
ingediend, Onze Minister van Financiën en de exploitant zijn gehoord of
ten verhore zijn opgeroepen.
3. De beschikking van de rechtbank wordt uitgesproken ter
openbare terechtzitting en door de griffier bekendgemaakt in de Staatscourant.
De belanghebbenden kunnen van de beschikking in beroep komen bij het
gerechtshof binnen veertien dagen na de dagtekening van de Staatscourant,
waarin de bekendmaking is geplaatst.
4. De beschikking van het gerechtshof wordt uitgesproken ter
openbare terechtzitting en door de griffier bekendgemaakt in de Staatscourant.
De belanghebbenden kunnen beroep in cassatie instellen binnen drie weken
na de dagtekening van de Staatscourant, waarin de bekendmaking is
geplaatst.
5. Een beschikking, als bedoeld in de eerste volzin van het
eerste lid, is uitvoerbaar bij voorraad. Ook indien deze beschikking
wordt vernietigd in hoger beroep of in cassatie, blijven uitkeringen,
welke overeenkomstig die beschikking zijn gedaan, voordat de beschikking
tot vernietiging onherroepelijk is geworden, geldig en verbindend.
Artikel 19
1. Onze Minister van Financiën kan te allen tijde bepalen, dat
hij namens een exploitant van een onder Nederlandse vlag varend
nuclear schip, alle of daarbij aangewezen rechten en verplichtingen
van die exploitant ter zake van de afwikkeling van de kernschade zal
uitoefenen, voorzover nodig in afwijking van de tussen de exploitant
en verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid, als
bedoeld in artikel 5, eerste lid, hebben gesteld, gesloten
overeenkomsten.
2. Een beschikking, als in het eerste lid bedoeld, wordt bekend
gemaakt in de Staatscourant. Een zodanige beschikking kan nadere
regelen omtrent de indiening van vorderingen tot vergoeding van
kernschade bevatten.
Artikel 20
1. Indien het totaal der door de exploitant voor de kernschade
te betalen vergoedingen groter is dan het in artikel 3, eerste lid,
bedoelde bedrag, worden de aanspraken op vergoeding verhoudingsgewijs
verminderd.
2. Voor gevallen, waarin het eerste lid van toepassing is, kunnen
bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld omtrent de
wijze van afwikkeling van de betrokken schadevorderingen.
Artikel 21
1. Indien redelijkerwijs rekening moet worden gehouden met de
mogelijkheid, dat het in artikel 20 bedoelde geval zich voordoet, en
de omvang van elk uit te keren schadebedrag nog niet is vastgesteld,
kan een belanghebbende aan de rechtbank verzoeken de exploitant
terzake van de vergoeding van de kernschade een verbod van betaling op
te leggen. De griffier geeft van de indiening van zodanig verzoek
onverwijld kennis aan de exploitant en in het geval, bedoeld in
artikel 13, aan de verzekeraars en andere personen, die de dekking als
bedoeld in artikel 4, hebben verschaft.
2. De exploitant en in het geval, bedoeld in artikel 18, de
verzekeraars en andere personen, die de dekking, als bedoeld in artikel
4, hebben verschaft, kunnen van de dag, waarop zij een verzoek, als in
het eerste lid bedoeld, hebben ingediend, onderscheidenlijk kennis
hebben gekregen van de indiening van een zodanig verzoek, terzake van de
vergoeding van kernschade geen betalingen doen tot de dag, waarop een
beschikking betreffende het verzoek kracht van gewijsde heeft verkregen.
3. Indien de rechtbank het verzoek gegrond acht, legt zij de
exploitant en, zolang een beschikking, als bedoeld in artikel 18, eerste
lid, eerste volzin, van kracht is, de verzekeraars en andere personen,
die de dekking, als bedoeld in artikel 4, hebben verschaft, een verbod
van betaling, als bedoeld in het eerste lid, op. Op zodanige beschikking
alsmede op een beschikking, waarin het verzoek ongegrond wordt
verklaard, is artikel 18, tweede, derde en vierde lid, van
overeenkomstige toepassing.
4. Handelingen in strijd met het tweede lid of met een
beschikking, als bedoeld in het derde lid, eerste volzin, zijn van
rechtswege nietig. De nietigheid wordt door de rechter ambtshalve
uitgesproken.
5. De rechtbank kan ambtshalve of op verzoek van een
belanghebbende het in het derde lid bedoelde verbod van betaling
opheffen.
Artikel 22
Gedurende de tijd, dat het verbod van betaling, als bedoeld in
artikel 21, geldt, dragen erkende of toegewezen schadevergoedingen een
door Onze Minister van Financiën te bepalen interest.
Artikel 23
1. Onze Minister van Financiën kan in gevallen, waarin een
exploitant van een onder Nederlandse vlag varend nucleair schip
aansprakelijk is, aan de betrokkenen de nodige voorschotten verlenen.
2. Onze Minister van Financiën bepaalt de grootte van de
voorschotten, rekening houdende met de aard en omvang van de geleden
kernschade, met de uitkering, waarop de betrokkene vermoedelijk
aanspraak zal kunnen maken, en met diens persoonlijke omstandigheden.
3. Een genoten voorschot komt in mindering van het door de
exploitant aan de betrokkene verschuldigde bedrag van de vergoeding.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 21, derde en vierde
lid, kan Onze Minister van Financiën gedurende de tijd, dat het verbod
van betaling van kracht is, van de verzekeraars en andere personen, die
financiële zekerheid, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, hebben
gesteld, vorderen, dat zij, naar gelang bedragen van geleden kernschade
zijn erkend of toegewezen, de in artikel 5, eerste lid, bedoelde
middelen aan hem uitkeren tot ten hoogste het bedrag van de door hem
verleende voorschotten.
Artikel 24
1. Gedurende de termijnen, waarin ingevolge artikel 21, tweede
en derde lid, ter zake van de vergoeding van kernschade door een
exploitant van een onder vreemde vlag varend nucleair schip, geen
betalingen kunnen plaatsvinden, kan de rechtbank op verzoek van een
belanghebbende aan de exploitant, de verzekeraars en andere personen,
die de dekking, als bedoeld in artikel 4, hebben verschaft, de
verplichting opleggen de nodige voorschotten aan de betrokkenen te
verlenen. Op zodanige beschikking alsmede op een beschikking, waarin
het verzoek wordt afgewezen, is artikel 18, tweede, derde en vierde
lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel 23, tweede en derde lid, is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 25
Aan de exploitant van een nucleair schip wordt in gevallen, dat het
Verdrag van Brussel van 25 mei 1962 inzake de aansprakelijkheid van
exploitanten van nucleaire schepen (Trb. 1968, 90) niet van
toepassing is, een vergunning, als bedoeld in artikel 15 van de
Kernenergiewet, niet verleend, dan nadat hij zich bij overeenkomst met
de Staat uitdrukkelijk heeft verbonden om kernschade, waarvoor hij
volgens de in deze wet gestelde regelen aansprakelijk zal zijn, zonder
enige in deze regelen niet uitdrukkelijk genoemde beperking te
vergoeden.
Artikel 26
Wij behouden Ons de bevoegdheid voor met mogendheden, die geen partij
zijn bij het Verdrag van Brussel van 25 mei 1962 inzake de
aansprakelijkheid van exploitanten van nucleaire schepen, overeenkomsten
te sluiten welke ten aanzien van de aansprakelijkheid voor nucleaire
oorlogsschepen en voor nucleaire staatsschepen, welke uitsluitend voor
de openbare dienst worden gebruikt, afwijken van de bepalingen van deze
wet, mits door die mogelijkheden naar Ons oordeel tenminste
gelijkwaardige zekerheid wordt gewaarborgd.
Artikel 27
Deze wet is van toepassing op een nucleair schip, dat in Nederland in
aanbouw is, van het tijdstip van zijn tewaterlating af. Tussen het
tijdstip van zijn tewaterlating en dat, waarop het gerechtigd is een
vlag te voeren, wordt de eigenaar van het schip beschouwd als exploitant
en wordt het schip geacht de Nederlandse vlag te voeren.
Artikel 28
1. Deze wet is voor wat betreft kernschade, veroorzaakt door
een kernongeval, waarbij de splijtstoffen van of de radioactieve
produkten of afvalstoffen, voortgebracht op een onder Nederlandse vlag
varend nucleair schip, betrokken zijn, van toepassing, ongeacht waar
ter wereld dit kernongeval plaatsvindt.
2. Deze wet is voor wat betreft kernschade, veroorzaakt door een
kernongeval, waarbij de splijtstoffen van of de radioactieve produkten
of afvalstoffen, voortgebracht op een onder vreemde vlag varend nucleair
schip, betrokken zijn, van toepassing, indien hetzij het kernongeval op
Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden hetzij de kernschade aldaar
is geleden.
Artikel 29
1. In geval van kernschade, waarbij betrokken zijn de
splijtstoffen van of de radioactieve produkten of afvalstoffen
voortgebracht op een nucleair schip, voor de exploitatie waarvan ten
tijde van het kernongeval geen vergunning door een staat was verleend,
wordt voor de toepassing van deze wet de eigenaar van dat schip
beschouwd als exploitant met dien verstande, dat artikel 3 niet van
toepassing is.
2. In een geval, als bedoeld in het eerste lid, heeft de Staat
voor de door hem overeenkomstig artikel 6 beschikbaar gestelde openbare
middelen recht van verhaal op de eigenaar van het nucleaire schip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 24 oktober 1973
JULIANA
De Minister van Financiën,
W.F. Duisenberg
De Minister van Justitie,
Van Agt
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Westerterp
De Minister van Defensie,
Vredeling
De Minister van Buitenlandse Zaken,
M. van der Stoel
De Minister van Economische Zaken,
R.F.M. Lubbers
Uitgegeven de zevenentwintigste november 1973
De Minister van Justitie,
Van Agt